MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Jan Maat: 'In totaal moesten er 65 boeren weg'

Verhaal

Jan Maat: 'In totaal moesten er 65 boeren weg'

In 1985 ben ik een keer met de directie van de melkfabriek mee geweest met een reis naar Portugal. Dat was ontzettend interessant. Bettie en ik hebben toen tegen elkaar gezegd: we hebben drie jongens. Als we nog eens een keer wat willen in het buitenland is Portugal wel een interessant land. Dus na die reis zijn we er weer een keer gaan kijken en een jaar later hebben we daar onze eerste boerderij gekocht. Naast dit bedrijf. We hebben hier dus niks verkocht. Toen onze bedrijfsleider in Portugal ergens anders aan het werk kon, is onze tweede zoon, Olaf, daar naartoe gegaan en uiteindelijk boer geworden.

Onze jongste zoon, Edwin, is bij ons hier in een maatschap gekomen. Hij zou hier het bedrijf overnemen. Maar toen kwam hier in 1994 dat moerasplan, een natuurontwikkelingsplan. Er moest van 2400 hectare grond natuur gemaakt worden om een verbinding te leggen tussen het Fryske Gea bij Wolvega, de Weerribben van Staatsbosbeheer, de Wieden van Natuurmonumenten en het Staphorsterveld aan de andere kant van het Meppelerdiep. Zodat eigenlijk de ratten en de muizen, het ongedierte, van de ene naar de andere plek konden. Dat betekende dat er in totaal 65 boeren weg moesten. Sommige boeren die moesten stoppen waren tegen de 55 of 60 jaar oud en hadden geen opvolger. Die konden toen de grond goed verkopen. Maar er waren er ook bij waar een zoon boer wilde worden, zoals bij ons. De grond achter onze boerderij hoorde ook bij dat moerasplan.

Toen het plan er lag, zat ik in de gemeenteraad. Binnen de raad waren dertien van de vijftien raadsleden voor en twee tegen. Dat was mevrouw Gorter hier uit Giethoorn, een boerin, en ik. En ik ben in feite nog steeds tegen. Ik ben gek van natuur. Het is hier allemaal natuur. Sinds die polder is ontgonnen stonden hier allemaal goede bedrijven. Het is niet de allerbeste grond, maar mijn vader en moeder en wij hebben er altijd een boterham op kunnen verdienen. Als je natuur hebt en daar ben je gek mee en dat hou je in stand, dat vind ik allemaal prima. Maar waarom moet je goede landbouwgrond bij wijze van spreken daarvoor opofferen! Dat zie ik dus niet zitten. Maar de meerderheid beslist. Zo werk het in een democratie. De overheid hield de plaatselijke politiek een lekkere worst voor. In ruil voor het verlies van de landbouwgrond zouden er her en der in de gemeente grote plannen, zoals Bodelaeke worden georganiseerd. Daardoor zou er veel werkgelegenheid ontstaan, zei men. Maar dat was niet het juiste verhaal. Ik leverde aan de melkfabriek en daar werkten mensen. Ik kocht mijn voer bij de veevoeder en daar werkten mensen. Ik kocht mijn trekker bij de smid en daar werkten ook mensen. Net als bij de KI. Het was dus niet zo dat we hier alleen als gezin werkten, maar er zat van alles omheen! Als er dan 65 boeren moeten stoppen, heeft het dus ook gevolgen voor die mensen. Het plan werd aangenomen en dat betekende dat onze boerderij uiteindelijk weg moest. Toen is Edwin ook naar Portugal gegaan en daar boer geworden. We hadden zo’n 120 melkkoeien. Al onze gezonde, goede beesten gingen met hem mee.

Trefwoorden:Natuur, Bedrijfsbeëindiging, Omgeving, Bedrijf, Project Streekcultuur
Periode:1980-2000
Locatie:Giethoorn