MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Derk te Rietstap: 'Struisvogels zijn gekke dieren'

Verhaal

Derk te Rietstap: 'Struisvogels zijn gekke dieren'

'De akkerbouw heeft vaak slechte perioden gekend, zodat het de vraag was of er nog wel toekomst in zat. Ik herinner mij nog vergaderingen van de Avebé waar bezorgde vragen werden gesteld over de toekomst van de akkerbouw. Iedereen zocht naar een alternatief voor de gangbare akkerbouw. Akkerbouwers zijn altijd op zoek geweest naar een vierde gewas, dat naast aardappelen, bieten en graan iets extra’s kon opbrengen. Ik heb wel doperwten geprobeerd. Samen met mijn oom hadden we acht hectare doperwten. Alles wat ik eraan over heb gehouden, is dat ik de diepvries vol met doperwten had. We hebben ook veldbonen gehad. In het begin is het een heel mooi gewas, maar later sterft het helemaal af en is het grauw en zwart. Dat kon je dorsen met een combine. Maar het was ook geen blijver.

Ik heb zelf nog een periode struisvogels gehad. Het samenwerkingsverband met mijn buren was toen al voorbij. Die struisvogels waren op zich ontzettend boeiend. Toen die ontwikkeling begon, ben ik er redelijk snel ingestapt. Het was opgaan, blinken en verzinken. Ik begon met drie struisvogels: een haan en twee hennen. Die haan kostte mij 12.000 gulden. De opbrengst van die drie vogels in één jaar was beter dan de opbrengst van mijn 60 hectare akkerbouw in die tijd. Eén ei bracht toen 1500 gulden op. Die eieren werden elders uitgebroed. Struisvogels vonden toen gretig aftrek. De oude koeienstal heb ik nog geïsoleerd om jonge struisvogels te kunnen houden. Toen hadden we wel 20 tot 25 jongen en een stuk of tien hennen buiten. Maar steeds meer mensen stapten in de struisvogels. Die markt was binnen de kortste tijd kapot. We hebben nog wel eens een struisvogelei in de koekenpan gedaan. Toen waren ze al niet zoveel meer waard. We konden er twintig boterhammen mee beleggen. Na 7,8 jaar ben ik ermee opgehouden. Uiteindelijk heb ik net zo’n beetje quitte gespeeld.

Struisvogels zijn gekke dieren. Ze kunnen wel 80 kilometer per uur lopen. Ze zijn echt gevaarlijk. Als ze je schoppen, kun je er in één keer geweest zijn. We hadden een container als nachthok buiten staan. Daar had ik een ren bij gemaakt. Mijn vrouw leidde de vogels af en ik ging dan gauw naar binnen om de eieren te rapen. Sommige mensen gingen zelfs met een oude auto naar binnen, met een gat in de bodem, om het nest leeg te halen. Ik ben één keer aangevallen. Toen hadden we twee hanen. Die nieuwe haan viel mij aan. Ik had altijd een stok bij me, maar ik kon hem bijna niet van mij afhouden. Hij kwam steeds weer terug, tot die oude haan die jonge haan aanviel. Zij vochten een machtsstrijd uit. Dat was mijn geluk.'

Trefwoorden:Akkerbouw, Bedrijfsverbreding, Project Streekcultuur, Bedrijf
Periode:1990-2000
Locatie:Kloosterhaar