MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Water in de stad

Verhaal

Water in de stad, geuren en odeuren.

Voor de goede verstaander: hier gaat iets mis. Dat klopt helemaal. In Steenwijk is het in juli 1902 raak: niet minder dan 141 inwoners van de stad ondertekenen een adres gericht aan Burgemeester & Wethouders om hun beklag te doen over de stankoverlast van het water in de stadsgrachten.

Steenwijk staat als vestingstad niet op zichzelf, Doesburg in de Gelderse Achterhoek en eveneens een vestingstad ondervindt dezelfde overlast van het stinkende water in de stad. En verder terug in de tijd: de 17e eeuw is berucht. In de zomer was het niet te harden in de steden. Rijkere bewoners bouwden een buitenhuis langs de Amstel (Amsterdam), Vecht (Utrecht). In veel binnensteden werd het water in de gracht voor veel meer gerbuikt dan alleen drinkwater of het brouwen van bier. Bier diende als het dagelijks water omdat het door de bewerkingen in ieder geval iets schoner was dan het pure water uit de gracht. Weinig vleiende begrippen als het open riool doen al snel de ronde. 

Hoe het komt dat de klachten in Steenwijk pas of misschien wel opnieuw in de zomer van 1902 aan de kaak worden gesteld valt niet zo snel te achterhalen. Feit is dat Steenwijk een prachtige vesting heeft die vrijwel in tact is gebleven wat de watergangen betreft. Aan het begin van de 20e eeuw wordt de vestingwal op sommige plaatsen afgegraven om woningbouw mogelijk te maken. De gracht zelf blijft liggen: Looijersgracht, Noordwal en achter de vestingwal bij de Onnapoort. Kortgeleden is weer een stukje water aangelegd bij de Woldpoort. 

Op de waterstaatskaart 5e druk (medio 1980) is te zien dat de binnenstad van Steenwijk een oppervlakte heeft van 240 hectare, behalve steen dus ook de stadsgrachten. Stilstaand water is funest en dat zal het belangrijkste probleem in 1902 zijn geweest. Door het peilverschil tussen het Dolderkanaal, Steenwijkerdiep en Steenwijker Aa en de grachten komt er te weinig vers water in de grachten om de binnenstad heen het warme weer doet de rest.

Het komt heden ten dage zelden voor dat er sprake is van stank in stadswater. Opnieuw op de waterstaatskaart van Steenwijk is te zien dat het toenmalige Waterschap Vollenhove de zorg had voor het water in en rond Steenwijk. Door middel van verschillende grondduikers is het stelsel met elkaar verbonden. Ook lijkt het op het oog een doodlopend stuk water te zijn via een kunstwerk is er toch weer een verbinding gemaakt. In Steenwijk zijn zes van dergelijke verbindingen aangelegd. Dat water in de stad heden ten dage een belangrijke rol vervult is zo langzamerhand algemeen bekend. Waar stadsgrachten in het recente verleden zijn gedempt worden deze soms weer open gegraven: Catharijnesingel Utrecht maar ook bij de Woldpoort in Steenwijk. Of zoals een dijkgraaf eens zei: ,,beton vangt geen water op een stadsgracht wel". 

De oplossing van het College van B&W in 1902 kwam er op neer dat het nodig zou zijn om door middel van mechanische bemaling het stadswater te verversen en door te spoelen. Een methode die tot op de dag van vandaag in Amsterdam wordt toegepast: sluit verschillende sluizen en laat het opgespaarde water door de openstaande sluizen de stadsgrachten inlopen. Bij dit voorstel hoort een krediet van 6.500 gulden voor de aanschaf van een pomp, een loods en de aanleg van enkele grondduikers. Zo ver laat de raad het niet komen, er onstaat nauwelijks een discussie over het voorstel maar neigt meer naar uitstel. En een jaar later in augustus 1903 is er nog niets geregeld laat staan in uitvoering. Of de stankoverlast in de zomer van 1903 dan net zo doordringend is als in die van 1902 staat niet in de raadsnotulen, er komt in ieder geval geen nieuwe protestbrief. 

Die talmende houding van de gemeenteraad is illustratief, ook in Blokzijl en Vollenhove komen we die houding met enige regelmaat tegen maar in een stad als Steenwijk had anders verwacht mogen worden. Raadsleden die zouden getuigen over een bredere visie te beschikken en daardoor in staat zouden zijn om een gedegen besluit te nemen in het belang van de inwoners, waar zij zelf uiteraard ook deel van uitmaken. Maar een raadslid zegt onomwonden nog geen kennis te kunnen hebben nemen van het voorstel van het College, dat klinkt als ik maak de envelop pas open op het moment dat de voorzitter de raadsvergadering opent. In 1902 werden de raadsleden geacht naar het stadhuis te komen om daar de raadsvoorstellen in te komen zien, maar meer dan eens komt het voor dat een College tijdens de raadsvergadering met een uitgewerkt plan komt. 

Teruggaande in de tijd komt het onderwerp al eerder aan de orde. Op 19 juli 1899 spreekt de gemeenteraad over een ingekomen brief van H. van Dalfsen en andere bewoners van de Kornputsingel over een betere spuiing van de stadsgracht achter de Kornputsingel. De burgemeester zal deze brief betrekken bij het raadsvoorstel om een duikerbruggen te maken bij de Gasthuispoort, de Oosterpoort en de Onnapoort, de kosten hiervoor bedragen iets meer dan 15.000 gulden. Voor dit bedrag wordt een tijdelijke geldlening afgesloten. Een tweede voorstel betreft het maken van een schut tussen de stadsgracht en de Steenwijker Aa.

In 1899 en 1900 wordt twee keer een voorstel gedaan om de stadsgracht achter de Kornputsingel uit te baggeren om de doorstroom van het water weer op gang te brengen. 

Hoe het ook zij, in Steenwijk zal zeker nog enige tijd een luchtje hebben gehangen. 

bijdrage geplaatst: 21 februari 2017

afbeeldingen: auteur

 

 

Auteur:Vincent Erdin
Trefwoorden:Stadsgracht
Periode:1899-1902
Locatie:Steenwijk