MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Twee complexe zaken beheersen het gemeentebestuur

Verhaal

De gemeente lijkt met de handen in het haar te zitten: de gevolgen van de Watersnood 1825 en het niet tijdig betalen van belasting breekt de gemeente behoorlijk op.

De raadsnotulen van Stad Vollenhove laten zich nooit als een spannende roman lezen maar geven wel een prachtige inkijk in het bestuurlijk wel en wee van de gemeente. Tijden valt er geen ,,spannend" onderwerp te ontdekken en dan ineens twee tegelijk. Voor iedereen die op zoek is naar nieuws zou dit toch een prettige ontdekking zijn. 

De twee onderwerpen waar de gemeenteraad in 1834 en latere jaren over vergadert hebben al een lange geschiedenis en de exacte toedracht blijft nog op de achtergrond. Het notulenboek begint bij april 1834 en het gaat om zaken die respectievelijk al in 1825 en 1827 zijn ontstaan.

In 1825 werd de Zuiderzeekust op 4 en 5 februari geteisterd door een zware storm. Er moet hoe dan ook veel schade zijn geweest. Mr. J.Ter Pelkwijk (1769 - 1834 en ondermeer Gedeputeerde van Overijssel) maakt al vrij snel na deze ramp een ronde langs de getroffen gemeenten en dorpen om die schade te inventariseren: omgekomen personen, vee dat verloren is gegaan, huizen die weggevaagd zijn. Behalve de koele lijsten beschrijft hij ook wat hij ziet een ooggetuigeverslag min of meer uit de eerste hand. Want Ter Pelkwijk mag dan wel op onderzoek uit zijn gegaan, binnen 1 à 2 weken heeft hij het rampgebied niet kunnen bezoeken en doorkruisen. Misschien dat er al zaken zijn opgeruimd die niet in zijn verslag terecht zijn gekomen en misschien heeft hij iets over het hoofd gezien. Voor Stad Vollenhove noteert hij de volgende schade: 1 rund en 25 woningen die onbewoonbaar zijn geworden. Dat is vooral materiële schade en van betrekkelijk geringe omvang in vergelijking met de 34 dodelijke slachtoffers in de gemeente Steenwijkerwold en de 217 woningen in de gemeente Oldemarkt.

Hoe dan ook 11 jaar na de ramp wordt er in de gemeenteraad van Stad Vollenhove nog steeds over gedelibereerd. Er is een verschil van mening over de kostenverdeling voor de herstelwerkzaamheden van de zeewering tussen het gemeentebestuur en het heemraadschap. De kern van het geschil is de grens: welk stuk grondgebied is nu eigenlijk van wie? Met herhaling wordt verwezen naar het Proces Verbaal dat al in 1825 is opgesteld daarin wordt beschreven welke schade er is en hoe groot de schade is met de eventuele financiële gevolgen. Wat kennelijk onduidelijk is: op wiens grondgebied is er sprake van de beschreven schade: Gemeente of Heemraadschap. 

Zoals wel vaker wordt er een Commissie in het leven geroepen die vast moet stellen hoe de exacte grens tussen gemeente en heemraadschap loopt. Taxateurs moeten de commissie bijstaan. De schade waar het allemaal om draait is de zeewering die een stevige klap heeft gehad van de storm. De gemeente Stad Vollenhove voelt zich in het belang van de inwoners steeds verplicht om de zeewering te onderhouden maar wil eigenlijk wel af van al die extra kosten. 

Een geluk bij een ongeluk is dat de kustlijn van Stad Vollenhove niet eens erg groot is, alleen een strook bij het Stadsgoor, Aan Zee en de haven. In vergelijking met de gemeenten Kuinre, Blankenham en Ambt Vollenhove gaat het om een relatief kleine afstand waarover de schade is opgetreden. De andere gemeenten zijn vooral plattelandsgemeenten en hebben veel meer grond langs de Zuiderzeedijk liggen*. Voor een armlastige gemeente is alles teveel, de gemeente probeert er alles aan te doen om het heemraadschap er van te overtuigen dat het een onderhoudsplicht heeft. Voor Stad Vollenhove zit er weinig anders op dan een tijdelijke geldlening af te sluiten en de gaten in de zeewering te dichten, tegelijkertijd slaat een geldlening een bres in de begroting.

*Voor Blokzijl geldt min of meer hetzelfde: een korte kustlijn.

De tweede langslepende zaak is die van de afkoop van de uitgang. De gemeente ligt al jarenlang in de clinch met de Erven J. Calkoen. De gemeente ontvanger rapporteert periodiek over de nog niet ontvangen belastingen en voor welk bedrag de gemeente begroting op dit onderdeel aangepast moet worden.

Bij de Erven J. Calkoen gaat het inmiddels om een reeks van jaren en loopt het bedrag fors op, in de notulen wordt geen bedrag genoemd maar het zou wel eens een vordering van enkele honderden guldens kunnen zijn. Er wordt juridisch advies gevraagd en de eerste proceskosten bedragen al 150 gulden.  De gemeente vindt het de moeite waard om daarin te investeren in de hoop dat er uiteindelijk een deel of de gehele vordering alsnog geïnd kan worden. De kost gaat voor de baat uit en iedere gulden die de gemeente ontvangt is een verlichting op de toch al zware lastendruk. Het is nog te vroeg om iets over de afloop van deze rechtsgang te kunnen zeggen.

Gemeenten zijn autonoom in het heffen van plaatselijke belastingen, na goedkering hiervan door Gedeputeerde Staten. De belasting op een uitgang kon betaald of afgekocht worden. Kennelijk hebben de Erven J. Calkoen geen van beide gedaan waardoor het conflict kon ontstaan. 

Beide zaken liggen als een steen op de maag van de raad maar meer nog van de burgemeester, de aanduiding hoofdpijndossier lijkt op zijn plaats te zijn. 

 

bijdrage geplaatst: 5 oktober 2016

afbeelding auteur: de Watersnood van 1916 eveneens langs de Zuiderzeekust

 

 

 

 

Trefwoorden:Watersnoodramp 1825
Periode:1825-1836
Locatie:Vollenhove