MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Grenzen

Verhaal

Ondanks een verenigd Europa bestaan er nog steeds grenzen. Grenzen aan wat we kunnen naar Mars en niet verder, een 8 en geen 9 voor een toets, een huis van 250.000 euro en niet van 350.000 euro. Op topografische kaarten staan tal van grenzen. In het veld zijn nog steeds grenzen zichtbaar.

Grenzen kennen we allemaal zichtbaar of onzichtbaar ze zijn er gewoon. Een vrijwel onzichtbare grens is een taalgrens. Twee aspecten daarvan: een dialect gaat zijn eigen weg en trekt zich van een provinciegrens of staatsgrens niets aan. Wie goed Gronings van het Hogeland beheerst kan zich tot ver in Duitsland langs de Duitse Waddenkust verstaanbaar maken. 

Op de grens van de kopfoto zal het dialect diffuus veranderen, dat wil zeggen met kleine stappen. Een klankverschil of een letter maar verder kan iedereen elkaar blijven verstaan.

De tweede taalgrens is die van de regels die we met elkaar hebben afgesproken: spelling. 

Een derde kwam enkele jaren geleden in beeld toen de redactie van het vaktijdschrift Onze Taal de lezers opriep om een verhaal te schrijven met stokloze letters. Alle letters moesten dus binnen de lijnen blijven.

De a, c en e zijn goede opties maar de b, d en f vallen af. Een goede beginregel is dan deze: sire er is een roos ze noemen uw roos irene etc.

Een vierde grens is een optische: die van de witregel. Wat is de functie van de scheiding tussen de regels en het witte deel? Wat wil een schrijver/ dichter tot uiting brengen als er veel wit tussen de regels wordt gebruikt of juist weinig. Yra van Dijk heeft daar plm. 15 jaar geleden onderzoek naar gedaan.

Terig naar de kopfoto want dat is de grens die we doorgaans het beste kennen. Wie een eeuw geleden op reis ging moest er rekening mee houden dat er tolhekken waren waarvoor betaald moest worden. Per voetganger, of stuk vee. Een loodje gaf vrijstelling voor een volgend tolhek. Wie een landsgrens passeerde moest over een geldig reisdocument beschikken. Wie in het verzet heeft gezeten weet dat je met een betrouwbaar document aan moest kunnen tonen dat je bij de verzetsgroep behoorde, vaak een door midden gescheurd stuk papier. De delen konden aan elkaar worden getoond. Een mooi woord voor dit gebruik is ,,sjibolet".

Maar provincies kenden ook hun grenzen en lieten die zien. De buurprovincie Fryslân zet bij alle toegengangswegen een bord: op de weg naar Kuinre (kopfoto) en bij de A - 32 om er in ieder geval twee te noemen. Op de foto bovenin is de grens tussen Fryslân en Overijssel te zien die tegelijkertijd ook de grens in tussen de gemeenten Weststellingwerf en Steenwijkerland. Dichterbij Steenwijk in de Klosse het Roekebosch loopt de grens met de provincie Drenthe en staan er grenspaaltjes. Aan weerszijde is een wapenschild aangebracht: het wapen van de natie Nederland met de wapenspreuk: Je Maintendrai en aan de andere zijde het wapen van de provincie in dit geval Drenthe.

Praktisch nut hebben de grenspalen nu niet meer, niemand die naar een bewijs vraagt waaruit blijkt dat je van de Roekebosscheweg in Overijssel naar Kolderveen in Drenthe mag gaan.

100 jaar geleden had de provinciale grenspaal als zichtbaar object nog een functie voor iemand die een straat- of reisverbod had: Tot hier en niet verder. De veldwachter, (gemeente of Rijks, bezoldigd of onbezoldigd) kon iemand die de grens was overgegaan aanhouden, terugsturen of in hechtenis nemen.

Op de afbeelding de situatie bij Roekebosscheweg 1 (links) en Kolderveen 106 (rechts) en de grenspaal Overijssel/ Drenthe in het midden.

 

Bijdrage geplaatst: 18 augustus 2016

Afbeeldingen: auteur

Trefwoorden:Grenspaal
Periode:2016
Locatie:De Klosse