MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Bekoelde sfeer op het stadhuis van Stad Vollenhove, of lijkt dat maar zo?

Verhaal

Spanning en sensatie in het stadhuis van Stad Vollenhove

Het zijn geen kinderachtige taferelen die zich in het najaar van 1914 ten stadhuize van Stad Vollenhove afspelen.

De gemeente opzichter vraagt om een nader onderzoek naar de uitlatingen jegens hem gedaan door de burgemeester. Het verslag laat enige tijd op zich wachten, de ingestelde Commissie moet hoor en wederhoor toepassen en zal naar waarheidsvinding op zoek zijn. Wie heeft nu precies wat gezegd en waarom in deze ronde bewoordingen. Is er sprake van een misverstand, is er sprake van miscommunicatie en wat was de aanleiding voor deze Vollenhoofse rel.

In een andere zaak spreekt de burgemeester over ,,leugens" als hem gevraagd wordt of hij een broodbakker in Blokzijl 61 broodkaarten heeft gegeven.

Wethouder A.H.baron Sloet van Marxveld bezoekt al enige tijd de College vergaderingen niet meer. Een van de raadsleden wil daar het fijne wel eens van weten. De wethouder neemt het de burgemeester vervolgens kwalijk dat hij in een openbare raadsvergadering citeert uit een vergadering van Burgemeester en Wethouders (B&W). Sloet van Marxveld bedankt kort na de installatie van de burgmeester in 1914 als wethouder omdat hij geen vertrouwen heeft in diens gevoerde beleid. Hij heeft zijn ontslagredenen ook aan de Kroon bekend gemaakt omdat hij geen vertrouwen meer heeft in de Minister van Binnenlandse Zaken als hij van gedachten wisselt over het door de burgemeester gevoerde beleid. Bij de verkiezing van een nieuwe wethouder wordt Sloet van Marxveld opnieuw bij meerderheid van stemmen gekozen maar weigert die benoeming aan te nemen. In de zomer van 1917 neemt Sloet van Marxveld ook ontslag als raadslid.  

En de gemeentesecretaris die tevens correspondent is van de Zwolsche Courant. Dat vraagt om een herziening van de instructie van de gemeentesecretaris. De wijziging behelst dat de gemeentesecretaris geen correspondent meer mag zijn van de Zwolsche Courant of enig ander dagblad. De gemeentesecretaris gaat tegen deze wijziging in beroep bij het College van Gedeputeerde Staten (GS). Vervolgens komt er een gedachtenwisseling tussen en B&W op gang.

In februari 1916 vraagt GS om nadere informatie beschikbaar te stellen waaruit onomwonden zou blijken dat de secretaris misbruik heeft gemaakt van zijn functie. Dat kan door het toezenden van berichten die in genoemde krant zijn geplaatst. In september 1915 is er al een raadscommissie ingesteld om deze bewijzen te verzamelen, het zou een kleine moeite moeten zijn om na zes maanden de gewraakte berichten naar Zwolle op te sturen zoals wordt gevraagd. Een van de raadsleden stelt voor om enkele door hem bewaarde exemplaren van de Zwolsche Courant op te sturen. Het wonderlijke is nu dat GS in mei, drie maanden na het eerste verzoek, opnieuw aan de raad om nadere bewijstukken vraagt. Een van de raadsleden wil eigenlijk een persoonlijk onderhoud met GS over deze zaak omdat hij de intentie van de beschuldiging (vermenging van het uitoefenen van verschillende functies door de secretaris) niet via geplaatste artikelen uit kan leggen. En tijdens deze raadsvergadering duikt een derde persoon op die het toneel betreedt: de gemeente veldwachter.

En nu is een redelijke reconstructie van het hele verhaal mogelijk. De aanleiding voor deze rel in Vollenhove is een door de veldwachter geschreven verslag, deze heeft dat verslag aan de burgemeester gegeven als chef van de politie en daarmee zijn directe meerdere. Feitelijk gaat het om een letterlijk citaat van enkele woorden uit dit verslag wat geplaatst is in de Zwolsche Courant. Nu krijgt een van de raadsleden toch een benauwd gevoel, want als er letterlijk is geciteerd uit een door de burgemeester/ chef van de politie beschikbaar gesteld verslag dan valt de secretaris verder geen enkel verwijt te maken. Hij heeft weergegeven wat er staat. Vervolgens staat ter discussie wie er aangedrongen heeft op het openbaar maken van het rapport van de veldwachter, is deze onder druk gezet en door wie? Door de burgemeester of door de burgemeester en de secretaris? Op een vraag of de burgemeester en de secretaris met leden van GS hebben gesproken geeft de burgemeester ten stelligste als anwtoord dat dit niet het geval is, echter de secretaris heeft een paar dagen eerder al laten weten dat dit wel het geval is geweest. Zo kraakt en piept en schuurt het toch allemaal wel heel erg op het stadhuis.

In augustus daaropvolgend laat GS aan de raad weten dat van de beschuldiging weinig overblijft omdat deze niet door enig bewijsmateriaal wordt gesteund. Daarmee is voor GS de kous af en de storm is overgewaaid. Waar GS dan ook moeite mee heeft is dat de instructie van de gemeente secretaris is aangepast zonder dat er een duidelijk aanwijsbare reden is die van doorslaggevend belang is om de wijziging te rechtvaardigen. Terugkomend op het rapport van de veldwachter, dat is ter beschikking gesteld door de burgemeester aan de secretaris/ correspondent. Daarmee was het openbare informatie geworden.   

Dan rolt de burgemeester bijna van zijn stoel als wordt gezegd dat hij verantwoordelijk is voor de ontstane situatie, de burgemeester laat echter niet over zich heen lopen en dient het raadslid van repliek.

De eindsituatie van dit slagveld is: de gemeentescretaris blijft in functie, de instructie blijft zoals die na de laatste wijziging is aangepast: de gemeentesecretaris mag geen andere functie vervullen zoals die van correspondent van de Zwolsche Courant of een ander dagblad.

Tussentijds kwam er nog een addertje onder het gras tevoorschijn: in juni (1916) zegt E. van Heerde Hz, smid in Stad Vollenhove, dat hij nog een vordering op de gemeente heeft. Opnieuw lijkt de secretaris onder vuur te liggen door het nalaten van een betaling. De burgemeester grijpt in en zegt dat de gemeente en daarmee de secretaris niets valt te verwijten en inderdaad Van Heerde moet kleur bekennen hij had de betaling niet ingeboekt.

Wat ook nog het vermelden waard is: het ontslag van gemeente geneesheer J.H. Halbertsma. De raad wil dat Halbertsma vertrekt en neemt ook een besluit in die richting. Het is het College van Gedeputeerde Staten dat de raad vraagt om dit besluit in heroverweging te nemen. Het duurt een paar maanden maar gelet op het feit dat de gemeente Stad Vollenhove periodiek een tegemoetkoming geeft voor huishuur geeft aan dat Halbertsma aan het werk is gebleven in Stad Vollenhove.

Tot slot wordt er een onderzoek ingesteld naar de werkwijze van de ambtenaren op de secretarie. Hoe loyaal staan zij ten opzichte van het College en de raad, en waarschijnlijk zal dat in hoofdzaak betekenen hoe loyaal zijn deze ambtenaren ten opzichte van de burgemester? In feit gaat het hier om de werksfeer op de secretarie. Kennelijk was die tot ver beneden het vriespunt gedaald, anders haalt zo'n opmerking de notulen van de openbare vergadering van de gemeenteraad niet.

Hoe het ook zij er wordt vrijwel iedere vergadering wel een keer geschorst om vervolgens achter gesloten deuren verder te gaan. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs verband te houden met de crisissfeer zoals hier geschetst, het kan zeker te maken hebben met de crisis in de wereld om Vollenhove heen: Wereldoorlog I. Dat raakt de inwoners van Vollenhove meer in hun dagelijks bestaan dan de sores ten stadhuize.  

De burgemeester van Stad Vollenhove gedurende deze perikelen is: Jonkheer Constant Leopold Balthzar Willem van Suchtelen van de Haare. Van 1906 - 1914 was Van Suchtelen van de Haare secretaris van het Watesrchap Vollenhove en van 1914 - 1924 burgemeester van de gemeenten Stad Vollenhove en Ambt Vollenhove, tevens was hij lid van de plaatselijke Schoolcommissie. Daar lijkt ook een addertje onder het gras te zitten, op 8 mei 1914 neemt hij afscheid van deze commissie nadat er onenigheid in de commissie is ontstaan. En een maand later wordt Van Suchtelen de Haare geïnstalleerd als burgemeester van Stad Vollenhove. Dan is hij als voorzitter van de gemeenteraad ineens betrokken bij het functioneren van de Schoolcommissie. Het is opmerkelijk dat hij de voorzittershamer bij de behandeling van dit agendapunt niet overdraagt aan de loco burgemeester. Een ander memorabel moment is wanneer een brief gericht wordt aan de raad maar de inhoud niet ter kennis wordt gebracht van de raad.De burgemeester volstaat met de opmerking dat de briefschrijver ,,niet ter zake kundig is" en dat het de bevoegdheid van de Minister is om een standpunt in te nemen. Op de vraag of de inhoud van de brief dan tenminste voorgelezen kan worden is het antwoord dat dit niet zal gebeuren. Het is opmerkelijk dat de burgemeester zelfstandig oordeelt dat de raad niet het bevoegde orgaan is, weliswaar is de burgemeester voorzitter van de gemeenteraad en heeft hij daardoor wel het recht om advies uit te brengen. Het is bijzonder dat de voorzitter dan weigert om een verzoek van een raadslid te honoreren: voorlezen van een ingekomen stuk gericht aan de raad. 

Vrijwel direct nadat Van Suchtelen van de Haare geen burgemeester meer is vertrekt hij naar Voorburg.

Aanvullend onderzoek van het bronnenmateriaal is nodig om een beter beeld van deze burgemeester te krijgen en of hij een brokkenpiloot is of dat het beginnersfouten zijn waardoor de politiek in Stad Vollenhove tamelijk onrustig verloopt gedurende enige tijd. 

 

Verhaal geplaatst: 15 maart 2016

Afbeelding: Kerkplein Vollenhove

Foto: Gemeentearchief Steenwijkerland, Beeldbank  

Trefwoorden:Stadhuis
Periode:1914-1916
Locatie:Vollenhove