MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Tuinman Gerard Hekking: 'Ik kon komen wonen in het voormalige koetshuis'

Verhaal

Tuinman Gerard Hekking: 'Ik kon komen wonen in het voormalige koetshuis'

Gerard is vijfendertig jaar de tuinman van landgoed ’t Rozendael. Door zijn vakmanschap wordt het zicht op en rond de buitenplaats bepaald.

Onder het genot van geurige koffie vertelt Gerard Hekking (1955) in de keuken van zijn woonhuis op de buitenplaats over zijn leven als tuinman. ‘In 1980 hoorde ik van mijn schoonvader, die bevriend was met tuinman Horselenberg, dat deze wilde stoppen met zijn functie op het landgoed. Ik heb toen gebeld naar de baron, maar iemand anders was mij voor. De tuin kwam er in de loop der jaren niet goed uit te zien. Ik heb de baron opnieuw gebeld en in september 1983 werd ik aangenomen. Ik kon komen wonen in het voormalige koetshuis.’

woning van tuinman Gerard Hekking.jpg
Hekking woont in het voormalige koetshuis op
't Rozendael. (foto: Arie Tinbergen)

 

Hekking heeft als specifieke zorg het onderhoud van de moestuin, de siertuin en de boomgaard van de buitenplaats. Op maandag begint hij de bloembakken rond de gebouwen te begieten. Daarna maait hij het gras, werkt in de moestuin van 25x50 meter, verricht het schoffelwerk en houdt de omgeving rond de vakantieboerderijen bij. Daarmee worden ook de overige dagen in de week gevuld; dat duurt van maart tot in oktober.

In de winter werkt hij in het bos en met de timmerman van het landgoed worden de gebouwen onderhouden. In het bos worden kleinere bomen gekapt en het hout gekloofd. In de beginjaren zat er veel werk in het bestrijden van de Amerikaanse vogelkers. Deze boom is vanuit Amerika ingevoerd, omdat hij over snel verterende bladeren beschikt die de arme zandgronden weer vruchtbaar konden maken. Een tweede reden was dat de boom snel groeit met een rechte stam, die geschikt was om de koolmijngangen te kunnen stutten.

De tuinen

Trots laat Gerard de verzorgde en opgeruimde tuinen zien. De achtertuin is verdeeld in twee helften en is gescheiden door een haag met een muur. Die muur dient van oudsher als scheiding tussen de moestuin en de siertuin. De ene helft ligt min of meer achter het voormalige koetshuis en bestaat uit een groot grasveld met een vijver, een moestuin en kassen. ‘Daar rechts zie je een doorgang in de haag. Zo ontstaat een zichtlijn tussen de beide tuinen. Je kunt vanuit de siertuin achter de buitenplaats rechtstreeks naar deze tuin kijken. De vijver in het gazon is verplaatst voor een betere verhouding.’ Het verplaatsen van de vijver was een hele klus: water wegpompen, kuil dichtgooien, nieuwe kuil graven en water erin met beplanting om de vijver. Gerard laat achter in de tuin een kas zien met een oude druivenboom, die zich naar beide zijden wijd vertakt heeft.

Het hele terrein is vanaf de veranda te overzien, desnoods met een verrekijker. Het oogt ruimtelijk, rustig en harmonieus. Vanaf de doorgang in de haag is aan de overkant van de siertuin een schaduwrijk laantje te zien onder het lover van bomen en langs een haag, een “berceau”. Deze werd in het verleden aangelegd om te voorkomen dat de dames te veel in het zonlicht liepen, want een bleke huidskleur was toen de mode. Vanuit dit laantje zijn op verschillende plekken kijkruimtes in de haag gemaakt om zicht te houden op de siertuin, zoals er ook een zichtlijn is gemaakt van de siertuin naar de moestuin.

doorkijk vanuit berceau op de tuin.jpg
Doorkijkje vanuit het bercaeu op de tuin. (foto: Arie Tinbergen)

 

Tenslotte toont Gerard het pad die hij om het weiland heeft aangelegd. Links tussen het weiland en het pad heeft hij een lange rij bomen geplant en rechts langs de buitenzijde een omzoming van rodondendrons. Vanaf de achterzijde van het weiland, waar een bankje staat, kan de baron tijdens zijn wandeling weer terugblikken op de siertuin en zijn buitenplaats. In het weiland lopen drie ezels rond die symbool staan voor het teken in het familiewapen: drie rode ezelskoppen.

“Zo dom als een ezel”, luidt het gezegde in de volksmond, maar volgens Gerard Hekking zijn ezels niet dom. ‘Als mijn vrouw met de auto thuis komt, dan blijven de drie ezels rustig, maar als ik thuis kom met dezelfde auto, dan zoeken ze contact door te balken.’

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:Landgoedeigenaren, 't Rozendael