MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Roderik Graf zu Castell Rüdenhausen: ‘Ik ben me bewust dat er meer op ons gelet wordt.’

Verhaal

Roderik Graf zu Castell Rüdenhausen: ‘Ik ben me bewust dat er meer op ons gelet wordt.’

Het is zo ongeveer het bekendste landgoed van Overijssel, kasteel Twickel bij Delden. Bewoner Roderik zu Castell Rüdenhausen loopt me met een brede glimlach en in stevige pas tegemoet om me te verwelkomen. Het sleutelen aan z’n auto, die de volgende dag een APK krijgt, maakt hij later wel af. We raken meteen aan de praat.

Roderik was als kind meer een doener dan een denker. Hij verbleef graag in het Twickeler bos om hutten te bouwen en over boomstammen te lopen die in het water dreven. Kinderen uit de buurt kwamen over en weer bij elkaar thuis. ‘Dat was een leuke tijd’, vertelt Roderik. ‘De basisschoolklas in Delden was niet groot, ongeveer vijftien leerlingen. Je speelde onbevangen met elkaar zonder onderscheid te maken. Op de havo in Hengelo en daarna het vwo in Almelo werd ik me meer bewust van mijn bijzondere woonomgeving. Het leven op school was in de jaren negentig heel dynamisch door allerlei subculturen: alto’s, skaters, hardrockers en gabbers. Ik vond het leuk om te zien, maar deed er niet aan mee. Ik had mijn eigen vrienden met wie ik in Hengelo ging stappen tot in de vroege ochtenduurtjes. Met hen heb ik nog steeds contact.’ Na het voortgezet onderwijs vertrok hij naar Delft, ver weg van huis, voor de studie Bouwkunde. Hij sloot zich aan bij het Delfts Studentencorps en hij pakte de trompet weer op die hij in Delden had leren bespelen bij de Drumfanfare.

Roderik keerde in 2013 terug in Delden en startte na banen in Amsterdam en Enschede in 2018 zijn eigen architectenbureau. ‘Ik werk veel in de renovatie en herbestemming van boerderijen. Vier dagen in de week zonder ik me af in een antikraak boerderij om me te concentreren op mijn werk. Bouwen met hout geniet mijn voorkeur: het is een natuurlijk product, snel te bouwen, duurzaam, milieuvriendelijk en passend in de omgeving. Bovendien is er genoeg hout te gebruiken uit het Twickeler bos.’ De andere dagen combineert Roderik het werk met de zorg voor zijn drie kinderen en meepraten op Twickel.

IMG-20200827-WA0007.jpg
Kasteel Twickel. (foto: Arie Tinbergen)

Aanpassing in bouwstijl en familielijn.

Gedurende de eeuwen dat kasteel Twickel bestaat is het van tijd tot tijd flink aangepast of uitgebouwd naar de wensen van de inwoners. ‘Het intrigeert mij hoe nieuwbouw verweven wordt met het bestaande en hoe het kasteel zo de geschiedenis met zich mee draagt.’, zegt Roderik. De zuidvleugel, waarin het gezin zu Castell Rüdenhausen woont, is in 1643 bijgebouwd door Johan II Van Raesfeld, die trouwde met de rijke Agnes van Munster. Adriana Sophia, hun kleinkind trouwde in 1676 met de rijke Hollandse edelman Jacob IV van Wassenaer Obdam. Daardoor kwam Twickel in bezit van die familie (1682-1831).  

Jacob IV liet de galerijvleugel aan de achterzijde van het kasteel bouwen. In 1831 komt het kasteel door een huwelijk in handen van de familie Van Heeckeren Van Kell. Het landgoed wordt verdubbeld tot 4.000 ha. en veel boerderijen werden tussen 1840-1870 vernieuwd. Zoon Rodolphe, die trouwde met Marie gravin van Aldenburg Bentinck, nam in 1883 Twickel over van zijn vader en gaf het interieur van het kasteel zijn huidige aanzien. Sinds zijn vroege overlijden in 1936 woonde zijn vrouw Marie als weduwe op Twickel totdat ze stierf in 1975. Het huwelijk bleef kinderloos. In 1953 bracht Marie Twickel onder in een stichting, waarbij ze statutair bepaalde dat ernaar gestreefd moet worden om het kasteel als een levend centrum een geheel te doen zijn met het bijbehorende gebied.  

‘Tante Miesschen’, zoals de gravin door Roderik familiair wordt genoemd, ‘bood via haar neef, mijn grootvader Siegfried zu Castell Rüdenhausen, het woonrecht op Twickel aan ten behoeve van mijn vader Christian.’ Zo kwam de familie zu Castell Rüdenhausen in 1982 in de zuidvleugel van het kasteel te wonen. Na het overlijden van zijn vader in 2010 kreeg Roderik het woonrecht op het kasteel.

IMG-20200827-WA0024.jpg
Achterzijde van kasteel Twickel. (foto: Arie Tinbergen)

Liever als graaf dan als Graf te leven.

Met zijn vrouw en drie kinderen woont Roderik met veel plezier op Twickel en denkt hij ook mee over het beleid van het landgoed. ‘We hebben de ruimtes in de zuidvleugel van het kasteel aangepast aan onze smaak en comfort, maar met behoud van waardevolle historische elementen, zoals enkele meubelstukken en de prachtige eeuwenoude houten vloer. Onze kinderen zijn nog erg jong, maar ze gaan later net als ik naar het onderwijs in de omgeving. Ik ben me bewust dat er meer op ons gelet wordt. Men kent ons en als er iets bijzonders gebeurt, dan wordt dat uitvergroot in de media. Het is niet zo dat ik daarover dagelijks denk. De mensen in de omgeving vinden het waardevol en bijzonder dat het kasteel nog wordt bewoond; dat zorgt voor levendigheid in en om het kasteel. Als bewoner vergader ik samen met de leden van het stichtingsbestuur en de rentmeester over het beleid t.a.v. landgoed Twickel. De ideeën van mij en mijn vrouw tellen mee, al moeten ze wel onderbouwd zijn.’

Doordat het geslacht Castell Rüdenhausen in 1901 in de Beierse vorstenstand werd verheven draagt Roderik de Duitse titel van Graf. Sinds de 10e eeuw was Castell echter al een eigen soevereine staat met eigen rechten en een eigen munt. ‘Nog steeds voelt de Fürst zich verantwoordelijk voor de zorg van de lokale gemeenschap’, vertelt Roderik. ‘Elk jaar worden diverse feesten en bijeenkomsten door hem georganiseerd en gefinancierd. De adellijke heer is nog redelijk autonoom, al heeft hij gelijke rechten als elke andere staatburger. Het betekent wel dat je altijd erg formeel behandeld wordt.

In Nederland is de koppeling tussen adel, grootgrondbezit en maatschappelijke verantwoordelijkheid behoorlijk vervaagd, waardoor de heer minder autonoom is en een adellijke titel ook wel wat meer op zichzelf staat. Misschien speelt mee dat Nederland een monarchie is, maar zich gedraagt als een republiek, terwijl de houding in Duitsland omgekeerd is. Daardoor heeft een adellijke titel in beide landen een verschillende betekenis. 'Ik vind voor beide houdingen wat te zeggen; het respectvolle en formele van de Duitsers, en het informele en toegankelijke van de Nederlanders.'

IMG-20200827-WA0023.jpg
Kasteel Twickel. (foto: Arie Tinbergen)

Het landgoed: verval en opleving

Het onderhoud aan bos en park rond kasteel Twickel, dat voor Roderik zo’n grote betekenis had als spelend kind en nu als architect, verminderde vanaf de Eerste Wereldoorlog. Het Engelse landschapspark met de meanderende paden rond de vijvers werd onder het beheer van Marie Van Heeckeren Van Wassenaer vanaf de jaren 1940 enigszins verwaarloosd. Na de dood van haar man in 1936 moest er bezuinigd worden door de weduwe. Het landgoed met het kasteel was lange tijd een in zichzelf gekeerd, gesloten bolwerk.

Vanaf de jaren tachtig werd het landgoed d.m.v. nieuwe plannen, mede geïnitieerd door toenmalig voorzitter Bernhard van Heek, steeds meer opengesteld voor het publiek. ‘Mijn vader Christian heeft zich mede ingezet voor het verbeteren van het landgoed en voor het opknappen van de tuinen, verklaart Roderik. ‘Het park werd gerenoveerd, zichtlijnen zorgden voor meer openheid en er kwamen nieuwe inkomsten uit de Landgoedwinkel. Bovendien werden evenementen zoals concerten en exposities georganiseerd. Machines namen het werk van mensen over en steeds meer werk werd uitbesteed, waardoor de personeelsbezetting in een halve eeuw van zestig werknemers kromp naar vijf.’

Economisch handelen en efficiënt werken was het devies vanaf de jaren tachtig, ook in de landbouw. Het neoliberalisme stimuleerde deze houding in belangrijke mate; het ging om grootschalige productie en mondiale verkoop. Het aantal boerderijen op het landgoed halveerde tot dertig stuks. Vanaf de jaren negentig werden voormalige boerderijen omgebouwd tot wooneenheden.

‘Nu staan we op een kantelpunt. Bij boeren is de rek eruit’, aldus Roderik. ‘Efficiënt en grootschalig boeren betekent ook veel investeren en met zware leningen aan het infuus van de banken hangen. Overheden en de EU leggen steeds meer regels op aan de boeren, die ook vaak weer wijzigen. Ze willen wel veranderen maar snakken naar een eenduidige visie van de overheid, waarop ze hun beleid kunnen bepalen.’

‘Twickel’, zo vertelt de Graf, ‘is een van de zeven pilots van de overheid ten aanzien van duurzame landbouw, waarbij het voor Twickel gaat om drie pijlers: verwaarding van de producten, herstel van de bodem en alternatieve energieopwekking. Veranderingen gaan langzaam. Misschien moet stichting Twickel de boerderijen die tot het landgoed behoren wel overnemen en de boeren in dienst nemen om het gewenste beleid te realiseren, maar in elk geval nu in overleg samen met de boeren een gemeenschappelijke koers bepalen.’

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:Landgoedeigenaren, Twickel