MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Pachtboer Harm Haasjes: ‘Het leven op de Oldenhof was als een paradijs op aarde.’

Verhaal

Pachtboer Harm Haasjes: ‘Het leven op de Oldenhof was als een paradijs op aarde.’

Harm Haasjes was tot 2016 pachtboer op de boerderij direct naast havezate De Oldenhof. Zijn familie woonde al generaties lang op het landgoed. 

Op 26 december 1936 ontvingen Hennie Voerman-Haasjes en Reint Haasjes hun derde kind, een zoon die Harm werd genoemd. Harm was vier jaar toen de oorlog uitbrak. Aan die tijd heeft hij nog levendige herinneringen. In het ‘kasteel’, zoals hij de havezate Den Oldenhof blijft noemen, woonde freule Isabella Sloet van Marxveld. ‘Elk weekend brachten mijn broers en ik melk en spek naar de freule’, vertelt Harm in onvervalst dialect. ‘In de hal stond een mooie grote trap met een brede leuning. Als de freule naar boven ging om iets te halen grepen wij onze kans. We renden de trap op en roetsten achter elkaar van de gladde leuning af. De freule had het wel door, maar deed alsof ze niets in de gaten had. Ze woonde boven met uitzicht over de gracht, de boerderij en de weilanden. Als ze jarig was kregen we een knaak. Beneden woonden de opzichter Broekhuizen en zijn vrouw.’

Razzia

In de oorlog hebben de Duitsers twee keer een razzia in de Noordoostpolder gehouden om jonge mannen te verzamelen voor de verplichte tewerkstelling in Duitsland.  ‘Ik zag bij de tweede razzia wel honderd materiaalwagens bij het kasteel staan, zoals een keukenwagen en een munitiewagen’ vertelt Harm. ‘Bij de razzia waren wel duizend militairen. Of die allemaal op de Oldenhof waren vraag ik me af. In het voorhuis van de boerderij zijn een aantal ondergebracht, ze maakten er een grote bende van. Rauter, de hoogste vertegenwoordiger van de SS, had de leiding en verbleef op het kasteel. Die was niet mals, je moest doen wat hij zei, zo niet dan werd je meteen afgevoerd. Mijn vader hield hem zoveel mogelijk te vriend, om erger te voorkomen.’ De Duitsers verbleven er ongeveer een week, daarna vertrokken ze omdat de razzia afgelopen was. In 1944 zijn in de polder enkele Lancasters, door de Duitsers neergeschoten. In de Oldenhof zaten een korte tijd twee Engelse en een Amerikaanse vlieger ondergedoken.

Onderduikers

‘Deze vliegers’, zei Harm, ‘zaten verborgen tussen het plafond en de vloer van de eerste verdieping. Later zijn ze ondergedoken in een boot in de kraggen, tussen het riet. Als wij in de gracht speelden zagen we soms de hoofden van deze onderduikers achter de ramen. Later, rond het jaar 2000, hebben de twee Engelsen, de co-piloot en de boordschutter, samen met hun vrouw de Oldenhof bezocht.’ Harm vertelde ook, dat later in 1944 een Duitse Messerschmidt BF109 is neergeschoten. ‘Ik hoorde snel achter elkaar pop…pop…pop…pop, daarna stortte met een draai het vliegtuig in de tuin. De Duitse piloot, Heinz Klöpper, ligt hier nog steeds ergens op het landgoed. Zijn nabestaanden hebben later De Oldenhof bezocht.’

Freules

Gedurende de oorlog bleef freule Isabella Sloet van Marxveld op Den Oldenhof wonen samen met haar ongetrouwde zuster, freule Jeanette ("Net") Juliana Sloet van Marxveld (1866-1946) en haar hondje Minca, een tekkeltje, die in de tuin een graf kreeg. Aan het einde van de oorlog kon de freule steeds moeilijker lopen.

Na de oorlog kon ze zich voortbewegen in een rolstoel. Ze kreeg vaak bezoek van haar nicht, freule Roëll (de particuliere secretaresse van de toenmalige koningin Juliana). Deze kwam aan in haar Dafje, dat werd gestald in het koetshuis. Dan toonde ze belangstelling voor de boerderij en vroeg ze hoe het met de koeien ging. Er waren in die tijd vijftien melkkoeien. Ook liepen er twee of drie varkens rond en enkele hengsten; de boerderij diende als dekstation voor varkens. Tot de jaren vijftig was er een hengstenhouderij, waar per jaar 140 merries werden gedekt. Op de akkers groeide koolzaad, blauwe maanzaad met papavers, graan en aardappels. 

‘Na de oorlog zorgde de Marshallhulp voor veel verandering’, vertelde Harm, ‘want via Steenwijk kwamen al gauw rijen met blauwe forten de Noordoostpolder in gereden, trekkers bedoel ik. Niet op onze boerderij, dat ging tot 1956 nog met paard en wagen. Er kwam wel een kleine weidetrekker en in de jaren vijftig de melkmachine. Op het land werd maïs verbouwd als nieuw gewas. De boerderij bleef een klassiek gemengd bedrijf.’ 

Isabella Sloet.jpg
Wilhelmina in de tuin van Paleis het Loo 1908, rechts gezeten met de hofdame
Isabella Sloet (staand in het midden) naast gouvernante Miss Elizabeth Saxton Winter
en hofdame Catharina Sloet links gezeten. (collectie Jan Wester)

Verandering vanaf de jaren zeventig

Vanaf de jaren zeventig veranderde er veel op Den Oldenhof en de boerderij. Vanaf de oorlog tot aan 1970 was Tjeard Hoekstra de tuinman op De Oldenhof. Hij zorgde voor de ordening in en om de havezate: koetsen en brikken werden opgeruimd en de tuin werd onderhouden. Later werd hij wethouder in de gemeente Vollenhove. In 1972 overleed plotseling Harms vader Reint, aan een hartstilstand. Een jaar later overleed freule Isabella Sloet van Marxveld in de leeftijd van 99 jaar. De Oldenhof kwam in handen van neef Jan Willem Sloet van Oldruitenborgh, die begon met een grondige renovatie. De gebouwen en het land werden ondergebracht in de stichting “De Oldenhof”. Maar Harm bleef Oldenhof altijd Den Oldenhof noemen, omdat dat de historische naam is.

‘Sloet vroeg mij’, zo vertelde Harm, ‘of ik de boerderij wilde overnemen. Ik werkte al op de melkveehouderij van schoonvader Roebers. Door een maatschap op te richten kon de melkveehouderij samengevoegd worden met de vijfentwintig bunder land, dat ik pachtte van de stichting Den Oldenhof. Gedurende veertig jaar ben ik bezig geweest met het opknappen van de boerderij: eerst het voorhuis en daarna het achterhuis en het koetshuis. Het fundament was gebouwd op zeezand met daarop een laag zwerfkeien en dan weer zeezand. Toen vanaf 1973 Den Oldenhof werd verbouwd lag alles op z’n kop, zowel in als om het gebouw. De gracht moest worden uitgebaggerd, muren moesten in de gracht aangebracht worden en in de grond werden leidingen geplaatst.’ Jan Willem Sloet en zijn vrouw reisden elk weekend en vaak ook door de week met hun auto van kasteel de Slangenburg in Doetinchem, waar ze in een bijgebouw woonden, naar Den Oldenhof bij Vollenhove. ‘Er werd vergaderd bij ons in het voorhuis’, zei Harm. ‘Dit veranderde toen er een caravan voor de havezate werd geplaatst, om te dienen als vergaderruimte. Er was onderling een goede verstandhouding, zowel tussen mevr. Sloet en mijn vrouw Hennie Roebers, als tussen meneer Sloet en mij. We hadden beiden belangstelling voor de geschiedenis. Ik heb nog veel spullen uit Den Oldenhof bewaard, die anders waren weggegooid.’ In 1994 overleed Jan Willem Sloet van Oldruitenborgh en twee jaar later zijn vrouw Johanna Leonora Sloet-van Dedem. Hun dochter Clara nam in 1996 haar intrek in Den Oldenhof.

Verhuizing

‘Clara Sloet had een eigen visie op het beheer van het landgoed’, vertelde Harm. Ze wilde niet dat op het land gif werd gebruikt. ‘Ik wil ook biologisch boeren, maar soms is gif nodig, zoals het wel eens nodig is om aspirine te nemen tegen kiespijn.’ Voor de geschiedenis had ze minder belangstelling, ze wilde vooruitkijken. Door het verschil in opvattingen werd overleg moeilijker. Het werk op de boerderij veranderde ook door intensievere regelgeving. Het vee moest voor de beweiding drie kilometer verder getransporteerd worden naar de boerderij van de zoon van Harm. Dat werd moeilijker doordat de regels strenger werden. ‘Mijn zoon bouwde een extra veestal om het slepen van de koeien te stoppen. Ik ben toen schapen gaan houden. In 2000 kwam Clara Sloet op Tweede Kerstdag mij feliciteren met m’n vierenzestigste verjaardag. Op Nieuwjaarsdag overleed plotseling mijn vrouw Hennie. Daarna brak een moeilijke tijd aan. Ik had gehoopt en verwacht op de boerderij te kunnen blijven wonen, waar ik altijd had geleefd. Ik kende er alle bomen, waarin ik in mijn jeugd had geklommen en ik wist de geschiedenis van elke vierkante meter van het landgoed. Voor mij is het een paradijs op aarde. Ik kreeg nog pachtverlenging, maar uiteindelijk moest ik in 2016 verhuizen naar De Wal in Vollenhove, omdat de boerderij in erfpacht werd uitgegeven.’ 

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:De Oldenhof, Landgoedeigenaren