MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Jodenvervolging in Steenwijk

Verhaal

Jodenvervolging in Steenwijk

Pas na de overgave van Duitsland in 1945 ontrolde zich op een pijnlijke wijze de volle omvang van hét dieptepunt in Steenwijks recente geschiedenis: de meedogenloze moord op circa vijftig Steenwijkers van joodse komaf. Zij -en naar schatting ruim zes miljoen joden- vonden tussen 1940 en 1945 de dood door Hitlers aangewakkerde antisemitisme en nazirassenhaat.

Opnieuw -als al zo vaak na de diaspora- werden de joden geslachtofferd als zondebokken, nu als gevolg van de frustraties die het Duitse volk over had gehouden aan de Eerste Wereldoorlog. In zijn Mein Kampf schreef Hitler, dat de joden de oorzaak waren van dit Duitse oorlogsverlies. ‘Indien men bij het begin of tijdens de oorlog twaalf- of vijftienduizend van die Hebreeuwse volksmisdadigers op het slagveld maar eens onder het gifgas had gezet, zoals dat met honderdduizenden van onze beste Duitse arbeiders uit alle lagen van de bevolking is gebeurd, dan zouden de miljoenen slachtoffers niet voor niets zijn geweest.’

Haatzaaierij

Het hiermee door Hitler gezaaide zaadje van onrust op de al eeuwenoude antisemitische voedingsbodem, groeide vooral na zijn benoeming tot rijkskanselier op 30 januari 1933 uit tot een boom van (dodelijke) haat jegens alles en iedereen wat joods was. Zelfs toen de Duitsers op alle oorlogsfronten aan de verliezende hand waren, wijdden de nazi's zich nog met waanzinnige overgave aan de uitroeiing van hun vermeende vijanden, de joden. Er wordt wel gesproken dat dit dan ook de oorlog  was die Hitler wel heeft weten te winnen.

Voor Steenwijk had de Holocaust tot gevolg, dat de groep joden die de pogrom had weten te overleven te klein was geworden om de Nederlands-Israeitische Gemeente (kille) na de oorlog voort te laten bestaan. Deze teloorgang betekende het einde van een eeuwenoude joodse traditie in Steenwijk.

Geleidelijk isolement

De na de Nederlandse capitulatie verwachte wreedheden gericht tegen joden bleven aanvankelijk uit. Het tegendeel was eigenlijk het geval. De joden werden net zo behandeld als alle Nederlanders. Het joodse leven kon hier dus weer op gang komen en ook de synagoge-diensten werden redelijk snel hervat. Het zou echter allemaal gaan veranderen. De eerste Duitse maatregelen die de joden hier troffen werden in juli 1940 van kracht. De winkels mochten toen niet meer op zondag geopend zijn en het ritueel slachten werd verboden. Het trof een belangrijk deel van de Steenwijker middenstand die naar verhouding uit veel joodse ondernemers bestond. Het waren de eerste uit een reeks verholen anti-joodse maatregelen. Ze golden voor iedere Nederlander maar alleen de joden ondervonden er ongemak van. Eind 1940 werd een echt discriminerende verordening van kracht. Iedere ambtenaar werd verplicht een zgn. ariërverklaring te ondertekenen. Het niet willen of kunnen ondertekenen van de verklaring dat ondertekenaar niet van joodse komaf was, betekende ontslag uit overheidsdienst. In Steenwijk trof deze maatregel twee onderwijzers en de directrice van de openbare leeszaal. Uit solidariteit traden ook enkele bestuursleden terug.

Anti-joods maatregelen

Het betekende de opmaat naar meer anti-joodse maatregelen. Op tien januari 1941 trad de verordening in werking betreffende de ‘Aanmeldingsplicht van personen van geheel of gedeeltelijken joodschen bloede’. Concreet hield deze in dat personen die tenminste van één joodse grootouder stamden zich vóór 24 februari moesten aanmelden bij de burgemeester. In Steenwijk beantwoordden 109 mensen aan de gestelde maatstaven en hebben zich aangemeld. Na de zelfbevestiging werden door de Duitsers steeds meer en steeds ernstiger maar vooral vernederende maatregelen afgekondigd. De „J" in het persoonsbewijs. Vanaf 12 maart '41 kregen alle joodse ondernemers een bewindvoerder (Verwalter) toegewezen. Veelal NSB’ers of vage Duitsers. Roefridders met maar een doel: het kaalplukken van de joodse zaken ten gunste van de nazi’s. Op 1 april werd de joden de toegang tot cafés verboden. Later stonden er verbodsborden bij het zwembad en park Ramswoerthe. In 1942 kwam wel de meest beruchte en meest vernederende maatregel. Alle joden werden gedwongen in het openbaar een Davidster te dragen. Al deze verordeningen hadden louter en alleen ten doel om de joden steeds meer uit de Nederlandse samenleving te verbannen. De reactie van diverse Steenwijkers was tegenover gesteld. Zij brachten juist extra bezoeken.

Werkkampen

Met de invoering van de werkkampen gingen de Duitsers vele stappen verder. Die maakten deel uit van de perverse nazi-tactiek van isolering, concentratie (het verwijderen uit de samenleving van joden) en gevangen nemen. De werkkampen bleken niets meer te zijn dan de voorportalen van de gewisse dood in Oost-Europa. Aanvankelijk moesten zich eerst alle joodse werklozen melden. Later alle joodse mannen tussen 16 en 65 jaar. De meeste Steenwijker joden die zich gemeld hebben, deden dat in Staphorst. Er ontsnapten enkelen en doken onder. Met de beruchte gevangenneming van 3 oktober 1942 gingen ze naar Westerbork en verder. Eind 1942 hadden al tien joodse Steenwijkers de dood gevonden in Auschwitz. Op dat tijdstip leefden nog zestien in Steenwijk. De rest was ondergedoken, mede dank zij de hulp van velen in deze omgeving. Niet ongenoemd mag politie-inspecteur Bergsma blijven Hij liet joodse Steenwijkers waarschuwen wanneer er een gevangenneemactie tegen hen dreigde. Bergsma’s rol is levensreddend geweest voor velen; andere dachten dat het nog wel mee zou vallen. ‘We worden tijdelijk ergens anders geplaatst: de oorlog zal wel niet meer zo lang duren en dan komen we gewoon weer terug.’

Verboden gebied

Op 10 april 1943 werd de provincie Overijssel tot verboden gebied verklaard voor joden. De tot dan toe nog aanwezige joden in Steenwijk moesten zich vóór die datum melden in het kamp te Vught. Dertien mensen hebben hieraan gehoor gegeven en zijn daar naar toegegaan. Onder hen de weduwe Clara van der Horst - Nihom met haar drie kinderen. Zij is diverse keren hulp aangeboden bij het vinden van onderduik. Zij weigerde dit om religieuze redenen. Het lot van dit viertal laat zich raden. Na deze verwijderingsactie, zoals die officieel genoemd werd, was Steenwijk jodenvrij op een viertal na dat hier nog verblijf mochten houden dankzij het feit dat ze gemengd  gehuwd waren. Het allergrootste kwaad was toen nog niet geschied. Dit zou een maand later gebeuren. Toen werd het grootste deel van de Steenwijker slachtoffers te Sobibor vergast.

Joods bezit

Na het vertrek van de joden werden op last van de Duitsers  de joodse woningen ontruimd. Ook de woningen van hen die waren ondergedoken. De  inventarissen werden geadministreerd en daarna werden de woningen leeggehaald en de meubels opgeslagen in de synagoge, de joodse school en de voormalige sigarenfabriek De Tabaksplant. Na de oorlog bleek dat veel meubels waren verdwenen. De lege woningen werden weer verhuurd of verkocht.

Joods erfgoed

In religieuze zin was de kerkelijke gemeenschap direct na de bevrijding al ten dode opgeschreven. Te weinig lidmaten waren overgebleven om de synagoge en een leraar te bekostigen. De synagoge werd in 1952 verkocht. Uiteindelijk in 1964 werd officieel de Israëlitische gemeente opgeheven en sloot een klein aantal lidmaten zich aan bij de Joodse gemeente in Zwolle. De joodse begraafplaats kan beschouwd worden tot het laatste stukje joods erfgoed in Steenwijk. Het is in het beheer van het Nederlands-Israëlitische Kerkgenootschap. De gemeente Steenwijkerland doet het onderhoud. Een groep vrijwilligers zorgt voor extra’s als onderhoud van de grafstenen en het reinigingshuisje.

Hoeder van het Joodse erfgoed in Steenwijk

De laatste twee die hun eeuwige rustplaats op de joodse begraafplaats kregen waren het echtpaar Jaap en Suze Slager-de Wied. Beiden wisten door onder te duiken de nazi’s te overleven. Jaap Slager overleed in 2012 en was tot zijn dood de hoeder van het Joodse erfgoed in Steenwijk. Zijn vrouw overleed in 2013. Voor deze twee eindigde met hun dood pas de Tweede Wereldoorlog. Met hun sterven waren zij niet alleen de laatste Steenwijkse overlevenden van de Holocaust, maar ook de laatsten uit een hele lange Steenwijks/joodse geschiedenis. Nu heeft Steenwijk geen levende joodse traditie meer.

Bronnen: Gemeentearchief Steenwijkerland, Cassettes met vraaggesprekken gevoerd in de tachtiger jaren door de auteur.

Auteur:Teun Smit
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Joden, Vervolging, Nazis, Steenwijk