MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Ernestine van Ittersum-Blankenheym: 'De verbetering van de tuin had heel wat voeten in de aarde'

Verhaal

Ernestine van Ittersum-Blankenheym: 'De verbetering van de tuin had heel wat voeten in de aarde'

Ernestine van Ittersum-Blankenheym (Zutphen, 1948) is de echtgenote van Willem Hendrik van Ittersum. Het echtpaar woonde van 1978 tot 2018 op buitenplaats ’t Rozendael bij Heino.

Adolph Wolff Cornelis Hendrik van Ittersum (Dolph), de vader van Willem Hendrik, bewoonde met zijn vrouw Gesina Anna Christina Arriëns (1911-2007) vanaf 1942 het landgoed ’t Rozendael. Het was geen makkelijke tijd om op ’t Rozendael te wonen. Met regelmaat zijn er mensen opgevangen die problemen kregen door de oorlog. Tegen het einde van de oorlog hebben de Duitsers de buitenplaats gevorderd voor onderdak van de bemanning van het afweergeschut, dat in de weide voor ’t Rozendael was geplaatst. De geallieerden wierpen bommen op de spoorlijn, die door het landgoed liep. Na de oorlog bood het gezin lange tijd gastvrijheid aan familie en vrienden voor vakanties. Dolph overleed in 1963 op tweeënzestig jarige leeftijd, waarna zijn zoon Willem Hendrik in de leeftijd van zesentwintig jaar de opvolger werd. Hij trouwde in 1974 met Ernestine van Ittersum-Blankenheym.

Leven op de buitenplaats

Ernestine: “Tot mei 1976 woonden we nog in Den Haag met twee kleine kinderen. Sedert onze huwelijk gingen we ieder weekend naar Heino. Nadat de moeder van Willem Hendrik naar Gorssel verhuisde, woonde ik de meeste tijd alleen op ’t Rozendael omdat mijn man zijn werk in Den Haag had. Ik vond het een zware tijd, want alleen in zo’n groot huis met kleine kinderen voelde ik me niet veilig. Door mijn fantasie had ik de neiging om onder het bed te kijken of er niemand onder lag.’ Ter geruststelling kwam de zoon van de toenmalige tuinman Horselenberg ’s nachts slapen. In 1978 kon haar man permanent zijn intrek nemen op ’t Rozendael. Ernestine had interesse in de geschiedenis van de familie en ze had veel aandacht voor een goede onderlinge sfeer binnen de familie van Ittersum. De buitenplaats werd geheel naar hun smaak ingericht, waarbij de wanden van de woonkamer werden behangen met familieportretten. De collectie portretten en andere erfstukken dateert vanaf de zeventiende eeuw en is niet gering. Het is door de Engelse weduwe Phyllis Walters in kisten naar ’t Rozendael gestuurd na de dood in 1935 van haar man dr. Arnold Hendrik van Ittersum.

perceau.jpg
De bercau op 't Rozendael. (foto: Arie Tinbergen)

De buitenplaats: plek van ontmoeting

Samen met haar man heeft Ernestine hun buitenplaats altijd opengesteld voor de familie van Ittersum uit de Utrechtse tak, zoals was vastgesteld in de statuten van de ‘Stichting’. De familie bestond in het begin uit acht leden, maar groeide in de loop der jaren uit tot dertig die als achternaam van Ittersum droegen. Ze werden elk jaar op 19 november op ’t Rozendael verwelkomd met een diner, verzorgd door de vrouw des huizes. De datum had betrekking op de trouwdag van F.A.R.A. (Arnold) baron van Ittersum. Om de vijf jaar vindt bovendien een reunie plaats met alle takken van de familie. Naast de ontvangst van de familieleden werd er ook vaak vergaderd op de buitenplaats. Samen met haar man zorgde ze voor een ontspannen en gezellige sfeer op de buitenplaats. Ook de personeelsleden waren elke ochtend om tien uur welkom in de keuken om gezamenlijk koffie te drinken. Men voelde zich thuis bij de van Ittersums, wat blijkt uit de vele jaren dienstverband van de meeste personeelsleden. Gerard Hekking onderhoudt de tuin vijfendertig jaar. Wim Bos, de timmerman, is 26 jaar in dienst en Henk Snelling verzorgt twintig jaar de administratie. Agnes Dartel is ruim twaalf jaar voor de familie de steun en toeverlaat in het huis. Tenslotte werken Erik Burgers en  Eric Wender vele jaren als vrijwilligers op het landgoed. Voor Willem Hendrik nam het beheer van het landgoed veel tijd in beslag. Hij zette zich volledig in voor het behoud en zo mogelijk de uitbreiding van landgoed ’t Rozendael en voor het Overijssels landschap.  

’t Nijenhuis: landgoed en kasteel

De aanschaf van het nabijgelegen landgoed ‘t Nijenhuis lukte in 1987 mede door de opbrengsten van de zandwinning nabij Kampen. Daar was veel zand nodig als ondergrond voor de bouw van de nieuwe wijk ‘Het Onderdijks’ langs de IJssel. De ‘Stichting’ bezat een zandput van negen hectare in de uiterwaarden van de Nieuwe Scheere bij Kampen, met een boerderij. Na de zandwinning is dit bezit verkocht om met die opbrengsten landgoed ’t Nijenhuis met vijf boerenerven aan te schaffen. In een van deze erven woont nu Ernestine, nadat de boerderij grondig is verbouwd. In 1934 probeerde F.A.R.A. (Arnold) baron van Ittersum ’t Nijenhuis over te nemen toen het te koop stond. Hij dacht dat het zou lukken, omdat hij bij de onderhandelingen als enige een hoge hoed droeg tussen vijf boeren met een pet op. Maar iemand deed namens de NV Ankersmit Katoenfabriek in Deventer een hoger bod. ‘Ik ben blij dat die koop niet is doorgegaan', vertelt Ernestine. Wat moet je met zo’n groot gebouw?’ Nu is er een gemeenschappelijk beleid t.a.v. het landgoed ’t Rozendael-’t Nijenhuis.

FARA van Ittersum.jpg
F.A.R.A. van Ittersum (Huisarchief Van Ittersum)

Tuin

Behalve haar belangstelling voor de geschiedenis van de familie en haar sociale inzet op de buitenplaats had Ernestine van Ittersum een passie voor de tuin. Samen met tuinman Gerard Hekking heeft ze veel gewerkt aan de verbetering ervan. Rond 1980 is Piet Oudolf, een internationaal befaamde tuinarchitect, door haar man gevraagd om een ontwerp van de tuin te maken. 'Toen ik na een vergadering van de ruilverkaveling thuis kwam, verheugde ik mij om de vijfblokken beukenhagen van vijf bij vijf meter te zien liggen. Deze waren bedoeld als verrassingselementen en Gerard zou ze planten. Toen hij daarmee bezig was kwam mijn man naar buiten en vroeg hem ermee te stoppen, want hij vond het maar niets. Het leidde tot een flinke echtelijke ruzie, maar natuurlijk is het goed gekomen. Ik vind dat het een prachtige evenwichtige tuin is geworden, maar het had wel heel wat voeten in de aarde. Samen met Gerard heb ik veel meegewerkt aan de beplanting in de borders. Die beplanting is na het ontwerp van Piet Oudolf weer flink veranderd . . . ach, zo gaat dat. Volgens de tuinarchitect moesten de hagen ook hoger komen te staan. Groen is groen, had Gerard gezegd en daar bleef het bij.’

tuinas.jpg
De tuinas van 't Rozendael. (foto: Arie Tinbergen)

*Van Ittersum en de drie ezelskoppen

 Van Ittersum is een oude adellijke Overijsselse familie met een eigen familiewapen: drie rode ezelskoppen op een zilverkleurig schild. De merkwaardige oorsprong ervan is in 1867 opgenomen in het boekje “iets over de oorsprong, de naam en het wapen van het geslacht Van Ittersum”, geschreven door F.A.S.A. (Arnold) baron van Ittersum. Volgens de traditie zou de naam Van Ittersum en het wapen met de drie ezelskoppen zijn ontstaan in de tijd van Karel de Grote. Een hoveling zou tijdens een toernooi de keizer uit het zadel hebben geworpen toen hij tegen hem op rende. De keizer riep toen boos: ‘Je bent een ezel.’ De hoveling reageerde daarop met: ‘Ik ben het drie keer.’ In de heruitgave van het boekje in 1903 staat nog een verwijzing naar de betekenis van de naam Van Ittersum: ‘dit ben ik drie maal.’ Traditie komt voort uit oude verhalen; tot op de dag van vandaag lopen achter de buitenplaats ’t Rozendael drie ezels in de wei en staan drie rode ezelskoppen op een zilverkleurig schild de bezoekers op te wachten bij de entree van de buitenplaats.

 

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:'t Rozendael, Landgoedeigenaren