MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

'Een hart van goud...'

Verhaal

Op 9 april 2020 verschijnt het boek De Oorlogstapes. Dit gaat over het dagelijks (over)leven onder nazivlag in Steenwijk door middel van verhalen die 35 jaar geleden zijn opgenomen op cassettes en anno 2020 zijn uitgewerkt en vervat in een bijzonder boek. Een pakkend verhaal wat hieruit te destilleren valt, is dat van Jannes. Zijn achternaam blijft hier achterwege maar is bij de auteur bekend. Jannes kwam uit een NSB-familie, wat woonachtig was aan de Kallenkoterallee in Steenwijk. Deze familie wordt genoemd in de gesprekken van Harm Klasens en Ru Buisman, en dat niet voor niks. Het vormt een voorbeeld van hoe de Tweede Wereldoorlog bizarre wendingen in een familie teweeg bracht.

Ru Buisman leerde Jannes voor de oorlog kennen bij de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale. “Toen een goudeerlijke vent. Hart van goud. Hij kon niet liegen. Bij Pit, de kolenhandel in de Weemstraat waar ik werkte,  hadden we een knecht nodig en ik dacht aan Jannes. 'Goh joh, wil je niet bij ons komen?' Nou, dat leek hem wel wat. Hij kwam bij ons aan het werk. Het was een flinke stevige vent. Maar op een gegeven moment wilde hij bij de SS. Ik heb geprobeerd hem daar van af te houden: ‘Maar Jannes, moet je eens luisteren. Je weet best dat dit helemaal niet goed is. In de onze jeugdbeweging heb je ook niet geleerd om zo om te gaan met de vijand.’ ‘Nee, maar Duitsland wint de oorlog en dan krijg ik straks een boerderij in Engeland.’ Hij was denk toen 17 of 18 jaar. Ik heb alles geprobeerd om hem van dit voornemen af te brengen. Dat is niet gelukt en hij heeft zich bij de SS aangemeld.” Jannes heeft aan het Oostfront gevochten. Op een keer kwam Ru hem in de stad tegen in SS-uniform. “Hij had een stijve poot omdat hij gewond was geraakt door een granaatscherf in zijn knie. Hij liet mij die scherf zien en heeft mij die gegeven. Ik heb hem jaren bewaard maar ik ben hem kwijt. Die jongen ging bij de SS omdat zijn vader een heel slechte jeugd gehad heeft. Die was werkloos en wilde Jannes er voor vechten om het beter te krijgen. Jannes is helemaal verpest. De volgende dag ging het natuurlijk al rond dat ik met een SS’er had gesproken."

Nog een ontmoeting

Ru had nog een keer tijdens de bezetting een ontmoeting met Jannes. Een hele opmerkelijke, voor zijn gevoel. "Op een zaterdagavond liep ik met mijn vriend door de stad en kwam er een stelletje moffen bij het Posthuis aan de Paardenmarkt weg. Wij stonden halverwege de Woldstraat waar nu de waterpomp staat. Mijn vriend vertrouwde het niet: ‘Laten we maar weggaan.’ 'Ben je bedonderd! We gaan gewoon door!’ Die lui waren hartstikke dronken en hadden de revolvers in de hand waarmee ze zwaaiden. Het waren er wel 10 of 12. En ik zie ineens Jannes erbij lopen, als Feldwebel. En je gelooft het òf niet! Ik ben naar hem toe gegaan: ‘Jannes, denk nou eens eerlijk terug aan wat je vroeger in de jeugdbeweging geleerd hebt!’ ‘Ja Ru, ja…’ en hij schreeuwde een commando en die moffen schieten in de houding en ze marcheerden daarna verder. Dit is historisch!

Het gekke is, dat Jannes 20 jaar gevangenisstraf heeft gekregen, want hij heeft op de dag voor de bevrijding in Colmschate een stuk of vier mensen doodgeschoten. Dit had ik nou nooit achter die jongen gezocht. Hij heeft uiteindelijk 12 jaar gezeten. Ik herinner mij nog dat hij vrij kwam. Ik werkte op de Sociale Dienst en daar hadden wij een meldingspost Werkloosheidswet. En wie zit daar? Jannes. ‘Ha Ru,’ zei-ie. ‘Goh joh, wat ben je toch wit geworden!’ ‘Ja, 12 jaar gevangenis gaat je niet in de koude kleren zitten.’ Wapstra is inmiddels overleden. Toch blijf ik erbij dat die vent een hart van goud had. Dat hij zich toen gemeld heeft, heeft ie gedaan in de overtuiging dat hij de wereld zou verbeteren. Eerlijk gezegd, ik had meer respect voor lui die er bij gingen uit overtuiging, dan lui die hier in Nederland bleven en de boel gingen verraden. Jannes was niet zozeer een verrader, want dan had hij mij ook wel aan kunnen brengen. Hij wist niet dat ik in de ondergrondse zat. Maar toen in de Woldstraat en dat ik naar hem toe liep, dat kon ik gewoon doen. Ik deed dit voordat ik er erg in had."

Dolle Dinsdag

Harm Klasens woonde ten tijde van Dolle Dinsdag  (5 september 1944) , de dag waarop veel NSB’ers halsoverkop Steenwijk verlieten richting Duitsland vanwege de vele geruchten omtrent de komst van de geallieerden, aan het begin van de Kallenkoterallee. De geruchtenstroom had de uitwerking op de NSB-populatie niet gemist. Volgens Klasens was die dag een beetje somber en heiig. “Wij stonden ’s middags met groepjes in het paadje langs de Kallenkoterallee en daar komt een stelletje van de NSB aan. Deze familie was heel fel. Een zoon van hen was meen ik aan het Oostfront. Nou, zij gingen er langs. Bepakt en gezakt. Wij stonden wat te ginnegappen en te gniffelen toen ze voorbij liepen. Ze waren misschien nog geen tien meter verder toen moeders riep: ‘Wacht maar dat we terug komen. Dan kriegen wij joe wel!’ Dit was dus voor ons een leuk moment. De gekste geruchten deden de ronde. Waar ze weg kwamen mag Joost weten. Maar ze werden voor waarheid opgevat, vandaar de vlucht van NSB’ers naar Duitsland. Bij ons begon de stemming te stijgen waar die van de andere partij daalde. Wij wilden wel juichen. Maar buiten kon je dat niet doen, natuurlijk; je keek wel uit. De vlag lag bij wijze van spreken al klaar.” Niet gek lang daarna kwam de NSB-familie weer naar huis.

Moorden

Ruim een half jaar later beging Jannes zijn erge misdaden waarvoor hij veroordeeld is. En dan wordt in dit verband een dagboek van Ru interessant. Hij schrijft namelijk op 26 april dat hij zijn vriendin in Assen bezoekt die tijdelijk bij haar tante is omdat zij Steenwijk uitgetrokken was in verband met de verplichte tewerkstelling in het lazaret. Daar woonde ook een evacué-echtpaar, de familie Van Wijngaarden uit Rheden. En hij was erbij toen dit echtpaar de hele droevige tijding kreeg dat hun zoon Japie voor enkele weken eerder doodgeschoten was in Deventer. Documentatie anno 2020 leert, dat dit niet in Deventer gebeurd is maar in Colmschate. En dan is één en één twee en is het verband gauw gelegd: Jannes was dus mogelijk de moordenaar van Japie, in ieder geval zeker medemoordenaar. Dit kon Ru toen niet bevroeden en misschien later ook wel niet omdat hij er in zijn gesprek niets over zegt. Deze moorden werden gepleegd in het zicht van de bevrijding. De toestand van de door de Canadezen opgegraven lichamen waren zelfs voor hen onthutsend. Bekend is, dat de tien gevangenen hun eigen graf moesten graven en daarna gruwelijk zijn doodgemarteld.

Afrekening

Na de oorlog kwam dus voor de familie de gerechtelijke afrekening. Zoals geschreven Jannes werd op 2 november 1948 tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld na een eis van levenslang. Ook moeder moest zich verantwoorden voor haar rol. Dan is het inmiddels een jaar na de bevrijding. Motivatie voor het NSB-lidmaatschap was de verwachte verbetering van de toestand. Maar daar had ze ter zitting spijt van. Daar tegen pleitten feiten als het werken als schillenvrouw op de kazerne. Het leverde haar fl. 55,00 per maand op wat ze naar haar zeggen goed gebruiken kon. Het geld dat haar zoon ontving gebruikte ze niet. Dat haar dochters met de Duitsers omgingen stond haar volgens eigen zeggen lang niet aan: ‘Maar een vrouw is alleen geen baas.’ Jannes’ vader zou niet terecht komen te staan. En dan komt bij deze familie de oorlogstragiek, zij het na de oorlog, extra binnen. Op 10 oktober 1945 vindt er een ernstig verkeersongeval plaats op de Havelterberg. Een vrachtauto vol geladen met geïnterneerde NSB’ers die in Ommen werk verricht hadden en terugkeerden naar het Eesekamp, verongelukt op de aansluiting van de Ruiterweg met de Meppelerweg. Naast een aantal gewonden vallen er ook drie dodelijke slachtoffers, waaronder de vader van Jannes.

Dit is ook oorlogstragiek van een familie die volledig uit het lood geslagen is geraakt als gevolg van de Tweede Wereldoorlog

Auteur:Teun Smit
Trefwoorden:Steenwijk; Tweede Wereldoorlog;