MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Dolph van Ittersum: 'We kiezen bewust voor duurzaamheid en milieu.'

Verhaal

Dolph van Ittersum: 'We kiezen bewust voor duurzaamheid en milieu.'

Dolph Ernst Hendrik (Dolph) van Ittersum woont samen met zijn vrouw Judith Ann Regout op de buitenplaats ‘t Rozendael in Heino. Samen streven ze naar duurzaamheid zowel in het huis, als in de landbouw en de natuur. Als beheerder handelt Dolph overeenkomstig de statuten van de ‘Stichting Baron van Ittersum Fonds’, waarin het landgoed als eigendom is ondergebracht. Het totale bezit van het landgoed omvat dertig erven en ongeveer 500 ha, waarvan 115 ha uit bos, singels en lanen bestaat.

Vanaf 2 juli 2018 is Dolph van Ittersum (Heino,1980), samen met zijn gezin, de buitenplaats op het landgoed Rozendael gaan bewonen, nadat zijn ouders zijn verhuisd. Van januari tot juli 2018 is het huis grondig gerenoveerd, gericht op duurzaamheid: de houten vloer op ’t zand werd vervangen door een geïsoleerde vloer met vloerverwarming en op de begane grond is dubbel glas geplaatst. Op langere termijn moet er nog meer gebeuren, maar de koers is bepaald: de ‘Stichting’ kiest voor duurzaamheid en milieu.

ingang met drie ezelskoppen.jpg
Toegang tot 't Rozendael. (foto: Arie Tinbergen)

Gewone omgang

‘Het eerste wat ik mij van mijn jeugd op het landgoed kan herinneren is, dat er altijd mensen om het huis liepen, zoals de timmerman Hendrik van de Kolk en de tuinman Gerard Hekking. Ik liep met hen mee en keek wat ze deden', vertelt Dolph. 'Ik struinde graag door de natuur en bouwde hutten in de bomen. Als ik kattenkwaad uithaalde, zoals ruitjes ingooien, dan rende een personeelslid achter mij aan. Ik heb een vrije jeugd gehad, waarbij vriendjes van de basisschool bij ons thuis kwamen spelen en ik bij hen. Verschil in afkomst heb ik nooit ervaren, want als kind maak je op die leeftijd geen onderscheid. Ik ben ook erg blij dat mijn ouders mij en mijn zussen een ’normale’ opvoeding hebben gegeven. Elitaire opvoeding zorgt voor achterstand, want je mist dan de gewone omgang met mensen.’

Na de basisschool vertrokken de meeste kinderen in Heino naar het voortgezet onderwijs in Raalte. Velen bleven na hun schooltijd in Heino wonen. Dolph ging in 1992 naar het Thorbecke College in Zwolle op aanraden van zijn ouders, maar die schooltijd vond hij niet leuk. Hij voelde zich opgesloten, omdat hij zijn vrijheid verloor en in leren had hij geen zin. ‘Het was wel grappig', vertelt Dolph, 'dat de leerlingen op de basisschool mij “de kakker” noemden, terwijl ik op het Thorbecke College werd aangezien als ”de platte boer”. Zo worden mensen vaak in een hokje geplaatst. Een titel heeft als nadeel dat mensen denken dat je rijk bent en een makkelijk leven leidt, maar ook ik heb een baan nodig’, zo legt hij uit. ‘Het geeft wel een geruststellend gevoel dat het landgoed in een stichting is ondergebracht. Ik ben trots op mijn afkomst, maar dat is iedereen, denk ik. Dat de stamboom van de familie van Ittersum beschreven staat is mooi en geeft een gevoel van verantwoordelijkheid, maar ik draag het niet als een last.’

wei met buitenplaats.jpg
De achterkant van 't Rozendael gezien vanuit de wei. (foto: Arie Tinbergen)

Duurzaam

Als voorzitter van de ‘Stichting’ fungeert Dolph als zetbaas van het landgoed, net als zijn opa Dolph en vader Willem Hendrik. Naast het voorrecht om op zo’n mooie buitenplaats te mogen wonen is er ook de verantwoordelijkheid om de ‘Stichting’ goed te beheren en daarna over te dragen aan het nageslacht. Het beheer en het onderhoud is mogelijk dankzij het fonds van de ‘Stichting’, waarvoor Dolph anderhalve dag per week in dienst is. 'Aan het onderhoud van de gebouwen wordt veel aandacht besteed, het moet kwalitatief en duurzaam uitgevoerd worden, zodat het lang mee kan. Zo moet de gasmeter van het landhuis uiteindelijk op nul komen te staan'.

Duurzaamheid geldt ook voor het land. Als kind bracht Dolph veel tijd door in de natuur en door zijn opleidingen in de bosbouw kreeg hij daarover meer kennis. De jacht is nodig om de wildpopulatie in evenwicht te houden, maar het is duidelijk te zien dat de natuur verandert. De grotere dieren redden het wel, maar de diversiteit aan vogels en het aantal hazen en konijnen vermindert. De natuur verschraalt, wat onder andere te zien is aan het ontbreken van paddenstoelen in de weiden. Kortom, de biodiversiteit gaat hard achteruit. Als voorzitter van de ‘Stichting’ en als bewoner van het landhuis wil Dolph samen met de andere bestuursleden, Marc Philip van Ittersum en Sander van Ittersum, het landgoed beheren vanuit de visie van natuurbehoud en duurzaamheid. Volgens Dolph is de ‘Stichting’ goed te vergelijken met een natuurbeschermingsorganisatie.

Biologisch

Op het landgoed staan enkele grote boerderijen. Het streven is om geleidelijk over te gaan op biologisch boeren, maar de boerderij is ook een bedrijf en moet gezond gerund kunnen worden. Daarom wil Dolph meedenken met de boeren en ze stimuleren tot een overgang naar biologisch boeren zonder dwang uit te oefenen. Dit kan worden gerealiseerd door middel van goede voorlichting. Ook grote landbouworganisaties spelen daarbij een belangrijke rol. De boeren vragen zelf ook om toekomstplannen.

drie ezelskoppen.jpg
De duiventil voor 't Rozendael met rechts een leeuw die het familiewapen Van Ittersum
met daarop drie ezelskoppen vasthoudt. (foto: Arie Tinbergen)

*’t Rosendal: een spieker

’t Rosendal is als erf in 1447 voor het eerst vermeld met als eigenaar de familie Van Rechteren, die de havezate ‘De Bredenschot’ onder Heino bewoonde. Het was een leengoed van de bisschop van Utrecht. In dat jaar werden boerderij ’t Rosendal en erf ’t Crayenschot te koop aangeboden. Bijzonder is dat Bredenhorst en ’t Crayenschot nu een boerderij en een zorgboerderij zijn van landgoed ’t Rozendael. Oorspronkelijk was ’t Rosendal (In de negentiende eeuw is de naam veranderd in ‘t Rozendael) een spieker, een voorraadschuur voor granen. In de vijftiende en zestiende eeuw was het gebruikelijk om de producten van het land, zoals haver en rogge, op te slaan in een voorraadschuur naast de boerderij. In die tijd was er sprake van een leenheer, de bisschop van Utrecht, en zijn leenmannen, die een gebied van een leenheer beheerden. De leenmannen moesten de pacht en de opgelegde belastingen, de tienden, in natura betalen aan de leenheer. Die betalingen in natura werden opgeslagen in een voorraadschuur, die in Overijssel spieker werd genoemd. In de zeventiende eeuw werd de betaling in natura vervangen door betaling in geld. Daarmee verdween de oorspronkelijke functie van de spieker.

**De Stichting baron Van Ittersum Fonds

F.A.R.A. (Arnold) van Ittersum was ongehuwd en stierf in 1939. Tot ieders verrassing had hij bij testament een stichting voor zijn hele bezit inclusief zijn woonhuis in Utrecht in het leven geroepen: Stichting Baron Van Ittersum Fonds. Het doel van de ‘Stichting’ is om landgoed ’t Rozendael met de buitenplaats in stand te houden ten behoeve van de volgende generaties en in het belang van de samenleving in het algemeen en in het bijzonder de huurders, (erf)-pachters, medewerkers en de familie van Ittersum. De voorzitter mag de buitenplaats bewonen. Deze is het oudste mannelijke lid van de oudste stam van de Utrechtse tak van de familie van Ittersum.

 

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:'t Rozendael, Landgoedeigenaren