MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Deel 17 - Rondleiding duplex-bovenwoning Acaciaplantsoen 43 Anno 1964...

Verhaal

Deel 17 - Rondleiding duplex-bovenwoning Acaciaplantsoen 43 Anno 1964...

De eerste weken was even wennen. Weer terug in Nederland en ook in m`n geboortestad Enschede, wat ook het leven in de "grote" stad voor mij betekende. Dit was het Acaciaplantsoen 43. We leefden in een duplex-woning, dat betekende dat we boven woonden.

Er was een voordeur. Dan ging de trap naar boven en net voordat je boven was ging de trap met een bochtje naar rechts met aan de linkerkant een trapleuning waarlangs een koord, om bij eventueel bezoek, de deur van boven te kunnen openen. Aan het eind van de trap was er een klein gangetje met vier deuropeningen. Ging je rechtdoor dan was daar aan het eind de deur naar de grotere slaapkamer met een slaapkamerraam (boven het tunneltje met ronde boog lag het tegelpad dat tussen de achtertuintjes van onze benedenburen en de buren daarnaast naar ons schuurtje en achtertuin leidde) die mooie ouderwetse ramen die je nog wijd naar zowel links als naar rechts openen kon. Daarnaast waren aan de rechterkant in de gang twee deuren waardoor je de voorkamer binnen kon komen, wat er op duidde dat er voorheen twee kleine kamertjes geweest waren. In die voorkamer stond de mooie oude grote draaispiegel die aan weerszijen met twee grote draaischroeven in een houten frame hing tussen de twee deuren in. Dan was er als je de linker deur binnenkwam een dressoir waarop de radio met de pick-up stond, met daarnaast een laagzittende stoel met rugleuning en een donker rood-roze bekleding tegen de muur die aan de slaapkamer grensde. Als je de rechter deur binnenkwam, dan stond m`n moeders piano, van het merk "Muelller", gebouwd omstreeks de 18e eeuw, van mooi bruin hout, die met takelwagen en al door het raam was binnengeloodst. M`n moeder was een enthousiast pianospeelster en ze maakte mooie gedichten. Hier is er een waarvan ik een stukje begin me verrassend herinner. Ze had het gemaakt op de melodie van "Schlafe mein Prinzchen..." van Mozart. Deze was voor Eduard en het ging zo: "Slaap zacht m`n kindje slaap zacht, Engelen houden de wacht..." Ze zong haar gedichten vol hartstocht bij de afwas na het eten. Het was heel ontspannend en maakte me lekker aan het dagdromen. Of het was heerlijk om naar haar pianospel te luisteren bij de schemer van de vallende avond of zomaar midden op de dag en te genieten van het zingen van de vogels, waarvan ik me vooral de merels in de lente herinner, van het mooie zomerse groen met de geluiden van spelende kinderen van het kleuterschooltje of de dwarrelende herfstbladeren van de bomen op een dag met veel wind en het winterse tafereel van het Acaciaplantsoen, vanuit het bovenraam, waarbij ik soms uren naar het vallen van de sneeuwvlokjes kijken kon. Het was altijd een mooi uitzicht want we keken over het pad en konden de Berkstraat zien. M`n moeder speelde om er maar een paar te noemen stukken van Beethoven, Mozart, Chopin, Schumann en Kuhlau. Van de laatste componist speelde ze een etude (leerstuk), wat ik heel mooi vond. In het midden van de voorkamer stond een mooie ouderwetse donker gelakte tafel en een paar stoelen, zonder armleuning met kussens met veren er onder.

PlattegrondAcacia.jpg

Plattegrond duplex-bovenwoning Acaciaplantsoen ann0 1964.

Dan aan de andere kant van de overloop was aan de linkerkant de deur naar de woonkamer-keuken. In dezelfde hoek was er een deur met een berghok, met daarboven een luik, wat je met een touw naar beneden kon trekken waaraan weer een trap was bevestigd die je naar beneden open kon trekken om naar de zolder te gaan. Deze was groot genoeg om rechtop over te lopen en waar je eventueel bij koude of regenachtige dagen de was kon ophangen. De trap was met een klem bevestigd. Bij het sluiten duwde je de trap er weer in die zodoende horizontaal over de zoldervloer kwam te liggen na het sluiten van het luik. Het kon allemaal net. Het had de charme van een poppenhuisje. Vooral als het winter was, was het behaaglijk om van de koude zolder terug in de lekkere warme keuken-woonkamer te komen. De vorm van de keuken-woonkamer zou ik het beste voor m`n geestesoog kunnen omschrijven als een de halve omtrek van een doorgesneden fles van beneden naar boven, met aan de rechterkant een recht stukje muur waaraan een kast met daarboven op een driedelig ouderwets buffetkastje met links en rechts twee naar buiten rondgebogen glazen deurtjes. Dan een overgangsmuur van 45 graden waarin in het midden de schoorsteen liep, waarop haaks de behaaglijk warme zwarte Delta-kachel met "mica-glazen" raampjes, waarnaar het zo gezellig was om te kijken naar de opgaande vlammetjes, die van dag tot dag verschilden naar gelang de wind woei. Rondom de kachel liep een verchroomde buis. soms hing m`n moeder daaromheen iets te drogen of aan een houten wasrekje. De kolen en turf waren in ons schuurtje beneden achterthuis. Als de kolenkit weer vol was maakte m`n moeder de kachel met kranten, turf en wat petroleum aan en dan later de kolen. Meestal gebeurde dat later op de middag tegen de avond en dan was er warmte genoeg voor de gehele volgende dag overdag. Voordat we de kachel dan weer aanmaakten bracht ik de as en andere resten in de vuilniston. De vuilnistonnen waren toen nog rond en van een zwaar metaal, met een deksel vast aan beide kanten van het hengsel dat op zich weer als een geheel rondom de ton was bevestigd. Ze voelden dan ook wel zwaar. Nou…die mannen van de vuilniswagens hadden spierballen, dat kon je wel zien en die liepen er heel wat af. Een van die bekendere gezichten van die vuilnismannen zou ik de daarop volgende jaren leren kennen als een van de gebroeders Hazewinkel van het welbekende "Bouwhuis bij het tunneltje". Aan het laatste stukje muur was een tafeltje met een gasfornuis, met daarnaast weer een deur met een kast-berghok. Dan kwam er een stukje dwarsmuur, waaraan de kast met levensmiddelen was bevestigd, dat nog net boven het doorlooptunneltje beneden lag. Dan begon de achtermuur die aan een stuk doorliep met een raampje dat precies boven het tegelpad lag dat naar de schuur leidde. Daarnaast was het aanrecht met laden en kastdeurtjes en de boiler met het gasvlammetje, wat voor mij nieuw was, net zoals het gasstel aan de andere kant want tot kort daarvoor had ik alleen nog maar elektrische kookgelegenheid gekend. Dan hadden we twee naast elkaar gelegen achterramen die ook heerlijk wagenwijd konden worden geopend. M`n moeder had, wat toen "distributie-radio" werd genoemd. Het was een klein kastje met een speaker aan de muur met daarnaast een groot soort draaiknop met 4 keuze mogelijkheden voor Hilversum1, 2, een tijdje later Hilversum 3 en de BRT-radio. Daarnaast was de deur die naar zowel het hokje met de WC en de deur die naar het "platje", het kleine balkonnetje leidde. Aan het muurtje tussen de deur naar de WC en de zolder was de koelkast met wat later daar bovenop de eerste zwart- wit televisie. Zo langzamerhand leerden we onze buren kennen en werd het tijd weer wat te gaan doen.......


Terug naar INDEX

Herman Hanauer is geboren in Enschede en heeft z’n jeugd wisselend doorgebracht in Enschede, Lingen (Duitsland) en Delden. In de zestiger en zeventigerjaren maakt hij deel uit van diverse bands waaronder freesound group The Rabbits. Na vele omzwervingen, door heel Europa, vestigt hij zich, in 1996, in Australië.

Auteur:Herman Hanauer
Trefwoorden:Delta-kachel, Mica-glazen, Wasrekje, Vuilniston, Bouwhuis bij het tunneltje, Distibutie-radio
Personen:Hazewinkel