MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De Dunnewind (7) De eigenaren

Verhaal

Om het beheer van de woeste gronden langs de Vecht en in de veengebieden vorm te geven ontstond er een Marke. Rond 1400 wordt voor het eerst van de Marke Varsen gesproken. Waarschijnlijk stonden er toen al 16 boerderijen, die naast het bezit van een stuk eigen grond ook een deel kregen in de onverdeelde woeste gronden. De meeste boeren waren niet zelf eigenaar van de boerderij, maar pachtten deze van rijke personen; rijke Zwolse patriciërs en soms kasteelheren. Deze bezitters werden erfgenamen genoemd, de pachters meijers. Ook de Dunnewind is heel lang in handen geweest van mensen uit de gegoede stand.

De eerste eigenaar is Thomas van Muijden. Tot 1678 huurt hij kasteel Eerde; daarna gaat hij wonen op erve ten Have in Archem. Dit wordt daarna het Huis Archem.  Al in 1726 heeft de familie Van Muyden het Erf Dunnewind in eigendom gekregen en bezit daarnaast nog drie boerderijen in Varsen. Het blijft meer dan honderd jaar in de familie en met geeft het door van vader op zoon, en soms van vader op dochter. Zo heeft Nicola Gertruid  van Muyden in 1828 de boerderij, die door de familie Dunnewind gepacht wordt, in bezit. Zij is de weduwe van Hendrik Joan van der Wijck en na de dood van haar man komt het in 1828 tot een boedelscheiding,  opgemaakt door de Zwolse notaris Van der Gronden.

Op 4 maart 1828 wordt de nalatenschap van Hendrik Joan van der Wijck en Nicola Gertruid van Muyden verdeeld onder hun twee zonen. De eerste is Rechter te Zwolle de andere Rijksontvanger, Heer te Archem . De verschillende bezittingen worden over de twee zoons verdeeld:

Mr Joan Derk van der Wijck, rechter te Zwolle krijgt:   Huis in de Nieuwstaat te Zwolle, Erve Avergoor, Katerstede Nijenhuis   te Diepenveen, Erve Nijenhuis  te Raalterwoold, ERVE DUNNEWIND TE VARSEN, Een halve whare in het veld te Varsen. Het totaal is ongeveer f 33.000,-- waard.

Hendrik van der Wijck, rijksontvanger te Archem krijgt het huis te Archem dat door zijn moeder was verbouwd en 17 daarbij behorende boerderijen met dezelfde gezamenlijke waarde. Voorwaar een enorme nalatenschap.

Snuffelend in het archief van de Ommer notaris Wilhelm Chevallerau stuitte ik op twee akten van het jaar 1840, kort na elkaar opgeschreven, waarin erve Dunnewind het voornaamste onderwerp was. De eerste akte was van 17 maart 1840 (no 958) en de tweede van 11 april 1840 (no 969) .

De eerste koopakte, die van 17 maart 1840 is een hele lange akte van zes kantjes.

Ik geef van deze akte de belangrijkste dingen kort weer.

Hendrik Jan Schutman, getrouwd met de oudste dochter Eese Dunnewind verschijnt als koper. De verkopers worden vertegenwoordigd door een deurwaarder.

Akte 958:

Voor ons Wilhelm Chevallerau, openbaar notaris te Ommen enz. verscheen Wilhelm Rotman, deurwaarder te Ommen, als gevolmachtigde van:

1e.  Mevrouw Hendrika Carolina van Nes van Meerkerk wonende te Zwolle, Douaniere van Jonkheer meester Joan Dirk Francois van der Wijck gewoond hebbende en overleden te Zwolle, voor zichzelf en voor haar zoon Evert Reint van der Wijck Luitenant bij de Artillerie garnizoen Maastricht. 2e. Jonkvrouwe Nicola Theodora van der Wijck.  3e. Jonkvrouwe Catharina Johanna Magdalena van der Wijck

Deze Willem Rotman verklaart verkocht te hebben en over te dragen aan Hendrik Jan Schutman, landbouwer woonachtig op het Erve Dunnewind onder de buurtschap Varsen, het voornoemde ERVE DUNNEWIND genaamd, zoals dat door des kopers schoonvader thans wordt gebruikt.

Daarna volgt een beschrijving van de boerderij met de grond.  Hendrik Jan koopt:
* met een halve Whare aandeel in de onverdeelde Marke.

In de koopakte wordt bepaald dat Schutman de huur aan Àlbert Binnenmars op de bestaande voet moet volhouden tot aan Sint Petrie 1841. De koopprijs van alles samen bedraagt f 2600,-- waarvan Schutman er al f 600 heeft voldaan.

In de akte wordt ook meegedeeld dat de familie Van der Wijck, erve Dunnewind in eigendom heeft verkregen na het overlijden van J.D.F. van der Wijck,  toebedeeld bij akte van scheiding en deling van de nalatenschap van zijn ouders op 4 maart 1828.

Hendrik Jan betaalt de aankoop door de verkoop van zijn boerderijtje in Oudleusen aan het keuterboertje Egbert Wolfkamp voor f 450.-- 

Boedelscheiding

Dan volgt de tweede akte van 11 april 1840 (no 969) .

Bij het opmaken van de akte is Jan Dunnewind sr. al 78 jaar en nog steeds actief als landbouwer. Op 11 april 1840 laat hij 's avonds de notaris bij zich komen. Hij wil enige dingen regelen en die moeten officieel vastgelegd worden. De inhoud van de koopakte is als volgt:   Voor ons Willen Chevallerau, openbaar notaris te Ommen enz. verscheen in tegenwoordigheid van getuigen, Jan Dunnewind, landbouwer wonende in de buurtschap Varsen. Hij verklaart te hebben verkocht en daarom in volle eigendom over te dragen aan Hendrik Schutman en diens echtgenote Ese Dunnewind, landbouwers woonachtig te Varsen al zijn: roerende en telbare goederen, huisvee en zaaigewassen, bouwmans- en melkgereedschappen, huismansbeten en wat dies meer zij, niets van dat alles uitgezonderd en welke worden gewaardeerd op een som van 530 gulden.

De verkoper, Jan Dunnewind, verklaart dat deze koopsom door Hendrik Jan en diens echtgenote Ese Dunnewind al voldaan is  " en wel ten eerste door het bedrag van 500 gulden welke hij verschuldigd is aan Hendrik Jan Schutman en zijn vrouw wegens loon bij hem verdiend gedurende de tijd van 10 achtereenvolgende jaren vanaf den jare 1830 tot en met 1840 en ten tweede doordat Hendrik Jan en Ese op zich hebben genomen om hem gedurende zijn leven te onderhouden, hem van alle  levensbehoeften en kleding te voorzien en in geval van ziekte de nodige geneeskundige hulp en medicijnen te verschaffen en bij overlijden een behoorlijke begrafenis aan zijn stand en vermogen te verzorgen."

Daarmee is de koopsom voldaan en doet Jan Dunnewind afstand van al zijn roerende goederen. De akte werd in aanwezigheid van de getuigen Gerrit Binnenmars, landbouwer, en Willem Rotman, deurwaarder, opgemaakt.

Uit bovenstaande kunnen we opmaken dat Hendrik Jan en Ese al sinds hun huwelijk op de Dunnewind wonen en dat ze als beloning voor hun arbeid 500 gulden ontvangen. Zo krijgen ze dus alle roerende goederen die bij de boerderij hoorden.

Op bovenstaande kadasterkaart uit die tijd kunnen we zien hoe het grondgebruik rond de Dunnewind was.  Het bouwland, direct rond de boerderij is wit gekleurd, het hooiland is geel gekleurd.  Opvallend is de bruine kleur van de aardenwal, die ondertussen met hakhout is begroeid. Opvallend is ook de hoeveelheid heide en woeste grond rond de Dunnewind. Links op de kaart zien we smalle percelen heide. Dit is grond uit de Marke die verdeeld is onder de bewoners. Ook de vader en broer van Hendrik Jan Schutman hebben daar en stukje grond gekocht.

Jennigje, overlijdt op 24 april 1823  en Jan overlijdt op  11 mei 1843 te Varsen op 81‑jarige leeftijd.  Ese overlijdt op 1 januari 1858 en Hendrik Jan Schutman op 7 maart 1886 op 88‑jarige leeftijd.

 

Auteur:Henk Poelarends
Trefwoorden:Vecht, Regge
Personen:Dunnewind
Locatie:Varsen
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.