MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De Dunnewind (6) Herberg, Overslagplaats

Verhaal

Vierde generatie (1795 – 1840), Jan Jansz Dunnewind, gedoopt op 31 mei 1761, trouwt op 18 Mei 1794 met Jennigje Brinkhuis, gedoopt op 19 oktober 1767, overleden op 24 april 1823, dochter van Jan Jansen Brinkhuis op het Niehuis te Arriën en Hendrikje Hendriks

De Dunnewind als herberg

In de volkstelling van 1795 wordt Jan Geerts op de Dunnewind genoemd  met als beroep hospes (waard). Zo wordt de Dunnewind een herberg genoemd o.a door de graaf van Hogendorp.

De ligging van de Dunnewind heeft de boerderij deze bijzondere functie gegeven. De Dunnewind ligt aan een drukke scheepvaartroute. Zelfs op een punt waar twee vaarroutes samenkomen. Via de Regge worden goederen uit Twente naar Zwolle en verder gebracht en via de Vecht worden goederen uit Bentheim naar Zwolle en Amsterdam gebracht.  Het vervoer per water  vindt vooral in het  najaar en de winter plaats wanneer er genoeg water in  de rivieren staat. De zandwegen zijn dan vaak onbegaanbaar en het vervoer via het water is een grote economische noodzaak. De Vecht en de Regge zijn hoofdvaarroutes vanuit Zwolle, Hasselt en Kampen naar Twente en de Duitse bisdommen.  Vanuit Twente brengen de zompschippers de landbouwproducten zoals  rogge, wol, gerookt vlees en linnen naar Zwolle, maar ook via allerlei kanalen en rivieren tot in Groningen en Leeuwaren. Vanuit Bentheim komen zandsteen, zout, bier en landsbouwproducten. Op de terugweg nemen de schippers vanuit Zwolle en Hasselt  peulvruchten, koffie, tabak en andere koloniale waren mee. De reis per kar vanaf de Dunnewind naar Almelo duurt zes uur. Op drukke dagen gaan er tientallen karren vanaf de Dunnewind richting Almelo.Voor het vervoer maakt men gebruik van zompen en pramen,  gebouwd om gebruikt te kunnen worden in deze ondiepe rivieren.  De zijkanten lopen breed uit waardoor ze  een groot laadruim hebben bij minimale diepgang.  De boten hebben genoeg aan een waterstand van 25 cm  om toch nog vooruit te kunnen komen. Veel schippers komen uit Enter; de helft van de bevolking heeft daar een zomp om in de wintermaanden te kunnen bijverdienen. Ook is er in die plaats veel scheepsbouw. Deze zompen, voortbewogen door zeilen en  door te bomen, kunnen ongeveer 6 tot 10 ton vracht vervoeren.  Al die vrachten komen langs de Dunnewind.

De Dunnewind als overslagplaats

Omdat een reis van Bentheim naar Zwolle meestal zes dagen duurt, moeten de schippers ergens overnachten. Men maakt vaak tien tot twaalf reizen per zomp per jaar. Op het kaartje hiernaast staan de herbergen en overslagplaatsen ingetekend.  Elke week passeren tientallen schepen de Dunnewind. De schippers hebben een zwaar beroep; ze moeten ook varen als het regent en waait. Doorweekt en koud komt bij de Dunnewind aan.  De Dunnewind is dan een uitstekend plek. Men kan er een beetje eten en drinken om daarna boven de koeien op de hilde te gaan slapen. Voor Jan Geerts en zijn vrouw een mooie bijverdienste in de donkere wintermaanden. Bij de Dunnewind is ook een overslagplaats gemaakt. De goederen worden uit de zompen gehaald en bij de Dunnewind opgeslagen. Daarna komen er karren om de producten voor de Almelose kooplieden op te halen. Ze kunnen via de zomerweg van naar Hardenberg of naar Almelo per kar verder getransporteerd worden.  Dat is vooral in de zomer nodig wanneer er stroomopwaarts niet genoeg water staat om verder te varen.  ( kaartje uit: Atlas van de Vecht blz. 185)
In de Regge en de Vecht zijn veel ondiepe gedeelten en zandbanken waar men in de zomer met paard en wagen makkelijk van de ene naar de andere kant kan oversteken. Voor de schippers is dat een ramp. Net onder de Dunnewind is er in de Regge ook zo’n plek. In de monding van de Regge liggen grote zandbanken.  In de loop van de eeuwen hebben de schippers methodes ontwikkeld om de zandbanken toch te kunnen passeren.  Men kan proberen in de zandbank een geul te graven en de zomp daardoor te leiden, maar men kan ook de zandbank nog verder ophogen met een dam zodat het water er achter blijft staan. Vaak wacht men op het moment dat er een tiental boten liggen, men bouwt dan in een dag samen een dam  en steekt deze de volgende morgen door. Wanneer de dam doorgestoken wordt, kolkt het water naar beneden en sleurt de kleine vloot mee. De schippers bomen dan met alle kracht om zo ver mogelijk te komen. Helaas is na anderhalf uur het water verdwenen en ligt men weer op het droge. De schippers zijn vaak erg vermoeid door hun graafwerk en dan is de Dunnewind een mooie gelegenheid om op krachten te komen. Er wordt wat gegeten en daar hoort ook een “smakelijk pijpje en een glaasje jenever” bij.

De Marke is niet zo blij met het afdammen van de rivieren, want de schippers gebruiken zand dat van de Marke is. Soms gaat het mis en stroomt het water over de oever en beschadigt de gewassen.  In het markeboek van Varsen (12 september 1783) lezen we dat men het niet langer gedoogt en dat men maatregelen wil treffen.  Men maakt plakkaten waarop dat te lezen valt en een van deze plakkaten komt in de herberg van de Dunnewind te hangen.

Markeboek: “Terwijl er van tijt tot tijt telkens door de schippers dijken in de Regge gelegt worden en sulks tot groot naadeel deeser markte geschiet, so wort de Heer Markenrigter versogt de schippers door briefjes, die aan de Dunnewint, en aan de Nijebrugge in de herbergen sullen gelegt worden, te waarschouwen om dit leggen van dijken voortaan naa te laaten bij poene dat teegens hun andersints sal worden geprocedeert, naar inhout der placaten deeser lande, en worden de geswoorens gelast om agt te geeven of er int vervolg weederom dijken gelegt worden, daar van dan aanstonts aan den Hr. Markenrigter kennis te geeven, en in middels de gemaakte dijken te doen doorsteeken.
was met verscheijden handen geteekent.  A.v. Echten, B.A. van Heemert, Hend. Joan van der Wijk, Joan van Muijden en J. Brouwer.”

Het is de vraag of Jan Geerts blij is met dit plakkaat. Er zijn berichten dat de boeren, die er een herberg bij drijven, gebaat zijn bij schippers die tijdelijk niet verder kunnen. Ze worden er dan ook van beschuldigd dat ze zand en takken beschikbaar stellen voor het maken van deze dammen.

Op 27 mei 1794  vergadert de Marke weer over het afdammen van de Regge en het gebruik van Varsener grond daarvoor.  Dit moet met alle middelen worden belet, eventueel moeten de onwilligen worden gearresteerd. Ook mag er niet onbevoegd gevist worden in de wateren van de Marke. De netten en de boten zullen verbeurd worden verklaard. Men laat dit afkondigen in de kerken te Ommen en Dalfsen en er worden plakkaten opgehangen bij de Dunnewind en bij de Nieuwe Brug.

“Zijnde weegens het setten van Dammen in de Regge en het daartoe vergraaven Van de Verssener gront. geresolveert de Heer Markenrigter en Verdere Erfgenaamen te qualificeeren sulks door alle mogelijke middelen te beletten en te verbieden voorts de onwilligen te arresteeren en door andere gevoegelijke middelen het regt van de Markte te Maintineeren en derselver schaade voor te koomen, wordende de Markenrigter versogt de noodige Kerkenspraak te laaten afgaan en een exemplaar aan de Dunnewint en de Nieuwe Brugge te Besorgen wordende met eene geresolveert in de kerkensprake te laaten invloeijen dat de ongewaarden sig sullen hebben te wagten van te Vischen in de waateren van de Verssener Markte bij verbeurte van de netten en schuijten.”

Tijdens het leven van Jan en Jennigje heeft men vaak te maken met erg hoog water  door noordwester stormen. Normaal kan men het verschil tussen eb en vloed tot aan Dalfsen aflezen omdat de Vecht via ze Zuiderzee in directe verbinding met de Noordzee stond. De noordwester stormen stuwen het water van de Zuiderzee hoog op zodat het Vechtwater niet kan afstromen. Zowel in 1799, 1810 , 1824 ( nov), 1825 (febr) als 1834 breken heel wat Vechtdijken door en staat ook de omgeving van de Dunnewind blank.  Vooral de watersnood van 1825 is bekend geworden.  In het najaar van 1824 had het veel geregend en stond alles rond de Dunnewind al blank. Toen kwam er op 4 en 5 februari een zware noordwesterstorm, gepaard gaande met springtij. Een groot gedeelte van Noordwest Overijssel, tot aan Dalfsen loopt onder water.  Driehonderd mensen verdrinken en meer dan 13000 dieren komen om in de watervloed.

In 1783 wordt er voor het eerst gesproken over de verdeling van Markegrond onder de erfgenamen. Men wil de gezamenlijke veldgronden, marsgronden, heide en fliergronden  verdelen.  Van Muijen krijgt een stuk grond “Uijt het Velt over de Vegte bij de Dunnewint”; een stuk grond richting Vilsteren dat vandaag nog in de volksmond “Dunnewinds” heet. Wanneer de Marke alles heeft opgemeten blijkt dat er 25198 roeden goede grond en 6398 roeden woeste grond te verdelen valt. De echte verdeling vindt pas 30 jaar later plaats.

Op de kaart hieronder is te zien hoe weinig van de omgeving nog maar in cultuur is gebracht tijdens het leven van Jan en Jennigje.

Jan en Jennigje leven in de tijd van de Franse overheersing. Aan het einde van de Franse tijd heeft Ommen veel last van rondtrekkende legers. Franse legers die zich terugtrekken en kozakken en Duitsers die ervoor in de plaats komen. Vaak worden de soldaten ingekwartierd en moeten ze voorzien worden van eten en drinken. Ook in Varsen worden soldaten ingekwartierd op de verschillende boerderijen.  Vaak worden de boeren met hun paard en wagen ingeschakeld om manschappen en materieel te vervoeren van de ene plaats naar de andere.  Zo zijn er in mei 1814 honderden soldaten ingekwartierd in Ommen en in de buurtschappen. Ze komen uit Delfzijl en moeten eind mei verhuizen naar Zwolle. De burgemeester moet in opdracht van de officieren zorgen voor “25 wagens, ieder à 2 paarden en 44 voorspanpaarden onder welke laatste begrepen waren 32 voor de artillerie en de rest voor de wagens der officieren. Ik bestelde uit mijn gemeente 61 wagens à 2 paarden en verzocht de scholtus van Den Ham mij met 6 wagens à 4 paarden te voorzien”. .  Er gaan bodes naar de verschillende buurtschappen; uit Varsen zijn er vier boeren waaronder ook Jan Dunnewind, maar verder komen  te weinig boeren met hun paarden opdagen. Op 30 mei om vier uur ’s morgens stuurt de burgemeester opnieuw een bode naar Varsen met het bericht dat ze direct moeten komen. Geen resultaat. Dan stuurt de burgemeester een gerechtsdienaar, maar weer zonder resultaat. Dan springt hij zelf te paard en warempel, daar komen twee keuterboertjes met hun paard aan. In Varsen aangekomen treft hij alleen vrouwen en kinderen aan, de mannen met hun paarden zijn ondergedoken. “welke echter na strenge bedreigingen terugkwamen en mij alzoo gelukkig in het noodig getal paarden konden voorzien”. Twaalf boeren uit Varsen komen tevoorschijn en zo kan om 9.00 uur de stoet alsnog richting Zwolle vertrekken.  Jan en de andere drie boeren zijn daar niet bij. Zij zijn ’s nachts teruggekeerd naar Varsen  en komen niet meer in actie.

Op 24 april 1823 overlijdt Jennigje, 56 jaar oud. Een week daarvoor, op 16 april, verkoopt Jan per opbod, onder het toeziend oog van een notaris, een groot aantal schapen en diverse  kledingstukken.

Hij verkoopt 20 schapen voor ƒ 62,25

Aan kleding verkoopt hij: Een buis  ƒ 4,-- . Een bombazijnen broek  ƒ 0,95,  Een machester broek   ƒ 2,20,  5 borstrokken ƒ 12,--, 6 hemden ƒ 4,55 , 2 paar kousen  ƒ 1,65, Een kist ƒ 5,20,   Op de lijst staat ook nog een hoed, maar deze wordt niet verkocht.  In totaal brengt de verkoop ƒ 98,35 op.

Jan en Jennigje krijgen 7 kinderen: Eese Dunnewind gedoopt op 19 maart 1795, Jan Hendrik gedoopt op 26 februari 1797, Hendrik gedoopt op 28 Augustus 1799, Geesje, gedoopt op 5 September 1802 Jan, gedoopt op 22 Juni 1805, Jan gedoopt op 20 mei 1807, Hendrikje gedoopt op 20 mei 1810.         

Drie kinderen sterven vroeg, de  vier kinderen die overblijven, zijn:

·         Eese trouwt op 5 mei 1830 met Hendrik Jan Schutman uit Oudleusen. Ze trouwen op huwelijkse voorwaarden en brengen allebei ƒ400,00 in aan contanten en roerende goederen.

·         Jan Hendrik trouwt op 10 juni 1824 met Anna Catharina Laarmans en gaat in Ommen wonen aan de Middenstraat

·         Jan trouwt op 16 januari 1840 met Elsa Kamphuis en gaat in Lemele wonen.

·         Hendrikje trouwt op 14 januari 1834 met Willem Schepers

Auteur:Henk Poelarends
Trefwoorden:Regge, Vecht, Herberg, Franse Tijd
Personen:Dunnewind
Locatie:Varsen