MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Clara Sloet van Oldruitenborgh: 'De Oldenhof is dienstbaar voor mens en omgeving'

Verhaal

Clara Sloet van Oldruitenborgh: 'De Oldenhof is dienstbaar voor mens en omgeving'

Havezate De Oldenhof met eromheen een landgoed van 54 hectare ligt een paar kilometer buiten Vollenhove. Het huis is in 1634 gebouwd door Gerhard Sloet. Claar Sloet van Oldruitenborgh, de laatste barones, vertelt haar verhaal over het landgoed.

Hoewel de havezate door de eeuwen heen met enige regelmaat van eigenaar is veranderd heeft voornamelijk het geslacht Sloet het landgoed in eigendom gehad. De laatste bewoner en beheerder van de familie was dr. Clara Johanna Margaretha barones Sloet van Oldruitenborgh (1938). ‘Pas op voor de hond, want zij is al zeventien jaar oud en ziet niet goed meer’, waarschuwt Sloet bij binnenkomst in haar woning. ‘Dit hondje paste bij mijn leven in de Kop van Overijssel. Dit soort honden werden door kooikers gebruikt bij het vangen van eenden.’

Vollenhove_DenOldenhof_2018_ASP_025-4.jpg
Havezate De Oldenhof. (foto: Albert Speelman)

 

 De Oldenhof

‘Ik heb zestien jaar op De Oldenhof gewoond en gewerkt, van 1996 tot 2012. Het was een mooie tijd, maar toen ik 73 werd vond ik het verstandig om te stoppen. De havezate is een parel in het landschap bij Vollenhove, maar het is hard werken om het landgoed in goede staat te houden. Ik koos ervoor om het landgoed open te stellen voor het publiek. Er werden concerten en educatieve projecten voor scholieren georganiseerd. Ook het kleine natuurkampeerterrein, dat vanaf 1940 op het landgoed was, is nieuw leven ingeblazen.’

In 1976 bracht Clara’s vader, ir. Jan Willem Gerard baron Sloet van Oldruitenborgh, het landgoed onder in de Stichting Oldenhof. De havezate was toe aan een grondige verbouwing. De twee boerderijen op het landgoed werden in erfpacht uitgegeven en in het huis kwamen vier appartementen die daarna werden verhuurd. Overdag leefden vader en moeder (Johanna Leonora van Dedem) in een caravan in de tuin totdat de verbouwing klaar was. Tot hun overlijden (resp. in 1994 en 1996) hebben ze in de havezate gewoond. Naast Clara bestond het gezin uit twee broers en een zus: Anthony Boudewijn (1939), Frederik Hendrik (1943) en Charlotte Gerardine (1948). Vader Sloet was onder andere werkzaam als docent aan de HTS te Zwolle.

Familietraditie en onafhankelijkheid

‘In 1976 vroeg mijn vader mij, of ik voorzitter wilde worden van de Stichting Oldenhof. Blijkbaar zag hij voor het beheer van de havezate de waarde in van mijn onderzoekswerk in natuurbeheer en natuurbehoud voor de Landbouw Universiteit in Wageningen. Ik ben afgestudeerd in 1964, maar voor mijn ouders was het niet vanzelfsprekend dat ik als meisje zou doorstuderen. Ze hadden meer kinderen en studeren was voorbestemd aan de jongens. Ik heb toch doorgezet, want ik wilde een eigen bestaan opbouwen.  

Natuurlijk heeft de familietraditie mij veel gegeven, hoewel ik zowel bij mijn ouders als bij mijn grootouders een warm gevoelsleven heb gemist. In de oorlog, toen mijn vader in Doetinchem moest onderduiken voor de ‘Arbeitseinsatz’ (bij razzia’s dook hij onder de tafel waar een luik verborgen was onder een kleed) kwam mijn moeder met de kinderen in Voorschoten te wonen, waar mijn grootouders woonden. Wij werden in die tijd regelmatig bij mijn grootouders ondergebracht. Daaraan heb ik geen goede herinneringen. Ik vond mijn grootmoeder erg streng en ze leek ongelukkig. Er hing een gesloten sfeer. Ik denk dat ik het kan verklaren, maar dat houd ik voor mezelf. Achteraf is de oorlogservaring met de daarbij behorende spanning, verduistering en honger goed geweest om dingen in het leven te leren relativeren, zoals status of titels.’

Na de oorlog werkte vader Sloet als ingenieur mee aan de wederopbouw in Doetinchem en Elten. Daar heeft Clara, naar eigen zeggen, een heerlijk leven gehad op het Achterhoekse boerenland, waar orchideeën nog bloeiden op het hooiland, de wegen nog onverhard waren en de natuur uitbundig kon bloeien. ‘We woonden als gezin in een bijgebouw van kasteel Slangenburg’, vertelt Clara. ‘Later na mijn studietijd woonde ik enkele jaren in Den Haag. Toen ik in 1967 een baan kreeg als wetenschappelijk medewerkster aan de universiteit in Wageningen woonde ik enkele jaren in een appartement in kasteel Renswoude. De traditie waarin ik ben opgegroeid heb ik altijd gewaardeerd en het heeft me veel gebracht, maar ik wilde een eigen onafhankelijk bestaan opbouwen. Dankzij mijn studie en werk in Wageningen ontmoette ik mensen die mij daarin hebben geholpen. Ik kwam in contact met veel studenten, wat mij veel energie gaf.’ In 1990 is Sloet gestopt met haar werk aan de universiteit. Ze kreeg moeite met een zakelijker zienswijze op de wetenschap en daardoor een andere invulling van haar werk.

IMG_5817.jpg
Achterzijde van havezate De Oldenhof. (foto: Martin van der Linde)

Bezieling en beheer   

Zoals Clara kritisch haar eigen weg zocht en vond in de studie en het werk, zo stelde ze ook al op jonge leeftijd kritische vragen over het leven en het geloof. Haar ouders waren Nederlands-Hervormd, maar al op zesjarige leeftijd stelde dochter Clara vragen over Bijbelse verhalen, die voor haar onlogisch waren. Voor haar spirituele ontwikkeling gold het boek ‘In het Licht der Waarheid’, Graalsboodschap van Abd-ru-shin, pseudoniem voor Oskar Ernst Bernhardt, als een belangrijke leidraad in haar leven. Volgens Bernhardt verklaart de reïncarnatie veel van wat een mens krijgt voorgelegd in relatie tot verdiensten en fouten uit vorige levens. ‘Natuurwetenschap en geesteswetenschap’, vertelt Clara, ‘staan in verbinding met elkaar, zoals alles wat zichtbaar en kenbaar is in verbinding staat tot een groter geheel, de schepping. Ik werk nu aan een vertaling uit het Duits van het voornoemde driedelige boek. Mijn visie op het leven wilde ik verbinden met mijn manier van beheren van de Oldenhof. De havezate en het omliggende landgoed wilde ik openstellen voor het publiek. Kleinschalige culturele activiteiten werden in de benedenzaal georganiseerd en het landgoed werd als een park toegankelijk gemaakt voor het publiek. De sfeer in De Oldenhof moest open en toegankelijk zijn en de gesloten familiegeest moest uit de ruimtes verwijderd worden.’

Toen Sloet in 1996 het benedenappartement op De Oldenhof huurde, ruimde ze eerst de zolders en kelders op en sopte ze alle tegels in het huis af, om een nieuwe frisse fase in de bewoning van het huis te beginnen. Veel van de familieportretten, door haar vader ‘sloetengoed’ genoemd, kregen een plek op de zolder. Ze wilde ruimte creëren voor een eigen leven op de Oldenhof.

Van geslotenheid naar openheid

‘Tot dan toe was de havezate een tamelijk gesloten gebied voor de omgeving, gericht op de familie’, vertelt Clara. ‘Daaraan herinnerden de familieportretten. Ik koos voor meer openheid en meer contacten. Oud-studenten uit Wageningen kwamen naar het natuurkampeerterrein; daarvan kon ik genieten. In De Oldenhof werden met regelmaat concerten gegeven. Door de start van het educatieve scholenproject ‘Van Luchtkasteel tot Dassenburcht’ ontmoette ik kinderen uit de buurt. “Ha mevrouw Sloet”, riepen die als ik in de omgeving rondliep. Dat vond ik mooi, omdat het een teken van wederzijdse openheid en waardering was.’ Die waardering kreeg Sloet ook toen ze in 2006 van het Prins Bernhard Cultuurfonds van Overijssel de Cultuurprijs kreeg uitgereikt. Zo ontstonden bijzondere contacten.

Uit zo’n contact met Tine Nouwen, die veel voor het muzikale leven in de Kop van Overijssel deed en de Stichting Lentepodium oprichtte om jonge muzikaal getalenteerde kinderen podiumervaring te laten opdoen, kwam Miranda van Kralingen naar de Oldenhof voor masterclasses, die in 2019 voor de twaalfde keer werd gehouden. ‘Miranda vroeg mij hoe de ruimtes in de havezate warm werden gehouden’, vertelt Sloet. ‘Ik zei, dat er in de schoorsteen nog geen roestvrijstalen pijp zat, wat wel moest gebeuren, maar daarvoor was geen geld. Spontaan werd er een kachelconcert gehouden ter financiering van de pijp.

Ik heb genoten van mijn werk op en voor de Oldenhof. De zorg voor de Oldenhof beleef ik als de zorg voor een groot huishouden. Ik ben me ook bewust van mijn adellijke afkomst, die verplichtingen met zich mee brengt (“noblesse oblige”). Het landgoed moet er als een parel in het landschap bij liggen voor de omgeving en voor het algemeen belang. Daarvoor moet je hard werken en dienstbaar zijn, want het leven en het landgoed zijn te leen. Bovendien zijn landgoederen de laatste plekken van geïntegreerd landbeheer in bosbouw, landbouw, visserij en cultuur. Daarop moet je zuinig zijn.’

IMG_5849.jpg
Toegangshek tot Landgoed De Oldenhof. (foto: Martin van der Linde)

Niet omzien.

Vanaf 2012 is Clara Sloet gestopt met haar leven op en voor De Oldenhof. Ze is uit het bestuur van de stichting gestapt en een nieuw leven begonnen in Hattem. Op de vraag of dat niet een erg grote overgang is geweest antwoord ze: ‘Nee hoor, ik heb gewoon de knop om gezet en er lag een nieuwe taak op mij te wachten. Je moet niet te lang stil staan bij het verleden. Er is ook weer een toekomst, zelfs na de dood.’

Auteur:Rien de Vries
Trefwoorden:Landgoedeigenaren, De Oldenhof