MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Weerselo en de Tweede Wereldoorlog

Verhaal

De inval Op 29 augustus 1939 werd de algehele mobilisatie afgekondigd met allerlei voorschriften en bepalingen. De Britse minister-president Neville Chamberlain vloog enkele malen naar München om Hitier tot andere gedachten te brengen maar het mocht niet baten, de wereldbrand brak uit. Dat ging iet ongemerkt voorbij voor de gemeente Weerselo, integendeel.

WEERSELO EN DE 2de WERELDOORLOG

De inval

Als jongen van 12 jaar heb ik op 10 mei 1940 het binnentrekken gezien van het Duitse leger, 's Morgens om 6.45 uur reden twee pantsertreinen langs ons huis. De treinen reden bijna stapvoets met een paar honderd meter onderlinge afstand. Zij waren geladen met tanks, kanonnen en vrachtauto's. In kolenwagons stonden soldaten, man aan man. Sommige wagons waren versierd met seringen, blauwe en witte.
Na enkele hindemissen onderweg reed één trein tot Deventer want de spoorbrug over het Overijssels kanaal bij de Snipperling was reeds onklaar gemaakt door het Nederlandse leger. De andere trein reed door naar Zutphen tot aan de vernielde IJsselbrug.Intussen trok urenlang een lange colonne legervoertuigen over de weg Oldenzaal-Hengelo richting het westen, evenals talloze vliegtuigen die ook naar het westen vlogen.
Na 5 dagen oorlog moest de strijd tegen een grote overmacht worden gestaakt. Er kon een droeve balans worden opgemaakt, terwijl de maatschappij totaal ontwricht was. Maar na enige weken hernam het dagelijks leven zijn loop. De burgemeesters maanden de burgers tot kalmte via aanplakbrieven en de pers.
In de eerste helft van juni 1940 keerden de eerste krijgsgevangenen per trein en gezeten in goederenwagons, terug via Oldenzaal en via Gronau richting Enschede. Het onthaal in Hengelo en Enschede was groot.

Uitbreiding van het vliegveld

Intussen waren de Duitsers ook een kijkje op het vernielde en omgeploegde vliegveld komen nemen. Hier werden onmiddellijk grote plannen gemaakt en direct uitgevoerd. Er werden aannemers, machines en arbeiders in grote getale ingezet, ca. 600 man. Het vliegveld werd met enige honderden ha uitgebreid zodat ook de gemeente Weerselo er bij betrokken werd.
Er moesten huizen en boerderijen worden afgebroken. De familie Baveld moest noodgedwongen naar Saasveld verhuizen. Er werden startbanen en rolbanen
aangelegd. Ook werden er hangars gebouwd. Zij droegen de nummers 201 tot en met 227. Later zijn er nog meer bijgekomen. In juni 1941 landden de eerste
oorlogs-vliegtuigen. Over geld werd niet geklaagd, men had immers genoeg hout en stro voor het maken van papier.
In september 1941 was het vliegveld zover gereed gekomen, dat de eerste bommenwerpers met groot motorgeronk zich van de aarde verhieven ('s avonds)
om in Engeland dood en vernietiging te zaaien.
Plaatsen als Londen, Coventry en Liverpool kregen het zwaar te verduren. In de vroege morgenuren keerden de vliegtuigen terug op "Twente'. Bij de
burgerbevolking hier nam de onvrede en het verzet toe. Aan de bezittingen van de Duitsers werden hier en daar vernielingen aangericht. Dat leidde er toe dat mannen van 18 tot 60 jaar op kabelwacht moesten. Dat gebeurde in Weerselo, maar ook in andere plaatsen.
Voor de burgerbevolking nam het gevaar van arrestaties en verplichte tewerkstelling in Duitsland toe. Ook vanuit de lucht werd het gevaar groter. In 1940 en 1941 kwamen de eerste Engelse vliegtuigen boven Twente en elders om de boel eens te verkennen. In 1942 nam dat grotere vormen aan doordat Amerika nu ook bij de oorlog betrokken werd. Op verschillende plaatsen in Twente waren al bommen gevallen, ook de gemeente Weerselo bleef hiervoor niet gespaard.
Het zakboekje van mijn vader J.B. Blenke (1976) vermeldt dat op 30 april 1942 twee bommen waren gevallen bij café Luttikhuis. Daarbij was praktisch geen schade ontstaan.

Enkele bladzijden uit het zakboekje van de heer J.B. Blenke
Op 26 juni viel te Saasveld een vliegtuig op een huis van de familie Nieland. De Duitsers plaatsten her en der zoeklichten om vijandelijke vliegtuigen op te sporen. Ook in de gemeente Weerselo was dat het geval. O.a. op de Hasseler Es in de buurt van de school en op de Deuminger Es in de buurt van Wilthuis.

Met de toename van het vijandelijke luchtverkeer, als gevolg van de bombardementsvluchten op Duitsland, namen ook de verliezen aan vliegtuigen en bemanning toe.

Onderduikers

Zij die met de parachute behouden aan de grond kwamen hadden geluk. Enkele families uit de gemeente Weerselo hebben zich daadwerkelijk ingezet voor een terugkeer van de piloten naar hun vaderland. O.a. de families Kooiker en Brummelhuis, maar ook anderen. De vluchtweg begon meestal bij het station van Hengelo. Een familie n.n. te Deumingen maakte het wel heel spannend. Zij woonden vlak bij het vliegveld en daardoor kwamen regelmatig Duitse soldaten ongevraagd aanlopen voor een kopje koffie of een praatje. Terwijl men koffie dronk aan tafel keken de vluchtelingen, die op zolder zaten, door de kieren in de planken en maakten geroezemoes waarop de heer des huizes met een bezemsteel tegen de zolder sloeg en hard riep 'allee daar, die katten'. De Duitsers hebben nooit iets gemerkt. Een dankbare Fransman keerde met zijn vrouw in 1948 naar deze boerderij in Deumingen terug.

Geallieerde propaganda
Naast het gevaar van vallende bommen en brandende vliegtuigen, met of zonder bemanning werden er ook pamfletten of strooibiljetten uit de vliegtuigen geworpen. Hierop stonden allerlei aanbevelingen, opmerkingen en nieuwsberichten over de toestand van het oorlogsfront. Schrijver dezes heeft er tientallen in het bezit. Het was streng verboden om deze te bezitten maar er mocht zoveel niet, en toch...
Er waren immers allerlei bepalingen en crisismaatregelen en bijna alles was op de bon. Daardoor ontstond een drukke ruilhandel. Zelfs rijwielbanden waren op de bon en men moest zeer goede gronden hebben om daar voor in aanmerking te komen.

Op 24 juni 1944 werd weidegrond gevorderd van de familie J.B. Blenke in verband met de uitbreiding van het vliegveld. Toen moest er vee verplaatst worden naar de Bomse Torenlaan in Hasselo en zodoende kwam J.B. Blenke in aanmerking voor één toer-buitenband.


Het gevaar vanuit de lucht
In de lucht werd het steeds gevaarlijker en herhaaldelijk waren er luchtgevechten, ook boven de gemeente Weerselo. Dientengevolge kwamen ook vliegtuigen brandend neer op grondgebied van onze gemeente. Van verschillende dergelijke gebeurtenissen was schrijver dezes ooggetuige, zoals in de nacht van 12 op 13 mei 1943. Toen stortte een vliegtuig neer in de Hasseler Es, daar waar zich nu het winkelcentrum bevindt. Het toestel brandde hevig. De vijf bemanningsleden kwamen allen om. Hun begrafenis, welke ik heb bijgewoond, vond plaats op zaterdag 15 mei 1943 te Deurningen omstreeks 13.00 uur. Zij zijn met militaire eer begraven.
In de nacht van 13 op 14 mei 1943 viel een vliegtuig brandend neer te Rossum nabij erve Hesselink (Bentert). Dit toestel maakte een oorverdovend geraas bij zijn duikvlucht naar de aarde. Ook de 7 bemanningsleden van dit toestel kwamen daarbij om en ze zijn op zaterdag 15 mei 1943 op het kerkhof van Rossum begraven.

Maar er gebeurde in die dagen meer in de gemeente Weerselo. Op 14 mei, 's middags om tien minuten over één, ontspoorde vlak voor ons huis tengevolge van een 'spoorspatting' een lange goederentrein met oorlogsmateriaal en twee miljoen sigaretten. De temperatuur liep die dag op tot 29 graden. Het grint was allemaal weggegraven in de verwachting dat nieuw grint werd aangebracht. Dit bleef echter door gebrek aan wagons uit. De Duitse Grüne Polizei was zeer
spoedig ter plaatse en was razend. Maar de hoofdopzichter de heer Schreuder van de N.S. uit Hengelo wist de Duitsers er van te overtuigen dat de natuur zijn werk had gedaan. Men dacht eerst aan sabotage en daarom kregen mijn vader en ikzelf enige uren huisarrest opgelegd (Een soldaat met geweer aan de tafel). Burgemeester Scholtens en de wethouders van Weerselo verschenen samen met de plaatselijke politie. Mijn moeder wist de gemoederen behoorlijk te sussen. Tegen vier uur had zij de koffie klaar en nog wel echte koffie, in melkbussen bewaard bij de schoorsteen. Nog hoor ik een Duitse officier roepen toen ze bij ons op de deel zaten 'O Muttie das ist gute Kaffee, kein Ersatz'. Intussen waren 110 spoormannen bijeen gehaald om het spoor weer in orde te brengen. Er moest 10 cm rail worden weggezaagd. Om tien uur 's avonds was het karwei geklaard.
Als eerste passeerde een trein met marinesoldaten uit Kiel op weg naar Marseille zoals dat iedere vrijdagavond het geval was. Dit voorval staat mij thans nog helder voor de geest.

Herhaaldelijk werden de treinen vanuit de lucht door vijandelijke vliegtuigen beschoten, o.a. in De Lutte, Oldenzaal, Hengelo, Zenderen en Almelo. Terwijl mevrouw Borgman te Hasselo, wonend aan de spoorlijn, bezig was met aardappelen schillen, werd zij dodelijk getroffen tijdens een beschieting van een trein. Dit gebeurde op 1 januari 1945.
Ook het vliegveld was regelmatig doelwit van beschieting en bombardementen. Enkele daarvan wil ik noemen omdat zij nogal hevig waren. Op 20 juni 1944 werd het vliegveld door een twintigtal jachtbommenwerpers gedurende 20 minuten hevig beschoten en met bommen bestookt. Resultaat: 13 burgers die op het vliegveld werkzaam waren kwamen daarbij om het leven evenals een onbekend aantal soldaten. Een boerderij aan de Zuidbroekweg (gem. Enschede) brandde af en ook op het vliegveld ontstond een aantal branden. Wij zochten dekking onder het spoorwegviaduct dat zich in de nabijheid van ons huis bevond.
Het afweergeschut dat rondom het vliegveld stond opgesteld gaf enorm veel tegenvuur. Ook het afweergeschut dat geplaatst was op de hoek van wat thans de Wieflferweg heet en de Deurningerstraat, liet danig van zich horen. Bij deze 'stelling' zoals die in die dagen genoemd
werden, werden ook inwoners van de buurtschap Deurningen verplicht tewerkgesteld, o.a. de heren J. Blenke, J . Rorink, A. Aaminkhof en G. Schreuder. Dit werk werd overigens wel betaald.
Hiervoor werd een vergunning afgegeven.

Het dagboek van J.B. Blenke vermeldt dat hij op maandag 12 febmari 1945 daar voor de laatste keer aan het werk is geweest met paard en wagen. Spoedig daama zijn de soldaten met al hun materiaal vertrokken naar het 'Oosten'. Mijn vader heeft mij verteld dat, ondanks de ernst van de tijd, er plaats was voor veel lachen en humor.
De aldaar aanwezige soldaten kwamen uit de grensstreek, het gevolg daarvan was 'Gemütlichkeit'. Een officier had hun meermalen verteld 'das bald alles zu Ende war'.
In de nacht van zaterdag 12 op zondag 13 juni 1943 (Pinksteren), viel in Deurningen een zeer zware bom tussen de boerderij Kaamps en de kerk, vlak aan de beek. Het gevolg was veel glasschade en gebroken dakpannen. Vooral de kerk heeft daarbij veel schade opgelopen. De klok bleef op vier minuten over half drie staan, het moment van de inslag.
Ook elders in de gemeente Weerselo vielen bommen zonder aanwijsbare redenen. Soms met schade, dan weer niet. Op vrijdag 19 mei 1944 maakte een Amerikaans jachtvliegtuig een noodlanding nadat het was geraakt door afweergeschut van het vliegveld. Dit vond plaats nabij de vliegveldstraat bij het erve 'de Bollen'. De piloot bleef ongedeerd en werd gevangen genomen door de Duitsers.
Op Maandag 29 mei 1943, 2e Pinksterdag, werd om kwart over een 's middags een Duitse soldaat doodgeschoten toen een Engels vliegtuig een duikaanval deed op de al genoemde stelling van het afweergeschut op de Deurninger Es. De heer Meenderink uit Deurningen fietste vlak bij zijn huis en werd op dat ogenblik door een kogel in zijn enkel geraakt. Hij werd voor zijn leven invalide. Hij is in 1973 op 64 jarige leeftijd overleden. De gesneuvelde soldaat werd op het kerkhof te Deurningen begraven. Dat ging niet zo maar, want toen de Duitsers met hun dode kameraad bij het kerkhof waren aangekomen weigerde de toenmalige pastoor T. Galema een begrafenis op het kerkhof.
Hij was n.l. fel anti-Duits. Er werd besloten om de soldaat naast het kerkhof te begraven. Maar hier kwam de overheid achter en het gevolg was dat de soldaat enige dagen daarna onder politietoezicht toch op het kerkhof moest worden begraven. In 1946 werd hij overgebracht naar IJsselstein in Limburg waar meer dan 32000 Duitse soldaten zijn begraven.
Op 15 augustus 1944 werd het vliegveld weer zwaar gebombardeerd. Als ooggetuige zag ik de armada van vliegtuigen vanuit het zuiden aankomen over de stad Enschede. Het was vreselijk om aan te horen hoe minuten lang de aarde dreunde. We bevonden ons in een zelfgemaakte schuilkelder. Er vielen veel bommen en fosforbommen, deze veroorzaakten hevige branden op het vliegveld, waardoor veel gebouwen werden vernield en de startbanen onbreikbaar werden. Er vielen ook bommen buiten het vliegveld n.l. in het Oosterveld en op het erve Beuvink, tevens op het naast het erve Beuvink gelegen erve de Munnink. Op beide erven vielen 23 bommen. Als door een wonder gebeurden er geen persoonlijke ongelukken. Drie gezinnen zaten in één schuilkelder t.w. de
familie Heutink, de familie Volmer inwonend bij de familie Heutink en de familie Wagelaar. Er was echter wel schade aan huizen en andere gebouwen, vooral veel glasschade en vernielde daken.
Vijftig jaar na het gebeurde zijn de bomkraters nog te zien in de bossen van het Beuvink, enige tientallen zelfs. Op het vliegveld zelf werden tientallen Duitse soldaten gedood en gewond. Op het moment van het bombardement was men nog volop met de uitbreiding van het vliegveld bezig.

In 1943 moesten in de marke Deurningen veel mensen huis en hof verlaten en uitwijken naar o.a. Rossum, Deurningen, Denekamp, Lonneker en Glanerbmg. Daarbij waren de families Nes, Groenewold, Scholten, Wes, ten Cate, Carré, Oude Lenferink, Onderweegs, Lubbers, Reuver en Spanjer betrokken. Uit de marke Hasselo moest de familie Volmer voor het oorlogsgeweld wijken.

In november 1944 werd het werk aan het vliegveld stil gelegd, het oorlogsfront kwam dichterbij. Ook vanuit de lucht werd het gevaar steeds groter. Op zondag 19 november 1944 steeg om 11 uur een Spitfire op van het vliegveld Meisbroek bij Brussel met aan boord een vlieger genaamd H.J.S. Taylor. Het vliegtuig was ingericht als foto vliegtuig. Omstreeks 12 uur kreeg het toestel motorstoring en de piloot besloot om het toestel ergens boven Twente te verlaten. De vlieger
Taylor kwam behouden aan de grond bij de thans bestaande kwekerij Boomkamp nabij Bome, nog in de gemeente Weerselo. De vlieger bleef uit handen van de Duitsers en vluchtte met hulp van anderen terug naar België. In 1990 kreeg men weer contact met hem. Zijn vliegtuig werd echter nooit terug gevonden. Het voorval kreeg een bittere nasleep voor de families van Dijk, Boomkamp en Roetgerink. Omdat de parachute door Taylor was achtergelaten in een weiland kwam daar een groepje mensen op af waaronder de heren G.J. Boomkamp en H.F. Roetgerink. Inmiddels waren de Duitsers ook snel ter plaatse en werd de groep mensen in arrest gesteld en naar de gevangenis in Almelo overgebracht. De Duitsers waren de mening toegedaan dat zij meer wisten over het spoorloos verdwijnen van de vlieger, hetgeen in het geheel niet zo was. Met uitzondering van Boomkamp en Roetgerink werd de groep personen op zaterdag 25 november 1944 weer in vrijheid gesteld en moesten, naar ik meen, lopend terug naar Bome. De heren G.J. Boomkamp en H.F. Roetgerink werden per vrachtauto, samen met de heer P. van Dijk die reeds in arrest was gesteld, naar de vindplaats van de parachute gebracht. Daar aangekomen werden zij in koelen bloede
doodgeschoten. Dit veroorzaakte grote ontsteltenis in de buurtschap het Hesselder. Het gebeurde op de genoemde zaterdag omstreeks 3 uur in de middag. Op zondag 25 november 1945 werd een monument onthuld ter nagedachtenis aan deze laffe moordpartij op onschuldige mensen.

Een bijlage uit 'De Kerkklok', een kerkblad voor Borne, Bornebroek, Hertme en Zenderen van zaterdag 1 december 1945

Lees onderaan het laatste nieuws mbt het vliegtuig van Taylor

Omdat in 1944 na de invasie het oorlogsfront steeds dichterbij kwam en de Engelse en Amerikaanse vliegtuigen niet meer zulke grote afstanden hoefden af te leggen werd het gevaar uit de lucht steeds groter, vooral voor het treinverkeer. In heel Nederland werden overal treinen beschoten. Op de stations werd het sein "Lodewijk' opgehangen (een blauw-gele vlag) indien luchtgevaar dreigde. De leiding bij de spoorwegen bestond uit een B.B.V. (Bahnhofsbevollmachtigte) en personeel van de N.S. Herhaaldelijk ontstonden er problemen over welke treinen wel en welke niet mochten rijden.

Voedselnood en spoorwegstaking
Maar men kon niet alles volgen, dit moge blijken uit het volgende voorval. In 1944 was de heer G.J. Blenke werkzaam als ploegbaas bij de spoorwegen te Rotterdam. Per brief liet hij aan mijn vader weten dat hij gebrek had aan aardappelen. Het vervoer per trein moest 'geregeld' worden. Op woensdagavond 11 september 1944 reisde hij vanuit Oldenzaal mee op de locomotief van een dagelijkse goederentrein. Hij liet de trein, in overleg met de machinist, omstreeks 10 uur vlak voor ons huis stoppen en er werden 14 zakken aardappels in de locomotief geladen. Hieraan heb ik zelf meegeholpen. Dit nam enige tijd in beslag maar hier had hij wat op gevonden. Zijn broer, J.H. Blenke, was op dat ogenblik blokwachter op de post Deumingen, staande in het Oosterveld. Deze
belde naar het station in Hengelo en deelde mee dat de genoemde goederentrein wat later zou aankomen wegens een 'remstoring'. Van overleg gesproken, in die moeilijke tijd. Enige dagen daama liet hij per brief weten dat alles goed was aangekomen. Een dag daama moest hij met vele andere spoorwegmensen onderduiken nadat op 17 september radio Oranje de volgende code doorgaf: 'De kinderen van Versteeg moeten onder de wol'. Daarmee werd van de spoorwegmensen verwacht dat ze in staking zouden gaan. Enige dagen was er bijna geen treinverkeer meer, de boel was totaal ontregeld. Er kwamen 4500 spoormannen van de Deutsche Reichsbahn om de treinenloop weer op gang te brengen. Ook tussen Oldenzaal en Hengelo liepen geen treinen.
Evenals elders werden ook hier alle seinen buiten werking gesteld. De Duitse machinisten moesten op 'zicht' rijden, dat wil zeggen uitkijken naar een 'voorligger'. Voor een mogelijke sabotage werden railwachters aangesteld. Om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen meldden zich diverse
personen. O.a. G.J. Kroeze uit Deumingen en J. Hasselerharm uit Klein Driene.

Intussen nam het verzet hevig toe, o.a. sabotage aan spoorlijnen, brandstichting e.d. Dit had tot gevolg dat diverse personen werden gearresteerd, ook vaak zonder schuld. Op 4 oktober 1944 werden op het vliegveld nabij de thans bestaande Snijdersveldweg, ter hoogte van de nu aanwezige bovengrondse opslagtanks enkele personen gefusilleerd. Dat waren de heren J. Prins, G. Woudaal, en J. Schoorman. Enkele dagen daama, op 7 oktober, de heren J. Evers, J. Haeck en G. Hulsbeek.
Een muur van een transformatorhuis diende als kogelvanger. Zij zijn ter plaatse in een bomtrechter begraven die daar volop aanwezig waren als gevolg van het bombardement van 15 augustus 1944.
In oktober 1947 werden de graven ontdekt op aanwijzing van de voormalige S.D. agent E . Schröber, die tijdens de opgraving onder bewaking stond.
Bovengenoemde personen hebben met grote inzet vele Engelse en Amerikaanse piloten en onderduikers helpen ontsnappen. Zij moesten dit helaas met de dood bekopen.

Schijnvliegveld
Naast het echte vliegveld hadden de Duitsers te Saasveld aan de thans bestaande Zandbongenweg ter hoogte van de familie Blenke een schijnvliegveld aangelegd. Men Het enkele namaakvliegtuigen over rails lopen en er waren wat gebouwen bij geplaatst, 's Avonds liet men er lampen branden. Een nog bestaande bunker herinnert ons daar nog aan.
De bedoeling was dat Engelse vliegtuigen daar bommen zouden laten vallen maar de verzetsgroep had al via de radio aan Engeland laten weten dat het een nepvliegveld betrof. Maar er vielen toch bommen en brandbommen. Deze werden door de Duitsers zelf uitgegooid. De heer B. Hottenhuis uit Saasveld vertelde mij dat dit voor de familie Pross, (Pross Bets), nare gevolgen had want hun huis brandde daardoor af. Dit stond aan de Bomsestraat in de gemeente Weerselo.
Op maandagavond 11 december 1944 vond er een bominslag plaats te Deumingen bij de woning van de familie J. Volmer, aan de Bomsedijk. Het tragische gevolg hiervan was dat mevrouw Volmer-Damer op slag werd gedood terwijl de heer J . Volmer zwaar gewond werd. Hij werd met paard en wagen door de
familie Scholten (Koehorst) over gebracht naar het ziekenhuis te Hengelo. Zijn herstel duurde lang. De woning werd totaal vernield en de ontsteltenis in Deungingen was erg groot. De bom viel voor de voorgevel omstreeks 20.30 uur en er was op dat moment maar één vliegtuig dat overvloog. In die tijd werd gezegd dat het vliegtuig van het vliegveld Twente was opgestegen...!
Zeker heeft men dat echter nooit geweten. Of de bom bedoeld was voor het nepvliegveld in Saasveld en te vroeg is losgelaten??
De gevolgen waren voor de familie Volmer in ieder geval zeer ernstig.

Tijdens de oorlogsjaren was vaak gebrek aan voedsel, vooral in de jaren 1943, 1944 en begin 1945. Maar op het platteland viel dat nog wel mee. Men kon beperkt meeplukken van eigen gewas en veebezit. Op alle producten van de boer zat namelijk leveringsplicht en daar moest men zich streng aan houden.
Men mocht voor eigen gebruik al naar gelang de grootte van het gezin één varken slachten. Dit werd na het slachten voorzien van een rood stempel met de letters H.S.L. (huisslachting). Er werd echter ook clandestien gehandeld, maar niet zonder gevaar.

De laatste maanden
Toen het jaar 1945 zich aandiende kwam ook het uur van de waarheid nader. Dat jaar begon met helder vriezend winterweer. Dat gaf reden om vele bombardementsvluchten naar Duitsland uit te voeren, ook overdag. Talrijk waren in die dagen de condensstrepen die de vliegtuigen in de lucht
achterlieten. Op 8 januari 1945 vonden in de middag felle luchtgevechten plaats tussen Engelse en Duitse vliegtuigen. Een Duits toestel viel deels neer in de gemeente Weerselo en deels in de gemeente Losser. De piloot kwam daarbij om het leven. Vier Duitse toestellen konden gehavend landen op het vliegveld. Een uur later werd het vliegveld vanuit de lucht hevig beschoten. Dit leidde tot enkele doden en gewonden onder de Duitse soldaten en de nodige vuurhaarden. Enige dagen daarna werden ook treinen tussen Almelo en Oldenzaal beschoten. Op 1 februari 1945 werd het vliegveld weer zwaar beschoten vanuit de lucht en ontstonden er weer vuurhaarden.

We zijn aangekomen in de laatste oorlogsmaand van het jaar 1945 maar er zou nog veel gebeuren voordat het uur van de bevrijding kwam. Intussen nam het oorlogsrumoer toe en bij zuidwestelijke wind was het kanongebulder aan het front te horen. Het gevaar uit de lucht nam steeds grotere vormen aan. Er waren overdag veel jachtvliegtuigen in de lucht die zowel het wegverkeer als het treinverkeer onder vuur namen. Deze jagers werden door de Duitsers met Tiefflieger' aangeduid.
Op zaterdag 24 maart 1945, daags voor Palmzondag, werd om 17.30 het vliegveld voor de laatste keer gebombardeerd. Een armada van 144 Amerikaanse bommenwerpers met daaromheen een zwerm jagers. Zij kwamen aanvliegen vanuit noordelijke richting. Met mijn ouders en huisgenoot had ik plaatsgenomen onder het spoorviaduct van de Deurningerbeek. Nog zie ik de eerste rooksignalen vallen. Deze dienden als aanwijzers voor de andere vliegers om hun bommenluiken te openen. Het gevolg was hevig, de aarde dreunde minuten lang. Met enorm veel schade door de hevige branden en ontploffingen was dit voor het vliegveld de genadeslag. Bij deze aanval zijn weer tientallen doden en gewonden gevallen. De schade aan ons huis viel mee omdat wij, met de ervaring
van eerdere bombardementen, al heel snel alle deuren en ramen hadden opengezet. Overigens werden wel enkele kalveren te vroeg geboren en een blindganger die in onze tuin was terecht gekomen, werd in juni 1945 door Duitse krijgsgevangenen uitgegraven en onschadelijk gemaakt.

Op 31 maart 1945 liep de laatste trein, beladen met kolen, richting Hengelo. Het treinverkeer kwam vijf weken stil te liggen, tot zaterdag 5 mei 1945.In de nacht van 31 maart op 1 april 1945 lieten de Duitsers de laatste gebouwen op het vliegveld in de lucht vliegen. In de vroege morgen was een grote montagehal aan de beurt. Met een enorme knal vloog deze in de lucht. De duizenden dakpannen kwamen met veel gekletter op de grond, de scherven zelfs dicht bij ons huis aan de spoorlijn. Deze montagehal stond nabij de thans bestaande Oude Postweg, daar waar de Deurningerbeek onder de Oude Postweg doorstroomt. Enkele
ogenblikken daarna zagen wij een groepje soldaten vluchten, lopend langs de spoorlijn, richting Oldenzaal of naar hun "Heimat'.

Op twee april, 2e Paasdag 's morgens, zag ik omstreeks kwart voor negen de eerste Engelse tanks komend uit Enschede en via Frans op de Bult, richting Oldenzaal rijden. Dit was voor mij een ogenblik om nooit te vergeten, de bevrijding was werkelijkheid geworden. Dit was nog niet zonder slag of stoot gegaan, want tussen Hengelo en Frans op de Bult boden enkele Duitsers nog wat tegenstand. Het gevolg was dat café Pentrop in Klein Driene afbrandde en de woningen van de families Voorhuis, Wigbold, en Oude Blenke, bijgenaamd Huultoon' in Hasselo ook in vlammen opgingen. Ook in de omliggende dorpen en steden was de laatste maanden veel gebeurd. Bommen op Goor, Hengelo en Enschede waarbij veel doden en gewonden vielen te betreuren. Veel schade is
daarbij aangericht aan huizen en andere gebouwen.

Thans wil ik mijn verhaal beëindigen. Ik heb getracht U een reeks voorvallen uit de jaren 1940-1945 te vertellen uit onze gemeente Weerselo. Niet alles is vermeld, dat zou teveel worden. Persoonlijk denk ik vaak terug aan die tijd met de vraag: "hoe is het mogelijk dat wij met veel gevaar en bedreiging behouden zijn gebleven, vooral in de nabijheid van het vliegveld'.
Persoonlijk heb ik veel militaire begraafplaatsen bezocht waar duizenden gevallen soldaten zijn begraven o.a. te Holten, Margraten, Henri Chapelle, Bastogne, Luik, Luxemburg enz.
Dit met de gedachten dat zovelen hun leven hebben gegeven opdat wij in vrijheid zouden leven.
Misschien wel een somber slot van mij, maar het is niet anders.

Toon Blenke †
Deumingen

Bronnen: archief Blenke Deurningen

 

Het laatste Nieuws mbt het vliegtuig van Taylor

In het artikel van Toon Blenke is sprake van het neerkomen van de piloot J . Taylor. Hij kwam boven Twente in moeilijkheden met zijn vliegtuig en moest noodgedwongen zijn toestel met zijn parachute verlaten. Hij kwam neer op het Hesseler, nu gemeente Bome, toen nog gemeente Weerselo. Zijn landing en daama zijn geslaagde vlucht kostte later aan vier onschuldige mensen het leven. Nooit was bekend geworden waar zijn toestel was neergestort, totdat het programma "Van Gewest tot Gewest" aandacht schonk aan het feit, dat in 1990/1991 de piloot van het toestel werd opgespoord door aktieve onderzoekers in Bome.
Het verrassende was, dat door deze uitzending, waar ook verteld werd dat het toestel nooit gevonden was, een inwoner van Arnhem een tip kon geven.
Enkele dagen voor de vijftigjarige herdenking van de bevrijding van Bome, wist men het vliegtuig te lokaliseren en te bergen. Juist op die herdenking, 3 april 1995, in het Dorset Mansion House te Bome, werd dit feit bekend gemaakt. Zie hiervoor de berichtgeving in de media.

Auteur:Toon Blenke † in: Dit möt wie nich wier hebn, uitgave 1995 tgv 50 jaar vrijheid
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Blenke, Vliegveld, Uitbreiding vliegveld, Gedwongen verhuizingen, Krijgsgevangenen, Lastgeving, Vergunning, Dagboek, Onderscheiding, Pamfletten, Bonnen, Tewerkstelling
Personen:Antoon Blenke, J.B.Blenke, Herman Kooiker, Wilthuis, GJ Boomkamp, HF Roetgerink, P Van Dijk, Hesseler
Periode:1940-1945
Locatie:Deurningen, NL, Deurningen

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand