MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Verguisd en geprezen, de schoolmeester

Verhaal

Wetenswaardigheden over meesters uit de oude tijden komen soms plot­seling tot leven als we in oude archieven neuzen om wat meer van de regionale onderwijshistorie helder te krijgen. Zo las ik bij het doorlopen van de archieven in Zwolle dat een schoonzus van een onderwijzer ‘aan de ketting was gelegd’. Hennie haalde het in de eerste alinea van voor­gaande geschiedenis van de scholen Rossum/Volthe al aan. Geïntrigeerd door deze opmerking zocht ik verder, waardoor de volgende reconstructie kon worden gemaakt.

Volthe, 1786

Naar aanleiding van een salarisuitbetaling komt de schoolmeester van Vol­the in beeld. Uit dat bericht vernemen we iets van zijn kwaliteiten en de omstandigheden van zijn leefwijze. Het verslag van de vergadering van de Gedeputeerde Staten van Overijssel van 8 februari van het jaar 1786 meldt dat zij geïnformeerd waren over het feit dat er weliswaar een schoolmeester in Volthe was aangesteld maar dat ‘dezelve noch nooit aldaar den dienst van schoolmeester heeft waargenomen’. En het was nu eenmaal zo dat het onredelijk is dat de provincie ‘zonder eenig nut voor de ingezetenen iemand zou betalen voor eenen dienst die hij niet waarneemt’. Een standpunt waar wat voor te zeggen valt! De Richter van Oldenzaal moest daarom maar eens poolshoogte te nemen wat er met deze meester aan de hand was. Er werd van de Richter verwacht dat de Gedeputeerden tijdens hun vergadering op 6 maart 1786 in Deventer verslag zouden ontvangen van zijn bevindingen.

Op onderzoek

Het onderzoek, dat overigens door een vervanger van de richter werd uitge­voerd, kwam erop neer dat noch de goedheren (eigenaren van de erven) van de marke iemand in die functie hadden aangesteld, noch dat zo’n meester zonder school te houden ook nog geld uit het landrentambt van Twente zou hebben ontvangen. Wel was vastgesteld dat ‘eenen Hermen Grijp in Olde Smijink, een ingezeten van de markte in ’t voorige winter eenige weinige kinderen in d’eerste beginselen onderweezen heeft gelijk hij nog in dit win­ter ook doet’. Deze opmerking werd wel vervolgd met de mededeling dat hij deze schooldienst verrichtte zonder de ontvangst van ‘eenig tractement of betaalinge’. Volgens de verklaring van de ‘meester’ kreeg hij wel eens wat aardappelen en brand(stof) omdat hij dat nodig had vooral vanwege het feit dat een zuster van zijn vrouw bij hem in huis woonde die krankzinnig was en ‘aan een keeten leid’. En als hij dit werk niet zou mogen doen dan was hij wel bereid er van af te zien!

Als je zoiets leest doemen verschil­lende vragen op. Was dit een meester met bekwaamheden c.q. bevoegdhe­den? Hoe voorzag hij zich in zijn le­vensonderhoud? Uit hoeveel personen bestond zijn gezin? Wie had het initi­atief genomen om hem voor het geven van onderwijs te vragen? In welke loka­liteit werd dan onderwijs gegeven?

In een volgend nummer van ‘Oet de Boerschopn’ krijgen we op enkele van de gestelde vragen een antwoord dank­zij een rapport uit 1801.

H.C.O., toegang 3.1, inventarisnr.s 669 en 4979

Gerrit Welberg

Auteur:Gerrit Welberg in Oet de Boerschopn nr.117 Lente 2011
Trefwoorden:Onderwijs Overijssel