MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Oorlogstragedie in Dulder

Verhaal

Bert Wolbert heeft een onderzoek verricht naar een neergestorte bommenwerper in de Zoeke in de marke Dulder. Hij laat verschillende getuigen aan het woord. Opmerkelijk in dit verhaal is, dat de bemanning nooit is geïdentificeerd. Unieke, nooit eerder gepubliceerde foto's maken het verhaal compleet.

Oorlogstragedie in Dulder

(geschreven in 1995)

 

Voorwoord

 

Het artikel "Known unto God" van H. Wonink in zijn boek: "Stille getuigen 1940-1945", verhaalt over het neerstorten van een bommenwerper in de Gemeente Weerselo op 26 juni 1942. Het trok mijn aandacht omdat de omgekomen bemanning zonder identificatie werd begraven op het R.K. Kerkhof te Weerselo. Een naamloosheid waar nog steeds geen verandering in is gekomen. Nu, vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog, bij de herdenking, intrigeert het je of dit stukje geschiedenis nog leeft bij de plaatselijke bevolking en waarom die identificatie nooit is gelukt.

Het schrijven van dit artikel verliep  moeizaam. Het verzamelen van gegevens had een sneeuwbaleffect tot gevolg en het voornemen om in eerste instantie, in een kort verhaal, de zaken op een rijtje te zetten is uitgelopen op een omvangrijk artikel.

Dit artikel is tot stand gekomen na studie van de geschiedenis van die oorlog, onderzoek naar ontwikkeling en toepassing van het vliegend materieel en in het bijzonder door de verrassende, zelfs emotionele gesprekken met zeer veel mensen.

Dank gaat uit naar hen die mij te woord stonden, hun ervaringen beschreven en hun materiaal beschikbaar stelden. In het bijzonder dank ik mevr. G.M. Munsterhuis-Scheepers uit Saasveld voor het open gesprek en dhr. A.M. Roding uit Enschede, archivaris bij de gemeente in deze stad en vrijwillig medewerker van het Luchtvaart Museum Twenthe, voor het beschikbaar stellen van zijn onderzoeksgegevens.

Bert Wolbert

 

 

Inleiding

 

GROZNY; EEN STAD DIE LANGZAAM STERFT.

Een stad sterft. De Russische bombardementen op Grozny zijn het afgelopen weekeinde In alle hevigheid doorgegaan. De burgerbevolking heeft de Tsjetsjeense hoofdstad grotendeels verlaten. De belangrijkste 'bewoners' zijn soldaten die bereid zijn Grozny tot de laatste snik te verdedigen. Maar hier en daar proberen ook de gewone mensen,die niet meer tijdig konden vluchten, te overleven tussen de puinhopen en het vuil. In de straten liggen overal verspreid de vele gesneuvelde stadgenoten. Een bericht uit het voorportaal van de hel.

( Dagblad Tubantia, 9 januari 1995.)

 

Bovenstaande inleiding is afkomstig van een artikel uit een plaatselijk dagblad en hier neergeschreven om u te laten kennis maken met de wereld aan het begin van het jaar 1995. Op het moment dat U dit leest zal deze situatie weer anders zijn en is dit nieuws waarschijnlijk naar de achtergrond verdrongen. Andere gebeurtenissen zijn nu weer actueel. Zo zit onze wereld in elkaar. Als ik mij deze avond in januari voorneem het voorwoord te schrijven voor mijn artikel, krijg ik na eerst het TV journaal te hebben bekeken, een bevestiging dat het juist is de inleiding van het stukje uit de krant als opening te gebruiken. Het nieuws van deze dag laat er geen twijfel over bestaan. In "flill colour" ben je, zonder dat je er om vraagt, getuige van een afschuwelijke burgeroorlog. Het kost in het begin, bij het zien van zoveel ellende, moeite je tranen te onderdrukken, maar gek genoeg, het went.  Deze avond worden we geconfronteerd met een familie in de belegerde en kapot geschoten stad Grozny. Zij zitten, ondergedoken in een kelder, rond hun zojuist binnengebrachte zoon. Hij is zojuist als verzetsstrijder gesneuveld. De moeder roept vertwijfeld uit: "Waarom moet dit nu, waarom"? De familie zit ineengedoken, niemand is in staat haar antwoord te geven. Ik ben iemand die de Tweede Wereld Oorlog niet heeft meegemaakt. Tijdens je leven lees je oorlogsliteratuur en documentatie, je hoort verhalen van je ouders en kennissen en volgt documentaires waarin afschuwelijke, onvoorstelbare beelden van o.a. concentratiekampen worden vertoond. Ik verkeerde lang in de veronderstelling, dat wat zich in deze oorlog had afgespeeld, nooit weer in dit, zo beschaafd en uitstekend geregeld Europa, zou gebeuren. Er was immers toch voldoende lering getrokken uit het verleden. De mensen waren toch wel wijzer. Maar wat een naïviteit! Wat zien we; dichtbij een burgeroorlog in Rusland; in het voormalig Joegoslavië is er absolute chaos en verdeeldheid, wat verder van huis hebben zich in Ruanda verschrikkelijke taferelen afgespeeld en zo is er nog veel meer van deze ellende op te sommen. Allemaal situaties die niet onder doen voor de oorlog nu vijftig jaar geleden, toen vele naties zich ook vertwijfeld afvroegen: Waarom?' Daarom is en blijft het zinvol, de huidige en toekomstige generaties te blijven confronteren met het verleden. Dit in de hoop dat het tot nadenken zal zetten en er toch lering uit zal worden getrokken.           

De speelfilm 'Schlindler's List' die in 1994 zijn primeur beleefde, is zo'n voorbeeld van bewuste confrontatie met het verleden en is een uitstekende waarschuwing voor de toekomst. Veel mensen hebben deze film gezien. Het is te hopen dat dit verhaal ook een bijdrage mag leveren aan dit besef.

Een stukje geschiedenis

 

"Wij zullen Duitsland bij dag zowel als bij nacht bombarderen, steeds heviger; we zullen er van maand tot maand een zwaardere bommenlast op neerwerpen en het Duitse volk van maand tot maand een bitterder dosis laten slikken van de ellende die het over het mensdom gebracht heeft"                                                                                                  (Winston Churchill, Engeland, juni 1941)

Het was mei 1940; de Duitse legers vielen, krachtig ondersteund door de luchtmacht, de lage landen binnen en in datzelfde jaar werd Frankrijk veroverd. Echter, het veroveren van Engeland in het najaar van 1940, in de Slag om Engeland, verliep voor de nazi's minder succesvol. Zij bleken niet in staat, ondanks de vele nachtbombardementen, het moreel van de Engelsen te breken en moesten noodgedwongen gas terugnemen.             

Het gevolg was dat in het voorjaar van 1941 de druk van een aanval op Engeland enigszins was geweken en de Britse regering weer wat hoop kreeg. Zo ontstond de gedachte dat alleen een strategisch luchtoffensief op Duitsland de doorbraak kon betekenen in het verloop van de oorlog. Wat de Duitsers bij gebrek aan materieel niet voor elkaar hadden gekregen, nl. Engeland op de knieën te krijgen, dat moest omgekeerd toch wel kunnen. De Engelsen, altijd nog zonder bondgenoten, geloofden dat een bombardements-campagne de enige kans bood de nazi's, industrieel en economisch, zo te verzwakken, dat op korte termijn een landing op het vaste land kon worden overwogen en de oorlog kon worden beëindigd. Men had een tweeledig doel voor ogen. Het voornaamste was precisiebombardementen op de Duitse fabrieken die oorlogsmateriaal maakten, met als speerpunt de synthetische benzinefabrieken. Ten tweede het uitvoeren van tapijtbombardementen op de Duitse steden, dit om het moreel van de burgerbevolking, met name dat van de fabrieksarbeider, te breken.                                                                                                                                         

Om dit te bereiken moest er een omvangrijke luchtvloot van de grond komen die goed was uitgerust. Men moest immers door de val van Frankrijk alle vluchten maken vanaf de Engelse vliegvelden. Het in leven geroepen Bomber Command van de Royal Air Force werd belast met deze opdracht. Er zouden grote aantallen nieuwe vliegtuigen gereed moeten komen.                                                                                                                                     

Men ging voortvarend te werk, echter de grote aantallen vliegtuigen die waren gepland werden niet gehaald en veel toestellen moesten het ook nog stellen zonder radar, achteraf een enorme tekortkoming. In eerste instantie begon men met een paar honderd vliegtuigen tegelijk vluchten te maken naar precisiedoelen en steden. Daar wierpen deze hun bommen af en vlogen met een boog zo snel mogelijk terug. Later kwam men erachter dat het allemaal weinig effect had, doelen werden niet gevonden of gemist en er werd nauwelijks schade aangericht.

Daarbij waren de Duitse jagers en luchtdoelraketten lastige tegenstanders, het aantal verliezen aan Britse zijde liep verontrustend op. In augustus 1941 verscheen er, na een grote reeks van bombardementen, een rapport bij de Britse regering op tafel waaruit bleek dat het tot nu toe behaalde resultaat nog slechter was dan de grootste sceptici hadden voorspeld.                                                                                                                                     Het grote probleem was de navigatie bij het vinden van de doelen. Noodzakelijk was het een nieuw systeem te bedenken voor het lokaliseren van de doelen. In de winter van 1941-1942 werd hieraan gewerkt en werden de bombardementen tijdelijk gestaakt. Het sterke argument, dat men alleen door een omvangrijk offensief met bommenwerpers het initiatief kon nemen, wankelde. De nieuwe luchtmaarschalk A.T. Harris, benoemd in februari 1942, zou naar een oplossing moeten zoeken,want anders was het jammer van de inspanningen en kon men de toestellen beter elders gebruiken.  Hij kwam uiteindelijk met de zogenaamde Gree-campagne, wat inhield dat zoveel mogelijk vliegtuigen met radar zouden worden uitgevoerd, zodat accurate bombardementen, zelfs als het doel niet zichtbaar was, konden worden uitgevoerd. In eerste instantie werden de met radar uitgeruste vliegtuigen op pad gestuurd om branden te stichten op geplande strategische doelen en steden. De rest van de luchtvloot kon zich dan op deze vuurhaard oriënteren en hun bommenlast afwerpen om de beoogde schade te vergroten.                                                                               

Na enkele testen met kleine aantallen vliegtuigen wilde Harris de Britse regering overtuigen van de noodzaak van de massa-bombardementen. Hij had geen alternatief en wilde sceptici de mond snoeren.                                                                                                                                                            Zijn plan was met maar liefst 1000 vliegtuigen Keulen te vernietigen volgens het beproefde recept en na dit succes trachten de volledige medewerking te krijgen van de overheid.

Op 30 mei 1942 was het zover, de weersverwachting was redelijk en alle squadrons, verzameld op 53 bases, waren op volle sterkte. Men vloog uit, verzamelde zich in de lucht en bij het doel aangekomen moesten binnen een tijdsbestek van 90 minuten alle vliegtuigen 1455 ton bommen hebben gedropt op de aangeven, brandende doelen. De rivier de Rijn diende daarbij als extra oriëntatiepunt. De vliegtuigen vlogen trapsgewijs om botsingen te voorkomen en passeerden deze nacht de Nederlandse kust ten zuiden van Rotterdam. Zij vlogen, met Eindhoven en Mönchengladbach als goed herkenbare oriëntatiepunten, als een enorme brommende zwerm op weg naar hun doel. Eenmaal in het doelgebied was weinig tegenstand van de vijandelijke  luchtverdediging, maar boven Nederland, België en het grensgebied was er volop aktie. Tijdens het passeren van dit aanvlieggebied werd er elke twee-drie minuten een bommenwerper naar beneden gehaald door het Duitse gebruikte “Himmelbett” systeem. De Duitse jagers, zoeklichten en de beruchte FLAKS hadden hun succes. Van de 1046 gestarte bommenwerpers gingen er 41 verloren.      Maar wat bleek, het "Himmelbett” systeem liet het afweten wanneer de Engelsen gingen vliegen in grotere compacte formaties, men kon zo'n massa niet in zo'n korte tijd onderscheppen.                                                                                                                                                                               

Toen de Duitsers hun afweer, door middel van radar, beter hadden georganiseerd en technisch hadden verbeterd, bedachten de Engelsen een nieuwe truc. Zij strooiden miljoenen strookjes zilverpapier uit zodat de radar volledig van slag raakte en men vrij spel had. Deze methode werd voor het eerst toegepast bij de succesvolle vlucht op Hamburg in juli 1943, waarbij naar schatting 40.000 doden vielen. Trouwens wrang als hier over succes wordt gesproken!

Hoorde men in het bezette Nederland 's nachts Engelse bommenwerpers op weg naar Duitsland vliegen, dan kon men zich haast niet anders voorstellen dan dat deze in de Duitse steden een enorme verwoesting teweeg zouden brengen. Het moest toch, gezien de enorme vloot vliegtuigen, op zijn minst vergelijkbaar zijn met de vernietiging van Rotterdam in 1940. Er waren Nederlanders, die als ze 's avonds in bed lagen, het zwaar brommend geluid hoorden overkomen, hierin duidelijk het Wilhelmus herkenden. Dit motorgeronk klonk bij wijze van spreken hen als muziek in de oren en gaf moed verder te vechten en verzet te bieden tegen de vijand.

De vlucht op Keulen leek in eerste instantie succesvol. Harris sprak zelfs vooraf de verwachting uit dat het direct een einde aan de oorlog zou kunnen maken, maar later bleek het allemaal tegen te vallen. Er was veel vernield, ongeveer 500 mensen vonden de dood, maar de Duitse oorlogsmachine bleef ogenschijnlijk fier overeind.                                                                                                                                                                     

Toch begon hier en daar een Duits radertje te kraken, want in Rusland kreeg men klappen en ook elders werd er flink weerstand geboden. Amerika werd erbij betrokkenen en steunde oa. Engeland in de strijd door ontwikkeling en aanvoer van materieel. In 1942 kwam er een keerpunt in de oorlog, maar het zou nog lang duren en miljoenen doden kosten voordat het voorbij was.

De Britse regering gaf, met op de achtergrond op termijn toegezegde hulp van andere naties, de volledige steun aan Harris' plannen. Engeland werd van verdediger aanvaller. Het hoge spel van Harris was verantwoord geweest en zo werd systematisch begonnen met het bestoken van alle Duitse steden en industrieën, echter met wisselend succes. In Hamburg werd veel vernield, maar bij een aanval op Neurenberg leed de Britse luchtvloot weer grote verliezen. De bombardementen zouden in alle hevigheid doorgaan totdat de Duitsers waren verslagen.                                                         

Zelfs in februari 1945 werd er nog door zo'n duizend vliegtuigen een gigantisch bombardement uitgevoerd op Dresden. De stad werd volledig vernield en naar schatting 40.000 mensen vonden de dood. Over de zinloosheid van deze laatste grote aanval wordt nog steeds gesproken, want het Duitse leger was nagenoeg verslagen en was niet in staat ook maar enige tegenstand te bieden. Dit blijkt uit de verliezen aan geallieerde zijde, er gingen maar zes bommenwerpers verloren.                                                                                                                                                                           

Na de eerste -Duizend bommen vlucht op Keulen volgde er in de nacht van 1 op 2 juni 1942 nog een gelijksoortige actie op Essen. Deze actie was door de dikke industrie-smog boven het Ruhrgebied weinig succesvol en aan het einde van deze maand volgde er een derde vlucht op de stad Bremen. Zo werd deze gigantische en moordende actie doorgezet, alleen al in de drie maanden juli, augustus en september van 1942 gingen ca. tienduizend bommenwerpers richting Duitsland om hun bommenlast te laten neerkomen op de oorlogsindustrie en steden. In feite werden weerloze burgers en de bemanning van vele vliegtuigen het slachtoffer.

Vernietigingsbombardement op Bremen

 

In de nacht van 25 op 26 juni 1942 startten in Engeland 1077 vliegtuigen voor een bombardement op Duitsland met als hoofddoel dit keer de stad Bremen. De strategie was weer dezelfde, eerst branden stichten door de met radar uitgeruste vliegtuigen, gevolgd door een massaal bombardement door de rest. Los van de successen, werden ook hier verliezen geleden en van deze vloot van vliegtuigen kwamen 49 toestellen niet meer op hun bases terug. Vele van hen werden onderschept door Duitse nachtjagers of kwamen in de zoeklichten van het luchtafweergeschut. Zij werden aangevallen, beschoten en stortten neer op vreemd grondgebied of verdwenen in zee.Meestal kwam daarbij de volledige bemanning om het leven.

Het inferno

 

"Wat nen knap, stukn van de vleegmaschien lagn nog an de oaverkaant van n  Holscherdiek" (getuige Jan Munsterhuis, nu 82 jaar)

In deze nacht van 25 op 26 juni 1942 stortte om 2.05 nabij de Voortsweg, gelegen tussen het Zoekerveld en de Gammelkereschweg in het zuiden van de marke Duider, bij de bewoners van dit gebied bekend onder de naam: de Zoek, een van deze 49 Britse bommenwerpers brandend neer. Zo goed als zeker was hij op weg naar huis.

Ter oriëntatie, de voormalige marke Duider, met daarin centraal het dorp Saasveld, verder het Stift en een groot gedeelte van het dorp Weerselo, maakt deel uit van de gemeente Weerselo.

Het vliegtuig werd neergehaald door een van de Duitse nachtjagers van de Nachtjagd-geschwader 1, dat was gestationeerd op de vliegbasis Twente. Een grote voorraad bommen was nog aan boord en het vliegtuig vloog brandend in de richting van de boerderij van Toon Nieland. Deze was gelegen aan een nu verdwenen toegangsweg in de bocht van de Voortsweg. Gelukkig voor de drie bewoners, die ruw uit hun slaap werden gewekt, was de eerste klap niet vernietigend. Hoofdbewoner en eigenaar Toon Nieland, in zijn omgeving beter bekend als: "Bets zien Teun', was 50 jaar oud, ongehuwd en zoon van Bets en San Nieland. Hij had in dienst de knecht Hendrik Wolthuis afkomstig uit Hengelo en het 22 jarige dienstmeisje Gezina Scheepers uit Saasveld. Zij zou later huwen met de buurman van Nieland, Herman Munsterhuis. Zij wisten door samenwerking en met veel geluk te ontsnappen. De gehele boerderij en de bijgebouwen werden door later ontplofte bommen volledig vernield en zijn nooit op die plek weer opgebouwd.

De volledige bemanning van het vliegtuig vond de dood.

Lees het vervolg: Het interview

Auteur:Uit:Dit Möt wie nich wier hebn geschreven door Bert Wolbert
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Bombardementen, Bommenwerpers, Luchtaanvallen, Royal Air Force, Vliegtuigen, Vliegveld Twente, Crash, Dulder, Verwoestingen
Periode:5/1940-5/1945
Locatie:Overijssel, NL, Saasveld, Voortsweg

Locatie op kaart