MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Kerstmis in vroeger dagen in Weerselo

Verhaal

Kerstmis in vroeger dagen in Weerselo

Kerstmis zal in ieder gezin wel steeds een aparte plaats blijven innemen, al is er veel van het intieme verloren gegaan. lk wil proberen onder woorden te brengen hoe vroeger, in het ouderlijk huis in Lemselo, het kerstfeest gevierd werd zo in de jaren vlak vóór en in het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Toen leefden moeder en vader beide nog, toen waren de kinderen, voor zover ze al niet getrouwd waren, meestal met de Kerstdagen thuis. Kerstmis was toen nog het feest van de huiselijkheid. De eerste Kerstdag was er geen café geopend; de tweede Kerstdag was de dag dat de jongelui gingen dansen, enz. Er zal in die dagen wel geen boer in Weerselo zijn geweest, die tegen de Kerstdagen geen varken had geslacht. Er was dus al veel drukte geweest mêt de slachtverwerking. Voor het overige viel er op een boerderij niet zoveel werk te doen.

Verlof

Bij "spoorsneeuw" moest menig konijntje het onderspit delven. lk herinner mij uit die tijd eigenlijk allemaal vrij strenge" soms heel strenge winters, vaak met enorm veel sneeuw. lk herinner me dat ik in de mobilisatiedagen van 1939 's avonds voor Kerstmis met twee dagen verloÍ naar huis kwam. ln de trein had ik een soldaat uit Weerselo getroffen, Weiden, de zoon van "Boerkaamps-Jens". Er lag ontzettend veel sneeuw! Op het station in Oldenzaal hoorden we dat er geen bus naar Weerselo liep en dat men ook niet met de fiets door de Lemseler es kon, omdat die totaal was dichtgesneeuwd. Sneeuwploegen konden er zelfs niet door. We waren dus wel gedwongen naar huis te lopen. Van Oldenzaal tot "Hams", aan het begin van de es ( voorbij "Hams zienn bos" en "n Scheutenkolk" ) ging het nog. Je kon tenminste nog zien waar de weg liep, al moest je soms een halve meter of meer door de sneeuw stappen voor je vaste grond onder de voeten kreeg. En er bleef maar poedersneeuw vallen, die door de felle oostenwind werd voortgejaagd en die zich op ieder beschut plekje neerlegde. Toen we bij Hams bij het begin van de es kwamen was het net of er een poollandschap voor ons lag. Op sneeuw is het nooit stikdonker. We konden ons eerst nog oriënteren op het huis van Scheuten voor in de es. Maar daarna was het mis! We konden niet de straat volgen omdat die wat lager lag dan de es en op sommige plaatsen wel met een meter sneeuw was bedekt. We moesten dus over het hoogste bouwland, daar lag de minste sneeuw. Het was een gelukkige omstandigheid dat je toen nog geen prikkeldraad aantrof in de es, want het was allemaal bouwland. We konden ons in die sneeuwjacht alleen oriënteren op de wind, die we schuin-rechts achter ons hielden. Aan de vage contouren van bomen merkten we dat we Bergman en Peterman naderden. Toen we in de luwte van de begroeiihg weer de weg trachtten te bereiken kwamen we echter, via de hoge kant van "n Kerkhof", in wel twee meter hoge sneeuw terecht, allemaal bijeengewaaide poedersneeuw! Daarna ging het wat beter. Als jonge kerel word je van zo'n tocht niet koud, maar het waren wel barre omstandigheden. En als je dan op Kerstavond, na zo'n tocht weer in je ouderlijk huis bent en je zit met een kop koffie bij de brandende kachel midden in de huiskamer of "veurkókken", dan is het leven goed.

Biechten

Steevast begon de voorbereiding voor het Kerstfeest met het "te biechten gaan". Voor de geestelijken was dat een hele opgave. Die zaten al enkele dagen van te voren vanaf een uur of drie 's middags tot een uur of acht 's avonds vrijwel onafgebroken in de biechtstoel. De minst strenge had het juist het drukste. ln Weerselo had de oude pastoor Haarhuis het àltijd ontzettend druk. Het was een goedige man met een prachtige bos spierwit haar. De "Soaseler boeren" gingen haast allemaal te biechten bij pastoor Haarhuis. "A'j ne koo hebt stóln en ie brengt n stet mer weerum, dan is 't pastoor Haarhoes wal good" zeiden die van Saasveld, die bij hun eigen pastoor vermoedelijk veel meer penitentie zouden hebben gekregen.

Thuis stond voor Kerstavond een grote kerstgroep opgesteld, altijd in de hoek van de "veurkokken" of de woonkamer. Altijd een kerstden boven een stalletje van berkehout, gedekt met stÍo. Daarbij een massa mos en oude gipsen beelden. Dat mos moest al dagen van tevoren worden gehaald, altijd bij "Bergman zienn bos an de bek". Ook moest er klimop bij zijn om het stalletje te versieren. Het geheel gaf dan een speciale sfeer en een lekkere geur in huis.

Mis

Met Kerstmis kon je alleen naar de Nachtmis of naar de Hoogmis. En steevast ging je 's middags naar de Vespers. Er was niet zoals nu 's avonds van tevoren al een mis en je moest nuchter blijven vanaf 's nachts twaalÍ uur. Weerselo had toen nog zijn oude waterstaatskerk, uitgereefd, met slechte banken, afbladderende verf en zonder verwarmingl De banken waren in die tijd nog verpacht. Ieder gezin had dus een bepaald aantal plaatsen. Gevolg was dat er in de nachtmis altijd een tekort aan zitplaatsen was. Er moesten dus altijd mensen staan. (lk praat nu niet over de tijd dat er in weerselo behalve een pastoor ook nog een kapelaan was. Toen waren er meer missen). De Nachtmis was altijd om vijf uur 's morgens. Je moest dus om vier uur al je bed uit. Je kleedde je gauw aan en ging dan lopend naar de kerk. Je moest zorgen een half uur te vroeg in de kerk te zijn om nog een redelijke plaats te krijgen. Veel mensen, vooral de ouderen, kwamen op klompen. Zoals ook nu nog waren er op Kerstmis drie heilige missen: de Nachtmis, de Dageraadsmis en de Dagmis. Toen de pastoor nog alleen was ging het als volgt. Eerst kwam de Nachtmis, in Weerselo was dat prachtig. Je had een mooi mannenkoor {Organist én Dirigent Jan ter Borg, en met zangers als de jongens van Vreeswijk, Benerink, Boerkamp en Bijen-Herman). Vaak werd er een mis gezongen, waarin vaak het thema "Er is een roos ontsprongen" te herkennen was. Na de plechtige Nacht- mis begon de pastoor de communie uit te delen. De mensen knielden in rijen aan de communiebank. redereen ging te communie en dus duurde het nogal lang. Maar ondertussen zong het zangkoor, samen met de mensen in de kerk, het ene kerstlied na het andere. Vaak prachtige oude kerstliederen die je nu niet meer hoort. Na het communie-uitdelen deed de pastoor dan de Dageraadsmis, een stille mis, waarbij weer kerstliederen werden gezongen. Meestal duurde het geheel wel twee uur en dat allemaal bij de kou in een onverwarmde kerk. Maar och, toen kon je er tegen.

Bloedworst

Na de kerkdienst liep je weer een half uur naar huis terug, vaak samen met de buren. En thuis??? Nou, de thuiskomst was ongeveer het mooiste van de hele Kerstmis. Want als je rillend van de kou thuis kwam, dan wachtte daar de warme kachel, de hete kofÍie en vooral de gebakken lever- en bloedworst dampend in de pan. Dat was ongeveer het lekkerste dat je het hele jaar te eten kreeg. Want, vergeet het niet... je was nog steeds nuchter vanaf 's nachts twaalf uur. Vaak denk ik dat het de moeite waard zou zijn ook nu nog de kerstdagen op die manier te beginnen. De Kerstmorgen, allemaal om een uur oÍ acht met elkaar aan tafel bij een kerstontbijt, waar je uitgehongerd aan begon. De rest van de morgen ging je beslist niet weer naar bed. Je zat gezellig bij elkaar en er werden veel kerstliedjes gezongen. En dat allemaal in een tijd dat er nog geen vakanties bestonden, het leven sober was, maar beslist niet slecht. Al had je dan de kerstdagen "eruit moeten werken',, de twee vrije dagen, en soms drie, waren vaak onvergetelijk. 

Auteur:J.A. Veldhuis {overl.)uit Oet de Boerschopn nr.56 Winter 1995
Locatie:Weerselo