MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Herinneringen aan de oorlog 1940-1945 van en paar schooljongens uit Rossum

Verhaal

De ABTB en de melkfabriek in Rossum waren vroeger plaatsen waar zich allerlei activiteiten afspeelden. Zo ook in de oorlog. Een verhaal in 1995 verteld door Bennie Bossink en Paul Vos

HERINNERINGEN AAN DE OORLOG 1940-1945 VAN EEN PAAR SCHOOLJONGENS UIT ROSSUM
Bennie Bossink (geb. 15- 8-1937) en Paul Vos (geb. 27-12-1935)

De A.B.T.B. en de melkfabriek waren vroeger de plaatsen waar zich allerlei activiteiten afspeelden. Zo ook in de oorlog.
Een colonne met Duitse vrachtwagens had zich in de buurt van bovengenoemde gebouwen opgesteld. De benzine was schaars, zodat de wagens uitgerust waren met zogenaamde vergassers, die met hout gestookt werden. In een onbewaakt ogenblik werden door enkele jongens de uitlaten met een stuk hout dichtgestopt. Toen de colonne daarna in de richting van het kanaal reed, begon halverwege de misère en sloeg de ene na de andere motor af. Tot overmaat van ramp namen ook nog enkele Engelse gevechtsvliegtuigen de gestrande wagens onder vuur.

Bij de boerderij van Kleissen lagen Russische Kozakken. Vooral de kleine, snelle paardjes hadden onze aandacht. Toen we daar op een dag weer stonden te kijken, werden we, klein als we waren, zó op een van de paarden gehesen en toen ging het in galop over de kolengruisweg en de verharde straatweg naar de smederij van de plaatselijke dorpssmid. Daar zetten de Kozakken ons weer op de grond. Nog natrillend van schrik zagen we even later hoe de paarden van nieuwe ijzers werden voorzien.
In de A.B.T.B. was een werkplaats die door de Duitsers gebruikt werd als garage. Er stond een stel auto's. Met een baco-sleutel uit de werkplaats van de melkfabriek werden de benzineleidingen losgedraaid. De kostbare benzine werd afgetapt in een bus van ongeveer een liter, die geleegd werd
in een groter vat achter de melkfabriek. Dit gebeurde zo een keer of vier, vijf. Toen werd één van de grotere jongens gesnapt en een halve dag vastgehouden in de A.B.T.B. Lijkbleek kwam ie tegen de avond weer vrij.
Op een dag in het voorjaar waren we bij de beek bij Bergman aan het polsstok springen. Plotseling...glasgerinkel. Een grote ruit van een huis in de buurt aan diggelen. Wat was het geval? Een Engelse bommenwerper, misschien in nood, had enkele bommen afgeworpen in Volthe.

Aan de rand van één van de weilanden van Elderink hadden de Duitsers drie stuks luchtgeschut opgesteld. Vlak erbij hadden ze in het gras de letters S.S. uitgestoken. Op een middag vloog er een Engels vliegtuig over. De Duitsers begonnen te schieten, maar ze raakten niets. Even later kwam het vliegtuig terug en vloog laag in de richting van het Duitse geschut. Nooit hebben we soldaten zó hard zien rennen!

Over de Grotestraat, bij de smederij van Zwiers, werd een koperen draad uit een fietsdynamo gespannen. Deze werd gebruikt om officieren, die daar langs kwamen, de pet van hun hoofd te lichten. Dit lukte enkele keren. Tot het echter mis ging en de draad, in plaats van onder de klep van
de pet, onder de neus werd getrokken! Toen was Leiden in last. Goddank konden de daders toch nog ongezien weg komen.

Langs de weg van de melkfabriek naar Elderink stond op een keer een stel amfibievoertuigen dicht achter elkaar opgesteld. Eén van de grotere jongens kreeg de motor van het achterste voertuig aan de praat, waardoor verschillende aandrijvingen onklaar raakten.

Op het hoogste puntje van het dak van de A.B.T.B. zat op een dag een postduif. In het K.J.V.-huis lagen Duitse officieren. Een van hen schoot met zijn jachtgeweer de duif van het dak. Bang als ze waren dat die duif gebruikt werd voor het overbrengen van geheime berichten.

Op een nacht scheerde er een brandend vliegtuig laag over ons huis. Door het raam van onze slaapkamer zagen we het vliegtuig een paar honderd meter verder brandend neerstorten. De volgende morgen vonden we op meerdere plaatsen stukken van het vliegtuig. Op het platte dak van ons huis was een kistje met noodrantsoenen neergekomen.

Af en toe zag je mensen naar boven kijken. Meestal was het dan zo, dat er ergens een piloot met zijn parachute naar beneden kwam. Zo ook die keer dat een Nieuw-Zeelander met zijn parachute verstrikt raakte in de bomen bij de Lemselose school. Eenmaal op de grond werd hij meteen gevangen genomen door de Duitsers, die daar in een boerderij in de buurt lagen.

Regelmatig kwam het voor dat er luchtgevechten waren. Als je buiten was zocht je dekking en zag je soms een vliegtuig naar beneden storten. Zo verging het ook het vliegtuig dat vlak bij de boerderij van Kemerink in een weiland terecht kwam. Als het veilig was ging je kijken. Hier was echter niet veel te zien. Het vliegtuig had zich in zijn geheel de grond in geboord.

Iedereen die maar een kippenhok of een schuurtje bezat hield in de oorlog een varken. Dit varken moest stiekem geslacht worden. De jongens moesten dan maar een paar dagen logeren bij familie. Dit hielp niet zoveel, want bij terugkomst werd door één van de jongens opgemerkt: "D'r zit blood
an de ledder en wie hebt worst in de pan, d'r is dus ok n verken slacht".

Onder schooltijd werd er vaak geoefend in het dekking zoeken. Op commando moesten we dan onder de banken kruipen en ons plat tegen de vloer drukken. Gelukkig is het bij oefenen gebleven!

Op een dag kwamen er kisten met sinaasappels op school. Elk kind kreeg er een. Als je er aan denkt, dan krijg je nóg de geur van je eerste sinaasappel in je neus.
Verschillende keren werd de school gevorderd door de Duitsers. Een werkplaats of café werd dan als klaslokaal ingericht, zodat je toch nog onderwijs kon ontvangen. Enkele kinderen gingen zelfs naar de school te Lemselo, waar een kippenhok bij Lansink als school was ingericht.

In de buurt van de melkfabriek vonden we een brandbom. Plotseling begon het ding te branden! Vlug werd het met een lange haak naar de beek gesleurd en in het water gegooid. Een geweldige rookontwikkeling was het gevolg.

In de oorlog kon je ook inkwartiering krijgen van bijvoorbeeld Duitse officieren. Deze officieren gingen ook op jacht en hadden op een dag een paar reeën geschoten. Deze reeën werden achter het huis geslacht. Wij, als jongens, stonden er ook bij te kijken. Toen een ree werd opengesneden zei
een van de ofl&cieren: "Aufgepasst, dort kommt eine Affe raus". Wij lachten er niet om, want we vonden de Duitsers absoluut niet leuk of grappig.

Diezelfde officieren vierden ook op hun manier Oud en Nieuw. Onder enkele ramen van de erker van ons huis vonden we op 1 januari hele hopen lege hulzen. Overblijfselen van het wegschieten van het oude jaar.

Als jongens waren we in het voorjaar verwoede eierzoekers. Vooral de eieren van de marklauw, die toen bekend stond als een zeer schadelijke vogel, waren zeer gewild. Op een dag zat een jongen in een boom. Juist toen hij een nest wilde leeghalen, begon er opeens een machinegeweer te ratelen.
Even later vlogen ons de scherven om de oren. De boom werd te snel verlaten, kleren werden gescheurd en thuis kreeg je de wind van voren.

Op het eind van de oorlog vloog er vaak en bekend vliegtuigje over. Dit werd Bosschopn Jantje of n Brookhaasn genoemd en in verband gebracht met droppings in het Ageler of Volther Broek.

Op Goede Vrijdag, vlak voor de bevrijding, stonden we tegen de avond aan de rand van de es te kijken in de richting van De Lutte. Daar werd Huize Egheria door een zestal Engelse jagers onder vuur genomen. Men meende dat daar de Duitse generaal Blaskowitz zijn intrek had genomen. Later bleek dat dat niet het geval was.

Op diezelfde Goede Vrijdag was er overal bedrijvigheid in de buurt. Met allerlei voertuigen, zoals kinderwagens, trekkarren, handkarren en fietsen, begaven de Duitsers zich op weg om een veilig heenkomen te zoeken.

Op Eerste Paasdag werden er bij ons in de tuin paaseieren verstopt, die we moesten opzoeken. Na het eieren zoeken liep ik voor de winkel en zag van de kant van Lemselo een Duitse soldaat op een motor naderen. Hij reed eerst in de richting van Ootmarsum, keerde en reed toen in de richting van
Oldenzaal. Hij keerde weer en reed dezelfde weg terug waar hij vandaan was gekomen. Een voorbeeld van de totale ontreddering.

Op Tweede Paasdag liepen we langs het Pieriksbos naar de Denekamperstraat. Hier zagen we grote colonnes tanks en andere militaire voertuigen van de geallieerden, die bezig waren Twente te bevrijden.

Dinsdags na Pasen kwamen er enkele Engelse Carriers in Rossum. Ze hielden stil naast onze winkel. Even later reden ze naar de A.B.T.B. Enkele grotere jongens uit het dorp klommen erop. Toen leerden we onze eerste Engelse woorden:
CIGARETTES POR PAPA
SOAP FOR MAMA
CHOCOLATE FOR BABY

Ben Bossink en Paul Vos
 

Auteur:Uit: Dit möt wie nich wier hebn uitgegeven in 1995 tgv 50 jaar Vrijheid
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Rossum, Duitsers, Melkfabriek, Russen, Fransen, ABTB, Postduif
Personen:Paul Vos, Ben Bossink
Periode:1940-1945
Locatie:Rossum, NL, Rossum, Father Raatgerstraat

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand