MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Hendrik Hobbelink: Zoekerhoek Volthe in oorlogstijd

Verhaal

De eerste tijd van de oorlog werden de boeren in de Zoekerhoek met rust gelaten, maar al gauw kwamen er beperkende maatregelen. Ik denk dan aan: controle bij het dorsen, beperking van huisslachting, voedsel op de bon, zoals boter, brood, vlees, enz.

Bij een controlebeurt door de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) liepen wij tegen de lamp. Bij het spek dat aan de zolder hing te roken, zaten een paar stukken, die niet gekeurd waren. Deze werden meteen in beslag genomen. Ik moest voor de rechtbank verschijnen; f. 25, boete! Het spek werd verbeurd verklaard. De controle van de C.C.D. bij het dorsen viel over het algemeen wel mee, als je tenminste niet als zwarthandelaar te boek stond. Was dat wel het geval, dan kwam onverwacht de dorsmachine en moest je alles tegelijk afdorsen.

Bij Senger (Niehoes) Hep het ook een keer verkeerd af. Op de deel werd gedorst. Hendrik Senger vond de controleur van de C.C.D. te streng. Er vielen woorden, maar daar bleef het niet bij. Hols Jan (Jan Kattepoel Oude Herink)werd met de hooivork naar buiten geduveld. Resultaat: de politie kwam met een procesverbaal en Hendrik kreeg drie weken hechtenis...onvoorwaardelijk!

Hendrik Senger was er nog wel eens bij waar de klappen vielen. Het gebeurde in die tijd nogal eens, dat een telefoonkabel die de Duitsers langs de weg hadden liggen, werd doorgesneden (sabotage). Dan werd er een kabelwacht in het leven geroepen en de kabel moest dag en nacht bewaakt worden. Op een nacht toog een groepje uit de Zoekerhoek naar de Bornse Torenlaan om daar van 2 tot 6 uur de kabel te bewaken. Het waren: Toon Deterink, Teun Ensink, Hendrik Senger, Gerard Oude Hassink en mijn persoon. Het regende die nacht en we schuilden bij een boer in de schuur. De hond van die boer maakte veel lawaai en de boer, die daar blijkbaar vaker last van had, maakte daarvan melding bij burgemeester Scholtens. De volgende dag kwam veldwachter Ter Laak om te proberen de daders op te sporen. Niemand had natuurlijk zijn post verlaten, maar Ter Laak had een stok en een hoed gevonden. Toen bij de ondervraging Tulks Teun aan de beurt was en Ter Laak hem vroeg of hij ook een stok kwijt was, antwoordde Teun: "Nee, maar ik ben wel mijn hoed kwijt".

"Die heb ik ook", zei Ter Laak en toen biechtte Teun alles netjes op. "Om 11 uur bij de burgemeester", zei Ter Laak, "alle vijf!". De straf was een week lang kabelwacht in de Bornse Torenlaan, van 2 tot 6 uur.
Mooie dingen waren er ook wel, bijvoorbeeld brood halen bij de mulder. Als je een mud rogge bij de mulder bracht om hiervan brood te laten bakken, dan werd hierop 10 kilo gekort. Daarvan konden de mensen uit de stad bij de mulder een homp roggebrood halen op zaterdag. Dan was het daar een drukte van belang. Een lange rij wachtenden buiten en Johan in de bakkerij om de grote roggebroden aan hompen te snijden en aan de mensen te geven. Herman stond bij de deur om iedere keer vier mensen binnen te laten, die er door de achterdeur weer uitgingen.

Het was toen wel druk bij de boeren. De meeste gezinnen hadden wel een paar onderduikers. Meestal waren dat jongens die in Duitsland moesten werken, maar ook soms gezinnen, die door de bezetter werden gezocht.
Bij Hobbelink hield zich een familie Steunenberg verborgen. Het waren spoorwegmensen, die op de beruchte Dolle Dinsdag in september 1944 aan de spoorwegstaking hadden deelgenomen. Verder was er ook nog Arend Gortemaker, die later met Annie Roesthuis is getrouwd en een paar jongens van 10 jaar van een kinderuitzending in Den Haag. De heer Steunenberg was ook lid van de Ondergrondse. Als er dan door de Duitsers een razzia werd gehouden, kreeg hij meestal vooraf bericht daarover. De onderduikers hadden samen een grote schuilkelder gebouwd bij de "Kieskoeln" in Sanderinks veld nabij Moat Hein. Wanneer het gevaarlijk werd wachtte men daar de razzia's af tot alles weer veilig was. Maar op een morgen, nadat ze daar de nacht hadden doorgebracht, verscheen er een groep Duitsers, die begonnen te oefenen in Sanderinks veld. Toen één van die Duitsers over de schuilkelder liep hebben ze doodsangsten uitgestaan. Maar ze werden niet ontdekt.

Op een avond, juist toen we naar bed wilden, kwamen er twee mannen aan de deur. Ze waren haveloos gekleed en zagen er bijzonder angstig uit. We konden ze niet verstaan, het waren twee ontvluchte Franse krijgsgevangenen. Nadat ze flink gegeten hadden, kwamen wij er achter dat ze naar Vos in Rossum moesten en dan verder naar Almelo. We hebben er verder niets meer van gehoord.

Voor de boeren waren er allerlei beperkingen. Je moest granen, aardappelen, melk, enz. inleveren en je mocht per boer maar 15 kippen houden, omdat er te weinig voer was. Echter, bij Obbenkotte, een gezin van 7 vrijgezellen, hadden ze nog 75 kippen! De controleurs van de C.C.D. hielden wel controle, maar keerden bij Obbenkotte altijd onverrichterzake huiswaarts. Obbenkotte had nl. een bewijs van Dokter Maajong, dat de oudste vrouw (Meike) gek werd als ze de kippen daar zouden weghalen. Toen kwam er een nieuwe hoofdcontroleur die zei: "Ik ga het eens proberen". Op een avond, het was bijna donker, kwam er een lange hooiwagen bij ons langs. De wagen was van boven overdekt met gaas. De eigenaar was Roetgerink uit Hasselo. Daar achter kwamen 7 controleurs, die kippen moesten vangen. Een uur later kwamen ze terug, met de kippen in de wagen. Dokter Maajong kreeg geen eieren meer bij Obbenkotte!!!
Je was in die tijd altijd erg benieuwd hoe de oorlog zich ontwikkelde, maar je hoorde alleen de Duitse berichten uit de krant. We hadden immers alle radio's moeten inleveren. Toen kwam er een keer een man uit Enschede bij ons langs die nog een goed radiotoestel te koop had. De handel werd gauw gesloten, (15 pond spek), en van toen af aan hoorden we regelmatig de nieuwsberichten op de Engelse zender. Niet alleen de onderduikers, maar ook de buren wilden wel eens luisteren. Dan werd 's morgens om 8 uur, wanneer de B.B.C. uitzond, het toestel voor de dag gehaald. In spannende tijden zat soms de hele keuken vol. De radio was overdag wel goed verborgen, in de "hiele", onder het stro, want tijdens razzia's werden er vaak ook huiszoekingen gedaan.

Gelukkig kwamen de Canadezen steeds dichterbij, maar op het laatst werd het nog kritiek. Op de morgen van Goede Vrijdag, een paar dagen voor de bevrijding, kwam locoburgemeester Sanderink bij ons. We moesten materiaal van de Duitsers, dat in het pakhuis van de maalderij Blokhuis was opgeslagen, met paard en wagen naar Tubbergen brengen. Het was toen al een complete volksverhuizing. Overal waren vluchtende Duitsers en mensen, die zich hier niet meer veilig
voelden.

Ik ben goddank weer goed thuis gekomen, maar velen van ons, o.a. Hassink, Bosch, Vrielink, Maseland en Engelbertink werden door de Duitsers gesommeerd verder te rijden, naar Duitsland.
Zij kwamen pas een paar dagen na de bevrijding terug, zonder paard en wagen. Toen de vier bij Ootmarsum over de grens kwamen vroegen ze hoe de bevrijding in Rossum verlopen was. Het antwoord was: "Heel rustig".
De bevrijding was wel angstig, je kon met Pasen in de verte de kanonnen horen, maar het verliep hier zonder tegenstand van de Duitsers. Ze vluchtten op alle mogelijke manieren, zoals met gestolen fietsen, enz. Gelukkig was alles hier goed verlopen, maar we hadden maar één wens: "Nooit meer oorlog"

 *Uit: Dit möt wie nich wier hebn, uitgave 1995 tgv 50 jaar Vrijheid

Auteur:Hendrik Hobbelink
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Rossum, Zoekerveld, Muller, Brooddeling, Controle
Personen:Hendrik Senger, Hendrik Hobbelink, Toon Deterink
Periode:1940-1945
Locatie:Volthe, NL, Rossum, zoekerstraat

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand