MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Els van der Heijden-Offermans: ik vond een thuis ver van huis

Verhaal

Els Offermans werd in 1936 in Rotterdam geboren. “Ik was ongeveer 4 jaar toen de oorlog begon. Rotterdam werd gebombardeerd. De bomscherven zaten in de pluchen gordijnen. Daarom zijn we verhuisd naar de Denneweg in Den Haag, een bekende straat nabij het koninklijk paleis, waar we een bovenwoning betrokken. Ook hier waren weer bombardementen.” Vader had een eigen zaak: Offermans cotton selling agents. In mei 1944 werden de oudste drie kinderen op verschillende boerderijen in Twente ondergebracht.

Het was de bedoeling dat de kinderen gedurende de zomervakantie van zes weken in Twente zouden verblijven, maar toen vader Offermans hen wilde ophalen vond hij het te gevaarlijk hen mee terug nemen. Zo bleef Els een jaar in Twente op de boerderij bij de familie Plegt. Het verhaal van Els staat uitgebreid beschreven in haar in 2011 uitgegeven boekje: ‘Kind in oorlogstijd: ik vond een thuis ver van huis’.


Aankomst op ’t Stift en boerderij Plegt
Els: “Met de trein en met koetsjes kwamen we aan op ’t Stift in Weerselo. Daar stonden meest volwassen mensen (met knipmutsen) die de kinderen ophaalden. Mijn zus Maria en broer Hans waren eerder weg dan ik. Op het laatst stond er een jong meisje met een fiets, wat later Marietje Plegt ( 17 jaar) bleek te zijn. Ik kreeg een appel in mijn hand gedrukt en ging achterop de fiets naar boerderij Plegt in het Binnenveld. De ouders Hanna en Gerard Plegt deden hun uiterste best om het mij naar de zin te maken. Ik had behoorlijk veel heimwee. Daar kwam nog bij dat ik hun taal niet verstond. Ze spraken het Twentse dialect. De kinderen Jan en Marietje spraken wel Nederlands. De familie Plegt uit Reutum (Binnenveld K255) behorend bij de parochie Weerselo had op 30-10-1942 hun dochter Annie van 12 jaar verloren.

Bonkaarten
Doordat mijn ouders onze bonkaarten konden behouden hadden ze iets meer om te besteden. Dit heeft mede gehopen dat ze konden overleven. Wij hadden die bonkaarten niet nodig. Er was eten voldoende op de boerderij. Moeder kreeg difterie en werd opgenomen in het ziekenhuis. Zij zag om zich heen mensen stikken. Ik denk dat, mede door de ziekte van moeder, twee kinderen uit ons gezin naar een Schippersschool werden gestuurd. Zij hebben daar geen fijne tijd gehad. Mijn ouders waren zeer bezorgd om ons wat blijkt uit de brieven die over en weer werden beschreven en het feit dat vader bij ons op bezoek kwam. 

 


Zus Maria en broer Hans
Mijn zus Maria verbleef bij boer Paus in Saasveld waar veel onderduikers waren. Ze moest er hard werken. Dit vond mijn vader niet goed en hij zorgde ervoor dat Maria begin 1945 overgeplaatst. Zij kwam bij Plegt (Trienenboer) in de Eertmanshoek, een neef van de familie Plegt waar ik verbleef. Dit was ongeveer een kwartiertje lopen bij mij vandaan. Ze heeft het daar goed gehad. Mijn broer Hans ging naar de familie Lammers in Saasveld. Vijf volwassen kinderen waarvan de ouders overleden waren. Die runden samen het huishouden. Hij werd er wel geplaagd door de grote kerels maar heeft het daar goed gehad.
We zochten elkaar niet zo vaak op. Af en toe liep ik naar mijn broer of hij kwam bij mij. Mijn zus kon ik later bereiken door over de wallen te klimmen. 

Schooltijd
Ik ging in Weerselo wel naar school maar dat stelde weinig voor. We gingen op klompen naar school. De klompen moesten uit in de gang omdat er natuurlijk het één en ander aanhing en ze maakten lawaai. Op kousevoeten ging je de klas in.
Ik heb leren fietsen in Weerselo, maar ook, tijdens de strenge winter, leren schaatsen op het dichtgevroren kanaal. Ik strompelde op van die Friese doorlopertjes achter een stoel aan. Het was gezellig, een beetje koek en zopie achtig, daar bij de brug. Er was een café in de buurt om je op te warmen. 
Je speelde met strootjes. En we maakten dingen na, bijvoorbeeld de roggeschoven zoals die tegen elkaar aan werden gezet. Ik vond het prachtig als ik op de wagen mee mocht het Binnenveld in. 

Het leven op de boerderij had ook wel wat avontuurlijks, iets ondernemends. De kleine kamertjes achter op de deel, ik mocht weleens mee op de hooizolder, maar moest uitkijken dat ik niet door het gat viel. Ik heb zelfs leren melken. In het begin was ik zo onnozel dat ik met mijn handen in het schuim van de melk zat als er net gemolken was, omdat ik dacht: wat is dat voor een zeepspul?

Vader
Mijn vader kwam af en toe langs. Na zes weken kwam hij om ons op te halen. Zijn trein werd op de heenweg al beschoten en hij vond het te gevaarlijk om ons mee te nemen. Hij bleef nog een tijdje op de boerderij waar hij ’s nachts van zijn bed werd gelicht omdat hij de enige vreemdeling was die spijkers op straat kon hebben gestrooid. Hij werd tegen een boom gezet met de handen in de lucht. Gelukkig was er een korperaal die hem geloofde en vrij liet. 

Terug naar Den Haag
Na de bevrijding gingen we terug naar Den Haag met een vrachtauto van Luhén. Tante Hanna Plegt stond huilend aan de weg toen ik weg ging. Ik was verdrietig omdat ik weg moest maar voor haar was het dubbel. Het verlies van haar dochter en dat ze mij na een jaar weer moest laten gaan. Dat heeft diepe indruk op mij gemaakt.

We kwamen aan bij de kerk in Den Haag en toen kwamen daar al die ouders in hun schamele regenjasjes naar buiten. Daar had ik zo’n medelijden mee, zo mager en wij zagen er zo goed uit. De ouders waren er erg blij mee dat ze doorvoede kinderen terugkregen. Een beetje vreemd want ik ging weer naar twee hoog aan de Denneweg, je kon niet zomaar naar buiten lopen. 

Bepalend
Het verblijf bij het tijdelijke opvanggezin heeft wel iets met mij gedaan. Dat ik nu weer in Twente ben, zegt genoeg. Het heeft iets fundamenteels teweeg gebracht. Steeds wier kommen hé. Het feit dat ik een keer, nadat er een conflict was met een nonnetje op school, gezegd heb: ik wil naar de familie Plegt! Dat zegt genoeg. Naderhand vroeg niemand op school er meer naar en was alles opgelost. 
De gehele periode in Weerselo was een aaneenschakelingen van momenten welke een positieve beleving in mijn leven waren. Ook door de thuissituatie: Ik had een thuis maar daar waren veel kinderen en daar gebeurde van alles. Hier vond ik een thuis ver van huis. Ik heb er mooie vriendschappen aan overgehouden. Ik ben er achteraf sterker door geworden en ben veel ellende ontlopen. 

 

 

Auteur:Weerselo 12 mei 2019 Maria Löbker-Ribbert
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Oorlogsgetuigen, Honger, Bevrijding, Naoorlogse periode, Toevluchtsoord
Personen:Burgemeester Scholten, Sientje Veldhuis, Jan Plegt, Femie Plegt, Marietje Plegt, Toos Merks, Paus
Periode:1940-1945
Locatie:Dinkelland gemeente, NL, Reutum, Plegtsweg
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand