MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De Dienders van Deurningen

Verhaal


DE DIENDERS VAN DEURNINGEN

Een verhaal uit Oet de Boerschopn Zommer 2014
Zoeken we in het puzzelwoordenboek naar een ander woord voor diender dan komen we o.a. het volgende tegen: agent – agent van politie – gerechtsdienaar – politieman – smeris – tuut – veldwachter – politiebeambte. In dit artikel hebben we het over deze mensen en over hun werk.

De Dienders van Deurningen

Tot de tweede wereldoorlog had de gemeente Weerselo twee gemeenteveldwachters en bestond de politie van Weerselo uit twee rijksveldwachters. De laatstgenoemden hadden als standplaats Weerselo en Deurningen. In een krantenbericht van 5 januari 1933 wordt vermeld dat tot rijksveldwachter te Deurningen is benoemd de heer H. Wieringa, agent van politie te Hillegersberg. In het boekje “Kent u ze nog… de Weerseloërs” door H.J. Kollen, is een foto uit 1929 afgedrukt waarop de rijksveldwachters G. Bekke en M. Wieringa te zien zijn en de gemeenteveldwachters Ch. ter Laak en H. Waayerink. Hun werk bestond voornamelijk uit het handhaven van de orde en uit het toezicht houden op de jachtterreinen. De jaarlijkse dorpsfeesten waren drukke dagen voor de mannen. Door overmatig alcoholgebruik van de feestvierders waren er wel eens vechtpartijen of andere schermutselingen. Het regelen van het verkeer zal pas na ongeveer 1950 veel tijd zijn gaan vergen. Het in goede banen leiden van een stoet ter gelegenheid van een priesterfeest of van een optocht bij een oranjefeest zal een makkie zijn geweest.


Gevaarlijk werk voor 'Keerls met de blaanke kneupe'
Dat het werk van de 'keerls met de blaanke kneupe', zoals Kollen ze noemt, niet ongevaarlijk was en is, weten we uit verhalen en uit oude kranten.
December 1904 staat het volgende in de krant: "Deurningen, Toen zaterdagnacht circa 12 uur de rijksveldwachter-jachtopziener J.J. Tibbe, vergezeld van den onbezoldigden rijksveldwachter-jachtopziener J. Oude Koehorst, van zijn surveillance te Deurningen terugkeerde, zagen beiden in de buurt van landbouwer Bosch te Dulder, een licht. De veldwachters dachten aan stroopers met een lichtbak en gingen er op af. Bij de poging de wilddieven te grijpen werd Oude Koehorst door één van de stroopers in zijn been geschoten."
Op 22 maart 1905 lezen we: "De rechtbank te Almelo heeft gisteren G. ten D., landbouwersknecht bij de weduwe M. te Weerselo, wegens poging tot doodslag op den veldwachter F.J. Oude Koehorst aldaar, veroordeeld tot 3 jaren gevangenisstraf. De eisch was 5 jaren."
In 1906 is jachtopziener Horsthuis omgekomen bij een treffen met stropers. Collega-jachtopziener Franke die op de bewuste avond met Horsthuis op surveillance was, schreef o.a. in zijn verslag: “In den avond van 20 op 21 januari j.l. gingen mijn collega Horsthuis en ik van Weerselo over Saasveld naar Deurningen in de richting onzer woning. Omstreeks elf uur ben ik nabij den landbouwer Tijert te Hasselo van Horsthuis gescheiden nadat wij vooraf tegen elkander gezegd hebben: Mocht één onzer nog wildstroopers met den lichtbak ontdekken, dan dadelijk elkander waarschuwen. Toen Horsthuis enigen tijd van mij weg was, hoorde ik twee schoten. Ik dacht: Horsthuis hoort het schieten ook en ik ben ten ijlings naar de plaats gelopen, waar wij kort te voren van elkander waren gescheiden. Ik heb toen, zoo luid ik kon, gefloten en eenigen tijd aldaar op Horsthuis gewacht, denkende hij komt hier weer terug. Den volgenden morgen hoorde ik, dat mijn geachte collega door wildstroopers doodgeschoten was op de plaats, waar ik het schieten heb gehoord."
De officier van justitie loofde destijds 500 gulden uit voor aanwijzingen ter opsporing van de dader. In april van dat jaar diende voor de rechtbank in Assen de strafzaak tegen verdachte M. uit Hasselo.
Anderhalf jaar later werd ook de opvolger van jachtopziener Horsthuis, de heer Lewijk, in Hasselo beschoten. Hij bleef gelukkig ongedeerd. De dader werd aangehouden en bekende.
Door de textielfabrikanten werden boerderijen en landerijen aangekocht. Er werden villa’s gebouwd en tuinen aangelegd. In Boven Deurningen hadden Van Heek en Tattersall zoveel bezit dat er eigen jachtopzieners aangesteld werden. Volmer is een bekende naam. Hendrik Volmer was als jachtopziener in dienst van Tattersall en Teun Volmer in dienst bij van Heek. Volmers’Teun en Dina woonden met hun gezin in het prachtige huis aan de oprijlaan naar de villa in het Oosterveld, komend van de Vliegveldstraat. Ook zoon Gerrit Volmer is nog een tijd jachtopziener bij van Heek geweest. Voor hem werd een huisje gebouwd aan de oprijlaan vanaf de Oude Postweg, ongeveer tegenover de boerderij van Reuver.
Niet alleen de politie maar ook de marechaussee kwam in actie bij duistere zaken. In december 1917 hebben 3 landlopers bij landbouwer Seiger in Deurningen alle ruiten ingeslagen, de ramen vernield, de deur met een snoeimes bewerkt, zodat het paneel aan splinters ging en de landbouwer Lakerink met een snoeimes een ernstige snede onder het oog toegebracht en hem vier slagen met de rug van het snoeimes op het hoofd gegeven. Eén van de landlopers, Nijhuis, kreeg een flinke hoofdwond, waarschijnlijk met een hooivork toegebracht. Het drietal werd ingerekend door de marechaussees uit Hengelo en Oldenzaal.
De politie kreeg soms ook assistentie van de burgerwacht. Blijkbaar tot ongenoegen van de bevolking. December 1931 werden er door de heer van der Skuis, lid van de tweede Kamer, schriftelijk vragen gesteld over het gebruiken van de burgerwacht van Weerselo voor de uitoefening van politiediensten. O.a. werden wielrijders en autobestuurders aangehouden en er werden zelfs enkele schoten gelost op een autobestuurder. Hij vroeg of de minister niet van oordeel was dat, wanneer de politie niet in staat was, voldoende voor de openbare orde en veiligheid te zorgen, de oplossing moest worden gezocht in de richting van de versterking van de politie. Dus toen ook al te weinig blauw (zwart) op straat. De heer Ruys de Beerenbrouck, Minister van Staat, Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw liet weten dat de beantwoording langer op zich heeft doen wachten dan in het voornemen lag. Er was overleg geweest met zijn ambtgenoot van Justitie. De minister was van oordeel, dat onder bepaalde omstandigheden en met in achtneming van de voorwaarden, burgerwachten politiediensten konden verrichten, vooral op het platteland.
Aan het begin van dit artikel noemden wij bij synoniemen voor het woord diender ook het woord 'tuut'. Jan Aarninkhof wist zich nog namen van agenten te herinneren en noemde o.a. een agent met de bijnaam: 'de grote tuut'.
Andere namen die we hoorden of die we ons herinneren zijn Floot, Bruggeman en Bekke. De familie Bruggeman woonde in Deurningen aan de Vliegveldstraat. In het huis wonen nu Gerald en Anouk Geelen met hun kindjes.

Dini Kamphuis en Henny Arendsen

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand