MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Bernard en Marie Loohuis: een gezin van 12 kinderen in oorlogstijd

Verhaal

Noa Potijk -toen 15 jaar- interviewde in 2017 broer en zus Bernard Loohuis en Marie Löbker-Loohuis over hun ervaringen in de oorlog. Het gezin Loohuis woonde tot ongeveer 1944 in Weerselo aan de Deurningerstraat 6 en verhuisde daarna naar Kanaal ZZ 66 Fleringen.

Dit is een interview met Marie Löbker-Loohuis en Bernard Loohuis. Maríe is nu 94 jaar oud en Bernard is 87 jaar oud.Toen de 2e wereldoorlog begon was Marie 17 jaar oud en Bernard was 10 jaar oud. Aan het einde van de oorlog waren ze 22 en 15 jaar oud. Zij woonden tijdens de oorlog eerst in Weerselo aan de Deurningerstraat. ln 1944 zijn ze verhuisd naar het kanaal in Fleringen. Zij woonden daar met het hele gezin bestaande uit ouders en de kinderen van oud naar jong; Vader, moeder, Anneke, Jan, Marie, Riek, Hendrik, Gerard, Frans, Mientje, Herman, Sien, Bernard en Grada. Marie en Bernard zijn dus broer en zus en zij zijn ook de broer en zus van mijn oma Grada.

Begin van de oorlog

Toen ik vroeg wanneer zij er achter kwamen dat Duitsland Nederland had bezet op 10 mei 1940, herinnerden ze zich dat nog als de dag van gisteren. Op de 10de van mei kwamen er allemaal legervoertuigen van Oldenzaal naar Weerselo achter elkaar. De Duitsers hadden binnen 4 dagen heel Nederland ingenomen, omdat het leger van ons gewoon niet sterk en snel genoeg was. ln het dagelijkse leven merkte het gezin niet zoveel van de oorlog. Ze gingen naar school en hadden genoeg te eten.

wat gebeurde er

ln de 5 jaar durende oorlog hebben ze niet één schot gehoord. Wel gingen er constant vliegtuigen over hun huis heen. Ze zijn ook een keer naar Hölscher in Saasveld geweest om daar te kijken naar een vliegtuig dat was neergeschoten uit de lucht door de Duitsers. ln de oorlog gingen ze dus naar school. Hier moesten ze in groep 8 Duits leren, dit hadden de Duitsers verplicht. Toen ík hun vroeg of ze ook echt wat hadden begrepen van de oorlog, zei Marie van wel, maar Bernard niet hij was daar nog te jong voor.  

eten

In de oorlog was er voor het gehele gezin van 14 personen meer dan genoeg eten. ln de hongerwinter kwamen er zelfs allemaal mensen naar hen toe om eten te krijgen. Dit kregen ze ook altijd. Er was een vrouw uit Glanerbrug die een hele poos in Weerselo bij het kanaal is gebleven en normaliter te eten kreeg bij de familie Loohuis. Ze aten vooral roggebrood. Dit haalden ze dan bij bakker Dierking. Broden van 20 pond en daar hadden ze er dan 4 in de week van nodig. Ze kregen soms ook weleens wit brood. Maar dan had je het wel verdiend en was het feest.

onderduikers

Er heeft niemand uit het gezin meegevochten in de oorlog, maar Jan was al wel 18 en dus was hij bang dat hij zou worden opgeroepen voor het Duitse leger. Jan heeft ook een tijdje ondergedoken gezeten. Ze hebben nooit echte onderduikers geholpen. Maar dat werd ook best moeilijk omdat ze ook al met 12 kinderen waren. Als ze wilden kregen ze wel eten mee. Hun familie viel onder accommodatie, niemand van het gezin zat bij het verzet of werkte samen met de vijand. Ze kenden wel mensen die bij het verzet zaten in Weerselo. Familie Welman en bakker Senger. Senger had ook onderduikers in zijn huis. Ik vroeg naar een positieve ervaring en toen moesten ze even nadenken maar toen zeiden ze: het bij elkaar blijven. Ze hadden een goed leven, niemand werd opgepakt en hadden genoeg eten.

ziekte en overlijden

Marie en Bernard zijn niet echt ziek geweest in de oorlog. Mientje is in de oorlog overleden op haar 11e aan een hersenvliesontsteking. In 1944 is Anneke overleden nadat ze 2 jaar in een klooster in Amsterdam had gezeten en was verhuisd naar Ulft. Ze is niet overleden aan de oorlog maar was altijd al zwakker dan de rest van het gezin.

soldaten

Ze hebben wel heel veel soldaten gezien. Als ze wilden kregen ze een kopje koffie. De soldaten behandelden de familie goed en ze hebben nooit echt last gehad van de soldaten. In Ootmarsum was een middag georganiseerd waar veel soldaten heengingen om koffie te drinken.

bevrijding

Op de dag van de bevrijding mochten ze hun fiets pakken die ze hadden verstopt en zagen ze hoe de Duitse soldaten werden opgepakt of teruggingen naar Duitsland. De leefomstandigheden verbeterden snel na de oorlog. De jongens gingen naar de Ambachtsschool, alle mensen gingen weer aan het werk. Jan was naar de Betuwe geweest om daar te helpen met het opbouwen. De ervaringen hebben hun leven niet beïnvloed, maar ze hebben het natuurlijk wel hun hele leven meegenomen. In de eerste jaren na de oorlog waren ze erg tegen Duitsers maar daarna maakte het niks meer uit.

Dit was het interview met Marie en Bernard Loohuis. Ik vond het leuk om te doen. Ik vind de bron betrouwbaar omdat zij de oorlog zelf hebben meegemaakt. Tevens omdat ze 17 en 10 jaar waren toen de oorlog begon, ze weten er nog veel van.

Weerselo 1-4-2017  Noa Potijk

Auteur:Noa Potijk, Weerselo 1 april 2017
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Weerselo, Fleringen, School, Duits
Personen:Bernard Loohuis, Marie Loohuis
Periode:1940-1945
Locatie:Weerselo
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand