MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Ben Kaptein: Een week winterweer op de boerderij in de veertiger jaren.

Verhaal

Van Ben Kaptein uit Ootmarsum kregen we een verhaal over een week op de boerderij in de veertiger jaren van de vorige eeuw. De periode van de oorlog en de jaren van wederopbouw. Proef de sfeer uit die tijd. Voor de jongere lezers is het nauwelijks voor te stellen want er was geen telefoon, tv, waterleiding, douches, warm water uit de kraan en alleen een paard om het land te bewerken of om je met een koets te verplaatsen.

De dag begint

Om 6 uur liep de wekker af dan werd de kachel in de woonkeuken opgeschud en met hout opgevuld zodat deze meer hitte gaf, het nog warme water werd gebruikt voor de eerste koffie en voor de rest om voer aan te maken voor de kippen. Er werd een emmer met gekookte aardappelen fijn gemaakt met wat melk en ochtendvoer door, in de oorlogsjaren gemalen haver en of gerst, dit aangemaakt voer met het nog warme water en dan met de petroleumlamp naar het kippenhok gebracht, de rest van het warme water diende voor drinkwater. Het voer werd in een lange houten bak uitgegoten, zodat alle kippen er tegelijk van konden eten en de lamp werd aan de spijker gehangen zodat het wat licht bleef in het hok. De legnesten werden gecontroleerd of er al wat eieren gelegd waren, die werden dan meegenomen, zodat ze niet konden bevriezen. Inmiddels was het fornuis op de deel aangestoken en de pomp weer met water aangeslagen, zodat er weer water opgepompt kon worden voor het spoelen van het melkgerei en drinken voor het paard en om gekookt te worden op de kachel en het fornuis.

Melken

Na het drinken van het eerste kopje koffie begon het melken, 's winters waren er vaak een deel van de koeien droog gezet omdat ze meestal in het voorjaar,februari/maart/april, moesten kalveren. Een driepoot of eenpoot stoeltje diende als zitstoeltje naast de koe, een zinken emmer om met de hand in te melken vervolgens werd de gemolken melk in een zeef gegoten welke op een 20 of 30 liter bus was geplaatst. Vervolgens werden de melkbussen van de vorige avond, die nog op de deel stonde omdat anders de melk in de bus was aangevroren, met de ochtend melk aan de weg gezet omdat de melkophaler(melkboer) er elk moment aan kon komen om ze met paard en wagen naar de melkfabriek te brengen.

Eten voor het vee

Dan werd de voergoot voor de koeien schoongeveegd er water uit de pomp doorheen gepompt, zodat de dieren konden drinken, de pas gekalfde koeien kregen eerst een emmer lauw water voorgezet zodat ze niet te veel koud water gingen opnemen. Vervolgens kregen ze hooi van de hooizolder en gesneden bieten ,de melkgevende dieren kregen ook meel over de gesneden bieten, de pas gekalfde koeien kregen eerst een emmer met aangemaakt koeien meel, in de oorlog gemalen rogge en als het er was wat lijnmeel, daarna was het jongvee in de potstal, de schuur naast en vast aan de boerderij gebouwd, aan de beurt met drinkwater met emmers en wat hooi en bieten en voor de rest stro.De varkens in de andere schuur kregen aan gemaakt voer van gestoomde of gekookte aardappelen met wat varkens meel aangevuld met gemalen rogge, de kleine biggen kregen koeienmelk als bij voer in een ronde of lange bak te drinken en als ze ouder werden ook aangevuld met meel, in de oorlog met gemalen haver en of gerst omdat er toen geen biggen of varkens meel te koop was. De eventuele kleine kalveren hadden inmiddels hun biest of volle melk reeds gehad en de rest werd gebruikt voor de kippen of kleine biggen.

Het ontbijt

Hierna kwamen alle medewerkers en kinderen aan tafel voor het ontbijt, dat normaal bestond uit uitgebakken spek met roggebrood dat ook nog werd gedompeld in het warme vet, in de slachttijd was het ontbijt bloedworst of leverworst, het drinken was koffie en voor de kinderen gekookte volle melk, in de oorlog werd de melk voor het vee en de mensen afgeroomd om van het afgeroomde vet werd boter gekarnd. Het kamen gebeurde in een melkbus met houten deksel met een gat waardoor een steel met een houtenrondje met gaatjes was bevestigd wat op en neer werd bewogen, tot zolang de melk begon te boteren. De boter werd er afgeschept en de overgebleven karnemelk als drinken voor de mensen en de rest voor de varkens.

Het dagelijkse werk op de boerderij

Na het ontbijt ging iedereen zijn eigen weg de kinderen naar school de vrouwen aan het huiswerk en de voorbereidingen voor het middagmaal.De man of mannen de grup achter de koeien uitmesten, de varkenshokken controleren en eventueel uitmesten, de koeienmest werd in de helft van de potstal bewaard tot ze in het voorjaar op het bouwland gebracht kon worden, de varkensmest aan een hoop op het erf.

Maandag wasdag

Op maandagmorgen werd voor het ontbijt de fornuispot in het kookhok of de schuur aangestoken en gevuld met water zonder ijzer, wat gehaald werd van de buren of meegebracht van de melkfabriek, als ze zelf geen roestvrij water hadden, omdat de witte was er in moest worden gekookt en er anders roestplekken ih zouden komen. Deze gietijzeren fornuispot had een inhoud van 160 liter en werd ook gebruikt voor de koken van voeraardappelen en gestookt met takkenbossen die in de winter gemaakt werden van boomtakken. Als het wasgoed aan de kook was werd het overgebracht in een houten kuip van de wasmachine waar een draai stel was ingebouwd dat heen en weer werd gedraaid door een elektromotor of met de hand worden bediend. Sommige gezinnen hadden reeds een wringer en anders moest het met de hand het water er worden uitgewrongen, waarna het nog weer gespoeld en opnieuw behandeld moest worden waarna het werd gebleekt op een grasveld en zeker als er sneeuw lag op de sneeuw, bij het strijkgoed werd er voor het laatste keer spoelen ook nog stijfsel doorgedaan om wat meer stevigheid aan de kledingstukken te krijgen, vervolgens werd de was gedroogd aan een waslijn van roestvrij ijzerdraad bevestigd aan houten palen.

Voer maken

Meestal werd na de was meteen aardappelen uit de kuil gehaald en in de fornuispot gedaan om gekookt te worden en te dienen als voer voor de varkens en kippen, als deze gaar waren werden ze in een ton gedaan en met een stamper fijn gemaakt, later had men een machine die met de hand werd gedraaid, maar daarin werden de gekookte aardappelen tot moes gemalen. De mannelijke personen gingen bieten uit de kuil halen en op de deel brengen, die dan voor het voeren met een bietensnijder fijngemaakt konden worden, zodat de dieren ze beter konden opnemen.

Melkbussen schuren

 

Als de melkbussen terug waren van de melkfabriek werd de ondermelk die terug geleverd werd uitgestort in een kuip die daarvoor in de schuur stond en de eventuele karnemelk die op bestelling terug geleverd werd in de karnemelkbus gestort. De lege bussen werden van binnen met warm soda water schoongemaakt en van buiten afgeschuurd met fijn wit zand dan op een rek geplaatst om uit te lekken, ook kregen de emmers en het melkzeef dezelfde beurt.Met dit warme water werden ook de klompen van buiten geschuurd met dat fijne witte zand, wat ergens uit een beek of zandafgraving te vinden was, ook werd dit zand gebruikt om in de woonkeuken op de vloer uit te strooien die was dan veel gemakkelijker schoon te krijgen.

Middag eten

Om twaalf uur was het tijd voor het warme middageten, in de winter vaak stamppot van boerenkool, zuurkool, wittekool, wortelen, snijbonen enz.

Bij sneeuw

Bij vorst en sneeuw werd eerst de sneeuw verwijderd waar dat nodig was en zo mogelijk gingen de mannen houthakken en takkenbossen maken, als het hard gevroren had ging men naar de waterige broekgronden waar hakhout stond dan werd dat eerst omgehakt om het over de harde grond of ijs op hoger gelegen plaatsen te krijgen. Het paard of de paarden kregen ijzeren punten in de gaten in de hoefijzers geslagen zodat deze op gladde grond of ijs konden lopen, zodat het dikke hout en de takkenbossen op een boerenwagen geladen en zo naar huis gebracht of op een hoger gelegen stuk grond gelegd waar het dan later opgehaald kon worden, dit moest dan gebeuren voordat de dooi inviel.

De paarden

Het paard of de paarden werden drie keer daags gevoerd met gesneden haver in de voerbak die aan de deel kant van de stal op de hoogte van 1.20 meter was aangebracht over de gesneden haver werd wat roggemeel gedaan. Ook kregen de dieren drie keer daags water te drinken, maar ze konden steeds hooi naar behoefte opnemen uit de hooiruif die boven de paardekrub (voerbak) was aangebracht.

De stal

Het ligbed was roggestro wat steeds werd opgevuld als het te nat geworden was van de uitwerpselen en de urine. Als de mestlaag in de stal te hoog werd ging men tot uitmesten over dit gebeuren was meestal om de paar maanden, dit was handwerk met een viertands mestvork (greep) werd het op een wagen of stortkar gebracht en vervolgens naar de mesthoop ergens op het bouwland gebracht, om in het voorjaar uitgereden en uitgestrooid te worden voor het ploegen van dit bouwland voor haver, gerst, bieten of aardappelen.

De kippen

Ook moesten de kippeneieren vaker uitgehaald worden om te voorkomen dat te bevroren raakten, dan kregen de dieren ook wat gemengd graan in de scharrel ruimte gestrooid, in de oorlogsjaren vaak alleen wat haver en gerst of als er korrelmaïs verbouwd was kregen ze hier ook enkele kolven van toegeworpen.Als de verhoogde mestvloer onder de zitstokken te vol was werd deze afgehaald en bij de mesthoop gebracht, soms ook wat harde en natte platen uit de scharrelruimte, deze scharrelruimte werd bij gestrooid met wat kaf dat vrij kwam bij het dorsen van rogge of gesneden roggestro, dat met de hakselmachine was fijn gemaakt. Het drinkwater moest ook gecontroleerd worden op bevriezing of bevuiling en zo nodig bijgevuld worden.

Uit school

Op de maandag/ dinsdag/ donderdag en vrijdag kwamen de kinderen om vier uur lopend terug uit de school en moesten dan nog warm eten hebben, daarom werd op deze dagen vaak ook stampot gekookt, want dat was gemakkelijker weer op te dienen, behalve vrijdags want dan was het onthoudingsdag.(mocht men geen vlees of vleesprodukten nuttigen)

Als er buiten nog wasgoed aan de lijn hing of op de heg die om de tuin stond las werd naar binnen gehaald en eventueel, s’avonds bij de kachel uitgehangen worden om te drogen. Om die tijd van de dag werd ook het jongvee weer van drinkwater en voer voorzien, zodat daar die dag niet weer naar om gekeken hoefde te worden. De kippen werden ook voor het laatst bezocht en alles gecontroleerd en de lamp meegenomen om met petroleum gevuld te worden voor de volgende ochtend. Ook werden de koeien reeds gevoerd met gesneden bieten en krachtvoer voor de melkgevende dieren of aangemaakt voer in een zinken drinkemmer.

Boterham tijd

Dan was het inmiddels ^boterham” tijd, deze maaltijd bestond uit koffie met roggebrood en of bruin brood z.g.n. stoet met gesneden spek of in de slachttijd uitgekookt varkensvet, schrammen genoemd.

Het avond melken en voeren van de varkens

Daarna begon het melken weer als het niet vroor werden de melkbussen met de melk naar buiten geplaatst om af te koelen. Na het melken weer drinkwater voor de koeien pompen en de kleine kalveren weer melk te drinken gegeven, om vervolgens weer hooi voor de melkgevende dieren en rogge of gerststro voor de droogstaande koeien. In de oorlogsjaren moest voor dat het donker werd alle te verlichten vertrekken de ramen geblindeerd worden, want er mocht geen flits licht naar buiten schijnen. Na het voeren van de varkens en de zeugen met biggen weer in het zelfde hok waren samen gebracht, de zeugen werden tijdens het voeren van de biggen verwijderd om doodtrappen te voorkomen, zodat de biggen weer konden zogen bij de moeder.

avondeten

Dan was het tijd voor het avondeten wat normaal bestond uit pannenkoek met spek, roggebrood en karnemelksepap of gekookte koeienmelk met havermout of roggebrood erin. Voor en na het eten werd er altijd gezamenlijk gebeden en na het avondeten in de wintermaanden meteen het rozenkransgebed met de nodige gebeden eromheen als avondgebed gebeden, waarna de kinderen naar bed konden.

slapen

In de slaapkamers vroor het net zo hard als buiten, daarom waren de bedden reeds met warm waterkruiken voorverwarmd. Als het begon te dooien, dan ging het lekken van de zolders boven de bedden, dan kreeg je een extra laken over je heen om beter droog te blijven, maar eerst werden de zolderplanken afgenomen met een handdoek om een bezem of ragebol, want van dat gedrup kon je moeilijk in slaap komen.

Na de afwas

Na de afwas enz. gingen de vrouwen sokken stoppen, verstelwerk doen of ze gingen aan het breien. De mannen gingen radio luisteren, wat lezen of kaarten vaak met de mannen uit de buurt, alleen in de oorlogsjaren was er vaak een uitgaansverbod na 20.00 uur en mocht de radio niet spelen, want het hebben van een radio was ten strengste verboden.Ook werden de winteravonden soms besteed aan het maken van manden met wilgen tenen, zowel de z.g.n. aardappelmanden als de beugelkorven, die bij de beugel met een hand gedragen kon worden.

Later op de avond

Later op de avond werd het vee nog even gecontroleerd of alles rustig was en het paard nog weer water te drinken gegeven. Bij vorst werd daarna water opgepompt en in de woonkeuken gezet en hierna moest de pomp het water laten lopen, door de hartklep op te lichten, anders kon de ijzeren of koperen pomp stuk vriezen. Dan werd de kachel in de woonkeuken zodanig gevuld dat deze de hele nacht door bleef branden en de te drogen kleren en eventuele was om deze kachel geplaatst, zodat de volgende morgen droog waren, ook de sokken kregen een plaats om op te warmen. Normaal was voor de meeste mensen tien uur wel het allerlaatste om naar bed te gaan.

oorlogsjaren

In de oorlogsjaren werd de nachtrust nogal eens verstoord door de zwermen vliegtuigen die over vlogen om in Duitsland bombardementen uit te voeren, soms werden deze door Duitse jachtvliegtuigen gestoord of aangevallen door het  luchtafweergeschut, als er een van de vliegtuigen was geraakt werd het soms zeer gevaarlijk, zeker op de heenweg want dan hadden ze de bommen als lading nog aan boord.

De dorsmolen

De volgende dag begon normaal weer met hetzelfde ritueel, maar als het een week.was dat de dorsmolen in de buurt zijn ronde deed was het alle dagen dorsen, van het ene naar het andere bedrijf, want dit was een van de naoberplïchten om elkaar te helpen.

graan

In die jaren werd er veel rogge wat haver en gerst verbouwd en die werden aan grote ronde of langwerpige hopen (mijten) buiten opgestapeld, sommige grotere boeren hadden een kapschuur voor het graan, dit graan werd voor het grootste deel in de winter gedorst, liefst bij mooi droog vorstig weer, dan was er reeds meer ruimte binnen voor het stro en men kon beter wachten. In de oorlogsjaren kwam er altijd een controleur van de crisisdienst van de plaatselijke bureau houder bij om te controleren of alle zakken gedorste rogge of haver wel werden opgegeven, want er moest een groot deel van de opbrengst geleverd worden aan de overheid, tijdens het koffie drinken werden er dan op allerhande manieren zakken met graan verstopt, zodat die niet meegeteld konden worden Alle normale werkzaamheden werden wat met een franse slag gedaan omdat je aan die dorstijd gebonden was, maar die werden later wel weer in orde gebracht.

Varken slachten

De volgende morgen begon met dezelfde rituelen, maar als er een varken geslacht moest worden was dat vaak op dinsdag of woensdag. Het slachtrijpe varken was vet gemest met roggemeel en ondermelk = melk die terug ontvangen was van de melkfabriek, zonder vet, waar boter van gemaakt was= of wel taptemelk genoemd. De fornuispot vol schoon water was aan de kook dan werd het betreffende varken met touw aan de voor en achterpoot uit het hok gedreven naar de slachtplek, hier aangekomen werd het dier van de been getrokken, in de oorlogsjaren kreeg het meteen een dikke stok met een dweil omringd in de bek gestoken zodat het niet kon schreeuwen, vervolgens met een lang scherp mes in de hals gestoken zodat het bloed snel uit de halsslagader kon stromen, dit bloed werd in een platte schaal of afwasbak opgevangen en in een emmer gedeponeerd. Dan werd het dode dier op een houtenvlonder gedraaid en met grote ketel het kokende water over het dier uitgegoten, dan werd met een groot mes of een hoorntje de haren en de opperhuid van het vel verwijderd, totdat de huid mooi schoon was. Hierna werd het dier op een sterke ladder gedraaid de pezen van de achterpoten opengemaakt en aan de hakens van een paardentrek-kluppel bevestigd, de kluppel werd stevig aan de bomen van de ladder vastgemaakt en daarna werd het dier overeind gezet en van de anus uit opengesneden midden over de buik, eerst kwam de endeldarm vrij daarna de dikke darmen, vervolgens de dunne darmen, de maag en de slokdarm met de tong, de slokdarm de maag en de endeldarm werden bij de afval gedeponeerd de overige darmen met de tong naar een redelijke warme plaats in huis, want de dunne darmen moesten geschoond worden om te kunnen gebruiken voor de te maken metworsten en van de dikke darmen moest het darmvet worden afgehaald en de handelingen wilden slecht als de ingewanden te koud waren geworden. De tong was een waar lekkernij. Het dier op de ladder werd grondig uitgespoeld en bleef tot de avond buiten hangen om af te koelen, er werd meters hoog gaas omheen gezet, zodat er geen katten en loslopende hond bij konden komen.

Het afsnijden

Na het avondeten kwam de huisslachter dan terug om het varken z.g.n. af te snijden, eerst werd de kop van het dier afgesneden en naar binnen gebracht, daarna van boven naar onderen het dier in twee helften gesneden en zo de eerste helft op een lange stevige tafel gelegd en in onderdelen gemaakt, eerst het ribbenvet (reuzel) er uit daarna de ribben, de nieren, enz. Het hart was buiten reeds verwijderd evenals de voorpoten. Daarna werden de ruggengraat (de wervels) het schouderblad en de overige botten verwijderd alleen het bot in de ham liet men soms zitten, dan werd het overgebleven spek in stukken gesneden, de grootte van de stukken was afhankelijk van de omvang van de kuip waar het spek in gezouten moest worden. De ribben en overige botten werden met en grote scherpe bijl in handzame stukken gehakt, nadat de tweede helft ook was afgehandeld, werd het spek in de kuip, op de koudste en schoonste plek in huis of kelder, gelegd en elk stuk apart ingezouten met huishoudzout ook de hammen en soms delen van de kop enz werd ingezouten.

Het verwerken van het vlees

Als de ribben niet ingezouten werden gingen deze gebraden in weckflessen en dan ingekookt in een grootte was ketel op het fornuis en konden dan lang goed blijven.Het bloed werd met roggemeel, kruiden en stukjes spek enz. gemend en in lange van stof gemaakte zakken, latere jaren waren deze zakken van sterk papier te koop, gedaan vervolgens in de fornuispot gekookt tot ze gaar waren en vervolgen aan stokken opgehangen die dan tussen de zolder balkens de z.g.n. wiemsels opgehangen. Zo werd er van diverse onderdelen die werden vermengd met tarwe meel (bloem) ook leverworst gemaakt, ook weer gekookt in de fornuispot en op dezelfde wijze gehandeld als de bloedworst. De niet courante stukken vlees werden gemalen met een worstmachine en dan vermengd met vleeskruiden tot metworsten gemaakt door ze in de schoongemaakte dunne darmen te doen en werden dan aan de zolder of in het onderste deel van de ruime schoorsteen, de z.g.n. bozem, gehangen om te drogen. Soms werd er ook nog hoofdkaas of balkenbrij gemaakt o.a. delen van de kop en andere restanten. Het ribbenvet (reuzels) werden uitgekookt, het vet werd overal voor gebruikt o.a. pannenkoeken, roggebrood bakken enz. de overgebleven resten (schrammen) van het vet werden ook opgewarmd gebruikt op roggebrood en soms een deel verwerkt in de bloedworst.

Na het slachten

De naaste buren, familie plus de pastoor, huisarts kregen wat van het geslacht mee, dat was meestal een stuk vlees, metworst, bloed en of leverworst.Zowel na het slachten 's morgens als 's avonds werd er een stevige borrel gedronken.

Gebruik drukrevolver

Later in de veertiger jaren werd ook gebruik gemaakt van het drukrevolver om het dier te doden net als bij het slachten van runderen reeds gebeurde om ze eerst door de kop te schieten voordat het bloed werd afgelaten.

Staart pikken

In sommige buurten was het een spel om de staart van het dier te pakken zien te krijgen, zonder dat het werd opgemerkt en deze staart werd dan op allerhande manieren terug bezorgd, soms gebakken in een bruinbrood.

Het slachten van een rund

Het slachten van een rund gebeurde door na het doden op te hangen aan bakens die waren bevestigd aan het gebintwerk in de schuur en dan het vel er af te halen en vervolgens net als bij een varken van de ingewanden en pens ontdaan na het afkoelen in stukken te snijden en te drogen en ook gedeeltelijk gebraden in weckflessen te bewaren. Afhankelijk van de gezinsomvang gebeurde het slachten van een dier een of twee keer in het winterseizoen.

De molenaar

Een keer per week werd er ook met paard en wagen geladen met rogge en wat haver naar de plaatselijke molenaar of coöperatie, de boerenbond, om gemalen te worden tevens werd er dan lijnmeel voor de koeien, varkensmeel en wat gemend graan of kippenmaïs, mee gebracht. De te malen rogge was soms ook al direct na het dorsen naar de molennaar of boerenbond gebracht en kon dan als meel weer worden opgehaald, dit gebeurde zeker als de rogge na het dorsen niet goed droog was, dan was de kans op bederf door schimmel vorming te groot. Als er in de doorgaans strenge winters met veel sneeuw lag in de veertigerjaren, moest het paard eerst ”scherp” worden gemaakt, d.w.z. ijzeren punten in de gaten van de hoefijzers geslagen worden, die moesten dan na de terugkomst er ook weer worden uitgetrokken.

Dagelijks werk

Tot het dagelijkse werk behoorde ook het binnen halen van brandhout, turf en of kolen voor de kachel en het fornuis. Het opstrooien van de paardestal en varkenshokken, jongvee stallen en onder de koeien was ook een dagelijkse bezigheid, dit gebeurde met roggestro, de bossen die bij het dorsen door een binder achter de dorsmolen waren samen gebonden werden met de zeis een paar keer doorgesneden, voordat het uitgestrooid kon worden. In de oorlogsjaren was er geen bindertouw, dan moest het gedorste stro met de hand opgebonden worden tot schoven.

Vrijdags onthoudingsdag

Vrijdags was het altijd onthoudingsdag d.w.z. mocht er geen vlees of vleesproducten gebruikt worden, de melkboer had donderdags meestal reeds een ronde kaas van de melkfabriek meegebracht en die werd dan gebruikt als broodbeleg op roggebrood, want bruinbrood gaf het lang alle dagen niet, omdat het roggebrood gebakken werd van zelf verbouwde rogge, dus voordeliger. 's middags na school gaf het dan meestal pannenkoek met karnemelksepap en 's avonds dan weer warme koemelk met roggebrood met kaas.

Eten mee naar school

Als drinken naar de school werd, zelfgemaakte, chocolademelk meegenomen en als boterhammen roggebrood, bruinbrood of tarwebrood met spek, vlees of kaas en vrijdags alleen met kaas.

De hakselmachine

Als de voorraad kist met gehakselde haver leeg was moest er ook weer haver gesneden worden, dit gebeurde met een hakselmachine, die met de hand werd gedraaid, later met een elektromotor en sommige bedrijven met een buiten het huis geplaatste geubel, dit is een kruis van zware balkens die door een paard werd rondgetrokken en via een kamwiel met verbindingstangen naar de hakselmachine gebracht, die daar dan mee werd aangedreven, deze geubel werd ook wel gebruikt voor het aandrijven van een klein dorsmachine.

Zaterdag: in de teil

Zaterdags moest op het erf en in de stallen alles extra worden opgeruimd en tegen de avond werd er een grote ketel met water op het fornuis of de kachel opgewarmd, dit werd dan in een teil in de keuken gegoten en dan van jongs af aan er iedereen in gewassen worden, dan kregen allen schoon ondergoed aan, want een wasgelegenheid met stromend water was er niet.

De zondag

Zondags moest iedereen vanaf zeven jaar naar de kerk toe die niet hoefde te melken ging naar de heilige mis van half zeven lopen, want er waren nog heel weinig fietsen, in de oorlog helemaal niet meer, hen die moesten melken gingen dan om half acht of negen uur, als je ter communie wilde moest je nog nuchter zijn, dat was wel een hele opgave. Oudere mensen die niet meer zover konden lopen gingen dan met een paard en koets naar de kerk meestal na de laatste, de hoogmis om half elf, het paard werd dan gestald bij een caféhouder dicht bij de kerk, daar werd na de kerkdienst koffie gedronken en de heren een borrel.Thuis gekomen was het middageten klaar, zondags gaf het meestal soep vooraf en zelfgemaakte pudding als nagerecht, voor de rest werd er zondags niets meer gedaan dan uiterst noodzakelijk was.

Schaatsen

Als het hard genoeg gevroren had dan kon men gaan schaatsen op de z.g.n. houtjes, andere schaatsen waren er niet, ijs was er op diverse sloten, plassen en ondergelopen weilanden, in die jaren was de hoeveelheid sneeuw vaak de boosdoener, dan moesten er eerst wat banen op het ijs sneeuw vrij gemaakt worden, dit moest met een sneeuwschep in handwerk wordenuitgevoerd.

In de normale schoolweken was er alleen op de woensdag en zaterdag maar een vrije middag, de zaterdagmorgen was nog een gewone school en werkdag.

 

Ootmarsum, januari 2003

B.F.Kaptein.

Auteur:Ben Kaptein geschreven in 2003. (Vraag toestemming om met bronvermelding gegevens te mogen gebruiken via heemkundeweerselo@gmail.com)
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Dagelijks leven, Boerderij, Slachten, Melken
Periode:1940-1950
Locatie:Twente, NL

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand