MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Rene Froger

Verhaal

René Froger was op 27 augustus 2018  de hoofdpersoon in Verborgen Verleden. In de uitzending werd met geen woord gerept over de roots van René in de Koloniën van Weldadigheid. Tijdens de uitzending vond ik zelf wel twee "oudooms" die te gast in Ommerschans zijn geweest. En op de website die het Centraal Bureau voor de Genealogie tegenwoordig bij elke uitzending maakt, bleek dat ook René's oud-betovergrootvader Dirk Froger een jaar lang met zijn gezin in Frederiksoord heeft gewoond.



Bij de redactie van Verborgen Verleden zijn ze er -denk ik- wel een beetje klaar mee: al die bekende Nederlanders met voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. Ooit heeft een demograaf voor het Drents Archief becijfert dat één miljoen Nederlanders af moeten stammen van een kolonist. Dat zou dus om 6% van de huidige bevolking gaan. Dat zou betekenen dat gemiddeld éénmaal per 17 uitzendingen een hoofdpersoon voorbij komt met een kolonisten-voorouder. In de praktijk zien we in elke serie van zes uitzendingen wel een geval voorbij komen. Mogen we daaruit concluderen dat kolonisten-nageslacht een drie maal zo grote kans heeft om Bekende Nederlander te worden? Of hebben BN-ers met een Kolonisten-voorouder een driemaal zo grote kans om uitgenodigd te worden voor Verborgen Verleden? Statistiek blijft een boeiend vak!

Tijdens de Expert-meeting over de Koloniën van Weldadigheid in het Drents Archief op 25 januari 2018 verzuchtte zelfs de directeur van het Drents Archief, Corinne Rodenburg, dat het wel eens leuk zou zijn als Verborgen Verleden een BN-er ten tonele voert met Drentse roots buiten de Maatschappij van Weldadigheid. Het lijkt op kolonie-moeheid.

Omdat ik me inmiddels bewust ben van deze moeheid (het kolonie verleden van Herman Finkers, Karin Bloemen en Maurice de Hond kwam ook al niet in beeld), volg ik de nieuwe uitzendingen met de notebook op schoot, zodat ik meteen aan de slag kan zodra de grootouders van de hoofdpersoon door het beeld glijden. Zo ook op 27 augustus 2018. De hoofdpersoon is zanger René Froger.



In de uitzending komt een prachtig stuk geschiedenis boven water. De oudst vindbare Froger komen uit het Franse Caen en behoort vrijwel zeker tot de groep Hugenoten, de protestanten die rond 1685 uit Frankrijk vluchtten nadat hun geloof verboden is. Zij kwamen in grote getale naar Amsterdam. Verder vind René aan zijn moeders kant de oorsprong van zijn artiesten-gen. Die tak komt uit de omgeving van Napoli. En terwijl René nog zit te bekomen van al deze nieuwe informatie, zie ik al dat de enige Froger die in Ommerschans heeft verbleven, sjouwerman Willem Froger uit Amsterdam, weliswaar geen directe voorouder van René is, maar wel een broer van betovergrootvader Dirk Froger.

Ik check snel op de andere achternamen in Rene's kwartierstaat. Oma Froger heeft als meisjesnaam Onclin. We vinden één kolonist met die naam, Hubertus Onclin. En dat blijkt een broer te zijn van oud-betovergrootvader Onclin. Hij verbleef in dezelfde tijd in de gestichten als Willem Froger, maar in de kwartierstaat van René Froger zit hij 1 generatie verder terug.

Wat ik tijdens de uitzending niet vond, maar wat de redactie van producent Blazhoffski wel had gevonden, is dat de vader van Dirk en Willem Froger met zijn tweede echtgenote en een aantal kinderen in 1839 als gewone kolonisten naar Frederiksoord zijn gebracht door de subcommissie Amsterdam. 

Froger Schema.jpg

Op dit overzicht zien we onderaan Rene's ouders, die in 2009 kort na elkaar zijn overleden. Beiden werden slechts 67 jaar oud. Van beide grootouders Froger zien we de stamreeksen in mannelijke lijn. Zo komen we aan de Froger kant bij blik- en koperslager Dirk Froger, geboren te Amsterdam en gedoopt in de Westerkerk op 22 februari 1778. Met zijn eerste vrouw of partner Catharina Walter (een huwelijksacte heb ik nog niet kunnen vinden) heeft hij tenminste vier kinderen als zij in 1830 overlijdt. In de overlijdensacte zien we dat zij afkomstig is uit het Deense Bornholm.

1830 overlijden Cecilia Catarina Walter.jpg
familysearch.org - overlijdens Amsterdam 1830


Een jaar later, op 16 november 1831, hertrouwt de 53-jarige Dirk Froger met de 21-jarige Grietje Wiering. Zij is slechts zes jaar ouder dan Dirk's dochter Antje. Bovendien is ze 7 maanden zwanger; op 23 januari 1832 bevalt ze van een zoon, die 8 maanden later overlijdt. In 1833 wordt een dochter geboren, die in leven blijft.

Vanaf het stichting van de Koloniën van Weldadigheid in 1818, heeft de Subcommissie Amsterdam gezinnen naar Drenthe gezonden. In de zomer van 1836 komt er een plaats vrij in Frederiksoord door het ontslag van de Amsterdamse weduwe Hofman en haar gezin. De subcommissie draagt het gezin van Dirk Froger voor. De oudste twee kinderen, Anna (20) en Dirk (18) blijven in Amsterdam. Zoons Willem (14) en Johannes (12) uit het eerste huwelijk gaan wel mee naar de kolonie en ook de anderhalf jaar oude dochter Anna Margaretha gaat mee op de boot naar Steenwijk. In de voordracht lezen we dat Dirk Froger nog zeer sterk van ligchaamsgestel is.

1836 voordracht gezin Froger Frederiksoord.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - Post van Weldadigheid 1836

Het gezin krijgt een woning toegewezen binnen de kolonie Frederiksoord. Het huidige adres is Koningin Wilhelminalaan 55 in Wilhelminaoord. Hier staat staat tegenwooordig geen herkenbare kolonistenwoning meer, maar even verderop zijn de huisjes van de 200 jaar oude kolonie nog goed herkenbaar.

Wilhelminaoord.jpg
Google Maps - kolonistenwoningen aan de Koningin Wilhelminalaan in Wilhelminaoord anno 2020

In 1836 heeft het huisje het hoeve-nummer 61. In het inschrijvingsregister van Frederiksoord vinden we Dirk met zijn gezin.
 

1836 Frederiksoord.jpg
Drents Archief - Maaschappij van Weldadigheid - inschrijvingsregister Frederiksoord 1835-1841 - Hoeve 61


De Maatschappij van Weldadigheid heeft een ideaalbeeld van de samenstelling van een kolonistengezin. Als het aantal leden van het gezin niet aan dat ideaalbeeld voldoet, dan worden er één of meer jongelieden bij in het gezin geplaatst, opdat er voldoende menskracht is om de grond bij de hoeve te bewerken. Deze extra gezinsleden worden bestedelingen genoemd. Ze worden -net als de kinderen in de kinderkolonie Veenhuizen- veelal geplaatst vanuit de wezengestichten in Nederland. Zo zien we ook in het gezin Froger een drietal bestedelingen.

De 17-jarige Gerrit van Vugt is afkomstig uit Den Haag. In 1819 is zijn vader overleden en toen hij in 1833 door de Diakenen van het Nederduits Gereformeerde DIaconie Oude Mannen- en Vrouwenhuis 's Gravenhage naar Frederiksoord is gestuurd ter vervanging van zijn zus Cornelia, was zijn moeder nog in leven, maar kennelijk niet in staat haar kinderen te verzorgen.

1833 Gerrit Vugt.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - Post van Weldadigheid 1833


Het gezin Froger is zijn derde adres. Hij komt daar binnen op 8 oktober 1836.

Frans Helleman en Floris Siegelaar zijn beide 9 jaar oud en samen in 1834 vanuit hun geboorteplaats Zaandam geplaatst in Frederiksoord. In de Post van Weldadigheid is een prachtig staatje bewaard gebleven waarin de "vestigingskosten" voor beide jongens zijn verantwoord.

1834 Helleman en Siegelaar.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - Post van Weldadigheid 1834


Frans Helleman is de zoon van schippersknecht Jan Hellemans. Hij verloor zijn moeder toen hij twee jaar oud was en een jaar later overleed ook zijn tweelingbroer Willem. Zijn vader hertrouwde met een weduwe, maar overleed zelf toen Frans 5 jaar oud was. Zijn stiefmoeder kon of wilde niet voor de drie kinderen zorgen. De oudste -18 jaar oud- kon op eigen benen staan. De 11-jarige Trijntje werd naar het wezengesticht in Veenhuizen gestuurd, waar ze een jaar later overleed, twee weken voordat Frans in Frederiksoord werd geplaatst. Floris Siegelaar is de zoon van verfmaalder Gerrit Siegelaar die eigenlijk Ziegler heette. Hij verloor zijn moeder toen hij 10 dagen oud was. Ook zijn vader hertrouwde -toen Floris bijna twee jaar was- en zijn vader overleed nog in datzelfde jaar. Ook Floris' stiefmoeder kon of wilde niet voor haar bonus-zoon zorgen en zo kwam Floris in het weeshuis van Zaandam terecht, van waar hij in 1834 geplaatst werd in Frederiksoord.

Beide jongens werden geplaatst in de hoeve van huisverzorger Yde Jans Ydema uit Harlingen. Een aantal hoeves in de kolonie werd niet bewoond door een gezin, maar door een zogenaamde huisverzorger, die leiding gaf aan een aantal inbedeelde jongens en meisjes. Na enige tijd werden de jongens overgeplaatst naar het gezin van de Amsterdamse kolonist Abram Oostmeijer en daarna komen ze op 12 januari 1837 naar het gezin van Dirk Froger.

Daar wordt op 10 maart 1837 zoon Jan geboren. Dirk doet zelf aangifte, vergezeld van buurmannen Ale Boelens Kooistra en Andreas Zorn, beide eveneens kolonist.

1837 geboorte Jan Froger.jpg
Drents Archief - geboortes Vledder 1837

 

De drie bestedelingen hebben het niet heel lang uitgehouden bij de familie Froger. Op 5 juli 1867 vertrekken Frans Helleman en Floris Siegelaar naar het gezin van Willem Lodewijk Dammers uit Amsterdam. Zij wonen in Kolonie II (Wilhelminaoord). Ook daarna gaan ze samen door naar kolonist Nicolaas Wiederholt. Daarna wordt het stel uit elkaar gehaald. En dat lijkt beiden niet erg te bevallen. Frans Helleman neemt begin juni 1846 de benen en als hij wordt opgepakt wordt hij door de Raad van Tucht naar de strafkolonie Ommerschans gestuurd, waar hij tot 7 april 1847 verblijft. Floris Siegelaar probeert in juli 1847 te ontvluchten en als hij wordt teruggebracht moet ook hij naar de strafkolonie Ommerschans, waar hij tot 21 augustus 1848 verblijft. Uiteindelijk krijgen beide jongens ontslag. Frans trouwt in 1859 in Zaandam en in zijn huwelijk wordt alleen een kindje doodgeboren in 1861. Zijn beroep is dan bediende. Hij overlijdt in 1906.
Floris wordt politie-agent. Hij trouwt in 1866 in Delfzijl met Margaretha Staal. Zijn vestigen zich in Hoorn en krijgen zes kinderen. In 1872 overlijden binnen vier maanden zijn drie jongste kinderen en een maand later overlijdt ook Floris zelf. Vermoedelijk is het gezin getroffen door een ziekte. Weliswaar is er in 1872 geen grote bekende uitbraak, maar een ziekte als de pokken eist regelmatig slachtoffers.

18720705 Algemeen Handelsblad.jpg
Delpher.nl - Algemeen Handelsblad 5 juli 1872

Gerrit van Vugt verlaat het gezin Froger een dag later, op 7 juli 1837. Hij zal nog bij drie kolonisten vertoeven totdat hij in 1841 verlof krijgt en drie maanden later formeel ontslagen wordt. Hij neemt dienst bij de Koninklijke Marine en overlijdt op 5 oktober 1865 aan boord van Zijne Majesteits Stoomschroefschip "Djambi", dat op dat moment op de rede van Serdang, Sumatra ligt. Zijn overijdensbericht wordt op 24 april 1866 ingeschreven in de burgerlijke stand van zijn woonplaats Den Haag. Gerrit is volgens zijn overlijdensacte ongehuwd gebleven.

Djambi.jpg
Wikipedia.org - Z.M. Djambi (1860-1874)


Als de drie bestedelingen de hoeve van Dirk Froger verlaten hebben, voldoet de samenstelling van zijn huishouden niet aan de norm van de Maatschappij van Weldadigheid. Maar dat zal Dirk niet boeien: hij is niet van plan de rest van zijn leven op de Kolonie te slijten: hij heeft verzocht om zijn ontslag. Bij zo'n verzoek vraagt het hoogste orgaan van de Maatschappij van Weldadigheid, de Permamente Commissie in Den Haag, de Directeur der Kolonien om zijn advies. En zo zien we op 19 september 1837, minder dan een jaar na de komst van het gezin Froger, de reactie van directeur Jan van Konijnenburg.

 

1837_01 post.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - Post van Weldadigheid 1837

Frederiksoord, 19 September 1837

Ik heb de eer UwEdG op het terug gaande stuk bij Mengmale van den 14 dezer maand No 23 in mijne handen gesteld, te berigten, dat de kolonist Dirk Froger, hoeve 61 van Kolonie No 1, Sedert een jaar uit Amsterdam in de kolonie opgenomen, voor dezelve al zeer weinig geschikt is, als zijnde een koper- en blikslager van zijn ambacht en reeds te ver in jaren gevorderd, om zich aan den veldarbeid te kunnen gewennen, hebbende hij 5 kinderen, waarvan het oudste van 17 jaren ziekelijk is, zoo dat hij ligtelijk door een beter kan worden vervangen.

Zijn Voornemen is, om, na bekomen ontslag, hier in de nabuurschap eene kleine boerderij te huren en daarbij zijn ambacht uit te oefenen, Waarin hij, mijns inziens, wel gelukkig zou kunnen slagen, indien hij aanvankelijk, gelijk hij zegt, door zijne Vrienden met -eenige-

Aan de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid te 's Gravenhage.

In de kantlijn: ontslag & Amsterdam kennis geven = immers toch eerst zoo als wij gewoon zijn bij het vertrekken van het huisgezin.

1837_02 post.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - Post van Weldadigheid 1837

eenige gelden of onderpand voor de huize geholpen wordt; gevende hij als zijn Voornaamste protecteur op den Heer Mulder Schut, te Amsterdam, die even als de Heer de Hoog van zijn voornemen bewust zoude zijn en hetzelve  zoude goedkeuren. Ik zie alzoo geen reden, om tegen zijn ontslag te advijseren.

De Directeur der Kolonie, J. van Konijnenburg.


Op 25 oktober 1837 is het gezin Froger ontslagen in Frederiksoord. Of Dirk werkelijk een boerderijtje in de buurt heeft gehuurd, daar komen we waarschijnlijk nooit achter. Feit is dat het gezin in 1939 terug is in Amsterdam, als daar zoon George wordt geboren. Daar worden in 1841 en 1844 ook nog zoon Reijer en dochter Cecilia Catharina geboren. En dan is het gezin compleet.

GDA HBSN 113040 Dirk Froger.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113040 Dirk Froger


Intussen is zoon Willem, die in Frederiksoord was aangeduid als ziekelijk, door het stadsbestuur van Amsterdam naar Ommerschans gezonden, vermoedelijk omdat hij heeft staan bedelen. Op 20 maart 1841 wordt Willem, inmiddels 18 jaar oud,  ingeschreven in Ommerschans. Vermoedelijk heeft hij een veroordeling van 1 jaar gekregen, want op 1 april 1842 krijgt hij ontslag.

1841 Willem Froger inschrijving.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - inschrijvingsregister Ommerschans-Veenhuizen 1841

Willem keert na zijn ontslag terug naar Amsterdam. Maar lang zal hij daar niet van zijn vrijheid genieten. Hij valt kennelijk in zijn oude gedrag terug en op 12 september 1842 wordt hij opnieuw ingeschreven te Ommerschans, nu voor de duur van twee jaar.

1842 Willem Froger inschrijving.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - inschrijvingsregister Ommerschans-Veenhuizen 1841


Door deze straf loopt Willem de bruiloften mis van zijn zus Antje en zijn broer Dirk. Antje trouwt op 1 november 1843 met metselaar Cornelis Hermus. Dirk jr trouwt op 10 mei 1843 met Dirkje Everwennink. Volgens de registers correspondentie van de Maatschappij van Weldadigheid is Dirk jr nimmer in Frederiksoord geweest. Dat neemt niet weg dat hij in 1837 wel is ingeschreven in het register voor de Nationale Militie van de gemeente Vledder, waar Frederiksoord onder valt. Dat zien we in de huwelijksbijlagen.

1844 Nationala Militie Dirk Froger.jpg
Familysearch.org - huwelijksbijlagen Amsterdam 1843

 

We zien hier ook dat Dirk jr zijn werkzame leven moet zijn begonnen als matroos op de grote vaart. Dat zal ook verklaren dat hij zich niet heeft gemeld in Frederiksoord.

In 1850 trouwt zoon Johannes met zijn schoonzuster Cornelia Margrieta Everwennink. Dit is het laatste huwelijk dat Dirk Sr mee maakt. In 1856 overlijdt hij in het binnengasthuis in Amsterdam, 78 jaar oud.

 

1856 overlijden Dirk Froger in binnengasthuis.jpg
Stadsarchief Amsterdam - patientenregister binnengasthuis 1856


Dirk Froger Sr is is bij leven nog grootvader geworden van 13 kleinkinderen, waarvan er een aantal jong overlijden. Zoon Willem, die sinds zijn ontslag uit Ommerschans in 1844 de kost verdient als sjouwrman en niet weer voor bedelarij is veroordeeld, trouwt in 1863 met Petronella Alberta van der Graft. Zij krijgen samen twee kinderen, waarvan de oudste, dochter Anna (vernoemd naar haar grootmoeder Anna Bohle), in 1887 zal trouwen met haar volle neef Cornelis Gijsbertus Hermus, net als zijn vader metselaar van beroep. Hun zoon Cor Hermus zal later bekend worden als toneelspeler, regisseur en toneelschrijver. Kleinzoon Guus Hermus zal een bekend toneelspeler en TV-acteur worden. Kleindochter Anna Hermus zal trouwen met de bekende beeldhouwer Paul Gregoire.

Dirk Froger Jr krijgt 8 kinderen, waarvan er één jong overlijdt, de anderen, vier jongens en drie meisjes, trouwen allemaal.

GDA HBSN 113036 Dirk Froger Jr.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113036 Dirk Froger Jr

Zoon Henricus trouwt op 6 april 1881 met de 22-jarige Gesina Schulte. Zij is geboren in Hoogeveen. Haar moeder overleed toen ze 4 jaar oud was en haar vader toen ze 15 jaar oud was. Volgens de huwelijksacte is woonachtig in het Drentse Ruinen. Dat neemt niet weg dat zij 3 weken voor het huwelijk in Amsterdam verbleef, want op 13 maart 1881 is op het adres Beerenstraat 28 bevallen van een zoon, die de naam Henricus  heeft gekregen. Drie weken later erkent milicien Henricus Froger het kind als het zijne. Froger mag met verlof en gaat aan de slag als kruideniersbediende. Maar gemakkelijk zullen de eerste jaren van hun huwelijk niet zijn geweest, want in 8 jaar verhuizen ze dertien maal. Op sommige adressen wonen ze minder dan een maand!

1881 Henricus Froger adressen.jpg
stadsarchief Amsterdam - bevolkingsregister 1881-1890

Op onderstaande kaart uit 1883 zijn deze adressen in volgorde aangegeven.

1881 Henricus Froger adressen kaart.jpg
uvaerfgoed.nl - de verschillende adressen van Henricus Froger op de kaart van Amsterdam anno 1883

In deze periode worden er in het gezin nog vijf kinderen geboren, waarvan er twee jong overlijden. Na 1890 komen er nog drie bij. De gezinskaart vanaf 1890 is bijzonder moeilijk leesbaar, maar het lijkt er op dat het gezin na 1890 niet dikwijls meer is verhuisd. In deze periode wordt Henricus Froger een kleine zelfstandige: hij wordt handelaar en specialiseert zich in de handel in zakken. In 1897 wordt zoon Jan Hendrik geboren als negende en laatste in het gezin. Hij is de grootvader van René Froger.

HBSN 113032 Henricus Froger.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113032 Henricus Froger

Jan Hendrik Froger is 18 jaar oud als hij in 1916 trouwt met de even oude Anna Petronella Geertruida Onclin. Zij is twintig weken zwanger.

Froger Schema.jpg

De familie Onclin

We beginnen het tweede deel van het verhaal bij stamvader Nicolaas Onclin. Hij is afkomstig uit Luik en in 1810 vinden we hem in Amsterdam als vader bij de doop van dochter Maria. De moeder heet Maria Catharina Soeter. De doop vindt plaats in de R.K. schuilkerk St. Anna aan de Prins Hendrik Kade. Deze kerk is in 1720 gebouwd in een pakhuis van wijnkoopman Abrozius de Pool en heeft daarom in de volksmond de naam "de Pool."

1810 doop Onkele.jpg
Stadsarchief Amsterdam - Doopboek R.K. schuilkerk St. Anna (de Pool) 1810

We zien dat het kind "illegitima" is, hetgeen betekent dat de ouders geen wettig katholiek huwelijk hebben. De grootouders van het kind, kastenmaker Joseph Souter en Maria Hornig, treden op als peetouders. Opvallend is de vermelding dat de moeder van het kind acatholica is, want zij is in 1885 wel degelijk katholiek gedoopt in de Mozes en Aaron kerk. Vermoedelijk heeft zij niet voldaan aan haar katholieke plichten.

Op 29 juni 1810 gaan Nicolaas Onclin en Maria Catharina Soete in ondertrouw. Nicolaas woont dan in de Calverstraat en zijn bruid in de Rozenstraat.

1810 Nicolaas Onclyn.jpg
Stadsarchief Amsterdam - ondertrouwen 1810

Ik vond 10 kinderen van dit stel:

 

GDA HBSN 113067 Maria Catharina Soeter.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113067 Maria Catharina Soeter

Bij alle geboortes heeft Nicolaas Onclin het beroep van stroohoedenmaker. Vermoedelijk is hij afkomstig van het Jekerdal tussen Luik en Maastricht, de bakermat van de stroohoedenmakers. Zeven kinderen overlijden jong. De andere drie -alle zoons- worden volwassen, trouwen en zorgen er voor dat de naam Onclin blijft voortbestaan in het Amsterdamse straatbeeld. Als Nicolaas in 1832 overlijdt, zijn de drie zoons resp. 15, 10 en 8 jaar oud. In 1845 overlijdt ook hun moeder. Misschien hebben hun grootouders Soeter nog een oogje in het zijl gehouden, want die worden stokoud. Joseph Soeter overlijdt in 1847, 85 jaar oud, en grootmoeder Soeter-Hornig overlijdt in 1850, 90 jaar oud. Wellicht was zij nog eregast bij het huwelijk van haar kleinzoon Joseph Johannes, de jongste van de drie, in mei 1850. Hij zit in de lijn van René Froger. De middelste, Nicolaas, trouwt in september 1855. De oudste van de drie, Hubertus, is bij die bruiloft zeker niet van de partij: hij zit dan al voor de tweede maal in de Ommerschans.

Hubertus Onclin wordt op 31 maart 1853 voor de eerste maal ingeschreven te Ommerschans. Hij is opgezonden vanuit zijn woonplaats Amsterdam, waar hij vermoedelijk is veroordeeld vanwege bedelarij.

1853 Hubertus Onclin.jpg
bonmama.nl - Drents Archief - inschrijvingsregister Ommerschans en Veenhuizen 1853

Hubertus krijgt op 18 maart 1854 ontslag. Maar de vrijheid is van korte duur: Op 15 juli is hij opnieuw ingeschreven. Waarschijnlijk is hij in Amsterdam veroordeeld tot 2 jaar bedelaarsgesticht. Op 7 juni 1856 krijgt hij ontslag. Daarna komt hij waarschijnlijk aan het zwerven, want op oudejaarsdag 1856 wordt hij voor de derde maal ingeschreven, opgezonden vanuit Arnhem. Maar deze derde inschrijving zal een ommekeer in zijn leven betekenen...

Haar naam is Carolina van Apeldoorn. Ze is in 1834 geboren in de garnizoenstad Doesburg als buitenechtelijke dochter van de 21-jarige Johanna Theodora van Apeldoorn. Haar geboorte-actes lijkt op het eerste oog niet bijzonder:

1834 geboorte Carolina van Apeldoorn.jpg
wiewaswie.nl - Gelders Archief - geboortes Doesburg 1834

We zien dat de stadsvroedvrouw Johanna Gezina Prins aangifte doet. Zo hoort dat bij een buitenechtelijk kind. Zij wordt vergezeld door de 39-jarige Martinus Meuly, "soldaat bij de twaalfde afdeeling alhier in garnizoen". Hij ondertekent met een iets andere naam: Martueu Maulij.

Deze naam springt vooral in het oog als Johanna Theodora van Apeldoorn een jaar later opnieuw bevalt. Dan is Martinus Meuly opnieuw van de partij. En sterker: de jongen krijgt de naam Martinus! Kortom: we kunnen niet uitsluiten dat deze soldaat de biologische vader van de twee kinderen is. De grote vraag is: waar is Martinus Meuly gebleven? Daar mis ik tot nu toe elk aanknopingspunt. Met zijn zuidelijke naam zou het kunnen zijn dat hij verkast is naar de Zuidelijke Nederlanden, zoals meer militairen hebben gedaan bij de afscheiding van Belgie. Maar daarvoor is het 1835 aan de late kant.

Enfin, twee jaar later, op 9 september 1837, trouwt Johanna Theodora van Apeldoorn in Doesburg met de 29-jarige Jan Pieters Terpstra, gruttersknecht, geboren en woonachtig in Leeuwarden. Het is vooralsnog een raadsel hoe een jongeman uit Leeuwarden een ongehuwde moeder in Doesburg als bruid vindt. Blijkens het certificaat van de Nationale Militie is hij nooit uitgeloot om in dienst te komen, dus daar ligt de link niet.

Het gezin vestigt zich in Leeuwarden, waar een jaar later zoon Pieter geboren wordt. En daarna moet er iets mis zijn gegaan, want op 5 september 1839 wordt Jan Pieters Terpstra met zijn vrouw, zoon en "voorkind" Martinus ingeschreven in de Ommerschans. Waar Carolina op dat moment is, is niet duidelijk. Een maand later wordt het drietal overgebracht naar Veenhuizen, waar ze pas in 1844 ontslag krijgen. Martinus overlijdt in 1840 in Veenhuizen. Het gezin mag als bedelaars huisgezin bij elkaar wonen aan de buitenzijde van het gesticht. Dat verklaart dat er nog twee kinderen geboren, de eerste aan het tweede gesticht en de andere aan het derde gesticht. De laatste overlijdt daar jong. Ook de kleine Pieter maakt het ontslag niet mee: vijf dagen voor het ontslag overlijdt hij.

Na het ontslag keert de familie Terpstra terug naar Leeuwarden, waar ze herenigd worden met Carolina, die intussen 10 jaar oud is.

GDA HBSN 113072 Johanna Theodora van Apeldoorn.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113072 Johanna Theodora van Apeldoorn


Ruim vier jaar later, op 18 augustus 1848, wordt het gezin opnieuw in Ommerschans ingeschreven. Ze zijn opgezonden vanuit woonplaats Leeuwarden. Dit is de eerste maal dat de nu 14-jarige Carolina kennis maakt met de bedelaarsgestichten. Ook komen twee kinderen mee die intussen in Leeuwarden zijn geboren. Een maand later wordt het gezin doorgestuurd naar Veenhuizen, waar ze opnieuw als bedelaars huisgezin aan het derde gesticht worden gehuisvest. Daar worden nog twee kinderen geboren. Ze wonen daar tegelijk met het arbeiders huisgezin van Anthonie Johannes (Teunis) Gijben en Catarina Petronella (Cato) Braxhoofden, de hoofdpersonen in "het Pauperparadijs".

Op 10 augustus 1853 krijgt het gezin ontslag, om definitief terug te keren naar Leeuwarden. Alleen stiefdochter Carolina van Apeldoorn zien we terug binnen de Maatschappij van Weldadigheid. Op 17 maart 1855 wordt zij door de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden veroordeeld voor Bedelarij, tot veertien dagen gevangenisstraf en opzending naar een bedelaarsgesticht.

1855 veroordeling Carolina van Appeldoorn.jpg
allefriezen.nl - rolboek arrondissementsrechtbank Leeuwarden 17 maart 1855

En zo wordt zij op 2 april 1853, inmiddels 19 jaar oud, te Ommerschans ingeschreven. Hoewel mannen en vrouwen gescheiden worden in de Schans, zijn er kansen genoeg om elkaar te ontmoeten en een relatie op te bouwen. En zo moet er een klik zijn gekomen tussen Hubertus Onclin en Carolina van Apeldoorn. Als Hubertus op oudejaarsdag 1856 voor de derde maal wordt ingeschreven, ziet hij tot zijn plezier dat Carolina nog steed op de Schans verblijft.

In de zomer van 1859 hebben hun heimelijke ontmoetingen tot gevolg dat Carolina zwanger raakt. Als zij op 21 december 1859 ontslag krijgt, besluit ze om niet terug te keren naar Leeuwarden. Ze krijgt onderdak bij voormalig kolonist, later gestichtsveldwachter Bartholomeus Brouwer die in Balkbrug slaapsteehouder is. Daar wacht Carolina op het ontslag van Hubertus Onclin, dat op 13 februari 1860 wordt verleend. Hubertus neemt zijn hoogzwangere verloofde mee naar Amsterdam, waar ze op 19 maart bevalt van dochter Anna Dorothea, vernoemd naar haar moeder. Vervolgens trouwt het stel op 5 september 1860 in Amsterdam. We zien in de huwelijksacte dat Hubertus zijn dochter erkend en dat hij de kost verdient als sjouwerman.

Hubertus en Carolina zijn beiden niet gewend om de kost te verdienen in de vrije maatschappij. En dus verbaast het ons niet dat de autoriteiten in Amsterdam het jonge gezin weer naar Ommerschans stuurt. Op 12 maart 1861 wordt het drietal daar ingeschreven. Op 30 mei worden ze doorgestuurd naar Veenhuizen. Dat zal ook zeker op verzoek van beiden zijn geweest, omdat er in Ommerschans weinig kans is om samen te leven, terwijl Carolina uit eigen ondervinding weet dat die kans in Veenhuizen groter is. En dat lukt: op 19 mei 1862 krijgen ze een woning aan de buitenzijde van het Tweede Gesticht en worden ze officieel geregistreerd als bedelaars huisgezin. Drie weken eerder is hun dochter helaas overleden. Maar Carolina is al weer zwanger en in november wordt zoon Huberts geboren, gevolgd door dochter Anna Theodora in 1864.

Op 31 maart 1865 krijgt het gezin ontslag. Ze keren nu definitief terug naar Amsterdam, waar ze een onderkomen bemachtigen aan de Kromme Elleboogsteeg. Je zou nu zeggen: een A-locatie, op een steenworp van de Dam. Op onderstaande foto uit plm 1870 zien we de bebouwing aan de zuidzijde van de Dam, die in 1916 plaats moest maken voor het pand van Peek&Cloppenburg. Wij kijken op de Beurssteeg, die toegang gaf naar het Rokin. Met de twee gele pijlen is de toegang naar de Kromme Elleboogsteeg aangegeven.

 

1870 Kromme Elleboogsteeg.jpg
rijksstudio.nl - zuidzijde van de Dam in Amsterdam met links de Beurssteeg naar het Rokin, rechts naar Zeemanshoop ligt de Kalverstraat.
De gele pijlen geven de toegangen tot de Kromme Elleboogsteeg aan. Het grote pand op de hoek is het sigarenmagazijn van Hajenius.
Dit pand is in 1869 gebouwd en de foto is vermoedelijk vlak daarna gemaakt. 

Vanaf het Rokin is de Kromme Elleboogsteeg anno 2020 nog steeds te vinden.

kromme elleboogsteeg 2020.jpg
google maps streetview - Kromme Elleboogsteeg Amsterdam

In 1865 was deze steeg geen A-locatie, behalve voor de raam- en deurprostituees die daar de kost verdienden.

Op 31 augustus 1865, precies 5 maanden na hun ontslag op de Schans, overleed daar dochter Anna Theodora. In 1866 en 1869 werden er nog een dochter en zoon geboren in het gezin en steeds verdiende Hubertus de kost als sjouwerman.

Op 5 december 1870 overlijdt Hubertus Onclin in de Kromme Elleboogsteeg. Hij werd 53 jaar oud. Carolina van Apeldoorn blijft achter zonder inkomsten en met drie jonge kinderen.

De armenzorg in Amsterdam bestaat zeker niet alleen uit het wegzenden van bedelaars naar de Ommerschans. Een groot aantal armen wordt in leven gehouden door bedeling, onder de voorwaarde dat zij niet uit bedelen gaan. Zij worden daarom de huiszittende armen genoemd. We vinden Carolina met haar kinderen in de administratie van de huiszittenhuizen.

1871 wed Hubertus Onclin huiszittenhuis.jpg
Stadsarchief Amsterdam - registratie huiszittenhuizen 1871

 

We gaan terug naar de stamreeks van René Froger. Hubertus' jongste broer Joseph Jacobus Onclin heeft uit zijn huwelijk met Antje de Vries vier kinderen. Antje overlijdt in 1861, slechts 34 jaar oud. Joseph Onclin hertrouwt in 1862 met de 45-jarige Antje van der Heijde. Hun huwelijk blijft kinderloos. Joseph Onclin oefent verschillende beroepen uit. We komen hem tegen als schoenmakersknecht, schoenmaker en oliekopersknecht.

GDA HBSN 113062 Joseph Onclin.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113062 Joseph Jacobus Onclin

 

René's bloedlijn loopt via het oudste zoon uit dit gezin. De tweede zoon, Marten Eertje, komen we tegen in de registratie van het Binnengasthuis in 1878. Hij ligt dat jaar van 30 september tot 12 oktober in het gasthuis.

1878 Onclin Kalverstraat.jpg
Stadsarchief Amsterdam - patientenregister binnengasthuis 1878


Als bijzondere aantekening staat er: In de Kalverstraat, van een steiger, voor het in opbouw zijnde "Café français", gevallen, waardoor het linker been gebroken.

Het betreffende pand is het Fransche Koffijhuis op het adres Kalverstraat 33, dat in 1846 werd omgedoopt tot Café Français. In 1879 naam hotelhouder Willem Jacobus Adrian het bedrijf over en hij gaf architect Bijvoet opdracht het pand te verbouwen. Daarbij kreeg het hotel, dat de naam Adrian kreeg, een nieuwe voorgevel.

1879 Leeuwarder Courant openining Hotel Adrian voorheen Francois.jpg
delpher.nl - Leeuwarder Courant 15 februari 1879

 

1879 beeldbank stadsarchief Amsterdam Hotel Adrian.jpg
beeldbank Stadsarchief Amsterdam - affiche Hotel Adrian

In 1890 kwam het hotel in andere handen en kreeg het de naam "Amsterdam". Maar de bovengevel aan de Kalverstraat, waar de onfortuinlijke Marten Onclin aan werkte, staat er anno 2020 nog steeds.

kalverstraat 33.jpg
Google Maps - Kalverstraat 33 Amsterdam met de bovengevel van Hotel Adrian uit 1879


Marten's broer Josephus Jacobus Onclin, voorvader van René Froger is ijzerkopersknecht, later werkman. Hij trouwt in 1873 met Maria Antonetta Hendrika Vermeulen, die op haar huwelijksdag tien weken zwanger is.
Ze wonen jaren lang in de Zwarte Bijlsteeg, nabij de kop van de Nieuwedijk.

Amsterdam 1842 Zwarte Bijlsteeg.jpg
amsterdamhistorie.nl - kaart Amsterdam 1842 met de Zwarte Bijlsteeg (rode pijl)

 

De woningen in deze buurt zijn veelal piepklein. Het is voor het gezin Onclin geen beletsel om te groeien. Er komen tien kinderen, waarvan er één jong overlijdt.

GDA HBSN 113058 Josephus Jacobus Onclin.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113058 Josephus Jacobus Onclin

Het derde kind, Petrus Jacobus Hubertus Onclin, wordt diamantslijper. Op 12 augustus 1896 trouwt hij met Anna Petronella Reder. Twee maanden eerder is hun dochter Maria Geertruida geboren. Op de achterzijde van hun gezinskaart zien we dat ze tussen 1897 en 1936 op 34 verschillende adressen wonen. Daarvan liggen 11 adressen in de Zwartebijlsteeg, waar Petrus geboren en getogen is.

1897-1936 adressen.jpg
Stadsarchief Amsterdam, achterzijde gezinskaart Petrus Jacobus Hubertus Onclin

 

zwarte bijlsteeg.jpg
beeldbank Stadsarchief Amsterdam - Zwarte Bijlsteeg omstreeks 1900

Petrus en Anna krijgen samen 12 kinderen waarvan er één jong overlijdt. De anderen worden allemaal volwassen en trouwen. De tweede dochter is de oma van René Froger.

GDA HBSN 113034 Petrus Jacobus Hubertus Onclin.jpg
bonmama.nl - genealogische kaart HBSN 113034


De derde dochter, Margeretha Elisabeth Onclin, trouwt in 1917 met de joodse koopman Samuel Krant. Samuel komt uit een gezin met zes kinderen en met zijn vrouw krijgt hij zelf drie kinderen, waarvan er één jong overlijdt. De andere twee trouwen. Samuel en zijn vrouw overleven de oorlog. Maar zijn ouders, al zijn broers, zusters, zwagers, schoonzusters met de meeste van hun kinderen, én ook hun eigen dochters en schoonzoons worden vermoord. Kleindochter Anna, geboren net voordat het gezin is afgevoerd uit Amsterdam, overlijdt in Westerbork, 5 maanden oud.

overzicht Hartog Krant.jpg

Opvallend in deze gruwelijke lijst van 70 slachtoffers van de holocaust is dat er zes personen vroeg in de oorlog in Mauthausen zijn overleden. Zij zijn het slachtoffer geworden van razzia's in Amsterdam. op 22 en 23 februari vonden de eerste razzia’s plaats in de jodenbuurt. De wijk werd afgesloten, de Grüne Polizei sleepte jonge mannen van straat en sloeg deuren in op zoek naar slachtoffers. 427 opgepakte mannen werden naar een interneringskamp in Schoorl gebracht en vervolgens - met uitzondering van een aantal zieken - via Buchenwald naar Mauthausen. Drie van hen overleefden de oorlog. Deze openlijke razzia lokte de Februaristaking uit, een protest van arbeiders in Amsterdam, daartoe opgeroepen door de Communistische Partij van Nederland. 

Anna en Bloeme Krant, die beide in Auschwitz werden vermoord op 30 november 1943, zijn volle nichten van Jan Hendrik Froger, de vader van René Froger. Jan Hendrik Froger is op 14 mei 1942 geboren als nakomertje in het gezin van Jan Hendrik Froger en Anna Petronella Geertruida Onclin. Twee maanden na zijn geboorte startte de systematische deportatie van Amsterdamse joden via Westerbork naar de vernietigingskampen.

Froger Schema.jpg

Jan Hendrik Froger Sr is werkman en later koopman in kisten. Het gezin woont in de Jordaan in Tuinstraat en later in de eerste Tuindwarsstraat. Tussen 1917 en 1927 worden er zeven kinderen geboren en 15 jaar later volgt Jan Hendrik Jr. Hoewel Jan Froger in 2009 is overleden, is anno 2020 de website van zijn café Bolle Jan nog in de lucht alsof de tijd heeft stilgestaan. Op die website vertelt hij zijn eigen verhaal:

website cafe bolle jan 01.jpg
website cafe bolle jan 02.jpg

 

Auteur:Helmuth Rijnhart
Trefwoorden:Ommerschans, Veenhuizen, Frederiksoord
Personen:René Froger
Periode:1836-1880