MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De familie Martens: hoeders van het eiertikken

Verhaal

Wanneer:
Stille Zaterdag
Locatie:
Schuurtje aan de Hessenweg
 

Een jonge vent staat met een aardappelmandje vol eieren op de Ommer Vechtbrug. Het is Paasmaandag en deze Gerrit Jan Martens hoopt met de verkoop van gekookte eieren een extra zakcentje te verdienen. In de loop van middag loopt hij naar de Koeksebelt in het Laarbos. Hier probeert hij zijn resterende eieren te slijten aan kinderen die bezig zijn met ‘eier kuul’n’, waarbij ze eieren van de bult laten rollen.

Deze Gerrit Jan Martens is de grootvader van Ommer Gerard Martens die al van jongs af aan betrokken is bij het eierkoken voor het traditionele eiertikken op Paasmaandag. “Voor zover ik weet verkocht mijn opa nog niet bruin gekleurde eieren. Helaas weet ik niet precies wanneer mijn opa begonnen is om ze gekleurd aan de man te brengen. Maar zolang als ik me herinneren kan, werden er gekleurde eieren verkocht”, vertelt Martens (1933). “Ook is mij nooit verteld wanneer mensen precies zijn begonnen met het eiertikken, maar het is ontstaan in de tijd dat mijn opa de gekookte eieren verkocht.” Uit dit prille begin groeide een bloeiende traditie van eiertikken die de familie Martens nu al drie generaties lang voortzet. Als jongeman kreeg Gerard Martens als vanzelf een rol bij het koken. Tegenwoordig kookt hij de eieren samen met zijn zoon Erwin en zijn zwager Kees Keizer en diens zoon Edwin.



Een goed ei

Het eiertikken op Paasmaandag is een begrip tot in de wijde omgeving van Ommen. Even na elven, als de kerkdienst in de Hervormde Kerk is afgelopen en de kerkgangers zich op het Kerkplein verzameld hebben, worden de eieren getikt. Maar voordat het spelletje beginnen kan, is er door de familie Martens heel wat werk verzet. De kwaliteit van het ei is van essentieel belang. Gerard Martens is dan ook kritisch op de inkoop van de juiste eieren. “De eieren moeten lekker zijn, glad en sterk op schaal. Er mogen geen zandkoppen tussen zitten. Dat zijn eieren met aan de boven of onderkant korreltjes kalk. Deze eieren zijn zwakker. En in de eieren mag geen enkel barstje zitten”, somt Martens zijn voorwaarden op. “Het beste zijn de eieren van jonge hennen. Deze zijn klein, sterk en lekker.” In vroegere jaren kocht Martens de eieren bij een oom die als eierhandelaar zijn eieren verzamelde bij boeren in de omgeving van Ommen. Als jongen zocht Gerard bij deze oom geschikte eieren uit en nam die mee naar zijn ouderlijk huis aan de Danthe waar de eieren gekookt werden. Toen zijn oom stopte als eierhandelaar, is Gerard op zoek gegaan naar een andere leverancier. Deze heeft hij gevonden in Enter. Twee weken voor Pasen doet Gerard daar zijn bestelling voor ongeveer 3600 eieren.

 

Houtgestookte fornuispot

“De eieren werden gekookt in de gietijzeren fornuispot waarin mijn vader de aardappelen voor de varkens kookte en mijn moeder de was”, vertelt Gerard. Deze houtgestookte gietijzeren fornuispot van zeventig liter gebruiken de Martens nog steeds. Ieder jaar op Goede Vrijdag wordt de fornuispot van achter uit een schuurtje aan de Hessenweg onder Dalfsen versleept naar de open voorkant waar de eieren gekookt worden. De fornuispot wordt gestookt met sprokkelhout. Nadat de pot op de goede plek is gezet trekt Gerard samen met zijn zwager Kees Keizer het bos in om hout te sprokkelen. Ze zoeken naar hout dat van de bomen is gevallen. “We hebben een voorkeur voor takken van de Prunus. Dat is mooi hard hout en heel geschikt om het vuur constant te houden”, zegt Martens. Twee kruiwagens vol sprokkelhout is voldoende om de fornuispot mee aan de gang te houden tijdens het eierkoken.

 

Wemmel'n

Als ‘machinist’ van het fornuis is het aan Gerard om het vuur op een constante temperatuur te houden. Geen gemakkelijke klus. “Het water moet wemmel’n, zoals wij dat zeggen”, vertelt Gerard. “Dat betekent dat als het water kookt, het aan de bovenkant rustig in beweging is zodat de eieren onderin niet kapot koken. Dit kun je alleen bereiken door een juiste manier van stoken. Wanneer je met gas stookt, valt de temperatuur van het water goed te regelen. Met hout is dit een stuk moeilijker. Dat wij toch kiezen voor het sprokkelhout heeft alles te maken met de traditie.”

 

Geheime verf

Op Stille Zaterdag vindt het koken van de eieren plaats. Om 7 uur ’s ochtends begint Martens met het opstoken van de fornuispot, zodat een uurtje later begonnen kan worden met het koken van de eieren. Tijdens het koken worden Gerard en Kees geholpen door hun zonen Erwin en Edwin. Het ritueel begint met het maken van een kuil in het mulle zand waarmee de grond in het schuurtje is bedekt. In deze kuil leggen de mannen een opengesneden jute zak. Op de zak leggen ze ongeveer 150 eieren. Vervolgens wordt de jutezak aan de vier punten opgetild en laten de mannen de eieren voorzichtig in het kokende water van de fornuispot zakken. Onderin de fornuispot ligt ook een jutezak die voorkomt dat de eieren te dicht op het vuur liggen. “Hierdoor zal de eidooier nooit groen kleuren”, legt Martens uit. Onderin de pot liggen ook twee kleine jutezakjes met een geheim kleurstofmengsel dat ervoor zorgt dat de eieren een typische bruin-paarse kleur krijgen “We verven onze eieren zodat mensen tijdens het eiertikken niet hun eigen eieren meenemen. Het zou natuurlijk jammer zijn als iemand met een hard kalkei het spelletje bederft omdat hij alle eieren kapot weet te tikken”, verklaart Gerard het verven. Het mengsel bestaat volledig uit natuurlijke materialen en geeft niet af. “In de tijd dat mijn vader nog eieren kookte, werd een iets ander mengsel gebruikt”, vertelt Gerard. “Het lastige was dat de geverfde eieren afgaven. Veel mensen die eieren getikt hebben bewaren de eieren in hun jaszak. Doordat de eieren afgaven, kregen mensen dus vlekken aan hun handen en kleren. Wij hebben toen aan het mengsel nog iets toegevoegd, waardoor de eieren nu op geen enkele manier meer afgeven. Bovendien kunnen ze gewoon gegeten worden, omdat het natuurlijke kleurstoffen zijn.”

 

Het kookpunt

De eieren koken tussen de dertien en vijftien minuten. Tussen de vijf en zeven procent van de eieren gaat kapot door het koken. Wanneer de eieren ongeveer dertien minuten gekookt hebben trekken de mannen de punten van de jutezak strak zodat de eieren omhoog komen uit de pot. Vervolgens nemen ze een gebarsten ei en snijden deze open om te kijken of de eieren lang genoeg gekookt hebben. Het is de kunst de dooier niet helemaal hard te koken. “Als we de eieren uit de fornuispot halen moet de dooier nog een beetje zacht zijn”, vertelt Gerard. “Door het nagloeien garen de eieren nog een beetje na en is de dooier precies goed als de eieren zijn afgekoeld.

Wanneer de mannen oordelen dat het opengeslagen eitje lang genoeg gekookt heeft, worden de eieren met jutezak en al uit de fornuispot getild en op een tafel gelegd. Hier worden de eieren nauwkeurig bekeken. Alle kapotte eieren worden er zorgvuldig uitgezocht. Vervolgens worden de eieren op een eiertray gelegd en in een houten kist gestopt. “In één zo’n kist passen 360 eieren”, vertelt Gerard. “Dit jaar maken we 9 kisten vol. Dat is minder dan andere jaren. We houden er rekening mee dat door de economische crisis minder mensen eieren komen tikken. Het is altijd lastig in te schatten hoeveel eieren er verkocht zullen worden. Je bent bijvoorbeeld afhankelijk van het weer. Wanneer het heel mooi weer is trekken mensen erop uit. Bij regen blijven mensen liever thuis.”

 

Gemienschop van Oll Ommer

Om te voorkomen dat door een te groot financieel risico de traditie van het eierkoken door de familie Martens niet langer voortgezet zou worden, neemt de ‘Gemienschop van Oll Ommer’, een stichting die zich inzet voor het behoud van tradities en het dialect in Ommen, de financiële risico’s op zich. “Gelukkig staat de Gemienschop van Oll Ommer garant. Dat houdt in dat wanneer wij door slecht weer met veel eieren blijven zitten, de Oll Ommer de kosten hiervan voor haar rekening neemt, zegt Martens. “De tijd en inspanning van het koken is ons eigen risico.”

 

Eiertikken en eierzoeken

Op Paasmaandag trekken Ommenaren en toeristen massaal naar het centrum van Ommen om de met toewijding gekookte eieren van Martens in een spel op het Kerkplein kapot te tikken en te verorberen. Vijfhonderd eieren met stip worden samen met vijfhonderd bruine eieren verstopt op een weiland aan de Voormars, waar schoolkinderen zich vermaken met het eierenzoeken. En terwijl menig Ommenaar zich vermaakt met de paastradities, keert de familie Martens na gedane arbeid opgelucht en vermoeid terug naar huis.


Auteur:
Elleke Steenbergen

Trefwoorden:Feesten, Pasen, Project Streekcultuur, Tradities
Locatie:Ommen gemeente
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Soort
Titel
Bericht
Bestand