MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Henk Aalders: 'Waar strijd is, gebeuren rare dingen'

Verhaal

Henk Aalders: 'Waar strijd is, gebeuren rare dingen'

Henk Aalders: 'We kregen eens een verzoek van een kampong een eind bij ons vandaan of we daar wilden komen, want ze moesten geld bijdragen voor de strijd. Het lag binnen ons gebied. Wij zijn naar de kampong gegaan en troffen onderweg een verdachte aan. Hij moest meekomen, anders ging hij de anderen waarschuwen. Later bleek dat die man blind was. Dat merkten we pas toen we in een ravijn naar beneden gingen. Waar hij gebleven is, weet ik niet. Aan de andere kant van dat ravijn lag de kampong waar ze ons om hulp hadden gevraagd. Eerst ging ik met een groepje van vijf voorop. Beneden in het dal werden we afgelost door een ander groepje. Toen zij bovenkwamen, hoorden wij een geschreeuw en gedoe. Net  bovenaan het ravijn had de vijand een post, waar twee man lag te slapen. Onze jongens hadden gezegd: “Opstaan!” Die kerels sprongen direct overeind en grepen hun geweren. Die van ons hadden het bajonet op het geweer en hebben ze doodgestoken. Dat was een beetje griezelig gezicht, maar je went overal aan. Als ik niet afgelost was geweest, was ik aan de beurt geweest.

Die post is zonder geweervuur veroverd. De anderen werden niet gewaarschuwd. Toen we in de kampong kwamen, zagen we verschillende mensen wegvluchten. De bevolking bleef achter. Daar hebben we gewoon mee gepraat. Er was een soort ambtenaar bezig geweest om een bijdrage van de mensen te innen. Wij zijn nog met een groepje buitenom geweest om te kijken of er nog wat in de bossen zat. Toen hoorden we schieten in de kampong. Er werd een paar keer geschoten. Later werden we gewaar dat vanuit een huisje was geschoten. Toen hebben ze teruggeschoten en een vrouw met een kind op de arm geraakt. Ze was op twee plekken door de arm geschoten. Het kind was direct dood. Ik heb het zelf niet gezien. Onze ziekenverpleger heeft de vrouw nog verbonden. Zij was de vrouw van die ambtenaar. Of hij ook geschoten heeft, weet ik niet. Hem hebben ze gevangen genomen, maar omdat zijn vrouw zwaar gewond was, hebben we hem toch achtergelaten. Later hebben we gehoord dat die vrouw ook overleden is.  

Zelf heb ik geen gevechten van dichtbij meegemaakt. Er zijn er wel wat die dat hebben gehad. Er werd altijd tegen ons gezegd: “Zorg dat jij de eerste bent!” Dat klinkt misschien gek, maar de werkelijkheid is wel zo. De tweede wordt je niet meer. Dat is moeilijk om uit te leggen aan mensen die wat kritisch staan over wat daar gebeurd is. “Als je nu dit of als je nu dat.” Ja, dat kun je achteraf zeggen. Waar strijd is, gebeuren rare dingen. Er zijn situaties waarin je in een fractie van een seconde moet reageren.'

Brief van Henk Aalders uit Lima Poeloe, 3 september 1947. 'Het leven gaat nog steeds zijn gewone gang. Dat is patrouille en acties. Met hier en daar nog gevechten met bendes Laskar. En er zitten ook nog Jappen tussen. Als we die in handen krijgen dan worden ze doodgeschoten. We maken van de Laskar die gewapend lopen ook geen gevangenen meer. In Tebing Tinggi heeft 4 R.I. een paar gevoelige verliezen geleden. Ze zijn in een hinderlaag gelokt en toen een voor een vermoord. En zodoende hebben wij ook geen medelijden met de bendes. Gisteren is onze patrouille nog op een tegenstand gestuit van ongeveer 300 man. Maar onze jongens hadden heel veel geluk. De Laskar moest vluchten en dat kon niet anders of ze moesten tegen een berg op. Nu het was een wedstrijd wie de meesten naar beneden schoot. Het was een lawaai of alles los was gebarsten. De jongens met de mitrailleurs joegen er heel wat kogels uit. Van ons zelfs nog niet een gewonde. Zo moet het gaan, dan gaat het goed.

Brief uit Goenoeng [Meirat], 31 oktober 1947. 'Gisteren weer post van jullie ontvangen in goede gezondheid. We waren net van een zeer zware patrouille terug. Nu en dat was natuurlijk dubbel mooi, dat we toen post hadden. Ja, we hebben het gisteren heel zwaar gehad hoor, maar we hebben weer een beetje geluk gehad. We hebben gisteren weer eens kennis gemaakt met onze oude kennissen van Medan. Namelijk de Laskar waar we bij Medan ook steeds mee in gevecht waren. En dat zijn geen heel gemakkelijke heren hoor. Maar gisteren wisten ze niet wat er gebeurde. Ze zitten nu ver de bergen in. 12 kilometer hier vandaan. En dan moeten we nog over bergpaden en door ravijnen. ’s Nachts om 2 uur zijn we weggegaan. En om 7 uur kwamen we bij de kampong aan, waar ze moesten zitten. Het was daar een heel gevaarlijke plaats, want wij kwamen uit een ravijn en moesten wel 100 meter klimmen langs trappen in de rosten uitgeslagen. Een misstap en we vielen te pletter. Bovenaan hadden de heren een stelling. Maar, – ze sliepen. En toen werden ze in de slaap verrast en gedood. Wat hadden wij weer geluk gehad. Want stel je voor, dat ze wakker waren geweest, dan hadden we nooit boven kunnen komen. En minstens de helft van ons was dan gesneuveld. En nu hebben we nog niet een gewonde. In de kampong waren ze net aan het vergaderen. Maar dat was wel vlug lopen, toen ze ons vernamen. Daar hebben we er ook nog een paar gedood. Maar ze zaten zo in de schrik, dat er niet een schot van hen viel. Ze wisten niet eens, wat er loos was. Ze hadden ons daar in het binnenland van de bergen niet verwacht. Maar ja, we zijn jongens, die overal door kunnen komen. ’s Middags om 2 uur waren we weer terug in de tangsie. Dus, we hadden net 12 uur werk gehad. En [v]ele doden gemaakt, geweren buit gemaakt en een partijtje gevangenen meegenomen. Dat is onze belevenis van gisteren. En vandaag hebben we zo’n beetje rust.'

Auteur:Ewout van der Horst
Trefwoorden:Indiëgangers, Oorlogsgeweld
Personen:Henk Aalders
Periode:1946-1948
Locatie:NL

Locatie op kaart