MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Henk Aalders: 'Met een klewang moesten wij ons een weg banen'

Verhaal

Henk Aalders: 'Met een klewang moesten wij ons een weg banen'

Henk Aalders: 'Vanuit Medan hebben wij de eerste politionele actie meegemaakt. Dat was een moeilijke tijd. Op zich hebben wij het rustig gehad, maar wij moesten over een weg die geen weg meer was. Het was helemaal overwoekerd. Met een klewang moesten wij ons een weg banen. Het was zo heet en dorstig. We kwamen bij een klein riviertje en sommige jongens lieten zich zo voorover vallen. Ze waren helemaal op. Halfweg stond een heel groot huis. Er werd verwacht dat daar veel vijanden zaten, maar er was helemaal niemand. Bij dat huis zijn we gebleven. Even verderop in Tebing Tinggi werd behoorlijk gevochten. Dat stadje hebben we overdag met weinig moeite veroverd, maar ’s nachts hebben ze nog een behoorlijke vijandelijke tegenaanval gehad. Ze hadden een paar zwaargewonden, maar er is niemand van ons gesneuveld.

Vandaar zijn we verder gegaan richting verschillende plaatsen bij Siantar. Een andere groep was ons voor geweest. Je zag soms doden langs de straat liggen. Gek genoeg, kijk je bij de tweede al niet vreemd meer op. Het hoorde er bij. Vervolgens zijn we bij het Tobameer gekomen. Toen kwam er een wapenstilstand. Wij hadden telefoonverbinding met Siantar. Maar die kabel liep langs de kant van de weg. Elke nacht werd deze  doorgesneden. Wij zijn daar nog eens met een groepje afgezet om een hinderlaag te leggen. Ik herinner mij dat we op een heuvel hebben geschoten waar we wat zagen bewegen. Toen was het aardig goed.'

Brief van Henk Aalders te velde, 23 jul. '47. 'We zijn maandagmorgen al heel vroeg opgerukt. En zitten nu een mooi eindje van Medan af. Waar we zitten kan ik natuurlijk niet schrijven, want dat zijn nu nog dienstgeheimen. Maar laat ik zeggen, dat we het er heel goed hebben afgebracht. Wel hebben we het zwaar gehad. We moesten 2 kilometer door de rimboe lopen en daar hadden we ongeveer 5 uur mee werk. We moesten ons met kapmessen een weg banen. Later ging het gemakkelijker. En gisteren zijn we bij een woning aan een kruispunt gekomen en daar liggen we nu voorlopig, hoelang dat weet ik niet. Met de gevechten ging het tot nu toe ook wel. Hier en daar is wel zwaar gevochten. Doch tot nu toe, nog geen gesneuvelden. Wel 3 gewonden; 2 lichtgewond en een zwaar.
Jullie maken je maar niet bezorgd hoor, ik maak het wel goed. We zitten hier in een heel groot huis. Ik denk dat er vijandelijke troepen in hebben gelegen. Overal in de buurt staan ook wel kamponghuisjes. Maar de bevolking is allemaal weg. Ze hebben haast alles achter gelaten. De kippen en geiten lopen hier overal rond. Gisteren hebben we al een partij eieren opgezocht en gekookt. Het zijn allemaal Indonesiërs die gevlucht zijn. Een eindje van ons af wonen nog een paar Chinezen, maar die zijn er nog wel. Ze zijn ook al bij ons geweest. Ze waren wel zo blij dat we waren gekomen. Andere jongens hebben een stad veroverd. Nu daar lopen de mensen alweer gewoon over de straat. Toen de jongens er binnen kwamen stonden de Chinezen te juichen aan de straat. Doch dat stadje heeft anders behoorlijk geleden. Er is heel wat stuk. De hele zaak stond overal in brand. Overal waar gevochten wordt brand het haast de hele dag en nacht. Hier waar we op het ogenblik zitten is het anders een heel mooie streek. Het is allemaal heuvels en dalen. En nu zitten wij net op zo’n heuvel, dus mooi uitzocht naar alle kanten.'

Brief uit Gloechoer 27 jul. '47. 'We hebben een paar dagen rust. Met een dag zullen we wel weer vooruit gaan denk ik. De andere troepen zitten nog in het binnenland. Er is daar al een mooi stukje bezet. Meestal kebons. Dat zijn plantages. Eergisteren is de 1ste compagnie met een pantsertrein een 50 kilometer naar voren geweest. Maar alles was al weg. Wel hadden ze alles in brand gestoken. Doch onze jongens waren nog weer heel vlug. Want ze hebben nog een 20 spoorwagens, 2 locomotieven en een stuk of 8 tankwagens met olie te pakken gekregen. Toen ze ’s avonds weer terug gingen zijn er ongeveer 250 Chinezen mee gegaan. Van de Chinezen steken de pemoeda’s alles haast in brand. En daarom verlangen die er ook naar dat we komen om hen te bevrijden. En zo gaat dat alle dagen zo’n beetje door. Hoe gaat het daar anders in Holland? Wat zegt de bevolking ervan? De mensen zullen daar ook wel een beetje in spanning zitten. Nu op het ogenblik hebben we het hier goed hoor, we krijgen sigaretten en zo genoeg.'

Brief te velde, 31 jul. '47. 'Maandag toen we weer begonnen zijn met de opmars hebben we nog wel even een beetje tegenstand gehad. En toen we er in kwamen, kregen we wat te zien hoor. De hele bevolking was opgesloten gezeten. 7 meisjes van 18 tot 20 jaar waren van onder tot boven open gesneden door de vijand. En door het vuur van ons en van hen, zijn er ook nog doden gekomen. Er waren daar 30 doden onder de burgers. Dat was een ellende daar hoor. Tot de avond zijn we daar geweest en toen zijn we naar een andere plaats gegaan 20 kilometer er vandaan. […] De andere van onze troepen zitten 80 kilometer verder dan wij. De voornaamste extremistenstad Siantar hebben we ook al in handen. Het is de laatste tijd heel vlug gegaan hier. Het was net het vliegend leger. Het ging maar op de auto’s en rijden maar de pantserwagens erbij en we gingen overal door. We moesten we[l] zo nu en dan stoppen omdat er een hele kampong in brand stond. Soms wel 200 huizen tegelijk. Nu meer nieuws is hier voorlopig ook niet meer.'

Brief te velde, 2 aug. '47. 'U vraagt mij in de brief Moeder hoe of het hier is, want ze zeggen dat we aan het vechten zijn? Nu jullie weten het nu wel he? Wij wisten het al van tevoren, maar we mochten niets zeggen he? Maar het gaat nu goed hoor moeder. Als de zaak in orde is, dan komen we dit jaar misschien nog wel thuis. We zullen wel zien hoe het gaat.'

Brief uit Tebing Tinggi, 11 aug. '47. 'Jullie hebben zeker ook al gehoord dat het nu weer wapenstilstand is. Dus we blijven nu voorlopig op de plaats waar we zijn. En we vinden dat we het niet slecht hebben. Zo nu en dan gaan we eens met een kolonne op patrouille, met de auto’s. Vanmorgen zijn er ook weer jongens op weg geweest. Nu ze hebben nog wel een beetje geluk gehad. Ze hebben een Laskarpost overrompeld en nog 7 geweren en een paar gevangenen meegenomen. En een paar gedood. Ze hebben anders nog een beetje meegenomen. Een paar kleine dingen. De een had een paar schoenen, de ander een wekker en een sarong. Op zo’n manier krijg je nog wel eens wat.'

 

Auteur:Ewout van der Horst en Kay-Leigh de Weerdt
Trefwoorden:Indiëgangers, Operatie Product
Personen:Henk Aalders
Periode:1947
Locatie:NL

Locatie op kaart