MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Havezate Oldhagensdorp in Vollenhove

Verhaal

Johan Hagen werd in 1388 door Floris van Wevelinckhoven, toen bisschop van Utrecht en landsheer van Overijssel, beleend met goederen, die eertijds toebehoorden aan enige gebroeders Schuring. Deze goederen waren door de landsheer verbeurd verklaard wegens door hen gepleegde ontrouw. Zij waren namelijk betrokken geweest bij de moord op Evert van Essen, een vertrouweling van de bisschop, in 1382.

Deze goederen vormden de kern van het goederen bezit, dat later onder het huis Oldhagensdorp ressorteerde en waaronder het huis zelf ook begrepen was. De naam Oldhagensdorp is echter betrekkelijk jong. Eertijds werd de havezate gewoon Hagensdorp genoemd. Die naam vinden we voor het eerst vermeld in 1656. In dat jaar noemde de toenmalige bezitter, Jurjen Jacob Hagen, zich "heer tot Haegensdorp". Deze naam herinnerde aan zijn ouders Hendrik Hagen en Jacqueline van Dorp, respectievelijk overleden in 1626 en ca. 1602. Daaruit valt af te leiden, dat de naam moeilijk van erg oude datum kan zijn, maar zal dateren uit ca. 1630. Pas sedert 1622 waren de Vollen hoofse edelen genoodzaakt een behuizing binnen de stad aan te wijzen als havezate en ontstond de gewoonte ze te benoemen. Dat nieuwe reglement op de toelating tot de Overijsselse Ridderschap van 1622 was van groot belang voor de eigenaren van Hagensdorp. Dat reglement bepaalde, wie behoorden tot de edelen.

Nu was dat voor de eigenaren van Hagensdorp geen probleem, want zij werden erkend, als vanouds daartoe behorende. Een voor hem moeilijke bepaling was de eis, dat de toegelaten edelen de hervormde godsdienst moesten belijden. Tot die tijd was men in Overijssel betrekkelijk tolerant jegens personen, die niet met de reformatie meegegaan waren. Om lid te zijn van een bestuurscollege behoefde men niet persé de hervormde godsdienst toegedaan te zijn. Zo maakten dan ook katholieken en lutheranen deel uit van de Overijsselse bestuursorganen. De Synode van Dordrecht maakte daar echter een eind aan. Het is dan ook vooral de aandrang van de predikanten, en van de Staten van Holland geweest, die er voor gezorgd heeft, dat niet-hervormden voortaan geen toegang meer zouden hebben tot de statenvergaderingen.

De leden van het geslacht Hagen nu, waren het oude geloof trouw gebleven. Dat zij geen fanatici waren, blijkt wel uit het feit, dat Hendrik Hagen zijn zoon Jurjen Jacob te Heidelberg in de Palts zijn studies liet volbrengen. En Heidelberg stond in die tijd toch wel bekend als een calvinistisch bolwerk. Met een aantal andere edellieden waren dan ook in 1622 de gebroeders Seino, Pelgrim en Hendrik Hagen gedwongen om als rooms-katholieken de statenvergaderingen te verlaten. Sedertdien "sluimerde" het recht van verschrijving, dat verbonden was aan Hagensdorp als havezate. In 1667 werd dit recht door de toenmalige bewoner van Hagensdorp verkocht aan Johan Sloet van Tweenijenhuizen. Met toestemming van de Staten van Overijssel mocht die dat recht toen verleggen op zijn eigen huis binnen Vollenhove. Van toen af werd dat huis Hagensdorp genoemd en het oude huis Oldhagensdorp.

Oldhagensdorp is niet meer dan een groot stadshuis geweest. Het was gelegen aan de meest westelijke helft van de Bisschopsstraat, toen Hofstraat genoemd. In 1463 werd het grondgebied van het huis uitgebreid met een groot gedeelte van de stadshagen, dat ten zuiden van het huis was gelegen, en met een gedeelte van de stadswal. Vooral deze uitbreiding gaf later, in de 17e en 18e eeuw, aanleiding tot heftige twistgedingen tussen de eigenaren van Oldhagensdorp en het bestuur van de stad Vollenhove. In het midden van de 16e eeuw vond nog een belangrijke verbouwing plaats van het huis door Boldewijn Hagen. Het is dan ook dat huis, dat nauwkeurig wordt weergegeven op de kaart van Johan Blau, verschenen in 1644/1645 in zijn atlas "Orbis Terrarum".

Het huis bestond toen uit een hoge middenbouw met lage zijvleugels. Daarachter strekte zich de tuin of hof uit tot aan de stadsgracht en de Bentpoort. Oldhagensdorp, nadat het sedert 1753 in handen was van de familie van Middachten en daarom vaak Middagten genoemd, werd in 1862 gesloopt. Toen werd het huis omschreven als "een aanzienlijk heerenhuis, waarin beneden een groote zaal, onderscheidende kamers, alle geplafonneerd en behangen, ruime keuken, waarin regen- en welwaterpompen, voorts boven onderscheidende kamers en zeer ruime zolders, een koetshuis, schuur en stallen voor paarden en koebeesten, een bosch en groote tuin, beplant met vele vrugtboomen van de best soort". Slechts een overwelfd portaal bleef gespaard en als vertrek in het nieuwe huis, dat op die plaats werd gebouwd, opgenomen. Ook dat huis werd gesloopt.

In 1905. Thans vindt men op de plaats van de oude havezate een aantal woningen van een woningbouwvereniging. Het feit dat de eigenaren van het huis rooms-katholiek gebleven waren, veroorzaakte enerzijds, dat het huis sedert 1667 zijn karakter als havezate verloor, maar zorgde er anderzijds weer voor, dat het huis het middelpunt werd van het katholieke leven tot na de revolutie van 1795. Het huis werd het centrum van het ondergrondse katholieke leven van Vollenhove en wijde omstreken. In het huis werden godsdienstoefeningen gehouden en in de He eeuw vonden katholieke geestelijken er periodiek onderdak.

Tot 1674 bezat Vollenhove geen eigen pastoor en werd de parochie bediend vanuit Wijhe en Zwolle door respectievelijk de jezuïeten en de beroemde Zwolse pastoor Arnold Waeyer. De verstandhouding tussen de pastoor en de jezuïeten was echter meestal niet best. De competentie, men zou haast spreken van concurrentie, vormde tussen hen doorlopend een bron van onenigheid en twist. In 1674 werd Vollenhove, op instignatie van Waeyer een zelfstandige parochie. De eerste pastoor was de seculier Hermannus Sevenstern. Dat de eigenaren van Oldhagensdorp door de katholieke overheid officieel als beschermers van de Vollen hoofse parochie erkenning vonden, blijkt wel uit het feit, dat zij gekend werden in kwesties als beschuldiging van jansenisme, die Sevenstern trof, en in benoemingen van pastoors.

*Dit verhaal is geschreven door A.J. Mensema en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift IJsselakademie, 4e jaargang, 1981, nr. 5.

Auteur:Albert Mensema
Trefwoorden:Havezate, Oldhagensdorp, Overijsselse Ridderschap, Hagensdorp, Bewoningsgeschiedenissen, Adel Overijssel
Personen:Boldewijn Hagen, Floris van Wevelinckhoven, Johan Hagen, Evert van Essen, Jurjen Jacob Hagen, Hendrik Hagen, van Middachten, Arnold Waeyer, Hermannus Sevenstern
Periode:1388-1905
Locatie:Vollenhove
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand