MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Gerrit Daggenvoorde: 'Na die aanval waren er een heleboel jongens overspannen'

Verhaal

Gerrit Daggenvoorde: 'Na die aanval waren er een heleboel jongens overspannen'

Gerrit Daggenvoorde: 'In juli hadden we de eerste  politionele actie. Wij moesten met negentien jongens – zonder enige ervaring – 60 man KNIL-troepen aflossen, van die oude rotten. We moesten een spoorbrug bewaken. Onze vaandrig was een broekje en bang als de dood. Dat je bang bent, kun je niets aan doen, maar dan moet je niet zo’n grote bek hebben. Hij had echt een grote waffel! ’s Middags kwam er iemand over de spoorbrug aangelopen en die hoorde onze vaandrig uit over van alles en nog wat, hoeveel man of er zat enzo. ’s Avonds om half 7 werd het altijd donker. Om een uur of 9 begon het gedonder. We kregen een aanval. Volgens de inlichtingendienst hebben we 400 man tegenover ons gehad, weliswaar slecht bewapend. Ze schoten aan een stuk door. Het was gewoon een hel. We hebben zo ongelofelijk veel geluk gehad. We werden beschoten door een lorrie die ze op de rails hadden staan. Achteraf bleek er een Japanse mitrailleur met een Japanner erachter op te zitten. Bij de ingang van de brug hadden wij een mitrailleur zitten en die schoot terug. Op een gegeven moment stopte het schieten even. Wij hadden een klein 2 inch mortiertje. Je kon geen donder zien, maar ze lieten een brisantgranaat precies op die mitrailleur vallen. Toen was hij uitgeschakeld en werd het wat rustiger.

Ik zat bij een brengroep. Dan heb je een commandant, schutter en helper. Ik was helper, maar wij wisselden elkaar ook wel eens af. Op het gebied van wapens was ik zeer handig. Om middernacht vroeg de commandant mij of ik even wilde komen helpen. “Wij hebben de loop roodgloeiend van het schieten, maar kunnen dat kreng niet loskrijgen.” Ik ben erheen gekropen en heb er een andere loop op gezet.

Op een gegeven moment was onze munitie zowat op. Elke geweerschutter had vijftig patronen en dan moest je ook nog wat afstaan voor de mitrailleur. Ik dacht: “We komen nooit meer terug.” Een verbinding met ons onderdeel was er helemaal niet. Toen zei de vaandrig: “We gaan terugtrekken, want we houden het niet.” Een korporaal van ons, de tweede man, een rustige Limburger, zei: “Wij gaan niet mee, want ze schieten ons allemaal aan prak.” De weg terug ging over de spoorbaan, want aan weerszijden was moeras. Dan lagen we midden in het schootsveld. Twee jongens van ons – en daar neem ik nog altijd de pet voor af – die hebben het geweer aan de schouder gehangen en zijn onder dekking van ons over de spoorbaan teruggelopen naar een bevoorraad station, waar ze de commandant te spreken hebben gekregen.

Tegen de morgen, een poosje voordat het licht werd, kregen we 60 man versterking. Zij brachten een heleboel munitie mee. Toen het licht werd, wilden die knapen van de andere kant bij ons komen en kropen over de spoorbogen naar ons toe. Van de andere partij zijn er heel wat in het water gevallen en hebben het niet overleefd. Wij hebben geluk gehad. We waren met negentien man en hadden er maar één met een schampschotje.

Een dag later zijn wij teruggetrokken naar een rustiger post. Maar je mag gerust weten, na die aanval waren er een heleboel jongens overspannen. Ze waren helemaal de kluts kwijt. Ze schreeuwden alles aan elkaar.  Ik heb het er gelukkig goed afgebracht, maar het duurde bij ons allemaal een paar dagen voordat die spanning wegzakte. Er zijn een heleboel jongens geweest die in Indië hebben gezeten en na die tijd middenin de nacht wakker werden en achter hun bed gingen liggen, omdat ze dachten dat ze beschoten werden. Ik heb er gelukkig nooit last van gehad.'

Auteur:Ewout van der Horst
Trefwoorden:Indiëgangers, Operatie Product
Personen:Gerrit Daggenvoorde
Periode:1947
Locatie:NL

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.