MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Gerrit Daggenvoorde: ‘Menige jongen heeft hier al zwemmen geleerd'

Verhaal

Gerrit Daggenvoorde: ‘Menige jongen heeft hier al zwemmen geleerd'

Brief van Gerrit Daggenvoorde uit Stabat, 13 nov. ’47. ‘Maandagavond hebben ze hier nog een tijger geschoten. Dat zijn reuze mooi beesten. Een schitterende kleur hebben die dieren. En tanden als die knapen in hun bek hebben! Daar sta je versteld van. En dan van die grote klauwen. Nu als je daar een klap mee krijgt, dan zul je vermoedelijk niet naar de tweede verlangen. Er lopen hier in de buurt nog twee tijgers meer, dat betekent nog twee lopende schietschijven.’

Brief uit Tandjong Poera, 28 nov. ’47. ‘In ben verhuisd naar Tandjong Poera. Je hebt hier ook al veel Chinezen. Nu ik vind die Chinezen een rotvolk, als die de kans hebben zetten ze je af, dat het niet mooi meer is. Voor een pakje goeie sigaretten vragen ze met een doodgewoon gezicht f 3.50. En als je dan zegt, dat het te duur is, dan pingel je de op den duur nog 50 cent of 1 gulden eraf, maar als je zo gek bent en je betaalt het maar, dan hebben ze je maar vies tuk.’

Brief uit Brastagi, 13 jul. ’48. ‘We hebben hier een aardig kamertje. We liggen met drie man bij elkaar. Aan de ene kant staan de drie veldbedden, aan de andere kant de tafel waarop een mooie pot met bloemen geplukt door Vegterlo, ja daar heeft hij nog wel verstand van, al is hij dan ook altijd boer geweest. Verder een paar grote deuren met glas erin die toegang tot het balkon geven. Midden in de kamer een elektrische lamp. Aan de kant een foto van Vegterlo en van mij met de huisgenoten erop, drie geweren aan de wand, 5 bierflessen op de kast, ja lege hoor, en tien volle bierflessen in de hoek. Een aardig kamertje hè.’

Brief uit Brastagi, 25 aug. ’48. ‘Gistermiddag heb ik de eerste aardbeving van mijn leven meegemaakt. Ik zat rustig te schrijven en opeens daar begint me het huis te trillen en te schudden als de pest. Even later ging de boel op en neer. Met dat laatste kreeg je een gevoel net of je in de rupsbaan zat, dus ik heb ook nog iets meegehad van het Lettelse feest. Onze djongos [huisbediende] die zei dat het wel een maal of vijf in het jaar gebeurde en som nog wel veel harder. Mijn gedachten waren dat de Sibijak (een vuurspuwende berg) soms begon te werken, maar dat was niet het geval. Nu op het eerste moment schrok ik wel even. En ik gauw naar beneden, want ik denk zo meteen dan dondert de keet ook nog in elkaar. Maar voor de tweede keer dan zal het schrikken wel over zijn, want dat weet je wat er gaat komen.’

Brief uit Padang Brahrang, 29 okt. ’48. ‘Gisteravond hebben we hier een dansavondje gehad. Er waren 9 meisjes uit Medan. En wij zijn hier met 150 jongens, dus U tweetjes kunnen wel nagaan dat elke jongen niet gedanst heeft. Ik ben maar rustig blijven zitten en heb het maar aan de andere jongens overgelaten. Er waren 6 Hollandse meisjes en 3 Indische. Het was wel een gezellige avond.’

Brief uit A Raisan 23 jul. '49.‘Het is hier wel een beetje eenzamer als in Banoe Area, want hier in de buurt is zelfs nog geen kampong te bekennen. Maar dat is het ergste niet. We kunnen hier zwemmen in de kali en dat is al een heel tijdverdrijf. Sommige jongens liggen soms wel 2 uur achtereen in de kali te ploeteren. Zwemmen is in dit land dan ook een gezonde sport en menige jongen heeft het hier al geleerd. Ik kan ook een klein beetje zwemmen en nu leren we het vanzelf nog een beetje aan.’

 

Auteur:Ewout van der Horst
Trefwoorden:Indiëgangers, Soldatenleven
Personen:Gerrit Daggenvoorde
Periode:1947-1949
Locatie:NL

Locatie op kaart