MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Gerrit Daggenvoorde: 'Je kon goed zien dat de bevolking blij was dat we die knapen gevangen hadden’

Verhaal

Gerrit Daggenvoorde: 'Je kon goed zien dat de bevolking blij was dat we die knapen gevangen hadden’

Gerrit Daggenvoorde: 'Het merkwaardige is dat ik 33 maanden in Indië heb gezeten, maar ook in 33 verschillende plaatsen ben geweest. Soms zaten we 3 maand op een plek en dan weer een week. Daar kon je niets van op aan. De meeste tijd zat ik op buitenposten. Je had altijd patrouille of wacht. Je moest altijd verdacht zijn op een aanval. Die bendes stonden nergens voor. Ze beschoten ons ook vaak vanuit een kampong. Dat is ons ook een paar maal gebeurd. De kogels zijn mij verschillende keren om de oren gevlogen. Als je dan in zo’n kampong kwam, was er geen mens meer te bekennen. Die kerels zaten altijd hoog in de bergen. Als je ze achterna ging naar boven en je had de tong op het derde knoopsgat liggen, waren ze allang verdwenen. Een onderdeel van onze eenheid heeft eens een kampong in de brand gestoken, waarvandaan we altijd vuur kregen, maar nooit thuis gaven. Persoonlijk heb ik dat niet meegemaakt.'

Brief Gerrit Daggenvoorde uit Tandem Hiller, 22 aug, ’47, ‘Gisteren zijn we nog op patrouille geweest. Het was geen lange patrouille, maar het was één en al rimboe waar we door moesten. De twee verkenners hadden een rotbaan, die moesten een weg banen door hoog gras en dorens en zoiets kost zweetdruppels. Ik was gelukkig ditmaal geen verkenner, want ik had de bren en liep achteraan. En zodoende kon ik het nog wel volhouden, ja ik heb het altijd nog best vol kunnen houden, maar sommige jongens zijn doodmoe na zulke patrouilles.’

Brief uit Brastagi, 25 sep. ’48. ‘We zijn een week weggeweest. Er moesten nog een stelletje ploppers in het gebied van 10RI zitten en die moesten wij te pakken zien te krijgen. Verleden week woensdag zijn we van hier naar Baroes Djaké vertrokken. Donderdagmorgen hebben we daar een patrouille gelopen. […] Met onze sectie hebben we die week 13 ploppers gevangen. Ze waren geen van allen  bewapend. Dat zijn gewone benden, die de kampong lui opstoken en die overal het eten uit de kampong weghalen of liever gezegd stelen.’

Brief uit Twiga Binanga, 8 nov. ’48. ‘Wij hebben van de week ook fijn eten gehad. Wij gingen op vierdaagse patrouille. Dan krijgen we van allerlei blikwaren mee zoals noodrantsoenen en gemengde spijs. Nu ik had een blik gemengde spijs waar erwtensoep met worst in zat. Dat blik woog 1 kg en de inhoud was 1 pond worst en een pond erwtensoep. Dus u tweetjes kunt wel nagaan dat dat machtig eten is. Daar kun je behoorlijk op sjouwen.’

Brief uit Taroetoeng, 24 feb. ’49. ‘Gisteren heeft een patrouille van ons nog 4 kerels gevangen, die hadden 6 geweren, 1 revolver, 230 patronen en 2 handgranaten in huis. Voorheen beschoten die kerels altijd het konvooi dat van Taroetang naar Siantar rijdt, maar die lui zijn nu uitgeschakeld, dus daar hebben we geen last meer van. Verder maakte die bende het de bevolking ook lastig door rijst en andere eetwaar te stelen. Nu kon je goed zien dat de bevolking blij was dat we die knapen gevangen hadden.’

Brief uit Banoe Area, 15 mrt. ’49. ‘Elke dag gaat er hier zo wat een patrouille uit. Ik ben tweemaal op patrouille geweest. De eerste keer hebben we drie geweren en 60 patronen buitgemaakt en 6 laskars [volksstrijders] gevangen genomen. En de tweede keer hebben we een geweer uit de grond gehaald en een 2 inch mortier. De andere patrouilles hebben nog niet wat meegebracht. Och, het is gewoon geluk hebben als je wapen vindt.’

Brief uit Banoe Area, 25 mrt. '49. ‘Het derde peloton van onze Compie die heeft nog 3 kerels gevangen en een geweer en een stengun buitgemaakt. Van de bevolking hier hebben we aardig goed medewerking. Als ze een schuilplaats van de ploppers weten dan melden ze dat, hetgeen voor ons een heel gemak is, want anders moeten we ze zelf op zoeken.’

Brief uit Banoe Area, 31 mrt. ’49. ‘Zondag was het Midvasten, toen hebben de ploppers ons nog afleiding bezorgd. Tegen schemerdonker gingen ze een paar schoten door ons huis vuren. Nu wij direct naar buiten en we zagen een paar ploppers lopen, die kregen direct vuur van vier brens en die namen toen gauw de benen, want dat zal hun wel niet best bevallen. En daarmee was het weer afgelopen. Ja als het nodig is kunnen we goed van ons afbijten. We hebben goede stellingen en we zijn goed bewapend.’

Brief uit Banoe Area, 25 mei ’49. ‘Nu zal ik eens het een en ander over die patrouille schrijven. Maandagmorgen om 7 uur gingen we weg. We hebben toen al de kampongs doorzocht waar we langs gekomen zijn. Tegen 2 uur kwamen we in de kampong waar we overnacht hebben. We hebben Maandag ongeveer 17 km gelopen, dus dat was gemakkelijk te doen. Dinsdagmorgen zijn we weer om 7 uur vanuit die kampong gaan lopen. We hadden toen ruim een uur gelopen voordat we in de volgende kampong kwamen. Nu in die kampong stonden een paar ploppers met een geweer. Twee ervan namen de benen. De jongen die voorop liep kon niet schieten, omdat er vrouwen voor stonden. Nummer drie die wou er ook tussenuit knijpen, maar die moest het met de dood bekopen. In die kampong hebben we gegeten en om half twee zijn we weer verder gegaan. Het was ongeveer 3 uur toen we in de kampong kwamen waar we geslapen hebben. Daar zijn we vanmorgen weer opgestapt en toen waren we ongeveer half elf weer thuis. Op die patrouille bestond onze buit uit één Jappengeweer, dus we zijn nog niet voor niemendal geweest. Nu zulke patrouilles vallen nog best mee. In die drie dagen hebben we ongeveer 40 km gelopen, dus dat is 13 km per dag. Het is wel tamelijk zwaar terrein, maar 13 km is ook niet veel. Met zo’n patrouille nemen we een trui en een grondzeil mee. Als we ’s nachts dan gaan slapen trekken we die trui aan en gooien het grondzeil over ons heen. We leggen een paar matten op de vloer en daar liggen we dan ’s nachts op. Zo’n bed is wel een beetje hard, maar ik slaap er best om. Je went hier overal aan.’

  

Auteur:Ewout van der Horst
Trefwoorden:Indiëgangers, Frontlinie
Personen:Gerrit Daggenvoorde
Periode:1947-1949
Locatie:NL

Locatie op kaart