MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Een korte schets van "den edele en welgeleerde heer" ds Johannes Altius (± 1647-1696)

Verhaal

Een korte schets van "den edele en welgeleerde heer" ds Johannes Altius (± 1647-1696)

Na het overlijden van dominee N. Overeem eind augustus 1671 werd in Steenwijk in het jaar daarop Johannes Altius, de predikant van Kuinre, in diens plaats beroepen. Deze nam het beroep aan.

Johannes Altius kwam uit een predikantenfamilie. Zo was zijn grootvader Godschalcus Altius achtereenvolgens voorganger in Wilp op de Veluwe (1601-1606), Bolsward (1606-1619) en Arnhem (1619-1649), terwijl Johannes vader, Arnoldus Altius, van 1628-1657 predikant in Otterlo was. Daar werd hij omstreeks 1647 geboren. Zijn moeder heette Margarieta van Holten.

Naast hun zoon Johannes telde het gezin ten minste nog twee jongens: Hermannus en Robertus, die beiden later predikant werden. Er was ook een meisje, Anna geheten· - naar haar grootmoeder van vaders kant. Ze werd later (vermoedelijk na de dood van haar ouders) opgenomen in het gezin van haar broer Johannes.

Johannes Altius was gehuwd. Waarschijnlijk is dit vóór 1673 in Hasselt gebeurd, althans daar kwam zijn echtgenote Sophia Waterham vandaan. Zij werd daar geboren op 4 september 1653 als dochter van Arnoldus Waterham en Geertruid van Goor.

Omdat het doopboek van de gereformeerde gemeente Steenwijk uit die jaren ontbreekt, is niet te zeggen of dominee en mevrouw Altius in hun Steenwijker tijd kinderen kregen. Dat was later wel het geval in Zutphen, waar hun twee kinderen geboren werden, en nog weer later in Zwolle, waar zij nog zeven kinderen zouden krijgen.

Johannes Altius diende achtereenvolgens de gemeenten van Kuinre (1670-1672), Steenwijk (1672-1675), Zutphen (1675-1680) en Zwolle (1680-1696). In laatstgenoemde plaats overleed hij in het najaar; althans op 29 oktober van dat jaar wordt een boedelinventaris opgesteld. Daaruit blijkt dat de predikant een gegoede burger was. Zo bezat hij de erve Averkamp in de buurschap Ramele onder Raalte. Verder was hij de eigenaar van de helft van een erve onder de klokslag van Akkrum, ter grootte van 85 pondemaat (ongeveer 28 hectare) en een keuterboerderijtje in Wythmen, dat bij de erve Harssevoort behoorde. Daarnaast bezat hij nog een flink kapitaal aan geld, in de vorm van hypotheek, schuldbekentenis en een obligatie.

Na het overlijden van haar echtgenoot vertrok Sophia Waterham op 4 maart 1697 met attestatie naar Amsterdam. Niet alle kinderen zijn met hun moeder meegegaan of in Amsterdam gebleven. Zo woonde een dochter, Aleyda Altius, later in Zwartsluis.

Toen ds Johannes Altius predikant in Steenwijk werd, waren het "bekommerlijcke tijden", wegens de invallen in Noord- en Oost-Nederland door Munsterse en Keulse troepen onder aanvoering van de bisschop van Munster, Barend van Galen, “Bommen Berend" genoemd. Ook Steenwijk werd bezet. Toch krijgen we uit de kerkenraadsnotulen niet de indruk dat het werk in de gemeente tot stilstand kwam. Telkens lezen we na gehouden visitaties dat de gemeente "in goede ruste" bevonden werd. Ook de jaarlijkse verkiezingen van ouderlingen en diakenen vonden gewoon doorgang.

Natuurlijk zijn er gevallen van tuchtoefening. De aanleiding is buitensporig gedrag zoals openbare dronkenschap, een "bloetschandich houwelijck", verzuim van de kerkgang en het zonder geldige reden wegblijven van het Avondmaal. Ook kreeg ds Altius te maken met de volkszonden van zijn dagen. Deze bestonden uit het "Lichtveerdig en lasterlyck misbruyck" van de naam des Heren, de ontheiliging van de zondag en het te gemakkelijk zweren bij de naam van God.

Andere kerkelijke zaken waarin ds Altius ongetwijfeld meegesproken heeft, waren het besluit van de kerkenraad van Steenwijk - genomen op 29 oktober 1674" - om de morgendiensten voortaan niet langer om half negen te laten beginnen, maar om negen uur. Verder werd in diezelfde vergadering besloten dat de kinderen voor de bediening van de heilige doop in het vervolg bij de koster moesten worden aangemeld, en kregen de vaders te horen dat zij bij de doop van hun kind aanwezig dienden te zijn. Alleen wanneer dat absoluut onmogelijk was, mocht de vader zich laten vertegenwoordigen door een getuige.

Een moeilijk geval in die jaren was de kapitein Tobias. Deze wilde in 1673 trouwen met zijn verloofde mejuffrouw Oostenbroeck, maar dan zonder huwelijksproclamatiën, en niet in de kerk, maar gewoon thuis. Hij verlangde dat de kerkenraad in beide zaken zou bewilligen. Zo niet, dan zou hij een rooms-katholieke priester in de arm nemen. Zelfs de moeder van de bruid kwam eraan te pas om een goed woordje voor haar aanstaande schoonzoon te doen.

Hoewel de kerkenraad ernstige bezwaren had, besloot hij toch toe te geven. Daarbij gaf de druk van de omstandigheden (de bezetting van de stad, die op dat moment nog aan de gang was) vermoedelijk de doorslag. Wel moest kapitein Tobias schriftelijk verklaren dat hij een "vrij man" was. Daarnaast dienden bruid en bruidegom de kerkenraad schriftelijk mee te delen dat zij elkaar wensten te huwen.

Ook buiten zijn gemeente was ds Johannes Altius werkzaam. Zo was hij in 1674 en 1675 scholarch. Dat hield in dat hij met twee anderen vanwege de magistraat toezicht hield op het onderwijs in Steenwijk. Binnen de classis was Altius eveneens druk in de weer. We treffen hem daar aan als praeses van de vergaderingen, maar ook als scriba en assessor, en als afgevaardigde naar de synode. We vinden hem als examinator van de kandidaten, als bevestiger van nieuwe predikanten binnen de classis en als correspondent.

Geen wonder dat Steenwijk in 1675 de grootste moeite had om haar predikant naar Zutphen te laten vertrekken. Aanvankelijk verzette zij zich daar dan ook tegen. Maar de classis bepaalde dat Altius vrij was om het beroep aan te nemen.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift “IJsselakademie”, nr.1, maart 1997

 

Auteur:J. ter Steege
Trefwoorden:Predikant, Dominee, Gereformeerde Kerk, Religieus leven in overijssel
Personen:Johannes Altius, Arnoldus Altius, Godschalcus Altius
Periode:1647-1696
Locatie:Steenwijk