MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De Moderne Devotie. Spiritualiteit en cultuur vanaf de late Middeleeuwen

Verhaal

De Moderne Devotie. Spiritualiteit en cultuur vanaf de late Middeleeuwen

In de veertiende eeuw heerste in de IJsselstreek grote welvaart. Steden als Deventer, Zwolle en Kampen waren nauw verbonden met het handelsnetwerk van de Duitse Hanze. Deventer was befaamd om haar jaarmarkten. Tegelijkertijd fungeerden de steden als centra van bestuur en van godsdienstig leven. Er waren heel wat kerken, kloosters, gasthuizen, vrome gilden en beroemde Latijnse scholen. Het spirituele leven en de bijbehorende cultuur bloeiden als nooit tevoren. Maar daar was ook een schaduwkant aan verbonden. Er was veel oppervlakkigheid en uiterlijk vertoon. Geld en carrière speelden in kerk en maatschappij soms een grote rol. Evenals elders in Europa gingen mensen op zoek naar waar het echt op aankomt, naar verdieping, verbinding en zingeving. De bijbel en de grote denkers uit de eerste eeuwen van het Christendom konden nieuwe inspiratie geven. In Deventer wilde Geert Grote zijn tijdgenoten aan de hand van deze en andere spirituele teksten op het rechte pad brengen. Zonder het tevoren te weten bracht hij een beweging op gang die al snel Moderne Devotie ging heten. Vernieuwde innigheid is daar een andere naam voor. Groote wilde opnieuw op zoek naar de binnenkant van het menselijk bestaan. Hij wilde onder woorden brengen waar het werkelijk op aankomt in ieders leven. De beweging die Groote op gang bracht was niet alleen van betekenis in de veertiende eeuw, maar bleef ook daarna mensen aanspreken.


Broeder- en zusterhuizen
Veel mensen die geraakt waren door het gedachtegoed van Geert Groote beleefden dat in hun eigen leefwereld: hun gezin, hun werk, hun stad. Moderne Devotie vond veel aanhang onder gewone burgers. Zij vormden gemeenschappen met andere mannen of vrouwen. Op traditionele kloosters hadden de vroege Devoten het niet zo begrepen, die waren vaak weggeraakt van hun oorspronkelijke idealen. Ze gingen samenwonen in één huis als zusters en broeders van het gemene (gemeenschappelijke, gewone) leven. Ze deelden het dagelijks bestaan met elkaar, werkten, mediteerden en baden samen. Met handenarbeid verdienden ze de kost, want bedelen paste niet bij hun levensstijl. De aandacht ging uit naar het verzamelen, bestuderen, overschrijven en versieren van boeken in de tijd vóór de uitvinding van de boekdrukkunst. De broeders begeleidden bovendien leerlingen van de Latijnse scholen. Groote stichtte zelf het eerste zusterhuis in zijn ouderlijke woning in de Bagijnenstraat. Zijn volgeling Florens Radewijns nam het initiatief tot het eerste broederhuis (op de plek van het Geert Groote Huis). Zo ontstonden het Meester Geertshuis en het Heer Florenshuis. De blinde Johannes van Ommen nam in Zwolle het voortouw bij de stichting van het eerste broederhuis, het Domus Parva.


Kloosters in de IJsselstreek
Niet alle Devoten stelden zich tevreden met het leven in een lekengemeenschap in de stad. Sommigen verlangden naar een meer besloten en beschouwende levensstijl op het platteland. Omdat zij kritisch stonden ten opzichte van bestaande kloosters, stichtten zij een eigen verband van kloosters: het Kapittel van Windesheim. In de kloosters hielden zij zich aan de regel van Augustinus, die flexibeler was dan die van bij voorbeeld Benedictus. Het oudste mannenklooster lag in Windesheim buiten Zwolle. Hieraan ontleent de congregatie haar naam. Een tweede vestiging buiten Zwolle werd Bergklooster of Agnietenberg. Dat werd beroemd vanwege de bekendste bewoner: Thomas Hemerken uit het Duitse Kempen. Het eerste vrouwenklooster was in Diepenveen, even buiten Deventer. Vanuit deze vestigingen verspreidden de kloosters van Windesheim zich over grote delen van Noordwest-Europa. Ze hebben niet alleen het religieuze leven bevorderd, maar ook de landbouw, en landinrichting, kunst en cultuur.


Europese verspreiding
De afstanden in Europa waren groot en reizen was moeizaam en soms gevaarlijk. Toch bestond in de Middeleeuwen één Europese cultuur. De opkomende nationale staten, de Hanze en de internationaal opererende grote kloosterorden en universiteiten droegen bij aan een gezamenlijke Europese cultuur. Latijn was de internationale taal van de kerk en de wetenschap. Langs de wegen van de handel verspreidden de idealen van de Devoten zich verrassend snel over grote delen van het vasteland. Het verlangen naar een oprechte Bijbelse levensstijl en het verzet tegen oppervlakkig vertoon vonden overal weerklank. De Congregatie van Windesheim, verbanden van zuster- en broederhuizen en een derde hoofdstroom binnen de beweging, bestaande uit mannelijke tertianen en vrouwelijke tertiarissen die de derde regel van Sint Franciscus volgden, maakten een gerichte expansie mogelijk. Niet alleen kwamen honderden nieuwe stichtingen tot stand, Windesheimer koorheren werden ook te hulp geroepen om bestaande kloosters nieuw elan te geven ofwel te hervormen. De Windesheimer kloosterlingen Johannes Busch en Jan Mombaer waren belangrijke kloosterhervormers in Duitsland respectievelijk Frankrijk. Tot de tijd van de Reformatie hebben de Windesheimer kloosters een stempel gedrukt op het geestelijk leven in de toen nog ongedeelde kerk van het westen.

Moderne Devotie in het hier en nu
Moderne Devotie dateert van vóór de Reformatie. Daarom kan die beweging niet worden gerekend tot alleen het katholicisme, het protestantisme of andere Christelijke richtingen. Het vormt een gemeenschappelijk erfdeel en een gezamenlijke inspiratiebron voor alle Christenen. Vele takken van wetenschap bestuderen dit rijke erfgoed. De afgelopen tientallen jaren hebben onder meer de betekenis van de muziek en de rol van de vrouw bijzondere aandacht gekregen. Naast de wetenschap staan de beleving en de inspiratie. Die zijn aanwijsbaar in allerlei bijeenkomsten, publicaties en gesprekken. De Navolging van Christus van Thomas a Kempis is steeds een verbindende kracht gebleven en wordt nog steeds opnieuw in vele talen uitgegeven en gelezen. In Duitsland leven gemeenschappen van katholieke en van protestantse zusters en broeders van het gemene leven. In verschillende landen zijn mannen- en vrouwenkloosters van de Windesheimer Congregatie. Dat de Devotie over grenzen gaat blijkt wel uit het feit, dat de priorin generaal van de zusterkloosters leeft in een priorij in Oeganda. De meeste belangstellenden en betrokkenen leven niet in een gemeenschap maar gewoon in de maatschappij. In Deventer geven het diaconaal centrum Meester Geertshuis en het Geert Groote Huis een eigentijdse invulling aan de Moderne Devotie, in Zwolle doen stichting Thomas a Kempis en de beweging eigentijdse Moderne Devotie

Auteur:Clemens Hogenstijn
Trefwoorden:Moderne Devotie