MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Bezetting, Bevrijding: Duistere blik

Verhaal

Op 25 april werden de Frits de Zwerverprijzen 2014 uitgereikt. De tweede prijs werd gewonnen door Rachel Sebens uit Zwolle:

Duistere blik

De jongen die over de wegen tussen de weilanden vloog, leek haast te hebben. De zon scheen op zijn hoofd, de wind speelde met zijn haar en zijn lange benen leken een strijd aan te gaan met de trappers van zijn fiets. Hij genoot van de vrijheid die hij ervoer, ook al was het maar voor even. Bij een huis in het dorp stopte hij. De gordijnen waren dicht, maar hij wist dat ze thuis waren. Hij klopte aan en werd binnen gelaten door een van de onderduikers. Ze keek hem met grote ogen aan. 'En?' Hij sloot voorzichtig de deur achter zich en volgde haar naar binnen.
 

Plotseling reed een Duitse overvalwagen het dorp binnen. De wagen stopte voor het huis en de soldaten die eruit kwamen, omgaven het huis. Onder luid       geschreeuw werden de inwoners naar buiten gebracht. Zeven joodse   onderduikers werden gegevangen genomen. De jongen - Gideon - is nooit teruggekomen. In het dorp gaat het gerucht dat een vriend hem verraden heeft.
 

De oude vrouw in de stoel voor me kijkt me lusteloos aan. Ze lacht niet, spreekt niet, knippert zelfs niet met haar ogen, ze toont geen emotie. Ik schuif ongemakkelijk met mijn voeten over de vloer. Ze heeft al die tijd nog niets gezegd en ik weet niet hoe ik moet beginnen. Het tikken van de klok lijkt steeds luider te worden en alle zinnen die ik in mijn hoofd vorm, versterven op mijn lippen. De kamer is niet ongezellig, de witte muren worden opgevrolijkt door donkerrode gordijnen, gecombineerd met het groen van de kussens op de bank. Maar het is niet echt hààr kamer.
 

Na een tijdje spreekt ze. Haar stem klinkt rustig en zacht, haast een beetje schor. Ik schrik van het plotselinge geluid dat de kamer vult, alsof een film, die op pauze is gezet, weer verder gaat.

"Wie ben je?"

Ik kijk haar aan. Ze weet het. Ze weet wie ik ben. Ik had het gezien aan de flikkering in haar ogen toen ik binnenkwam, de rusteloosheid van de handen in haar schoot.

"Romers", zeg ik "Piet Romers".
 

De man zegt het op een duidelijke manier, alsof ze het niet zou kunnen verstaan. Ze wist wie hij was, wilde er zeker van zijn. Piet. Hij is oud geworden, het levendige wat hij vroeger had, is weg. Dat hij gekomen is!

Vanaf het moment dat hij binnenkwam staan de beelden haar weer scherp voor ogen. De herinneringen, die elke dag door haar hoofd gaan, komen nu binnen als heldere beelden, één voor één. Piet schraapt zijn keel, iets waar hij vroeger om uitgelachen werd. Ze weet niet wat ze moet zeggen. Het overweldigt haar. Ze zou boosheid moeten voelen, woede, maar het blijft weg. Deze kale gevoelloosheid die ze voelt is haast nog erger dan woede. Het is te lang geleden, de tijd om te helen is voorbij. Het heeft geen zin om er nu nog over te praten en het weer op te halen. Wat de oorlog kapot heeft gemaakt, is door de tijd langzaam in haar gesleten, het is een deel van haar geworden. En het is te laat om zich ervan los te maken, ze zou zichzelf verliezen.
 

Haar blik is duister, alsof ze op het randje van een een diepe afgrond staat en niets ziet. Geen enkel lichtpuntje, alleen zwarte, dikke duisternis. Ik weet hoe ze over me denkt. Hoe ze me moet haten. Het is lang geleden, maar ze is het niet vergeten. Mijn blik glijdt van haar gezicht naar de punten van mijn schoenen. Hoe zou ze het ooit kunnen vergeten?
 

De vrouw kijkt om zich heen, wat is er overgebleven van die jonge vrouw vol wilskracht? Die de wereld aankon en alle mogelijkheden aangreep? Niets. Alles wat er nog is, is een leeg omhulsel, een flauwe schaduw van wat is geweest. Ze denkt terug aan het naïeve meisje dat de oorlog als een avontuur had gezien, een tijd vol verrassingen en liefde. Liefde vooral. Gideon! Wat hadden ze het samen goed gehad, hij had van haar gehouden alsof ze het enige was wat voor hem bestond. En zij van hem.

Zomaar op een dag was het licht uit haar leven genomen. Gideon was opgepakt, midden op klaarlichte dag. De Duitsers hadden hem meegenomen. Hij was verraden, werd er gezegd. Haar wereld was ingestort. Zelfs de Bevrijding ging geruisloos aan haar voorbij.

Hoewel ze het nooit hardop had uitgesproken, wist ze wie het had gedaan. Tot vandaag was ze Piet blijven verdenken. Tot vandaag was hij de enige geweest die het gedaan kon hebben. Niemand anders had geweten waar de onderduikers zich schuilhielden, niemand anders had het zo kunnen plannen dat ze allemaal bij elkaar zouden zijn. Tot vandaag.

Piet is gekomen. Hij zit voorover gebogen in zijn stoel en kijkt naar beneden. Zijn haar lijkt als een witte krans om zijn hoofd te liggen. Het doet haar goed dat hij gekomen is. Zijn aanwezigheid doet haar aan Gideon denken.
 

Ik kijk naar haar handen, die rusteloos in haar schoot liggen. De lange vingers met dikke nagels, nog steeds wit en ongebroken. Haar lippen samengeknepen, de wenkbrauwen fronsend. Ze kijkt naar buiten, maar ik weet dat ze elke beweging die ik maak met haar ogen volgt.

Ze is alleen gebleven, maar toch niet eenzaam. De kleurige rij kaarten op de schoorsteenmantel is daar een bewijs van. Achter in de kamer, op het oude orgel, staat een aantal foto's in verschillende lijsten. Ik sta op en loop ernaartoe. Op een van de foto's is een jongen te zien. Fier kijkt hij in de camera, zijn ogen ondoorgrondelijk. Ik pak de foto op en houd hem omhoog.

"Gideon", zeg ik.

De vrouw draait haar hoofd, ze kijkt naar de foto en haar gezicht licht op. Er breekt een glimlach door, iets wat ik nog niet gezien heb sinds ik hier ben. Haar hele wezen verandert. Ze straalt. Ik kijk naar de foto, die ik ter hoogte van mijn gezicht houd. Het is alsof Gideon in de kamer staat, zijn persoonlijkheid vervult de ruimte.

Nooit zou ik haar kunnen vertellen wat er echt gebeurd was. Hoe Gideon op een dag te roekeloos was en naar het dorp fietste. Hoe hij daar naar een onderduikersadres was gegaan en op die manier alle onderduikers de dood in had gejaagd. Nooit zou ik het in mijn hoofd gehaald hebben onderduikers te verraden, laat staan Gideon.

De waarheid had ze toen niet willen geloven, en nu? Nu misschien wel. Ik wil het haar besparen. Het doel van mijn bezoek was bereikt. Ze was van Gideon blijven houden. En ik ben niet in staat haar dat te ontnemen.

Ik weet dat ze me nooit meer zou vertrouwen, maar het is goed. Er is te veel gebeurd, te veel gezegd, te veel overhoop gehaald. De tijd zou het niet helen. Ze zou het niet willen en niet kunnen geloven. Het is altijd geweest zoals ze gedacht had, dat kon ik niet overhoop gooien. Ze had haar hart voor de waarheid afgesloten, verduisterd.
 

Ze nemen afscheid, na een kort bezoek. Hij drukt haar de hand, kort en krachteloos. Zij kijkt hem aan, een paar seconden. Hij ziet de glans van tranen die haar het zicht beletten, maar ze keert zich niet van hem af. Hoewel ze als vreemden zijn, voelen ze zich verbonden, niet omdat er gepraat is, niet omdat ze elkaar begrijpen, maar omdat ze verbonden worden door hetzelfde lot. Gestempeld door het verleden. In dit ogenblik zijn ze vrienden.

De vrouw blijft in de kamer achter en staart naar de plek waar hij zo-even nog gestaan had. De tranen die ze om hem binnen gehouden had, dringen zich een weg naar buiten. Het doet zoveel pijn. Pijn om het gemis. Maar ook pijn om het verdriet dat ze hem had aangedaan, verdriet dat niet meer weg te halen is.
 

Opgelucht stap ik weer naar buiten. Tevreden dat ik gedaan heb wat ik had moeten doen. We hadden elkaar gezien, zonder woorden begrepen en hoewel het voor geen van ons ooit vrede zou worden, was het toch goed zo.

Hoog boven Piets hoofd duwt een hand de vitrages opzij, een gezicht verschijnt voor het raam. De vrouw zwaait hem na, met tranen in haar ogen. Het is te laat, te laat om erover te praten, te laat om het opnieuw te beleven. Het is beter zo.

 

Rachel Sebens
Rijksuniversiteit Groningen
april 2014

 

Trefwoorden:Scholieren, Schrijfwedstrijd, WO II, Frits de Zwerver, Verhalen, 1900-1950
Periode:1900-1950
Locatie:Salland, Zwolle gemeente
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand