MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Anton Voorhorst: 'Als je onder spanning staat, reageer je heel anders'

Verhaal

Anton Voorhorst: 'Toen zijn we naar Gamping aan de andere kant van Djokja gegaan. Daar hadden wij de eerste gesneuvelde, sergeant Mollema. Dat heb ik ook meegemaakt. Ik zat op wacht. De TNI kwam onze post beschieten. Ik heb toen teruggeschoten. Even later kwamen ze in gevecht met onze patrouille in de omgeving van de post. Dat was het ergste wat ik heb meegemaakt. Ik hoorde wel dat het er heftig aan toe ging. Een jongen had later de schouder helemaal blauw van het schieten. Vier, vijf jongens kwamen terug die helemaal van de kaart waren. Tropenkolder zeiden ze dan. Ze waren helemaal overspannen van de gevechten. Je kon ze niet meer inzetten. Ze zijn tijdelijk afgevoerd.

Ze hebben nog een mortiergroep laten komen om die kampongs waar het verzet vandaan kwam helemaal plat te branden. Ze hebben die 3-inch mortieren opgesteld. Ze schoten rookgranaten af om te zien of ze op de goede plek in de kampongs kwamen. Die actie is toch afgeblazen, omdat de Rondetafelconferentie gaande was en lang niet alles meer mocht. Het platbranden is niet gebeurd.

Ons eerste half jaar bij Djokja was een zware tijd. We hoorden dat in verschillende gebieden op Java veel gesneuvelden en gewonden waren door trekbommen en aanvallen op jongens die transporten en treinen moesten beveiligen. Het was niet vertrouwd om je alleen buiten de posten te begeven. In Pakem had je een kleine kali waar we naar de wc gingen. Als het donker was, ging altijd met meerdere mensen, gewapend. In Djokja zelf was het ook gevaarlijk. Je mocht niet anders dan met drie gewapende personen naar de markt, de pasar gaan. Onderweg naar de buitenposten had je vaak te maken met trekbommen. Dat gebeurde nogal eens. Bij ons zijn er zo ook eens negen in één keer gesneuveld. Het waren jongens die al langer op dezelfde post zaten dan wij.

Je had ook bendes, rampokkers. Als we op post zaten, hoorden we soms op afstand de tong-tong. Dan was er ergens in een kampong onraad en gingen wij er naartoe. Daar waren die kampongbevolking blij mee, hoor. Ze vertrouwden ons helemaal. Die bevolking was niet tegen ons, echt niet. In het buitengebied van Djokja waren ze wel heel angstig voor ons. Op patrouille trof je wel eens vrouwen en kinderen die heel angstig verborgen zaten. Er gebeurde natuurlijk nogal wat tijdens die patrouilles, met beschietingen en alles. Als de mensen naar de pasar gingen moesten we ze ook controleren op wapens enzo.

Er werden nog weleens gevangenen gemaakt. Die werden dan afgevoerd. Maar je had niet zo’n vertrouwen in de manier waarop dat gebeurde. Ik heb niet persoonlijk meegemaakt dat ze neergeschoten werden, maar die gedachte had je wel. Je hoorde daar wel verhalen over en dat is denk ik ook wel gebeurd. Er waren er die het allemaal niet zo nauw namen. Wij hadden een korporaal, die ging dan met die mensen op pad en liet ze dan vluchten…

Persoonlijk heb ik geen misdragingen meegemaakt, maar het zal heus wel hier en daar gebeurd wezen. Ik kan mij het wel goed voorstellen. Als er jongens sneuvelen of je vindt ze verminkt weer terug, dan krijg je toch een haat. Niet dat het goed te praten is, maar het is wel heel anders dan dat je hier in het burgerleven zit. Als je onder spanning staat, reageer je wel heel anders dan in het burgerleven. Dat grijpt je wel aan. Dan zit je heel anders achter de mitrailleur dan normaal.'

Auteur:Ewout van der Horst
Trefwoorden:Oorlogsgeweld, Indiëgangers
Personen:Anton Voorhorst
Periode:1949
Locatie:NL

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand