MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.

8 maart 1809 - Enschede & Almelo

Verhaal

De koning bezoekt in Enschede de belangrijkste fabriques (manufacturen), maar er zijn ook andere zaken die geregeld moeten worden.

Lodewijk Napoleon moet een beslissing nemen in het proces van de Grensjagers en een oordeel vellen over de geschillen tussen de Katholieken en de Hervormden. Op infrastructureel gebied ligt der de wens om het kanaal van Zwolle te verlengen naar het kanaal van [Manhave?] in het Münsterland. (mogelijk ook een verbinding met de Schipbeek). Ook moet de postkoets van Zwolle naar Enschede door kunnen gaan naar Münster.
De impost (belasting) op turf moet verminderd worden. De leges op in- en uitvoer hebben een grote nadelige invloed op de handel.

Dit alles zijn verzoeken van het bestuur van Enschede voor de steun en het herstel van de fabriques. Er moet een rapport uitgebracht worden! Ten slotte wil de koning gebruik maken van het bombazijn dat in Enschede gefabriceerd wordt voor de kleding van de marine of de voering van de legeruniformen De minister van Marine en Oorlog wordt gevraagd waar dit nu aangeschaft wordt en wat er mogelijk is.

Op naar Almelo! Ook hier staat het nodige op het programma: Twee of drie van de belangrijkste fabriques moeten bezocht worden, evenals het instituut voor de opvoeding van jonge dames. De koning belooft dat de zoon van dominee Swaan aan de Koninklijke Universiteit in Leiden geplaatst kan worden en ook dat de zoon van de heer Ten Cate ontvanger van belastingen wordt in de plaats van zijn vader. Dit volgens zijn decisie: ‘om de onder Inspecteur Ten Cate, te Ootmarsum, overeenkomstig dezelfs verzoek op ene geschikte wijze naar elders te verplaatsen’.

Voor de handel is het noodzakelijk dat het kanaal naar Zwolle en dat naar Deventer bevaarbaar moet worden in alle jaargetijden door middel van sluizen. De hele zomer moet er voldoende water zijn voor de blekerijen. De commissie van Landbouw smeekt de koning de kanalen te verdiepen in verband met de overstromingen. Er zijn nog steeds huizen in de stad die hierdoor beschadigd zijn. Hier moet een rapport over komen.

Er is een klacht van de katholieken tegen de heren van Almelo. De heer Van Doorn moet dit onderzoeken en rapport uitbrengen. Zij hebben in 1784 toestemming gekregen om een kerk te bouwen tegen een som van ƒ 3000. Ze moeten jaarlijks ƒ 25 betalen aan het Huis van Almelo. Er is nu nog een schuld van ƒ 5050 om de kerk te bouwen. Iedere zondag wordt er in de kerk gecollecteerd om de rente te betalen. De pastoor smeekt Zijne Majesteit om aan te vullen hetgeen men niet kan opbrengen.

De grote kerk van Haaksbergen wordt aan de Katholieken gegeven en er moet gekeken worden om  geld vrij te maken om een andere aan de Hervormden te geven. E.e.a. wordt o.a. als volgt omschreven in Decisie XXXV van de 12e Lentemaand 1809:
Wij hebben besloten en besluiten:
art. 1: De Groote Kerk te Haaksbergen  zal aan de Roomsgezinde Gemeente aldaar in vollen eigendom worden overgegeven en zulks met en benevens alle de kerkgoederen tot dezelve behorenden
art. 2: Het orgel de banken en de de verdere losse goederen in de kerk voorhanden zullen echter als een eigendom van de Hervormde beschouwd worden ….
art. 4: De Hervormden zullen een huis van de Diaconie tot een Kerk voor hunnen Gemeente in orde brengen”.

J. Maasland uit Enschede heeft ƒ 300 gekregen om onder toezicht van de heer Blijdenstein de machine te perfectioneren, die half katoen en half linnen kan spinnen.

Titelfoto: Het Huis Almelo door Louis Meijer, 1837. (UB Leiden)

 

Auteur:Siem van Eeten
Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed