MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.

7 maart 1809 - Naar Twente

Verhaal

Er is een toespraak van de heer Elout en de volgende zaken komen aan de orde, waarvan het niet duidelijk is of deze uit de toespraak komen of dat de koning ze deze dag heeft besloten n.a.v. de vorige bezoeken.

Het kanaal naar Zwolle moet door de tweede sectie besproken worden. De stukken zijn voorgelegd. Een conciërge in Jever is goedgekeurd. De aard van diens werkzaamheden wordt niet vermeld. Voor het kanaal bij de Grift is genoteerd: tombé, vervallen.

M.b.t. de bevaarbaarheid van de Schipbeek en de Regge staat genoteerd dat de een niet afhankelijk moet zijn van de ander. In de Décisie nr. 19 van de 7e van de Lentemaand 1809 staat het volgende: 'Onze minister van Binnenlandse Zaken zal de onderscheidene plans over het bevaarbaar maken van de Vecht, Regge en Schipbeek ons onder ogen brengen, en tevens dienen van rapport over het maken van een behoorlijke communicatie tussen de IJssel en het Zwarte Water en hetgeen ten aanzien van het van Loo op Saasfeld zoude kunnen worden verricht, mitsgaders op de mogelijkheid om een vrij onkostbare vaart tot op een der Weteringen bij Zwolle te maken. Wij verlangen tevens deszelfs rapport over de redenen welke het aflopen van het water tussen Windesheim en Zwolle in de weg staan en hetgeen aan een dijk wordt toegeschreven die de behoorlijke afloop belet'.

In Diepenheim constateert de koning dat het ontbreken van een vroedvrouw tot misstanden leidt. De koning decreteert: 'Wij gelasten onze minister van BiZa aan de departementale Geneeskundige Commissie in Overijssel ons ongenoegen te kennen te geven dat er te Diepenheim ene vroedvrouw is, die de Kraamvrouwen uit onkunde mishandelt'.

In Goor zal een 'Roomsgezind Priester worden aangesteld op een traktement van vijf honderd gulden, ten laste van de Publieke Schatkist'. Verder wordt de minister van Eredienst gelast 'om aan de wezen van de Hervormde predikant Schimmel te Goor het restant traktement van het jaar in hetwelk derzelver vader overleden is te doen uitbetalen'. De weduwe Stuben wordt de helft van het pensioen van haar man toegekend: ƒ 400.

De minister van Marine wordt verzocht na te gaan waarom de marineofficier Van Lent geen pensioen krijgt. Hij heeft 30 jaar bij de marine gediend, laatstelijk op het fregat de Juno, en is sinds anderhalf jaar aan beide benen verlamd. Heeft zijn gedrag daartoe aanleidend gegeven? Ook moet de stad Goor hulp krijgen, hetgeen niet niet gespecificeerd wordt.

In Delden moet de koning zich buigen over een gratieverzoek voor Jean Wittals. Er moet een rapport op gemaakt worden. Ook moet er iets voor de kerken gestuurd worden.

Dan voert de reis naar Hengelo. Een aandachtspunt aldaar is de hoge prijs van de katoen. Mogelijk ter stimulering bestelt de koning 1000 dekens voor het ministerie van BiZa en nog een zo compleet mogelijk damasten stel tafellinnen, zes stuks Marseille, twee geruit linnen, een kameelkleurig. Ook nog een stuk bombazijn. De stalen zijn teruggeven. Alles moet gestuurd worden naar het ministerie van BiZa. B. ter Horst heeft mooi linnen, maar ruw, niet gebleekt. Hij heeft tafellinnen dat wel niet van damast is, maar hij kan wel snel 100 handdoeken leveren en drie servetten. Toch niets besteld.

De koning besluit dat de Minister van BuiZa een rapport moet opmaken over hetgeen gedaan kan worden voor de papiermolens, [Lafaneries?] wasserijen, zoutziederijen en katoenfabrieken in Overijssel. Nadat hij ervaren handelaren heeft geraadpleegd, zal hij zien of men hetgeen in Frankrijk geschiedt zal volgen.

Aan het eind van de dag komt de koning aan in het ‘aardig stadje Enschede’, waar de nacht wordt doorgebracht bij de heer Blydenstein.

Titelfoto: Boerenhuis met bomen te Delden, Jacob Ernst Marcus, 1810. (Rijksmuseum Amsterdam)

Auteur:Siem van Eeten
Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed