MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Vlasbewerking in Markelo

Verhaal

Vlasbewerking in Markelo

Voordat de wever met de strengen garen aan de slag kon, was er al veel werk verzet. En ook als het linnengoed van het weefgetouw afkwam moest er nog het een en ander gebeuren voor het in het kabinet kon worden opgeborgen. Vlas werd in het voorjaar gezaaid en in juli werd het “getrokken” en te drogen gezet op het land. Dan volgde het “roten”. Het vlas werd in een speciale “rootkolk” (of in een beekje) in het water gezet. Het roten kon namelijk zowel in stilstaand als stromend water gebeuren. Na dit rottingsproces (want dat is het eigenlijk) werd het vlas te drogen gelegd; bij voorkeur op een stukje heidegrond omdat het daar vrijbleef van de grond en dus betere droogde. Tijdens het rottingsproces in het water raakten de taaie vlasvezels los van de houtdelen. Zodoende konden de vezels later gemakkelijker van het hout gescheiden worden. Was het vlas droog, dan volgde het “repelen”. Bosjes vlas werden over een plank gehaald waaruit ijzeren pennen omhoog staken; de zaaddozen werden erbij van de stengels getrokken. Die zaaddozen werden later gedorst zodat het glanzende lijnzaad eruit sprong. Na het repelen kwam het “roosteren”. De bedoeling was het vlas heel droog en bros te maken. Ongewild zijn daar in de loop der jaren nogal eens branden door ontstaan, als men het vlas te dicht in de buurt van een vuurhaard plaatste. Na het roosteren volgde onmiddellijk het “braken” van het vlas. Met de braak werden de vlasstengels in stukjes gebroken. Dan volgde de laatste bewerking, het “hekelen”. De hekel was een plank met fijne stalen punten erop. Het vlas werd over de hekel gehaald, zodat nu ook de fijnere houten deeltjes losraakten van de vezels. Uiteindelijk werd het gekamde vlas tot bosjes samengebonden en was het klaar om tot linnen te worden gesponnen. Spinnen was het werk van vrouwen en meisjes. Gedurende de lange winteravonden werden uit de bosjes vlas de vezels getrokken, die dan door het spinnewiel in elkaar werden gedraaid tot een gave linnen draad. Tenslotte moest er nog “gehaspeld” worden. Een haspel is een eenvoudig toestel waarmee de draad van de klos werd afgewonden en opnieuw opgewonden, maar nu in strengen. Dit was simpel werk voor de kinderen. Daarmee was het vlas klaar voor de wever. Als het linnen van het weefgetouw af kwam, had het een grijs-grauwe kleur. Met behulp van as, waarin veel loogstof zit, en heet water werd het vervolgens geloogd. Daarna werd het naar de bleek gebracht. Het linnen werd uitgespreid op het gras en met behulp van stokjes werd het strak getrokken. De zon deed verder z’n werk, waarbij ervoor gezorgd werd dat het linnen steeds weer natgemaakt werd. Het logen en bleken duurde drie à vier dagen. Het resultaat was een mooi wit en soepel linnen, klaar om (na opgerold te zijn) op te bergen in het kabinet.

Trefwoorden:Roten, Repelen, Roosteren, Braken, Hekelen, Haspelen, Spinnen, Dook rollen