MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Winteravonden bij de open haard

Verhaal

In de koude wintermaanden zetten wij de thermostaat van de centrale verwarming op 20 graden of meer. En om het helemaal gezellig te maken en wij een open haard bezitten, gaat die ook aan. Maar hoe ging dat vroeger?

Toen er nog veel “ lösse huse ” waren had men midden in het woongedeelte een houtvuur. De rook daarvan moest maar zien weg te komen door de vele kieren in het dak. Het was dus een rokerige bedoening daar binnen en door al die tochtgaten zal het er ook niet warm geweest zijn. De dieren die in dezelfde ruimte als de mensen woonden, zullen ook nog wel voor een beetje warmte gezorgd hebben, maar veel warmer dan buiten zal het er niet geweest zijn.

Bevroren ruiten

De volgende woonfase was dat men een muur optrok tussen de ruimte voor de mensen en de dieren. Het vuur werd vervolgens in het woongedeelte tegen deze muur geplaatst en er kwam een schoorsteen om de rook af te voeren. Het probleem van de rook was nu verdwenen, maar daar het aantal kieren nog groot was en ook de schoorsteen de “warme” lucht uit het woonhuis trok, zal het binnen nog niet warm geworden zijn. Er werd wel eens gezegd dat als je dicht bij het vuur ging zitten, je van voren verbrandde en van achteren bevroor. Daar zal wel veel waarheid inzitten. Wij kennen nu geen bevroren ruiten meer, maar vroeger was dat in de winter normaal. Het is dan ook geen wonder dat de mensen toentertijd veel dikker gekleed waren dan nu en dat men, vooral ook omdat de vloeren uit steen bestonden en dus ook nog koud optrokken, ’s avonds de voeten of op de vuurplaat zette of, als men iets verder van het vuur afzat, op een stoof.

Kachel

Toen er kachels kwamen was een huis beter te verwarmen, vooral als je steenkolen in de kachel brandde en er bovendien voor zorgde dat de kachel ook ’s nachts aanbleef. Dat laatste gebeurde dan wel op een laag pitje, maar de muren enz. koelden niet te veel af, zodat het ’s morgens al meteen behaaglijk was.

Evenals een vuur was een kachel het middelpunt voor een gezin in de winter. De hele familie zat er om heen. Dat was gezelliger dan verspreid door de kamer zitten, zoals wij nu vaak doen. Ook al was de temperatuur in de woonkamer met een kachel veel aangenamer geworden, de rest van het huis werd meestal niet verwarmd en was dan ook in de winter steenkoud. In dat onverwarmde gedeelte van het huis stonden ook nog de “ bloemen ” op de ramen. Als je bij het binnenkomen of naar buiten gaan van het woonvertrek ook maar even aarzelde met het sluiten van de deur, werd er geroepen: ” Deur dicht ”!

Als ik aan het bovenstaande denk, ben ik maar wat blij in een modern, goed geïsoleerd huis met centrale verwarming te wonen.
 

*Eerder gepubliceerd in het info-bulletin  nr. 1 van maart 2006, pagina 16 en 17 van de historische vereniging  OLD DEEP’N te Diepenheim.

Auteur:Gerdien Boonk
Trefwoorden:Winter, Kachel, Familie, Open haard
Locatie:Diepenheim