MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

Het Olympisch avontuur van de stalmeester van Warmelo

Verhaal

Lees hier het vervolg op het artikel 'Het Olympisch avontuur van de stalmeester van Warmelo' uit MSMD online magazine nummer 2, oktober 2013.

Armgard gaat naar Warmelo

De Tweede Wereldoorlog zou voor alle hoofdrolspelers in dit koninklijk drama grote gevolgen hebben. Prins Bernhard werd de grote oorlogsheld, zijn roem was gevestigd. Prinses Armgard werd, net als haar jongste zoon Aschwin, nazistische sympathieën verweten. Was dat voor wat betreft haar jongste zoon terecht, uit een grondig onderzoek van prof. Eltjo Schrage bleek dat zij op zeer gespannen voet stond met de NSDAP en dat haar landgoed in 1944 in beslag genomen werd door de SS. Meteen na de bevrijding van Bad Driberg, waar Armgard met haar onafscheidelijke ‘Tschuli’ intrek had genomen, vloog Bernhard naar zijn sterk vermagerde moeder. Al even snel regelde de prins een baantje voor Pantchoulidzew als journalist voor de geallieerde strijdkrachten, zodat hij zich vrijelijk over de landsgrenzen kon bewegen. Hij wilde zijn moeder meteen naar Nederland halen, maar dat stuitte op verzet bij zijn schoonmoeder, toen nog koningin. Wilhelmina wilde om begrijpelijke redenen niets meer met haar Duitse familieleden van doen hebben. Maar Bernilo deed alles om zijn moeder te plezieren, zij was tot haar overlijden in 1971 het ‘middelpunt van zijn universum’ en sinds 1952 maakte Warmelo daar ook deel van uit. Buiten medeweten van Wilhelmina kocht hij het kasteeltje bij Diepenheim, waar hij Armgard en haar levensgezel huisvestte. De rijke prins bekostigde alles. Hij liet het huis opknappen, tuinen aanleggen en financierde uiteraard ook Armgards uitgebreide manege. Bovendien kon de Prins der Nederlanden er zijn Duitse vrienden en familie ontvangen die aan het hof niet welkom waren.

 


Kasteel Warmelo, achterzijde.

 

 

Liefde voor paarden

Alles draaide bij Armgard en haar stalmeester om paarden. Bernhard, een uitstekend ruiter, had de liefde voor paarden van zijn moeder geërfd. In het wat onsamenhangende boek De paardenfluisteraar van Oranjevan hippisch deskundige Jan Maiburg wordt de paardencarrière van de prins uitgebreid verhaald. Dat hierbij Pantchoulidzew een belangrijke rol speelde, zal niemand verbazen. Een van de redenen dat Bernhard voor Pantchoulidzew zo snel regelde dat deze in 1945 vrijelijk de grens kon passeren, was dat de stalmeester al dan niet legaal paarden voor de prins kon importeren. Later had hij zijn paardenhandelaar nodig om de smeergelden van Lockheed in ontvangst te nemen.

Pantchoulidzew gaf in Diepenheim rijles aan de kroonprinses en aan prinses Irene. De zusters waren graag bij hun oma op het Warmelo, liever dan op het ‘koude’ Loo. Na 1955 moesten ze ook wel voor hun rijlessen naar het Warmelo, want koningin Juliana had Pantchoulidzew de toegang tot Soestdijk verboden.


Kasteel Warmelo, poortje tussen voortuin en Franse tuin.

 

Olympische spelen

De merkwaardigste episode rondom Pantchoulidzew is wellicht zijn deelname voor Nederland aan de Olympische Spelen van 1956. Iedere geïnteresseerde in de vaderlandse sportgeschiedenis weet dat Nederland die Spelen heeft geboycot uit protest tegen de invasie van Hongarije door de Sovjet-Unie. Toch was Armgards springruiter en inwoner van Diepenheim de enige Nederlandse deelnemer aan de Zomerspelen van 1956. Vanwege de strenge quarantainebepalingen van Australië werden de ruiteronderdelen in Stockholm verreden, vier maanden voorafgaand aan de Spelen in Melbourne en nog voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand door de Sovjet-Unie. Nederland deed eraan mee en had in prins Bernhard als voorzitter van de Fédération Équestre Internationale, de wereldbond van de paardensport, een invloedrijke bobo.

Graf met achtarmig orthodox kruis van Alexei Pantchoulidzew op de Algemene begraafplaats te Diepenheim.

 

 

Oudste deelnemer ooit
Al in 1952 bevonden zich te Warmelo op de overdekte rijbaan trainers en ruiters van de Weense Spaanse Rijschool om de inmiddels 62-jarige ‘Tschuli’ als dressuurruiter voor te bereiden op de Olympische Spelen. Zijn ‘stiefzoon’ had al in 1949 geregeld dat de stateloze voormalige Kaukasiër een Nederlands paspoort kreeg. Zonder enige kwalificatiewedstrijd te hebben gereden werd Pantchoulidzew vervolgens uit het niets, tot verbazing van velen en tot afgrijzen van Wilhelmina en Juliana, aangewezen om Nederland te vertegenwoordigen op de dressuur, het onderdeel waarop decennia later Anky van Grunsven zo zou schitteren. Als voorzitter van de wereldbond was het een eitje voor Bernhard om dit te regelen. Voorwaarde van het NOC was wel dat Pantchoulidzew ‘zelf’ alles betaalde. Gearmd met zijn moeder was de prins dagelijks op het wedstrijdterrein in Stockholm te vinden, terwijl Juliana met haar dochters thuis zat. ‘Ik zie mijn man haast nooit’, verzuchtte ze ooit.

Op de vos Lascar, eigendom van de prins, moest de inmiddels 67-jarige als eerste starten. Bernhards dure feestje resulteerde niet in een sportief aansprekend resultaat. Pantchoulidzew werd 28e in een veld van 36 deelnemers. Wel schreef hij geschiedenis als enige Nederlandse deelnemer aan de Olympische Spelen van 1956. Bovendien vestigde de in 1968 te Diepenheim onder een orthodox kruis begraven Rus een record dat nog steeds staat. Hij is de oudste deelnemer aan de Olympische Spelen namens Nederland ooit.

 

Geschreven door: Dinand Webbink

 

Literatuur:

Aalders, G. De prins kan mij nog meer vertellen; prins Bernhard, feit en fictie Rijswijk, 2009.

Craandijk, J., en P.A. Schipperus Wandelingen door Nederland met pen en potloodHaarlem, 1875-1888.

Gevers, A.J., en A.J. Mensema De havezaten in Twente en hun bewonersZwolle, 1995.

Maiburg, J.S. De paardenfluisteraar van Oranje; een politiek huzarenstukje; Hazslinsky, Bernhard en JulianaSoesterberg, 2012.

Schrage, E.J.H. Zur Lippe-Biesterfeld; prinses Armgard, prins Bernhard en hun houding tegenover nazi-DuitslandAmsterdam, 2004.

Wyck, H.W.M. van der, en J. Enklaar-Lagendijk Herinnering aan twee Overijsselse buitenplaatsen: “De Alerdinck”en “Het Warmelo”Alphen aan den Rijn, 1982.

Zijl, A. van der Bernhard, een verborgen geschiedenisAmsterdam [etc.], 2010.

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand