MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

De Poppe’s: van paarden, potten en pannen

Verhaal

De naam Poppe klinkt veel Overijsselaars bekend in de oren. Niet alleen omdat er veel mensen met deze achternaam in de provincie rondliepen en -lopen, maar ook omdat die prijkt op de gevel van een Zwols restaurant. De ondernemerszin zat er al in bij de eerste Overijsselse Poppe’s. De jeugdige Duitse neven Dirk en Alert Poppe trokken in het begin van de achttiende eeuw met paard en hessenwagen vanuit het Nedersaksische Wildeshausen naar Zwolle. Uiteindelijk vestigden zij zich hier definitief. Dirk werd zelfs de grondlegger van wat tot 1973 de oudste familiesmederij van Zwolle was.

Tussen Bremen en Zwolle bestonden door de Hanze al sinds de Middeleeuwen hechte handelsbanden. Niet ver van Bremen ligt het kleine plaatsje Wildeshausen. Ook voor de inwoners van deze plaats was het interessant om met handelswaar naar plaatsen als Kampen, Zwolle en Deventer te trekken. 

Met vier paarden naar Zwolle

Herman, de vader van Alert Poppe, was door zijn tochten met paard en wagen naar Nederland dan ook lange periodes in het jaar weg van huis. En nadat Alert op 6 mei 1703 ter wereld was gekomen, werd al snel duidelijk wat zijn beroep zou zijn: Großknecht beim großen Wagen. Alert maakte samen met zijn vader, en later vooral met zijn vier jaar oudere neef Dirk, vervolgens regelmatig de reis naar Zwolle. Vier sterke paarden zorgden ervoor dat de hessenwagen de tocht kon volbrengen.

Na jaren van heen en weer reizen besloten de twee neven zich in Zwolle te vestigen. Dirk werd smid en Alert kastelein. Een logische combinatie. Dirk kon de expediteurs van dienst zijn met het slaan van de paarden of het smeden van hoefijzers en Alert zorgde ervoor dat de reizigers konden overnachten. Uiteindelijk zou de smederij van Poppe definitief zijn naam vestigen in Zwolle.

Smederij ‘De Gekroonde Hoefijzers’

De huidige plek van het restaurant is niet de plek waar het allemaal begon. Dirk vestigde zijn smederij in 1725 namelijk in De Smeden, zoals het laatste deel van de Diezerstraat tot 1916 heette. De vroegere naam is een verwijzing naar het voorschrift dat de gildemannen alleen op die bewuste plek hun ambacht mochten uitoefenen.

Al in 1402 had De Smeden het alleenrecht gekregen op het bakken van brood en op open-vuurwerkzaamheden. Doordat het stuk straat aan het einde van de stad lag, hadden relatief weinig mensen last van het luidruchtige beroep van smid. Naast smeden waren in dit deel van de straat overigens ook herbergiers, bierverkopers, kleermakerijen en leerlooiers te vinden. Het werd al snel een zeer belangrijke weg, want zowel vanaf het noorden als het oosten kon men alleen door deze straat de stad binnenkomen.

Daarnaast was het de enige straat binnen de stadspoorten waar het was toegestaan om te parkeren met paard en wagen, wat ervoor zorgde dat deze toegangsweg vaak fungeerde als een groot wagenplein. Dirk besloot in 1728 zijn smederij de naam ‘De Gekroonde Hoefijzers’ te geven, wat groot op de voorgevel kwam te staan in combinatie met de afbeelding van twee hoefijzers en een kroon.

Voor- en tegenspoed

Hij begon zich inmiddels helemaal te settelen in Zwolle. Op 1 mei 1729 trad de toen 29-jarige Duitser in het huwelijk met Gesina Greve. Ze kregen zeven kinderen. In 1731 kreeg Dirk ook Zwolse burgerrechten. Daarmee was hij niet uniek, want veel Duitsers bleven in die periode in Zwolle hangen. Ze trouwden er, kregen er kinderen en vestigden zich er definitief. Daarom werd het Zwolle van vroeger eeuwen door historici ook wel een ‘genealogische doorlaatpost’ genoemd. De wegen werden steeds beter en daardoor nam ook het aantal reizigers toe. Het waren  paardenkrachten die de benodigde energie moesten leveren. Voor de smeden was er dus voldoende klandizie. Al helemaal in Zwolle, want de stad was een belangrijk centrum voor handelaren en reizigersverkeer. Het had een uiterst gunstige geografische positie en de plaats was van nature voorbestemd als doorvoerhaven tussen Holland en Duitsland. Met de handelsbemiddeling belastten zich in Zwolle zogeheten factoors, een beroep dat neef Alert later ook zou gaan uitoefenen.

De zaken van de Poppe’s bleven goed gaan, ook nadat Dirk in 1753 op 54-jarige leeftijd was overleden. Zo goed zelfs dat de derde Poppe, die net als zijn grootvader Dirk heette, er een smederij bijnam. Deze werd in 1820 aan de Bollenhoek gevestigd, een deel van de stad dat in 1860 werd omgedoopt tot Nieuwe Haven en in 1968 tot Luttekestraat. Vestiging buiten De Smeden was mogelijk geworden omdat de verplichte vestiging aldaar werd opgeheven, waardoor op meerdere plekken in Zwolle nieuwe smederijen ontstonden. Dat moest ook wel, want één smederij zou het grote aanbod nooit hebben aangekund. Het paard was nog altijd zeer belangrijk voor de koets, de wagen of de ploeg. Honderden paardenhoeven werden wekelijks beslagen.

Net als bij De Smeden hadden de Poppe’s ook ditmaal een verstandige keuze gemaakt. Schuin tegenover hun nieuwe vestigingsplaats werd, op de Blijmarkt, de paardenmarkt gehouden. Iedere week kwamen boeren uit de omtrek daar naartoe. Bovendien werd de Polkabrug in 1874 vervangen door de Nieuwe Havenbrug. Dit werd daarmee de eerste vaste verbrede bijbrug van Zwolle en meteen de drukste toegang tot de stad.

Na jarenlang huren had Theodorus Poppe het pand in 1866 inmiddels gekocht. In 1901 deed de familie de smederij bij De Smeden van de hand, omdat de bereikbaarheid van de nieuwe vestigingsplaats veel beter was en het oude bedrijf niet meer rendabel. Niet lang daarna begonnen de goede tijden ten einde te lopen. Door de introductie van stoom-, benzine- en dieselmotoren nam het gemotoriseerde vervoer meer en meer de plaats in van dat met paardenkracht. De auto zorgde er in de loop van de twintigste eeuw voor dat het paard uit het straatbeeld verdween en de tractor maakte de edele viervoeter overbodig op de boerderij.

Mobiele smederij

Smeden merkten hiervan sterk de gevolgen en in het hele land kreeg hun ambacht te maken met teruglopende inkomsten. Smederij Poppe was in dat opzicht geen uitzondering. Willem Poppe was de laatste in de familie die in het pand aan de Luttekestraat het beroep van smid uitoefende. Hij nam de smederij in 1973 over van zijn vader Theodorus Antonius, maar toen had het bedrijf – op zijn zachtst gezegd – zijn beste tijd al wel gehad. ‘Er was nog één klant die zelf met het paard naar de smederij kwam. Maar daar kun je een smederij natuurlijk niet draaiende van houden.

Een half jaar nadat ik het had overgenomen nam ik er al afscheid van’, vertelde Willem nog onlangs. De smederij werd vervolgens in 1976 een restaurant, ‘restaurant voorheen hoefsmederij Poppe’, waarbij het oorspronkelijke interieur zoveel mogelijk werd gehandhaafd. Temidden van de potten en pannen herinneren de smeedbok, de smeedhamer, het smeedijzer en de vele opgehangen hoefijzers nog aan de paarden die hier eens beslagen werden.

Dit artikel, van Marcel Kloosterman, is eerder gepubliceerd in MijnStadMijnDorp Tijdschrift nr. 1 maart-april 2012.

Auteur:Marcel Kloosterman
Periode:1703
Locatie:Zwolle
0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand