MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.

Wiesje, het kleine vrouwtje aan de Vecht

Verhaal

Wiesje, het kleine vriendelijke vrouwtje uit Haerst dat woonde in het boerderijtje Doornweg 43, iedereen in de omgeving kende haar van haar dagelijkse wandelingen met de hond over de dijk of langs de Vecht. Maar waar kwam ze vandaan? Die vraag werd gesteld nadat ze overleden was in 2007. En toen bleek dat er toch weinig over haar bekend was. Haar laatste 50 jaren  kon in de buurt wel vastgelegd worden, sommige mensen kenden haar als Wiesje Boeve anderen wisten dat haar echte naam Wiesje Lengkeek was. Maar hoe was Wiesje in Haerst terecht gekomen? Door de medewerking van haar nichtje Ina Visscher kunnen we haar levensgeschiedenis nog weer doorvertellen.

De herinneringen van Ina Visscher

Op  17 oktober 1914 werd in Rotterdam mijn tante Louise Lengkeek geboren als oudste dochter van Leendert Lengkeek en Wivina Staes. Er kwamen nog twee broers Arthur en Guus Haar ouders waren schippers, het gezin woonde aan boord  van het schip “Wivina”. Zij maakten met het schip lange reizen naar Duitsland en België. Het onderwijs kregen ze van hun ouders en af en toe gingen ze naar een school in een plaats waar ze langer verbleven. Ook toen ze volwassen was bleef Wiesje bij haar ouders aan boord waar ze volop meehielp. Haar vader was streng maar rechtvaardig, haar moeder een zachte lieve vrouw. In de Tweede Wereldoorlog was Wies nog steeds bij haar ouders aan boord. Toen hun schip gevorderd werd in 1942 door de Duitsers om gebruikt te worden voor munitieopslag kwam het schip te liggen in het Zwartewater dicht bij de monding van de Vecht. Het was een gevaarlijke lading en daarom moest het gezin het schip verlaten ze vonden een onderkomen in een aantal kamers van Huize Den Doorn in Haerst ook de beide broers waren daarbij, het kasteeltje was in die tijd onbewoond. In 1944 werd moeder Wivina ziek en is overleden op 50-jarige leeftijd. Wiesje en haar broers waren niet gewend om stil te zitten en vonden al snel werk op de boerderij van de familie Boeve dichtbij huize Den Doorn.

Toen de oorlog voorbij was zijn haar broers weer gaan varen en was Wiesje achtergebleven bij de familie Boeve als hulp in de huishouding. Zo was ze daar begonnen maar door de jaren heen heb ik ervaren dat tante Wies als het ware de pleegdochter van de familie Boeve was geworden. Ik herinner mij “oom en tante Boeve” die zelf geen kinderen hadden, als twee lieve mensen.

Als meisje  logeerde ik veel bij tante Wies. Dat was een mooie tijd op de boerderij. Samen wandelingen maken langs de Vecht met haar hond, terwijl ze mij heel veel over dieren en bloemen en nog veel meer vertelde. "Kijk eens", zei ze dan “wat een snoezig bloemetje”. Ook de zwanen en de eenden wachten op haar komst en ze had altijd wel iets te eten bij zich voor alle dieren die we onderweg tegenkwamen. Ook stonden in de kamer bij de familie Boeve altijd veldbloemen op tafel, geplukt in eigen tuin of uit de berm. Wiesje had daar veel gevoel voor, ze was een intelligente vrouw en genoot intens van de natuur, haar paarden, haar katten en vooral haar hond.

In de periode dat de familie Lengkeek op Den Doorn verbleef, woonde in het jachthuis van Den Doorn de familie Talen. Mevrouw G. Talen- Kappert heeft ook haar herinneringen aan die periode opgeschreven

De herinneringen van de familie Talen

Op het "Spieker" was het schippersge­zin Lengkeek komen wonen. Dat vonden wij wel gezellig. 't Was daar steeds zo donker geweest. Je zag nu toch soms een lichtje, al moest er wel verduis­terd worden. Maar je wist, er zijn mensen. 't Was een echtpaar en drie volwassen kinderen, Wiesje, Tuur en Guus.

Het schip van Lengkeek was geladen met springstof. Er waren drie van die schepen, ze lagen in het "Zwarte Water". Ze moesten naar Frankrijk. Om onverklaarbare redenen waren ze aan de ketting gelegd. In die tus­sentijd mochten de mensen niet aan boord blijven, vandaar dat ze bij ons op ”het grote huis” kwamen wonen. Op de morgen van 28 april 1943 zijn we opge­schrikt door een geweldige knal. Alles schudde en trilde. Het bleek later dat er vliegtuigen op de drie schepen hadden geschoten. De piloten zullen niet gewe­ten hebben, wat de lading van die schepen was. Een vliegtuig vloog heel laag en stortte neer in een weiland. Een schip werd geraakt en noch van het schip, noch van het vliegtuig is ook maar iets terug gevon­den. Een hele consterna­tie. Mijlen ver in de omtrek sneuvelden ruiten, en werden er zelfs uit de sponningen geslagen. Ook bij ons, de stukken glas waren de kamer ingevlo­gen. 't Glas moes­ten wij zelfs uit de kasten trekken. En mijn vitrage, waar ik zo trots op was, dat ik ze had kunnen bemach­tigen, was niet veel meer van over (… ). Wij schrokken vreselijk. Alles schudde, de schilderijtjes vielen van de muur. Roelof mijn man was net naar buiten gegaan, om met de arbeiders te overleggen, wat er die dag gebeuren moest. Ze zijn plat op de grond gaan liggen, ze zagen de vliegtuigen, meteen daarna de harde klap. Roelof vertelde, de boerderij was in beweging. Zo zal ook een aardbeving zijn, denk ik. Gelukkig hadden wij alleen materiële schade. Het glas was schaars, en de meeste mensen hebben dagen met planken voor de ramen gezeten.

Schipper Lengkeek, zijn schip "Wivina" was ook geladen met explosie­ven en lag eveneens in het Zwarte Water. Om van zijn schip naar huis te komen gebruikte de schipper zijn sleepboot die hij elke avond af­ meerde op een plaats waar De Streng in de Vecht uitmondt. Met deze sleepboot trok hij, als dat nodig was, ook zijn schip omdat dit niet over een eigen motor beschikte. Of zijn schip ook schade opliep tengevolge van de explosie is niet bekend.

Op "Huis den Doorn" sneuvelden ook alle ramen aan de rivierzij­de en werden nogal wat dakpannen weggeblazen. Een pan met pap die op het fornuis had gestaan kon de familie Lengkeek weggooien omdat er allemaal glasscher­ven in terecht waren gekomen.

De twee zoons van de schipper gingen na de explosie direct op onderzoek uit om te kijken of er iets was gebeurd met hun vader en hun schip. Na enkele uren kwamen ze terug met het goede nieuws dat alles in orde was met Pa en zijn schip en met in elke hand een grote vis die door de explosie aan de oppervlakte waren komen drij­ven van het Zwarte Water. Tot zover de herinneringen van de Fam Talen.

Herinneringen van Minie Buit

Na de bevrijding werd het leven weer opgepakt, vader en broers Lengkeek kregen hun schip beschadigd terug. Na de restauratie van het schip voeren ze weer af met de “Wivina” om  goederen te vervoeren door het hele land en zo nodig ook in het buitenland. Wiesje bleef achter bij Hendrik Boeve en Mina Slendebroek in Haerst, als hulp in de huishouding en op de boerderij. Door haar grote liefde voor dieren viel haar dit niet zwaar. Het boerderijtje van Boeve was niet groot dus de inkomsten moeten bescheiden geweest zijn. Maar er werd tevreden geleefd, door de seizoenen heen, in harmonie met de natuur en de dieren in hun omgeving. De jaren vergleden, van hulp in het huishouden werd Wiesje een pleegdochter voor het echtpaar Boeve. Met veel liefde heeft Wiesje hen verzorgd tot aan hun dood toe.

Wiesje had ook steun aan de familie Maaskant die in die periode op huize Den  Doorn woonden. De pony's van Nina Maaskant waren ondergebracht op het erf van Wiesje. Wiesje ondervond hiervan gezelligheid en aanloop van de familie Maaskant, samen deelden ze hun liefde en zorg voor de pony's, die daar onder al die goede zorgen een hoge leeftijd mochten bereiken, naar ik meen werd “Boy”, de laatste pony, 35 jaar. We kenden Mevrouw Bep Maaskant als een stevige persoonlijkheid, eerlijk en strijdbaar als het in haar ogen een rechtvaardige zaak was. Mevrouw Maaskant bepleitte bij familie Boeve het belang van Wiesje, want als er niets geregeld zou worden dan zou Wiesje na hun overlijden onverzorgd achterblijven. De inkomsten van het boerderijtje stonden niet toe dat Wiesje daar een loon verdiend had. Het echtpaar Boeve vermaakte hun boerderijtje aan Wiesje, zodat ze er blijven wonen kon na hun dood. Jarenlang heeft Wiesje daar nog met haar dieren mogen wonen, ze gaf niet de indruk dat ze bang was om alleen te zijn. Ze had een sterk geloof en een groot vertrouwen in de mensen. Dagelijks maakte ze haar wandeling langs de Vecht vergezeld van haar hond, voor de mensen in de omgeving een vertrouwde verschijning; een klein vrouwtje met een hoofddoek om en laarzen aan. De vogels keken naar haar uit, de zwanen aten uit haar hand.

Toen op Den Doorn de boerderij met landerijen van Berend van Dijk verkocht werd in 1981 aan Staatsbosbeheer moest Wiesje tot haar verdriet ervaren dat haar dagelijkse wandelingen met de hond langs de Vecht niet meer toegestaan werden. Het gebied werd verboden voor wandelaars. Ze was te bescheiden om dit verbod naast zich neer te leggen en had een angst voor de boswachter die haar dat verbieden moest. Later werden de wandelingen weer oogluikend toegestaan omdat ze de hond altijd aangelijnd had en ook de mensen van Staatsbosbeheer wel inzagen dat ze de natuur geen kwaad deed.

Toen de jaren gingen tellen bij Wiesje zocht ze zelf een oplossing om toch te kunnen blijven wonen op haar plekje. Ze verkocht in goed vertrouwen haar boerderijtje waarbij ze zelf voor haar oude dag een plekje in de boerderij had gereserveerd.  Helaas moesten familie, buren en vrienden, die met haar bewogen waren met lede ogen aanzien hoe haar vertrouwen misbruikt werd.  Vanuit die situatie werd door diegenen die van Wiesje hielden een plekje gezocht in het verzorgingstehuis de Wissel in Berkum. Van waaruit ze de dagelijkse wandelingen met haar hondje voortzette. Later was het nodig  dat ze opgenomen werd in het verpleeghuis Zandhove. Waar ze niet vergeten werd door familie en vrienden, die gezamenlijk een bezoekregeling hadden uit liefde en respect voor Wiesje, een vrouw die zelf het volste vertrouwen had in mens en dier. Wiesje is overleden op 22 april 2007 en is begraven op de begraafplaats Bergklooster.

Met dank aan Ina Visscher en Henk Talen.

Auteur:Minie Buit
Trefwoorden:Vecht, Huize Den Doorn, Wivina, Den doorn, Vrouwen Overijssel
Personen:Wiesje Boeve, Wiesje Lengkeek, Ina Visscher, Louise Lengkeek, Mina Slendebroek, Hendrik Boeve, Henk Talen
Periode:1914-2007
Locatie:Salland
Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed