MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.

Johan Kiewiet, beroepsvisser op de Vecht

Verhaal

Johan Kiewiet is al de vierde generatie die vist op de Vecht. Zijn overgrootvader kwam als visser naar Gramsbergen. Het lijkt er op dat Johan de laatste beroepsvisser is op de Vecht. De vangst is door allerlei oorzaken zo afgenomen, dat vissen bijna niet meer uitkan.

“Mijn grootvader handelde bij het vangen van de paling vooral op zijn kennis van de natuur. Hij maakte gebruik van wat hij wist over de vissen, over het weer. Zo ging hij in zwoele nachten in weilanden naast het water op zoek naar palingsporen. De paling gaat dan op land op zoek naar voedsel, zoals slakjes. Ze laten daarbij een slijkerig spoor achter. Mijn grootvader legde daar een jutezak op. Wanneer de paling via dezelfde weg terugging, kwam hij op die zak terecht. De paling staakte dan iedere beweging en dat wist mijn vader. Zo ving hij in zo’n zomerse nacht, waarin je normaal geen paling vangt, toch nog aardig wat.

 Ik ben meer mijn technische kennis in gaan zetten om de vis te vangen. Ik heb een technische achtergrond, ik heb zestien jaar in de wegenbouw gewerkt. Maar door rugklachten werd ik voor mijn werk uiteindelijk volledig afgekeurd. Zo kwam ik eind jaren tachtig bij huis. Toen ik weer wat opkrabbelde moest ik op zoek naar andere mogelijkheden. Mijn vader kwam in die tijd op een leeftijd dat het nodig werd om na te denken over doorgaan met de visserij of niet. Ik heb drie zussen; eigenlijk was ik de enige die hem zou kunnen opvolgen. Ik heb als kind nooit de drang gehad om visser te worden. Maar nu liep het zo, ik rolde er in. Ik had mijn vader altijd al wel geholpen, maar nu ging ik de boel dus echt overnemen.

De boot ligt bij het huis aan de Vecht bij de Haandrik. Mijn zus woont daar. Ik heb daar een vaste plek om te vissen. Ik vis vooral op schieraal, dat is de paling die geslachtsrijp is en klaar is voor vertrek naar de Sargassozee. De bovenkant is donker en de onderkant is wit. Voor de schieraalvangst geldt momenteel gedurende drie maanden per jaar een vangstverbod. De overheid wil op die manier ervoor zorgen dat zoveel mogelijk palingen hun paringsgebied bereiken. Maar zicht op aantallen hebben ze op deze manier niet. Wij hebben als beroepsvissers aangeboden om een forse hoeveelheid paling te vangen en die uit te zetten op de Noordzee. Dan weet je precies met hoeveel vis je van doen hebt, dat maakt het meten van de resultaten van dit beleid duidelijk. Ik vind het frustrerend dat ik nu moet meedoen aan een maatregel, terwijl ik niet weet of het ook werkelijk wat uithaalt voor de palingstand. En die willen wij als vissers natuurlijk ook graag op peil houden.

Er is hier in de Vecht ook een andere paling, die noemen wij aal. Die heeft een dikkere kop en een dunner lijf.

Vroeger visten we met kleinere fuiken, met een schutvleugel. Ik ben afgestapt van die kleine fuiken, omdat er veel gestolen werd. Van de 90 fuiken waren er steeds weer een stuk of 30 verdwenen. Dat kon niet uit. Het gebied dat wij toen bevisten was verdeeld in percelen: ieder perceel wordt bewoond door een vaste groep palingen. Palingen zijn behoorlijk honkvast. Zo’n honderd fuiken in een nacht haalden we dan binnen. Tegenwoordig vis ik niet meer alleen met netten, maar veel elektrisch. Daarmee kan je heel selectief vissen. Je kan de stroom zo instellen dat je alleen dikke paling vangt. We maken dan een stroomkring tussen de wal en de boot. De neiging van de vis is om altijd van negatief naar positief te zwemmen. Als de paling in de stroomkring komt, dan wordt ie willoos. Dan kunnen we hem met een net naar binnen halen.

Nadeel van deze methode is dat je altijd met zijn tweeën moet zijn, dat is voor de veiligheid. Maar het maakt het natuurlijk ook duurder.

Voor het hele verhaal van Johan Kiewiet open document.

Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed