MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de Provincie Overijssel.
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Bommen op de spoorbrug over de Vecht bij Zwolle

Verhaal

De eerste 8 jaar van mijn leven woonden we in Zwollerkerspel,  Berkum F11, zoals het toen der tijd werd aangegeven.Ik denk dat de adressering ongeveer in 1947-1948, Hessenweg 17 is geworden. Omdat ik in 1939 geboren ben en we in 1948 naar Zwolle zijn verhuisd, speelde het grootste deel van mijn Vecht herinneringen zich af in de Tweede Wereldoorlog. We woonde naast de beroepsvisser De  Leeuw die dagelijks met twee zwart geteerde roeiboten de Vecht op gingen (vader en oudste zoon) om de uitgezette netten te legen.

De Duitse soldaten, die bij ons door vordering verplicht, ingekwartierd zaten, hadden een snellere methode om te vissen. (Vele jaren later kwam ik er pas achter waarom onze boerderij verkozen was n.l. gunstig t.o.v. de te bewaken spoorbrug, geen rieten dak en als een van de weinigen met een grote beloopbare zolder waarop veel soldaten konden slapen).

Als 5-jarige mocht ik kijken hoe ze met een bootje naar het midden van de Vecht peddelden met pionierschopjes als peddels. In het midden aangekomen ging er een staan en gooide een handgranaat of pantservuist stroomopwaarts (op dat moment moest ik samen met mijn grote broer Joop plat achter het zomerdijkje liggen) Vervolgens kwamen de vissen op de rug aandrijven en werden binnenboord gehaald. (volgens mijn grote broer waren de vissen niet dood maar door de extreme waterdruk bewusteloos, waardoor ze op de rug gingen drijven).

De spoorbrug, waar dit zich afspeelde, werd door de ‘’Tommies’’ op  het laatst van de oorlog regelmatig gebombardeerd. Bij het eerste gebrom van vliegtuigen of het nu dag of nacht was , stond mijn broer achter de hooiberg te kijken (ook angst of toch sensatie?). In de regel vlogen deze bommenwerpers natuurlijk naar het oosten om over de grens te gaan bombarderen en kwamen ze na geruime tijde weer terug. Ik herinner me echter ook dat achter onze boerderij de bommen uit het vliegtuig werden gegooid om de spoorbrug te raken. Ik zie ze in gedachten nog over de kop tuimelen. Mijn broer heeft geduldig mijn angst weersproken omdat hoogte en snelheid het onmogelijk maakten om op die manier de boerderij te raken. Slechts een keer is de brug door een bom getroffen want men vloog onder een hoek van ongeveer 45 graden naar de brug (vermoedelijk vanwege het opgestelde afweergeschut). Een voltreffer op de spoorbrug maar de bom explodeerde niet en kwam als zoveel anderen, die wel explodeerden, in de Vecht terecht in de omgeving van ‘’onze zwemplaats’’. Ik herinner me de waarschuwing ,,niet te ver richting de brug lopen want daar ligt nog een bom die niet is ‘’afgegaan’’.

De groep jongens die daar regelmatig probeerden te zwemmen zal ongeveer uit tien jongens hebben bestaan. Alhoewel ik me een keer herinner dat mijn vader en moeder en een naast ons wonende tante ook mee gingen ‘’zwemmen’’. De dames hadden geen echt zwempak maar hadden een ‘’eigen gebreide borstrok’’ dicht genaaid in het kruis. Ik hoor nog hun giechelende opmerking .. als dat garen het maar houdt’’. Dat volwassenen ook gingen zwemmen was een hoge uitzondering. Mijn grote broers hadden de verantwoording over mijn wel en wee.

De eersten die zeiden de Vecht wel over te kunnen zwemmen, o.a. mijn grote broers Joop en Bert, werden begeleid door een roeiboot met en van buurman De Leeuw. Aangekomen aan de Maatgraven kant van de Vecht werd de zwemmer gevraagd even te fluiten. Lukte dit dan had de zwemmer bewezen niet moe te zijn en mocht hij in het vervolg ook zelfstandig de Vecht over zwemmen.

Auteur:Chris ten Brinke
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Spoorbrug, Vecht
Periode:1939-1948
Locatie:Zwolle
Digitaliseren Embed
Digitaliseren
Embed