MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel

'Kniepkatte' in de ton

Verhaal

’t Was in het laatste oorlogsjaar. We woonden in Wierden, schuin tegenover de Openbare School aan de Stationsstraat, waar nu het postkantoor is. Een grote, toen al ouderwetse school. Vanwege het oorlogsgeweld kwamen er vele vluchtelingen uit Noord-Limburg, via Duitsland in Twente weer de grens over, na een lange, bange tocht. Soms te voet, soms op boerenwagens (fam. Aijen, fam. Vouskes e.a.). Die op de boerenwagens waren gegoede boeren, die haastig op de vlucht geslagen waren, met wat ze op hun wagens, naast hun grote gezinnen, konden meenemen.

In Wierden werden de evacués hartelijk ontvangen en gehuisvest in de Openbare School (slapen op stro). Ons dorp had een “Entlausung”, in de fabriek van Scholten, die door de Duitsers in beslag genomen was en waar Duitse soldaten ontluisd werden. Zo ook de evacués; bijna iedereen had er last van, soms ook van schurft. De Wierdense EHBO-ers hielpen bij het ontluizen en met succes! De burgemeester deed een oproep om het Rode Kruis te helpen bij de begeleiding van deze mensen en de verzorging van het eten - warm eten, maar ook het smeren van brood in de bakkerij van Eshuis, pap voor de baby’s. Hoe we aan al dat eten kwamen, weet ik niet, maar er was altijd voldoende, tamelijk goed eten om de mensen van te voorzien.

Verpleging

Ik had me ook opgegeven. Ik wilde, toen ik in Almelo van school af was, eigenlijk graag in de verpleging, maar mijn moeder zei “Niks hoor, je wacht maar tot de oorlog afgelopen is!” Optimistisch hè? Er was in de school ook een lokaal ingericht als ziekenzaal. Daar stonden bedden en waren andere medische voorzieningen voorhanden. Er konden ouderen en zieken verzorgd worden, wat vooral gebeurde na de treinbeschieting met kerst in 1944. ’t Was toen een bange tijd, veel beschietingen en bombardementen, de V1’s die afgeschoten werden vanuit onze gemeente, om soms direct daarna weer neer te komen. Maar al met al hebben we toch onder elkaar en met de evacués ook veel plezier gemaakt, al was het alleen maar om de moed er in te houden.

Kniepkatte

Wij, als vrijwilligers van het Rode Kruis en de EHBO, hadden de diensten verdeeld, omdat sommigen van ons, naast het dagelijkse werk, ook ’s avonds zo nu en dan op de school moesten zijn, vooral in de ziekenzaal. Zoals reeds gezegd was het een voor die tijd ouderwetse school en de plees (waterclosets kon je ze niet noemen) lagen op een rijtje achterop het schoolplein. Je moest er altijd buiten over de speelplaats naartoe, wat ik zo weinig mogelijk deed, want ik vond ze een beetje vies. Als ik moest, wipte ik maar liever even naar de overkant, naar huis. Omdat er buiten nergens verlichting was, de ramen ook nog eens allemaal verduisterd, mocht ik van m’n vader dan de “kniepkatte” (knijpkat) meenemen. “Wees er voorzichtig mee, we hebben zo geen nieuwe!” “Ja Papa, natuurlijk!”

Maar, op een zekere donkere avond moest ik nodig. Eigenlijk mocht je ’s avonds niet op straat - spertijd - en ondanks dat je een band om je arm had, “Rode Kruis” of “Quarantaine”, waar de Duitsers ontzag voor hadden, kon het toch gevaarlijk zijn om buiten te zijn. Maar ik dacht ‘ik heb m’n kniepkatte’, dus ga ik maar even hier. Zo liep ik al knijpend over het schoolplein en aangekomen werd de kniepkatte op de houten zitting met het gat erin, naast me neergelegd. Klaar was ik, maar meteen toen ik ging staan, sleurde ik met m’n rok de kniepkatte mee en ploep, daar viel ie!

Ton

Maar ja, praktisch moest je zijn, vooral toen. Ik zag ondanks de verdwenen kniepkatte toch nog een lichtpuntje. Misschien kon hij er nog wel uitgevist worden. Toen naar huis. “Oei, er is iets ergsgebeurd!” Schrik bij de familie. “Wat dan toch?” “De kniepkatte, de kniepkatte is in de ton gevallen.” “In de ton, in wat voor een ton?” “In de plee op school!”

Ja, goede raad was duur. “Weet je wat”, zei m’n vader, “ik heb nog een grote magneet, die kniepkatte is van ijzer, dus misschien kunnen we hem nog omhoog halen.” Samen met Adriaan de Graaf, de hospik tijdens de mobilisatie, nu met z’n vrouw vanuit Zeeland bij ons als evacués, met de magneet aan een touw naar het schoolplein. Toen aan het werk. En dachten jullie dat de kniepkatte naar boven kwam? Ja, na een poos “pleuren” hadden ze beet en kwam het ding naar boven, met een geur……! Maar wat gaf dat, ’t was oorlog en er gebeurden veel ergere dingen!

Eenmaal thuis, werd de kniepkatte met dichtgeknepen neuzen uit elkaar gehaald, schoongemaakt, gedroogd en weer in elkaar gezet. En hij deed het weer! Wat een blijdschap. Maar die blijdschap werd wel een beetje getemperd door het luchtje dat er toch nog wel aan zat. Mama wist raad: “Ik heb nog een beetje eau de cologne, als we er dat nu eens op doen?” Zou die vieze lucht er dan af gaan? Proberen maar. Nou, ik kan jullie wel vertellen dat ik die gemengde geur soms, als ik er goed aan denk, nu na ruim 50 jaar nog in m’n neus krijg! Nee, die kniepkatte was echt geen wegwerpartikel, het was een kostbaar bezit. Een lichtpuntje in donkere dagen!

Bronvermelding:

Uit:  “Laatste herinneringen 1940-1945” Uitgegeven door Stichting Historische Kring Wederden, 2005.

*Titelfoto:  De Stationsstraat met rechts de openbare lagere school

Auteur:Daatje Dasselaar-van den Broeke
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Dagelijks leven, Hulporganisatie, Noodhospitaal anekdote
Locatie:Wierden gemeente, NL, Wierden, Appelhofdwarsstraat 2

Locatie op kaart

0 annotaties

Annotaties

Er zijn nog geen annotaties op dit item

Plaats een annotatie

Velden met een zijn verplichte velden.

Soort
Titel
Bericht
Bestand