MijnStadMijnDorp is een project van Historisch Centrum Overijssel en is mede mogelijk gemaakt door de provincie Overijssel
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Die ene, vreselijke dag in Wierden

Verhaal

Die ene, vreselijke dag in Wierden

In Januari 1943 arriveert het jonge echtpaar Reinder en Leny de Jong, uit het westen des lands, in Wierden en trekt in de zogenaamde directeurswoning van de textielfabriek van Ten Bos aan de Almeloscheweg.

De baan belooft veel goeds en het lijkt een mooie stek. Immers, in die tijd hebben ze zowel aan de voor- als achterkant van het huis ruim zicht over het buitengebied, aan de achterkant kijken ze uit op de Groote Maat en aan de voorzijde hebben ze een wijds uitzicht over de weilanden (waar eerst veel later het “Plan Oost" verrijst). Niets dat er dan op wijst dat hier, in dit rustige, gezapige Twentse dorpje, in de komende jaren zulke enerverende en schokkende dingen staan te gebeuren.

Bedrijfsleider

Al snel krijgt het paar kennissen en vrienden in Wierden. Na verloop van tijd worden ze opgenomen in een dansclubje en zo blijkt het al met al goed toeven in het Twentse. Meneer de Jong, aangesteld als bedrijfsleider van de fabriek, heeft een opleiding genoten aan de Hogere Textielschool in Enschede. Met het personeel kan hij, als geboren Enschedeër die het Twentse dialect goed meester is, prima overweg. Als blijk van genegenheid vindt de familie in de oorlogsjaren dan ook 's morgens dikwijls een kan melk op hun keukentafel.

Razzia's

Natuurlijk kent men af en toe ook problemen, het is immers oorlog. De Duitse overheerser stelt soms nogal wat eisen; zo wil op zekere dag een Duitse militair de “Fahrräder” (fietsen) vorderen, maar door het kordate optreden van de jeugdige Leny de Jong, die beweert dat zij die niet (meer) hebben, gelooft hij haar en maakt rechtsomkeert. Heel wat minder plezierig wordt het in de loop van 1944, als er telkens weer razzia's plaatsvinden en zowel jongere als oudere mannen zomaar worden opgepakt en weggevoerd in grote overvalwagens.

Ook voor de heer De Jong wordt het dan langzamerhand te gevaarlijk om in eigen huis, bij zijn jonge gezin (de familie heeft inmiddels een dochtertje) de nacht door te brengen. Uit veiligheidsoverweging wordt besloten maar elders te overnachten, samen met enkele bekenden. Op de bovenverdieping van de fabriek vinden zij een goede plek om zich te verbergen; de weefgetouwen  staan inmiddels stil en er wordt niet meer gewerkt. Met een ladder klimmen ze naar boven en zodra de laatste man is aangekomen, trekt men hem weer op. 's Morgens vroeg, zodra het licht wordt, gaan de mannen doorgaans naar huis.

Treinbeschieting

Inmiddels is er een aantal erg nare dingen gebeurd in Wierden, waaronder de beschietingen van een olietrein op 6 september 1944 en van de “kersttrein” op Eerste Kerstdag 1944, waarbij een aantal Zeeuwse mannen zichzelf het leven redt door uit de trein te springen en zich tussen het kerkvolk te mengen. Velen kunnen zich in veiligheid brengen met behulp van de Wierdense bevolking. Helaas zijn er ook vier doden en vele gewonden te betreuren.

Tien dode lichamen

Nooit echter heeft mevrouw De Jong de dag van de 29ste maart 1945 kunnen vergeten. Al bijtijds op de been - waarschijnlijk voor haar dochtertje - hoort zij vroeg die ochtend buiten een eigenaardig geluid, net alsof er ergens mensen luid staan te praten. Meteen ziet ze ook op het tuinpad naar de voordeur een Duitse militair staan met de rug naar het huis gekeerd. En direct daarop een militaire vrachtwagen met open laadbak en een soort hekwerk waarachter zo'n twintig mannen staan, begeleid door een aantal Duitse militairen. Deze laatsten vol bravoure zingend! De helft van de mannen moet aan de overkant langs de weg gaan staan. Angstig en verschrikt verschuilt mevrouw De Jong zich achter een gordijn. Even later ..... doodse stilte ..... en dan valt er een schot en ziet zij door een gordijnspleet dat één van de mannen achterover valt; weer een schot ..... en weer valt één van de mannen ..... en zo tot tien keer toe. In koelen bloede vermoord. In haar herinnering ging alles bliksemsnel.

Even later wordt gas gegeven en rijdt de wagen met open laadbak, met nog tien mannen die kort daarna in de Grimberg zouden worden gefusilleerd, rechtop staand aan de reling, weg richting het centrum. De Duitse militairen die hen begeleiden opnieuw luidkeels zingend. Als de heer De Jong, zeker wel een uur later, thuiskomt, vindt hij z’n vrouw trillend op een keukenstoel. De tien dode lichamen hebben nog urenlang, tot na twaalf uur ’s middags, daar aan de straat gelegen. Nu, zestig jaar na datum, staat het gebeurde nog vers op haar netvlies gebrand en weet ze zich deze gruwelijke gebeurtenis nog precies te  herinneren.

Bevrijding

Vlak voor het einde van de oorlog, op 4 april 1945, wordt het gezin (man, vrouw - zwanger van hun tweede kind - en dochtertje) gesommeerd het huis te verlaten, want de fabriek zal opgeblazen worden. Zij krijgen één uur de tijd om wat spullen te pakken, en met hun kleine dochter in de kinderwagen - met onder de matras wat etenswaren in blik én de babyuitzet - gaat het lopend naar het centrum van het dorp. Liefdevol worden zij aan de Rijssensestraat opgenomen door een bevriende Wierdense familie.

Met dertien mensen verblijven ze vijf dagen en nachten in de kelder. Van de voorraad blikken maken ze een soort stamppot. Hoe zij die dagen zijn doorgekomen? Dat weet ze eigenlijk niet meer, maar de stemming in de kelder was goed; ze hebben het over zich heen laten komen en van angst was niet zoveel te merken. Eindelijk komt de Bevrijdingsdag, 9 april 1945. Als de mannen buiten gaan kijken, blijken alle bordjes van de bezetters met opschriften in code plotseling verdwenen te zijn. NSB-ers worden al opgepakt.

De fabriek heeft het overleefd, maar als de De Jongs bij hun huis aankomen, zien zij dat het door een aantal voltreffers flink beschadigd is. Direct na de inbeslagname zijn de Duitsers er ingetrokken en hebben weggesleept wat hen passen kon, gevolgd door de Canadezen. Waarschijnlijk zijn zij het die zich over de vele Engelstalige boeken hebben ontfermd. Daarna komen lokale plunderaars. Er wordt veel vernield; serviezen liggen in scherven op het tuinpad, dekens en winterjassen zijn weg, maar de Bevrijding is een feit! Het kost geruime tijd om het huis weer bewoonbaar te krijgen en in die periode verblijven zij nog bij de bevriende familie in het dorp.

Terugzien

Eerst in Juni 1945 ziet mevrouw De Jong, na zeer lange tijd, haar ouders weer terug. Van de heer Goedhard (van de Exportslachterij) mogen zij de auto lenen om mee naar Alkmaar te gaan. De familie woont nog tot 1949 in Wierden en zoals de oude dame nu vertelt: “die zes jaren waren in verhouding tot de ongeveer vijftig jaar in het Westen van het land maar kort - toch staan de Wierdense jaren mij het duidelijkst voor de geest vanwege alles wat er toen gebeurd is en wij meegemaakt hebben”. Sporadisch heeft mevrouw De Jong het dorp nog wel eens bezocht, de laatste keer zes à zeven jaar geleden, maar altijd weer was er het bezoek aan die gedenksteen aan de Almelosestraat.

Bronvermelding:

Uit:  “Laatste herinneringen 1940-1945” Uitgegeven door Stichting Historische Kring Wederden, 2005.

*Titelfoto: oorlogsmonument ter nagedachtenis op de plek van de liquidatie

Auteur:Mevrouw H. de Jong-Steenhof, bewerkt door J. van Wulfften Palthe-Stulen
Trefwoorden:Tweede Wereldoorlog, Verzet, Liquidaties
Locatie:Wierden gemeente, NL, Wierden, Appelhofdwarsstraat 2

Locatie op kaart